Abonneer Log in

Gezond rendement ten koste van gezondheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 9 (november), pagina 23 tot 28

De toenemende privatisering van de gezondheidssector houdt in dat de medische verzorging een speelbal op de vrije markt wordt. Zo is de geneesmiddelenindustrie een enorm winstgevende zaak geworden. Maar meer winst betekent niet automatisch dat die geneesmiddelen voor iedereen bedoeld en betaalbaar blijven.

The world is a marketplace. Het is een gegeven waar we niet meer naast kunnen kijken. Economische en financiële berichtgeving heeft een dominante plaats ingenomen in kranten en televisiejournaals. De ineenstorting van de aandelenkoers van Lernout & Hauspie is hét gespreksonderwerp aan de cafétoog. De moderne mens wordt ook in toenemende mate gestimuleerd om zelf actief deel te nemen aan de financiële markt, en via aandelenbeleggingen mee te investeren in de groei van de wereldeconomie. Beleggen in aandelen is immers de manier bij uitstek geworden om snel winst te maken, ook voor de kleine spaarder.
Iedere bank biedt vandaag een uitgebreid pakket aandelen aan met het vooruitzicht op rendementen die beduidend hoger zijn dan de opbrengst van het traditionele spaarboekje. En deze beleggingsstrategie loont inderdaad. De huidige economische groei wordt op spectaculaire wijze uitvergroot in de aandelenkoersen. Sinds 1990 is de Dow Jones index exponentieel toegenomen, wat voor enorme winstmarges zorgt voor het merendeel van de beleggers. Een korte blik op de Fondsenkrant (bijlage bij De Standaard) leert dat een return van 50% en meer op jaarbasis geen uitzondering is. En iedereen kan delen in deze winsten, zo wordt ons voorgehouden.

Gezond rendement

De geneesmiddelenindustrie behoort al jaren tot de meest winstgevende sectoren, met jaarlijkse groeicijfers van om en bij 15%. De uit opeenvolgende fusies en overnames tot stand gekomen transnationale farmaceutische concerns zijn vaste waarden in een evenwichtig aandelenpakket. Meer recent werd daar ook de nieuwe biotechnologiesector, en vooral het segment dat zich toelegt op de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en diagnostica, aan toegevoegd als bijzonder veelbelovende belegging.
Beleggingsadviezen voor wie zijn spaarcenten hierin wil investeren beloven inderdaad een meer dan gezond rendement. Binnen het aanbod van de Belgische banken brachten de vijf best renderende fondsen in de gezondheidssector het voorbije jaar een return op van 54,8 tot 80,6%.1 En aangezien de biotechnologie, samen met de informatietechnologie, uitgeroepen is tot de economische groeipool van de eenentwintigste eeuw, stellen de financiële analisten grote verwachtingen in deze sector.
De recente ontrafeling van de sequentie van het menselijk genoom wordt beschouwd als een grote doorbraak voor de medische wetenschap en technologie. De lettercode van de naar schatting 80.000 menselijke genen is nu grotendeels gekend, en de wetenschappelijke wereld gaat voluit in het achterhalen van de biologische betekenis ervan. Zo verwacht men onder meer dat zeer snel allerlei genen zullen ontdekt worden die verantwoordelijk zijn voor, of betrokken bij, bepaalde ziektes.
Met die kennis kunnen dan nieuwe geneesmiddelen en diagnostica ontwikkeld worden die ons medisch arsenaal op nooit geziene wijze zullen uitbreiden. En in een maatschappij die steeds meer geld uitgeeft aan gezondheidszorg en met alle mogelijke middelen de dood op afstand tracht te houden, is de afzetmarkt hiervoor verzekerd. Gezondheid heeft geen prijs, zo wordt wel eens gezegd.

Lucratieve geneesmiddelen

Gezondheidszorg bekleedt een bijzondere plaats in onze maatschappij. Basisgezondheidszorg staat ingeschreven als een universeel mensenrecht, en vooral in geïndustrialiseerde landen hebben overheden aanzienlijk geïnvesteerd in de uitbouw van een goed gezondheidssysteem dat toegankelijk is voor een zo breed mogelijke laag van de bevolking. Meer recent echter zien we een toenemende privatisering van de gezondheidssector, die kadert in een algemene overtuiging dat de vrijemarkteconomie het meest efficiënte systeem zou zijn om de maatschappij te voorzien van goederen en diensten.
In realiteit betekent het dat medische verzorging evolueert van een recht dat door de staat wordt gegarandeerd tot het voorwerp van een lucratieve handel, waarbij niet zozeer volksgezondheid dan wel winst maken het oogmerk is. De farmaceutische industrie, als belangrijkste bron van geneesmiddelen en diagnostica, spant hierbij de kroon. Vandaag vertegenwoordigt de wereldmarkt voor geneesmiddelen meer dan 12.000 miljard frank, en analisten voorspellen een verdere groei van 5 tot 10% op jaarbasis voor de volgende jaren.2 Europa, Noord-Amerika en Japan zijn goed voor meer dan 80% van deze markt hoewel ze samen slechts 15% van de wereldbevolking uitmaken, weliswaar de meest kapitaalkrachtige groep.
Vanuit de marktlogica is het dus niet verwonderlijk dat geneesmiddelenproducenten zich vooral op dit marktsegment toeleggen, hierin gestimuleerd door beleggers en aandeelhouders die op de financiële markt op zoek zijn naar zo hoog mogelijk rendement voor hun kapitaal. En investeren in de geneesmiddelenindustrie is inderdaad bijzonder aantrekkelijk. De winstmarges bij commercialisering van een nieuw geneesmiddel zijn gemiddeld genomen uitzonderlijk groot, mede om de aanzienlijke investering te compenseren die nodig is om het jarenlange werk van onderzoek en ontwikkeling (O&O) tot een goed einde te brengen. (Men vergeet meestal te vermelden dat farmaceutische bedrijven meer uitgeven aan marketing en publiciteit dan aan O&O).
Daarbij komt nog dat nieuwe geneesmiddelen steevast geoctrooieerd zijn, zodat de producent een tijdelijk monopolie heeft en in grote mate vrij de verkoopsprijs kan bepalen. Aangezien bij ons een groot deel van de kosten van geneesmiddelen door de ziekteverzekering wordt gedragen, hoeft men ook weinig rekening te houden met de betaalkracht van de consument. Het gevolg is dat de marktprijs van nieuwe geneesmiddelen steevast hoog is, ongeacht de reële productieprijs. Een bijzonder ruime winstmarge is aldus verzekerd.

Keerzijde

Het nastreven van maximale winsten en groeicijfers in de geneesmiddelenindustrie vertaalt zich uiteraard in de O&O-strategie en de productportfolio van deze bedrijven. Wie verwacht dat de farmaceutische industrie zich toelegt op het ontwikkelen van geneesmiddelen die tegemoet komen aan reële medische noden, vergeet dat vooral het winstperspectief de keuzes in O&O bepaalt.
Zo stelt men vast dat massaal geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van zogenaamde lifestyle drugs, waarbij Viagra ontegensprekelijk het meest besproken kassucces is. Producent Pfizer zag zijn aandelenkoers vervijfvoudigen van minder dan 10 dollar in 1995 tot 45 dollar vandaag en verkocht voor meer dan 40 miljard frank Viagra in het eerste jaar na lancering. De twee best verkopende medicijnen tegen kaalheid haalden in 1998 een verkoopscijfer van 7 miljard frank.3
Daartegenover staat dat jaarlijks nog steeds 17 miljoen mensen sterven aan infectieziekten zoals malaria, tuberculose, acute infecties van de luchtwegen en aids.4 Meer dan 90% van hen leeft in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Verschillende organisaties, waaronder Artsen Zonder Grenzen, hebben reeds herhaaldelijk gewezen op de problematiek van het gebrek aan goede en betaalbare geneesmiddelen om de strijd aan te gaan met de ziekten die 80% van de wereldbevolking bedreigen.5 Voor ziekten die eveneens voorkomen bij ons, bestaat meestal een waaier aan geneesmiddelen, maar tegen een verkoopsprijs die gericht is op onze rijke markt zijn die vaak onbetaalbaar voor de derde wereld.
De schaarse geneesmiddelen die specifiek beschikbaar zijn voor de behandeling van tropische ziekten zijn volstrekt ontoereikend. Ze dateren veelal nog uit de koloniale periode, zijn vaak toxisch en verliezen in toenemende mate hun werkzaamheid wegens resistentie. Bovendien is voor een aantal cruciale geneesmiddelen de productie niet langer verzekerd. De pijplijn van nieuwe geneesmiddelen in ontwikkeling voor deze ziekten is zo goed als leeg.

Slaapziekte

Het voorbeeld van Afrikaanse slaapziekte is schrijnend maar illustratief. Slaapziekte is een van de meest verwaarloosde tropische ziekten. Naar schatting 500.000 mensen in Afrika lijden vandaag aan slaapziekte, een dodelijke infectieziekte die veroorzaakt wordt door een parasiet, overgedragen door de tseetseevlieg. Na een eerste fase van de ziekte met weinig ernstige symptomen, dringt de parasiet door tot in de hersenen, wat na een traag aftakelingsproces uiteindelijk leidt tot de dood.
Waar deze ziekte redelijk onder controle was tegen het einde van de koloniale periode, neemt het aantal nieuwe infecties sindsdien gestaag toe. Het enige geneesmiddel dat voorhanden is om patiënten in een gevorderd stadium van de ziekte te behandelen, werd ontwikkeld in de jaren veertig. De wekenlange behandeling bestaat uit herhaalde intraveneuze injecties, die vanwege de chemische samenstelling van het product uiterst pijnlijk zijn.
Veel erger echter is dat vijf tot tien procent van de patiënten sterft ten gevolge van toxische bijwerkingen van de behandeling. Ondertussen blijkt bovendien dat in bepaalde regio’s meer dan 25% van de patiënten niet meer reageert op het geneesmiddel: de parasieten zijn resistent geworden. Een alternatieve behandeling is er niet. Begin jaren ’90 was er even hoop op een nieuw geneesmiddel. Een product dat aanvankelijk als anti-kankermiddel werd ontwikkeld (maar hiervoor uiteindelijk niet voldeed), bleek effectief voor het behandelen van slaapziekte.
Met steun van de Wereldgezondheidsorganisatie werd dit nieuw geneesmiddel vervolgens op de markt gebracht, maar vrijwel onmiddellijk afgestoten door de oorspronkelijke producent wegens commercieel oninteressant. Anno 2000 is dat geneesmiddel nog steeds niet beschikbaar op het terrein. Geen enkel farmaceutisch bedrijf werkt momenteel aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tegen slaapziekte.

Kapitaal

Hoewel wetenschap en technologie voldoende gevorderd zijn om geneesmiddelen te ontwikkelen tegen tropische ziekten zoals malaria, slaapziekte en kala-azar, is er vanuit de huidige farmaceutische industrie geen enkele doorbraak te verwachten voor de behandeling hiervan. Uit een analyse van de nieuwe geneesmiddelen die tussen 1975 en 1997 op de markt gebracht werden, blijkt dat van de 1.233 nieuwe producten er slechts 13 specifiek bestemd waren voor het behandelen van tropische ziekten.6 Slechts enkele procenten van het totaal budget dat jaarlijks wordt besteed aan O&O in de gezondheidssector (zowat 2000 miljard frank) gaat naar het ontwikkelen van geneesmiddelen tegen deze ziekten. Zo wordt bijvoorbeeld slechts 0,2% van het totaal O&O-budget besteed aan tuberculose, diarree en acute infecties van de luchtwegen, terwijl deze ziekten samen verantwoordelijk zijn voor 28% van de sterfgevallen.7
De reden hiervoor is eenvoudig: onze zuiderburen zijn niet kapitaalkrachtig genoeg om (dure) geneesmiddelen te kunnen betalen. Dus moeten ze het maar zonder stellen. De door winstbejag gedreven farmaceutische industrie verkiest het reeds zeer uitgebreide arsenaal geneesmiddelen voor de langlevende en rijke bevolking in geïndustrialiseerde landen verder uit te breiden boven het ontwikkelen van basisgeneesmiddelen voor de overgrote meerderheid van de wereldbevolking. Business is business, ook als het gaat over essentiële geneesmiddelen en basisgezondheidszorg.
Deze perverse redenering gaat ook op voor bestaande geneesmiddelen. De virusremmers die bij ons beschikbaar zijn om hiv/aids te bestrijden, zijn onbetaalbaar voor de overgrote meerderheid van de hiv/aids-slachtoffers, waarvan 95% in ontwikkelingslanden leeft.8 Een via octrooimonopolies in stand gehouden marktprijs van zowat 500.000 frank per jaar voor een levenslange en levensnoodzakelijke behandeling zal de aandeelhouders van de geneesmiddelproducenten allicht tot juichen stemmen, maar voor de 30 miljoen mensen met hiv/aids in arme landen is er weinig reden tot gejuich.
Pogingen van regeringen zoals in Thailand en Zuid-Afrika om die virusremmers lokaal te produceren en goedkoop ter beschikking te stellen van hun bevolking, botsen op zware tegenkanting vanwege de farmaceutische industrie omdat hun marktmonopolie (lees: aandelenkoers) hierdoor in het gedrang dreigt te komen. Octrooirechten primeren blijkbaar op het recht van (arme) patiënten op levensnoodzakelijke geneesmiddelen.

Biotechnologische revolutie

Als we de juichkreten van de biotech-industrie kunnen geloven, mogen we de volgende jaren belangrijke doorbraken verwachten op het vlak van nieuwe medische behandelingen voor allerlei ziekten. En inderdaad, de biotechnologie als wetenschap biedt veelbelovende perspectieven voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en vaccins, ook tegen bovengenoemde infectieziekten. Er valt echter te vrezen dat de door winstbejag aangedreven biotech-economie, net zoals de grote farmabroer, weinig oog zal hebben voor de ziekten van onze zuiderburen.
Reeds vandaag wordt het biomedisch onderzoek in grote mate gestuurd door financiële belangen, en deze trend lijkt alleen maar te worden versterkt nu honderden kleine biotechnologie-bedrijven een plaats in deze groeiende markt trachten te veroveren. De meeste biotech-bedrijfjes zijn bovendien opgericht met risicokapitaal, waarvoor een zeer hoge return on investment verwacht wordt. Bijgevolg spitsen deze bedrijven zich bij voorkeur toe op één of enkele marktniches, maar dan wel deze met het grootste winstvooruitzicht.
De gevolgde strategie hierbij is illustratief. Anticiperend dat de kennis van het menselijk genoom aan de basis zal liggen van een hele nieuwe generatie geneesmiddelen en diagnostica, werden de voorbije jaren reeds miljoenen octrooiaanvragen ingediend op alle mogelijke stukjes van deze sequentie. Ook de genomen van een aantal belangrijke ziektekiemen ontsnappen niet aan deze gold rush. De meerderheid van deze octrooiaanvragen staat op naam van een handvol zogenaamde genomics-bedrijfjes die zich via een strategie van systematisch maar blind octrooieren de rechten op alle gebruik van dergelijke sequenties toeëigenen. Deze bedrijven, en samen met hen veel beleggers, speculeren dat op zijn minst een aantal van die genen betrokken zal blijken bij bepaalde ziektes en aldus een goudmijn kan worden. Voor zover het ziektes betreft waarmee geld te verdienen valt, natuurlijk.

Ontzetting

Zo verdubbelde de waarde van Human Genome Sciences (HGS) in februari 2000 tot meer dan 100 dollar per aandeel toen bekend raakte dat hun octrooiaanvraag op de sequentie van CCR5 toegekend was. Wetenschappers aan verschillende universiteiten hadden namelijk aangetoond dat het CCR5-eiwit een cruciale rol speelt tijdens hiv-infectie, en aldus een uitstekend doelwit is voor nieuwe geneesmiddelen tegen aids.
De ontzetting van de wetenschappelijke wereld was dan ook groot toen bleek dat HGS alle commerciële rechten op CCR5 verworven had, inclusief rechten op toekomstige geneesmiddelen die op CCR5 gebaseerd zouden zijn.9 En dat terwijl het bedrijf alleen de sequentie van een toen nog ongekend gen had geoctrooieerd. De beleggers daarentegen waren zeer enthousiast. Als wetenschappers nu ook nog een geneesmiddel ontdekken, zal voor de aandeelhouders de kassa nog meer rinkelen.
Ook de controverse rond de geoctrooieerde borstkanker-genen BRCA1 en BRCA2, waarvan bepaalde mutaties wijzen op een verhoogd risico op borstkanker, is tekenend.10 Myriad Genetics verwierf hierop de exclusieve rechten en commercialiseert een op deze genen gebaseerde diagnostische test voor ruwweg 100.000 frank per analyse. Tegelijkertijd verbiedt het bedrijf de meeste klinische labs om zelf diagnoses uit te voeren op basis van deze genen. Een klein aantal labs heeft wel de toelating maar betaalt hiervoor fikse royalties. De aandelenkoers van Myriad Genetics is het laatste anderhalf jaar van minder dan 10 dollar gestegen tot 115 dollar.

Gezondheid

Kan een maatschappij die basisgezondheidszorg heeft ingeschreven als een universeel mensenrecht, toestaan dat geneesmiddelen en diagnostica verworden tot een ordinair consumptiegoed zoals een auto of televisietoestel? Een goed waarvan beschikbaarheid en prijs afhangen van de marktwetten van vraag en aanbod en van speculatie, en waarbij octrooirechten belangrijker zijn dan mensenlevens? Kunnen we toestaan dat het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen in toenemende mate wordt gedreven door de prioriteiten van aandeelhouders en investeerders, en dus eerder maximale winsten dan volksgezondheid nastreeft?
De farmaceutische en biotech-industrie argumenteren dat zij geen liefdadigheidsinstellingen zijn, dat het hun doelstelling is om winst te maken en dat zij verantwoording verschuldigd zijn aan hun aandeelhouders. Wel, die aandeelhouders zijn ook u en ik. Zolang wij de geneesmiddelenindustrie beschouwen als een jackpot om snel de waarde van onze spaarcenten te vermenigvuldigen, zal deze industrie zich verder toespitsen op de meest winstgevende producten.
Dat dit niet noodzakelijk deze zullen zijn die tegemoet komen aan de grootste medische noden, moeten we er dan maar bijnemen. En ook dat de nieuwe generatie geneesmiddelen nog slechts betaalbaar zal zijn voor de meer gegoeden onder ons. Tot ook u en ik getroffen worden door een ziekte, waarvan aandeelhouders oordelen dat de markt voor een eventueel geneesmiddel niet winstgevend genoeg is. Het zou nuttig zijn mochten onze politieke leiders hun blind vertrouwen in de efficiëntie van een zuiver door de vrije markt aangedreven gezondheidsindustrie eens aan de realiteit toetsen.

Noten
1. De Fondsenkrant, bijlage bij De Standaard, 20 oktober 2000.
2. “The Gene Giants”. RAFI communique March-April 1999, http://www.rafi.org.
3. Silverstein, K., “Millions for Viagra, Pennies for Diseases of the Poor”, The Nation,2 juli 1999.
4. World Health Report 1999. World Health Organisation, Geneva, 1999.
5. Pécoul, B., Chirac, P., Trouiller P., Pinel, J., “Access to essential drugs in poor countries. A lost battle?”. JAMA 281, p. 361-367, 1999.
6. Trouiller P., Olliaro P. “Drug development output: what proportion for tropical diseases?”, The Lancet 354(9173), p. 164, 1999.
7. The Human Development Report 1999, United Nations Development Programme.
8. Chirac, P., Von Schoen-Angerer, T., Kasper, T., Ford, N.., “AIDS: patent rights versus patient’s rights.”, The Lancet 356, p. 502, 2000.
9. “Patent on HIV receptor provokes an outcry.”, Science 287, pp. 1375-1377, 2000.
10. http://www.guardianunlimited.co.uk/genes/article/0,2763,191862,00.html.

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 9 (november), pagina 23 tot 28