Abonneer Log in

Over 'nieuw linkse' en 'oud linkse' strategieën

EDITO

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 2 tot 3

Welke richting moeten sociaaldemocraten uit om electoraal succesvol te zijn?

De huidige arbeidersklasse is geen monolithisch wit, mannelijk blok met autoritaire en nationalistische overtuigingen.

Het is zaak ook aantrekkelijk te zijn voor jonge, hooggeschoolde, vrouwelijke en gekleurde kiezers.

De sociaaldemocratische Friedrich-Ebert-Stiftung is de oudste politieke stichting van Duitsland. Ze werd opgericht in 1925 en niet veel later verboden door het naziregime. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde ze in verschillende landen zelfs als niet-officiële ambassade van Duitsland. Ook vandaag is ze nog wijd vertakt met meer dan 100 bureaus en publiceert ze interessante studies.

Zo verscheen deze zomer de studie, Left Behind by the Working Class? Social Democracy's Electoral Crisis and the Rise of the Radical Right, op basis van sociologisch onderzoek in een hele reeks West-Europese landen van Tarik Abou-Chadi, Reto Mitteregger en Cas Mudde. De eerste twee zijn prominente Zwitserse academici die werken rond de sociaaldemocratie, de laatste is een vermaard kenner van radicaal-rechts uit Nederland. De studie komt met opvallende bevindingen over het electorale verval van sociaaldemocratische partijen in de eerste twee decennia van deze eeuw. Ze focust op het gemeenzame discours dat sociaaldemocratische partijen de arbeidersklasse verloren aan radicaal-rechts omdat ze op economisch vlak opschoven naar rechts – Derde Weg – en op cultureel vlak naar links – identiteitspolitiek. Twee keer fout, aldus de auteurs.

De huidige arbeidersklasse is geen monolithisch wit, mannelijk blok met autoritaire en nationalistische overtuigingen.

De studie weerlegt een aantal assumpties:

  • Een. De huidige arbeidersklasse is geen monolithisch wit, mannelijk blok met autoritaire en nationalistische overtuigingen. Een steeds groter deel ervan is vrouw, kent een migratieachtergrond en heeft progressieve opvattingen rond LGBT-rechten en immigratie.
  • Twee. Radicaal-rechts is niet de nieuwe thuisbasis voor voormalige sociaaldemocratische kiezers. Slechts een klein deel van de arbeidersklasse heeft de overstap gemaakt. De uitstroom richting radicaal-rechts komt niet hoofdzakelijk vanuit de sociaaldemocratie, maar vanuit centrumrechts. Geen sprake dus van een Chinese muur daar.
  • Drie. Sociaaldemocratische partijen hebben niet voornamelijk kiezers verloren aan radicaal-rechts. Uit data blijkt dat ze vooral kiezers verloren aan groene en centrumrechtse partijen.
  • Vier. Het verlies van de witte arbeidersklasse is niet de drijvende kracht achter de electorale achteruitgang van sociaaldemocratische partijen. Disproportioneel gezien verloren sociaaldemocratische partijen meer kiezers onder de hoogopgeleide middenklasse. Het leeuwendeel daarvan trok richting groene en sociaal-liberale partijen, aangetrokken door meer progressieve standpunten voornamelijk op cultureel vlak.

Het rapport zet niet enkel vraagtekens bij bestaande narratieven over de crisis van de sociaaldemocratie en de groei van radicaal-rechts, maar doet ook een aantal suggesties voor mogelijke toekomstige strategieën. Volgens de auteurs zal electorale winst voor sociaaldemocraten onmogelijk blijven met 'links-nationalistische' strategieën, lees: als ze naar rechts opschuiven op de culturele breuklijn. Sociaaldemocraten blijven best weg van de zogenaamde identitaire flinksheid, aangezien dat potentiële en voormalige kiezers afschrikt die voor meer progressieve partijen stemmen. Een 'centrumstrategie' op zowel economisch als cultureel vlak is evenmin een electoraal succesvolle koers. Die zorgt voor een vaag ideologisch profiel, wat kiezers in de armen duwt van partijen met meer uitgesproken standpunten.

Wat dan wel? Volgens de auteurs zorgt een combinatie van 'nieuw linkse' en 'oud linkse' strategieën voor de grootste steun onder potentiële sociaaldemocratische kiezers. Met 'nieuw linkse' strategieën verstaan de auteurs een combinatie van investeringsgericht sociaal beleid en progressieve standpunten op het vlak van gender, klimaat en migratie; dit alles gericht op het winnen van de meer groene en sociaalliberale kiezers. Onder 'oude linkse' strategieën verstaan ze standpunten voor een sterke herverdeling en consumptiegericht beleid, zonder autoritaire of nativistische standpunten te verkondigen op de culturele breuklijn en zelfs over die breuklijn niet bovenmatig veel te communiceren. Een combinatie van beide strategieën – 'nieuw linkse' en 'oude linkse'– biedt het meeste kans op electoraal succes.

Het is zaak ook aantrekkelijk te zijn voor jonge, hooggeschoolde, vrouwelijke en gekleurde kiezers.

Hoe moet een moderne sociaaldemocratie er dan uitzien? Ook hier zien de auteurs vier punten:

  • Een. Focus niet enkel op de witte arbeidersklasse en de lage middenklasse, anders word je een nichepartij en blijf je achter met een ouder electoraat. Onze kennissamenleving is fundamenteel anders vroeger, het is zaak ook aantrekkelijk te zijn voor jonge, hooggeschoolde, vrouwelijke en gekleurde kiezers.
  • Twee. Verjong je electoraat. Jonge kiezers haal je binnen met duidelijke en progressieve stellingnames, minder met 'links-nationalistische' en 'centrumstrategieën'.
  • Drie. Identiteitspolitiek blijft een noodzaak. De sociaaldemocratie was oorspronkelijk een identiteitsproject voor de arbeider. Vandaag is identiteitsbeleid eerder een paraplu om discriminatie op het vlak van ras, gender en seksuele voorkeur te bestrijden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Ewald Engelen, zien de auteurs identiteitspolitiek niet in tegenstrijd met klassepolitiek maar als intrinsiek verstrengeld.
  • Vier. Bouw aan een progressieve coalitie. Zoek manieren om leden aan te trekken, haal de banden aan met het middenveld, cultiveer die met de vakbonden en herdenk de relatie met sociale bewegingen als Fridays For Futures of Black Lives Matter. En ook, minstens even essentieel: investeer in de relaties met andere linkse partijen. Neem de onderlinge animositeit weg. Zie elkaar als bondgenoot in de politieke strijd.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 7 (september), pagina 2 tot 3