Abonneer Log in

Den opmars der andersglobalisten en de komst ener echten antiglobalist

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 4 (april), pagina 39 tot 45

Duurzame ontwikkeling werd uitgekleed het voorbije jaar. De enige supermacht die de wereld rijk is, lijkt meer te zien in een nieuwe bewapeningswedloop en dat staat haaks op duurzame ontwikkeling. De andersglobalisten zijn dus nog ver van huis. En toch: dreigen door het rauwe optreden van de VS niet alle Europeanen op een of ander manier andersglobalist te worden?

Anderhalf jaar geleden, zo naar het einde van het jaar 2000 toe, begon de wereld goed lucht te krijgen van de beweging van de antiglobalisten, of wat daar toen voor door ging. De beweging manifesteerde zich op dat moment al een jaar lang op het wereldtoneel en je kon er nog moeilijk naast kijken. De grote doorbraak was er gekomen op de ministeriële bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle. Daar gebeurden twee nieuwe dingen. Een. bewegingen en organisaties die tot dan toe in verspreide slagorde optrokken - vakbonden, de Noord-Zuidbeweging, de milieubewegingen, boerenorganisaties, …. - voerden voor het eerst zo massaal samen actie. Twee. Waar velen al jarenlang in relatieve stilte werkten aan een inhoudelijke kritiek op het neoliberale bestel werd in Seattle een nieuwe techniek toegepast: actieve geweldloosheid op plaatsen waar de media massaal aanwezig zijn, de grote bijeenkomsten van de (neoliberale) beheerders van deze wereld. In het millenniumjaar na Seattle werd die techniek telkens opnieuw gehanteerd: er werd gemanifesteerd op de bijeenkomsten van Internationaal Muntfonds en Wereldbank (Washington en Praag), het Wereldeconomisch Forum (Davos, zeg maar). Eind 2000 werd tenslotte ook de Europese Unie (EU) op de top van Nice voor het eerst echt aangepakt als ‘neoliberaal’ target. Die techniek bleek in een samenleving waar de waarneming, het imago, de beeldvorming, steeds belangrijker worden, succesvol om aandacht te trekken en zo ook wat druk te zetten op de betrokken organisaties. Dat heeft ook te maken met de manier waarop de media functioneren. Voor de kritische analyses die de Noord-Zuidbeweging of de milieubeweging al jarenlang uitten, betoonden ze maar matige interesse. De geweldloze acties voor de poorten van de wereldleiders - die soms leidden tot echt geweld - leverden echter sappige beelden op. Stuff waarmee je een journaal kan openen.

Forza 2001

In 2001 ging het crescendo. Zeker in Europa en België gaf de beweging nog krachtiger signalen. Bovendien was er echt geweld om in beeld te brengen. In juni waren er de rellen en massale manifestaties op de Eurotop van Göteborg. En in juli viel de eerste dode tijdens de enorme betogingen rond de jaarlijkse G7-top in de oude havenstad Genua. Dat de Italiaanse premier Silvio Berlusconi Genua voor de gelegenheid had omgetoverd tot een militaire vesting, speelde daarin ongetwijfeld een niet onbelangrijke rol. Misschien is de Genuese dode wel niet zo verbazend: Italië is een land dat op het randje van de democratie balanceert. De terugkeer van de politieke moorden zal die situatie alleen verscherpen.
Daarmee kondigde het Belgische voorzitterschap van de EU zich meteen als spannend aan: België zou in de tweede jaarhelft de hele beweging op bezoek krijgen en de vraag was of het hier ook tot geweld, dood en vernieling zou komen. De antiglobalisten werden hét onderwerp van gesprek. In de augustusmaand primeerde daarbij vooral de geweldkwestie: middenstanders keken met een bang hart uit naar de betogingen. Dat bleef zo tot de terreuraanslagen van 11 september al het andere nieuws een tijdlang in de schaduw zouden stellen. Toch wist de beweging, zeker in België, opnieuw de aandacht naar zich toe te trekken. Meer zelfs, de interpretatie dat S11 het uiteindelijke bewijs was dat de beweging gelijk heeft, kreeg bijval. De terreuraanslagen zijn met andere woorden met niets te rechtvaardigen maar ze kunnen wel gedeeltelijk verklaard worden door de ondraaglijke ongelijkheid in deze wereld. Daar ligt de voedingsbodem, zo erkenden zelfs mainstream politici als Clinton. Op de door Verhofstadt georganiseerde bijeenkomst over globalisering - Gent, oktober 2001 - pleitte Clinton voor meer solidariteit tussen Noord en Zuid. Spijtig dat onder zijn bewind de Amerikaanse ontwikkelingshulp halveerde tot 0,1 pct. van het nationaal inkomen. Toch is er ook een andere kant aan dit verhaal: de regering Bush maakte immers van haar war on terror gebruik om de nieuwe bewapeningswedloop te versnellen, haar militaire aanwezigheid in de wereld te verstevigen en intern de individuele vrijheden te fnuiken. Ook in andere Westerse landen zag je gelijkaardige stappen. Wat daar ook van zij, tijdens het Europese voorzitterschap werd duidelijk dat de beweging ook in België in staat is massale demonstraties op poten te zetten, en dus ‘de techniek’ toe te passen. Na de traumatiserende ervaringen van Genua maakte de beweging er ook werk van om geweld zoveel mogelijk te voorkomen. Dat lukte in België vrij goed: Brugge, Luik, Gent en zelfs Brussel verliepen zonder noemenswaardig geweld. Het feit dat de Belgische ordediensten zich anders opstelden dan de Italiaanse droeg daar ongetwijfeld ook toe bij. Toch blijft de geweldkwestie als een zwaard van Damocles hangen boven de beweging: ze kan haar op elk moment splijten of in een negatief daglicht stellen.

Even markant is dat het discours van de bewindvoerders over de beweging in de loop van 2001 sterk wijzigde. Wellicht was dit nergens zo opvallend als in België: de standpunten van premier Guy Verhofstadt spreken daarover boekdelen. Na Genua noemde hij de manifestanten voor een andere wereld nog politieke hooligans. Begin september vond hij al dat ze de juiste vragen stelden - maar weliswaar de verkeerde antwoorden gaven - en eind oktober organiseerde hij zelfs een internationale conferentie over de themata van de beweging. Begin 2001 kieperde 11.11.11 nog uit pure frustratie de 20.000 handtekeningen voor een Tobintaks op het trottoir voor Verhofstadts kabinet omdat hij hen niet wilde ontvangen, begin 2002 werd een ngo-vertegenwoordiging bij Verhofstadt, Michel en Reynders geroepen om te overleggen in de aanloop naar de ontwikkelingstop van Monterrey.
Op het Vlaams Blok na, hebben zowat alle politieke partijen in Vlaanderen - en dat worden er steeds meer - gezegd dat ze sympathiseren met de beweging en/of haar ondersteunen. Bovendien wordt het discours van de beweging overal overgenomen. Tegenwoordig struikel je in België haast over de politici die pleiten voor meer regels in de wereldeconomie - en voor meer politiek in het algemeen. Is daarmee een eind gekomen aan het tijdperk dat deregulering, privatisering en liberalisering als wondermiddelen werden gezien? Anders gezegd: keert de slinger terug? Dat valt nog te bezien want op het terrein waren de signalen het voorbije jaar eerder uiteenlopend. Op veel gebieden kon de andersglobalistische beweging niet anders dan ontevreden zijn over 2001.

Ze points, Genaro…1

Het minst reden tot juichen heeft wellicht de vredesbeweging. De budgetten voor defensie waren sowieso al wat aan het stijgen maar sinds 11 september kan het ook opnieuw luidop worden gezegd. De NAVO-landen zullen opnieuw meer geld besteden aan wapentuig. Bush trekt het defensiebudget van de VS op met liefst 48 miljard dollar, bijna evenveel als wat alle landen samen aan ontwikkelingshulp besteden. Zeer tot vreugde van al wie belangen heeft in de wapenindustrie - waaronder enkele Amerikaanse toppolitici, wat de kwestie haast iets maffieus geeft. Het idee van veel vredesmilitanten dat veiligheid voortvloeit uit duurzame ontwikkeling en niet uit de loop van een geweer kan komen, werd enkel nog lippendienst bewezen. Stappen voor de beheersing van de wapenhandel worden amper gezet: of het nu om lichte of biologische wapens ging, de Verenigde Staten (VS) weerstonden elke internationale regulering. De EU van haar kant zette verdere stappen in de uitbouw van haar interventieleger. Door het kernwapen opnieuw als een aanvaardbaar wapen voor te stellen, dreigen de VS tenslotte een nieuwe kernwapenwedloop op gang te brengen. Je kan in deze Dirk Van der Maelen alleen maar gelijk geven en toejuichen dat hij wil dat de sp.a afstand neemt van deze gekte.

Het Belgische voorzitterschap van de EU leverde een gemengd beeld op. Stappen naar een meer sociale fiscaliteit - zoals een Europese roerende voorheffing op intresten of het aanpakken van belastingparadijzen - werden niet gezet. Over het sociale waren de vakbonden nogal tevreden: er werden armoede-indicatoren vastgelegd die moeten toelaten om voortaan de vooruitgang die de lidstaten maken in de bestrijding van de armoede, te meten. Maar de huidige EU-voorzitter, Spanje, heeft die benchmarkingdynamiek al meteen op een laag pitje gezet. De vakbonden verheugen zich eveneens over het feit dat ze een stem krijgen in de Conventie die moet nadenken over de politieke toekomst van de EU. Eén van de opdrachten van die Conventie is het democratisch gehalte van de Europese constructie te versterken en dat is precies één van de eisen van de Europese tegenbeweging. In het dossier van de vluchtelingen en asielzoekers, was het Belgische voorzitterschap een ontgoocheling. Er gebeurde zo goed als niets. Het Belgische gejuich dat het aantal asielzoekers hier te lande gehalveerd werd in 2001, is het gejuich van de struisvogel: als ik het probleem niet of minder zie, is het probleem weg. De ministeriële bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie in Doha leverde voor elk wat wils op, en kan dus niet als een ontwikkelingsronde worden beschouwd. Dat de slotverklaring tot vervelens toe stelde dat de belangen van de ontwikkelingslanden voortaan meer voorop moeten staan, verandert daar weinig aan. In de concrete beslissingen, moesten de ontwikkelingslanden nogal wat dingen slikken die ze vooraf hadden verworpen. Om te beginnen blijft de stelling dat vrijhandel goed is voor iedereen, de hoeksteen van het hele bestel. Waar de ontwikkelingslanden een evaluatie van de vorige ronde vroegen vooraleer tot een nieuwe ronde van onderhandelingen over te gaan, werd er toch weer een nieuwe ronde op de rails gezet. De handel in diensten en landbouw wordt verder vrijgemaakt en er worden ook nieuwe wereldwijde onderhandelingen over investeringen, competitieregels, regels voor openbare aanbestedingen in het vooruitzicht gesteld. Iets wat de ontwikkelingslanden tot de voorlaatste dag van de onderhandelingen categoriek hadden verworpen. Achteraf is gebleken dat de EU en de VS grote druk hebben uitgeoefend op de ontwikkelingslanden. De ontwikkelingslanden zouden een wereldwijde economische crisis in de hand werken indien ze, na de gebeurtenissen van 11 september, een nieuwe ronde beletten. Er werd gedreigd met het opheffen van de ontwikkelingshulp. Er waren ook toegevingen, zoals de politieke verklaring dat intellectuele eigendomsrechten ondergeschikt zijn aan de volksgezondheid als een regering vindt dat er sprake is van een noodsituatie. Op milieuvlak was het meest opvallende feit van 2001 dat er uiteindelijk een fel verzwakt Kyotoprotocol tot stand kwam maar dan zonder de VS, die per hoofd van de bevolking verreweg het meest broeikasgassen in de lucht stoten. Daarmee gaf de machtigste en de rijkste natie het slechte voorbeeld. Met zijn verzet tegen Kyoto zette de pas verkozen president George W. Bush overigens meteen de toon: de belangen van big business - en dan vooral de energie-industrieën - voor alles. Tenslotte was er, dit jaar al, Monterrey, de conferentie over financiering van ontwikkeling, met een slottekst die een heuse kaakslag voor de andersglobalisten was. Die tekst bevatte niks nieuws. Opnieuw speelden de VS de zwarte piet. Al moet gezegd dat ook de EU met niet zoveel over de brug kwam. Onze Verhofstadt leek wel de progressieveling van het gezelschap met zijn vraag om meer geld voor ontwikkeling, en meer schuldkwijtschelding. Is de ouwe Thatcherboy echt begraven?

De echte antiglobalist

Als we op het terrein kijken, krijgen we dus een verdeeld beeld en lijkt het erop dat in veel gevallen, de grondtoon niet echt veranderd is. De WHO blijft stellen dat vrijhandel goed is voor iedereen, en dat de kloof zal dichten. De magere resultaten van Monterrey spraken daarover boekdelen. De EU blijft aansturen op privatisering van bv. het openbaar vervoer, ook al blijkt in Groot-Brittannië en Nederland dat zulks niet leidt tot betere dienstverlening. Het overheidsbedrijf NMBS is een van de meest performante treinmaatschappijen van Europa. Toch rijdt de trein van de liberaliseringen en privatiseringen verder. Ook inzake belastingen zetten de neoliberale trends zich gewoon door: de hogere inkomens krijgen grotere voordelen dan de lagere inkomens. Zowel in de VS als in België (waar niet de socialistische centen maar de liberale procenten het haalden). Maar vooral duurzame ontwikkeling bleek in 2001 een holle slogan. De rijkste staat ter wereld zoekt de oplossing van de internationale en eigen interne economische problemen vooral in een nieuwe bewapeningswedloop. In de aanloop naar Monterrey zegde Bush 5 miljard dollar toe voor ontwikkelingshulp maar in de nasleep van S11 trok hij het defensiebudget met 48 miljard dollar op. Het geeft de verhoudingen weer. Blijkbaar denken de VS dat een wereldleiderschap vooral op dwang en afschrikking kan gebaseerd worden eerder dan op het tot stand brengen van een wereldregime dat elk land kansen geeft. Daarmee zijn de Verenigde Staten onder het leiderschap van George W. Bush zowat de antipode van de andersglobalisten geworden.

Ten eerste ontpoppen de VS zich als de echte antiglobalist. Waar de tegenbeweging wil dat er meer regels en afspraken komen op allerlei gebieden (sociaal,ecologisch, fiscaal…) willen de VS juist beslissingen nemen zonder beperkt te worden door internationale afspraken. Geen Kyotoprotocol dat hen normen inzake broeikasgassen zou opleggen. Ze verwerpen afspraken over productie en verkoop van lichte wapens, ze bliezen eenzijdig het ABM-akkoord op, ze verwerpen een Internationaal Strafhof dat het respect voor een aantal fundamentele rechtsregels wereldwijd zou kunnen opleggen en dreigen ermee Amerikaanse burgers desnoods met militair geweld te zullen bevrijden uit de handen van zo’n hof… De VS willen geen nieuwe internationale rechtsregels én leggen bestaande regels naast zich neer. Ze zijn voor een wereld waar de macht het haalt op de rechtstaat. Ze probeerden ook de pogingen van de OESO te ondermijnen om schadelijke taksencompetitie te bestrijden, tot 11 september hen confronteerde met het feit dat enige financiële transparantie in die belastingparadijzen misschien toch wel zijn nut heeft… Ten tweede, en dat staat niet los van het vorige, verdedigen ze op een arrogante manier de voordelen die ze al hebben, en laten zich te weinig gelegen aan de problemen buiten de VS. Blijkbaar vinden ze hun buitenproportionele beslag op ‘s werelds fossiele brandstoffen normaal en zijn ze niet bereid daar veel aan te veranderen. In feite hoor je hen op een steeds brutaler manier zeggen dat ‘die olie’ van hen is, niemand mag tussen hen en die (hun) olie gaan staan. Anderzijds geven ze van alle rijke landen procentueel het minst ontwikkelingshulp: in plaats van de internationaal afgesproken 0.7 pct. beperken zij zich tot 0.1 pct. van hun inkomen, en daarvan gaat dan nog het grootste deel naar Israël, Egypte en Colombia. Op een vaak doorzichtige manier verdedigt de regering Bush de belangen van big business.

Op een aantal punten staat de EU effectief dichter bij de tegenbeweging: Kyoto, het internationaal Strafhof, meer ontwikkelingssamenwerking, een Tobintaks, de Joods-Palestijnse kwestie. Op een aantal andere gebieden is er dan weer relatief weinig verschil: in de Wereldhandelsorganisatie, in het IMF en de Wereldbank onderscheidt de EU zich niet omdat ze niet als eenheid optreedt, of omdat ze gewoon de VS volgt… Pijnlijk hoe de EU niet in staat was krachtig afstand te nemen van de Amerikaanse bedreiging van Irak of hun herfatsoenering van kernwapens. Historisch hebben de Europeanen altijd meer opgehad met een gemengde economie waarin de overheid een grotere herverdelende, regelende en sturende rol speelt. Zelfs in de opbouw van de EU is dat overduidelijk. Het probleem is alleen dat de EU op internationaal gebied niet opkomt voor een eigen model tegenover de VS. Dat is spijtig want in het Zuiden en bij de andersglobalisten hoor je geregeld de hoop uitspreken dat de EU zich zou opwerpen als een economisch, politiek en ideologisch tegenwicht voor de VS. De EU is wellicht het best geplaatst om haar oude bondgenoot, de VS, waarmee ze zoveel culturele en historische banden heeft, te wijzen op de noodzaak van multilaterale besluitvorming in de wereld, of op een wereldbeleid dat meer op gelijkheid gericht is. Sommige Amerikanen, zoals de vorige president Clinton, leken die les uit 11 september te trekken. We hebben niet de indruk dat zijn opvolger in die richting denkt. Het is niet zeker dat de EU die rol kan en zal opnemen. Ook hier zijn allerlei krachten aan het werk. De Europese tegenbeweging maakt zich op om die strijd om het ‘hart’ van Europa aan te gaan. Dat is niet alleen een vaag ideologisch debat maar iets dat zich in allerlei concrete dossiers kan vertalen. Nu de inefficiëntie van privatisering van het treinvervoer duidelijk wordt, kan er alsnog worden gestreden voor het behoud van de trein als openbare dienst. De uitbreiding van de Europese Unie is een gigantische uitdaging op sociaal gebied: de beweging moet ernaar streven om de kosten van de uitbreiding vooral niet door de zwaksten te laten dragen, en de sociale bescherming in heel Europa op peil te brengen en/of te houden. Wordt de EU een vrijhandelszone of een verzorgingsstaat waar plaats is voor herverdeling? In haar externe beleid moet de EU een actor zijn die effectief blijk geeft van globale zorgzaamheid. Die eindelijk beseft dat meer welzijn in de andere continenten uiteindelijk zelfs vanuit het oogpunt van de eigen veiligheid - terrorisme, ziektes, oncontroleerbare migraties… - de beste aanpak is.

Besluiten

Een. Na opnieuw een jaar van succesvol ageren op grote toppen, zal de tegenbeweging in de toekomst echt glocaal moeten gaan werken. Aanwezig blijven op het globale forum van topbijeenkomsten maar tezelfdertijd in regio’s, landen, gewesten en gemeenten opkomen voor concrete doelstellingen. Dat is natuurlijk al het geval maar de band tussen de twee kan zeker nog veel sterker. Een voorbeeld: wie strijdt tegen privatisering van de NMBS of van het onderwijs in zijn land, worstelt feitelijk met de Wereldhandelsorganisatie, en voert een strijd die ook in andere continenten wordt gevoerd. Voor de Europese andersglobalisten is de opdracht dankzij het brutale Bushoptreden eenvoudiger geworden: ze moeten van de EU een tegenwicht maken voor de VS, socialer, ecologischer, … Ik heb het gevoel dat grote delen van de Europese bevolking daar ook achter staan. De Conventie moet tot een resultaat komen dat op dit gebied bevredigend is. De Amerikaanse andersglobalisten hebben bijzonder veel werk in hun huis.

Twee. Al bij al lijkt het erop dat de tegenbeweging een ideologische opening heeft gemaakt: er zijn barsten in het eenheidsdenken ontstaan. Maar er is niets gewonnen. De keizer van de wereld is aarstconservatief en op het terrein is er nog altijd bijzonder weinig tegenwicht. Bovendien heeft de tegenbeweging nog altijd niet echt een tegenmodel, al wordt er aan gewerkt. Porto Alegre leerde dat er veel goeie wil is maar dat men nog met elkaar moet afspreken hoe men tot beslissingen kan komen. Vooralsnog blijft de beweging een vrij disparaat geheel.

Drie. De Amerikaanse arrogantie maakt van de VS onvermijdelijk een probleemland voor de andersglobalisten. Vormen van democratie, herverdeling en ecologisch beleid op globaal niveau worden haast onmogelijk als de leidende natie van deze wereld zich opwerpt als een cowboy die eenzijdig kiest voor militarisme in plaats van duurzame ontwikkeling. Hoe daarmee om te gaan? In de gegeven omstandigheden lijkt het contraproductief de Amerikanen te jennen door hen als vijand te bejegenen. De Europese andersglobalisten en politici moeten er alles aan doen om de VS waarmee we toch veel culturele en historische banden hebben, op andere gedachten te brengen. In nood kent men zijn vrienden. Dat is niet eens een radicale gedachte, zo blijkt, want ze werd vorig jaar verdedigd door de Britse conservatief Chris Patten. ‘Als de Amerikaanse regering Kyoto niet wil ondertekenen, moeten we ervoor zorgen dat de Amerikaanse bevolking haar regering onder druk zet,‘ liet Patten, Europees Commissaris Buitenlandse Betrekkingen zich vorig jaar nog ontvallen. Daarmee suggereerde Patten terecht dat er misschien wel iets schort aan de Amerikaanse democratie die al te zeer is uitgehold door het geld van de bedrijfswereld: het is ‘Agusta in het duizendvoud’.

Er moet goed nagedacht worden over de manieren waarop deze kwestie wordt aangepakt. Nu al lijkt een heropflakkering van de vredesbeweging, in de eerste plaats gericht tegen het Amerikaanse militarisme, onvermijdelijk. Maar het probleem ligt eigenlijk breder: het gaat om een elementaire vorm van globale democratie. De VS zijn de enige supermacht van de wereld. Daardoor treffen sommige van hun beslissingen elke mens. Als die staat dan cavalier seul speelt, niet langer overlegt en eenzijdig zijn belangen doordrukt, is dat een democratisch probleem. En een veiligheidsprobleem: een arrogante aanval op Irak kan het terrorisme alleen maar meer voedingsbodems geven. Dat moet ook en vooral aan de Amerikaanse burgers duidelijk gemaakt worden. Op alle mogelijke manieren. Desnoods met originele acties zoals massale e-mailoffensieven van burger tot burger. Kwestie van beweging en discussie te krijgen. Als de Europese leiders de oude vrienden van over de plas de waarheid niet durven zeggen, moeten de burgers het wel doen. Iemand moet de verblinding van de macht doorbreken: 270 miljoen mensen kunnen op lange termijn een planeet met 6 miljard inwoners niet naar hun hand zetten, ook al beschikken ze over veel wapentuig. Alleen een wereldregime dat alle landen kansen geeft, heeft echt toekomst.

Noten
1. Citaat uit het aloude ‘Spel zonder Grenzen’, een Europees stedenspel uit de jaren zestig en zeventig, waarbij na elke speelmanche de punten werd gegeven aan de scheidsrechter Genaro.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 4 (april), pagina 39 tot 45