Abonneer Log in

Verbod op extreemrechts in Duitsland?

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 9 (november), pagina 46 tot 47

In Duitsland wordt onder de politieke partijen hevig gedebatteerd over een verzoek aan het Grondwettelijk Hof om de neo-nazistische partij NPD op basis van een artikel in de grondwet te verbieden. Een van de voorstanders van een dergelijk verbod is de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken, de sociaaldemocraat Otto Schily. ,,De doelstellingen van die partij druisen in tegen de grondwet. Zij wil de vrije democratische samenleving afschaffen. Bovendien is zij verwant met de vroegere NSDAP. Daarnaast gedraagt de partij zich op een agressieve en strijdlustige manier. In zekere zin steunt zij met haar propaganda en publieke optreden gewelddaden tegen buitenlanders.’’

Toch gelooft Schily dat het verbod van een partij het allerlaatste middel is. ,,Daarom was ik oorspronkelijk sceptisch. Maar zowel op federaal als op het niveau van de deelstaten bestaat de overtuiging om dit middel in te zetten. Bij de bestrijding van extreemrechts moeten alle democratische partijen hun verantwoordelijkheid opnemen. Sommige deelstaten waar de christendemocratische CDU aan de macht is, vragen wel nog bedenktijd. Toch ben ik ervan overtuigd dat zowel CDU als de Beierse zusterpartij CSU, die als eerste een NPD-verbod eiste, het spoedig met elkaar eens zullen worden.’’

Vrijheid

Sommige critici merken op dat een strijdbare democratie toch anders met domheden moet kunnen omgaan dan ze te verbieden. ,,Het spreekt vanzelf dat wij met rechtse extremisten politiek moeten afrekenen, met of zonder een partijverbod. Wij moeten beseffen dat wat extreemrechts denkt en zegt, de voorbode is van wat zij later in daden omzet. De gedachten van vandaag zijn de acties van morgen. De NPD is antisemitisch, racistisch, xenofoob en zet aan tot geweld. Wij moeten daaruit conclusies trekken. Als vandaag opnieuw een partij onder de naam NSDAP zou optreden, een paar dingen uit het oude programma overneemt, dan zou u toch ook niet zeggen: laat ze rustig doen, we praten met hen als onder politici.’’
De vrijheid van meningsuiting komt volgens de Minister van Binnenlandse Zaken door een verbod niet in gevaar. ,,Het gaat hier om een partij die het systeem wil afschaffen en een potentieel uitmaakt dat zich overeenkomstig uitwerkt op het gedrag in de samenleving. De staat moet niet omwille van de vrijheid van meningsuiting toekijken hoe bepaalde krachten een politieke plaats toegewezen krijgen die een gevaar betekenen voor de vrijheidslievende democratische basisorde. Er mag geen tolerantie zijn tegenover intolerantie en geweld.’’

Integratie

De NDP is niet nieuw. Zij had al parlementair succes in de jaren zestig. Volgens Schily verplaatste de partij wel haar activiteiten naar de straat, met een toename van gewelddadig gedrag. Hij gaat er van uit dat het Grondwettelijk Hof zal ingaan op het verzoek tot verbod van de NPD. Toch wil hij ook niet de kracht onderschatten van het Bondgenootschap voor Democratie en Verdraagzaamheid dat onlangs werd opgericht. ,,Daar gaan impulsen van uit’’, aldus Schily, ,,voor veel initiatieven die willen tonen en kunnen tonen dat Duitsland een land is dat vriendelijk is voor buitenlanders en ook trots kan zijn op wat tot nu werd verwezenlijkt op het vlak van de integratie.’’
,,Ik wil de uitwassen van buitenlandervijandigheid niet bagatelliseren’’, geeft Schily toe. ,,Het gaat me er om dat de samenleving zich daartegen probeert onschendbaar te maken. De integratiepolitiek is een middel om de maatschappij te wapenen tegen rechts-radicale dwalingen. Het spreekt vanzelf dat immigranten de grondwet en rechtsorde van hier erkennen. Maar integratie moet ook van twee kanten komen. Van de samenleving die mensen opneemt en van hen die opgenomen worden. Overigens zouden wij gelukkig moeten zijn dat mensen met een andere culturele achtergrond naar ons komen en iets bijdragen tot de samenleving. Daar hebben wij in Midden-Europa altijd van geprofiteerd.’’

Wel gelooft Schily dat Duitsland een systeem nodig heeft dat flexibel is, aanpasbaar, doorzichtig en gericht op de praktische vereisten. De Duitse wet op buitenlanders en haar bijkomende normen zijn volgens hem ondoorzichtig en voor een deel bureaucratisch. ,,Toch moeten wij beseffen dat er een limiet staat op wat Duitsland aankan’’, concludeert hij. ,,Al heb ik, in tegenstelling tot wat wordt beweerd, nooit van een volle boot gesproken. Wie bescherming en hulp nodig heeft, moeten wij vanzelfsprekend binnen onze mogelijkheden hulp en bescherming bieden. Voorts moet men de vraag, hoeveel migranten wij toelaten, altijd verbinden met de vraag of wij die mensen kunnen integreren. Doen wij dat niet, dan kan de tolerantiegrens inderdaad worden overschreden.’’

Samenleving & Politiek, Jaargang 7, 2000, nr. 9 (november), pagina 46 tot 47