Abonneer Log in

Cuba vandaag, een sociaaldemocratische visie

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 34 tot 42

|

Cuba verandert. De oppositie versterkt zich, en ze danst niet meer naar de pijpen van de meest radicale bannelingen in Miami. Ze is democratischer en geweldlozer dan ooit - ook de regering gebruikt minder geweld dan in de duistere jaren zestig en zeventig. Nochtans deelt het regime geen cadeautjes uit: de nieuwe krachtsverhoudingen staan haar niet meer toe even hard uit te halen als vroeger. De economie, weet u wel…
Binnen de oppositie loopt de discussie vooral over de manier waarop de democratie tot stand moet komen, bruusk of geleidelijk, met of zonder dialoog, met of zonder handhaving van enkele geërodeerde verworvenheden van het regime, met of zonder illusies in de politiek van de VS. Sommigen juichen bepaalde neoliberale maatregelen van het Castro-regime toe als de voorbode van de nieuwe markteconomie, anderen willen een sterk gecorrigeerde markt. Maar niemand droomt van een terugkeer naar de jaren vijftig pur sang.
Ook aan de andere kant van de straat van Florida evolueren de geesten. De Amerikaanse zakenwereld wil af van het embargo, waarin steeds meer gaten komen. Terwijl men in Miami in het verleden vaak geen oren had naar de interne oppositie wegens te gematigd of voorzichtig, groeit het besef dat die interne oppositie het binnenkort zal moeten doen, en dat de partijen die zich nu kristalliseren op het eiland zelf, ooit de slag om de publieke opinie zullen voeren met het oog op vrije verkiezingen. Ook in het Spanje van Aznar beseft men dat de strijd binnenkort op de electorale markt zal gevoerd worden. Dat groeiend realisme heeft ook een keerzijde. Vanuit de VS en vanuit bepaalde centrum- en centrumrechtse kringen in Europa wordt steeds drukker gelobbyd ten voordele van sommige elementen binnen de democratische oppositie. Indien de socialistische beweging democratisch links in Cuba aan zijn lot overlaat, zal men in feite het gevaar vergroten dat men zegt te willen bezweren: dat van een neoliberale overname in het nakende post-Castro tijdperk. Dit hoeft nochtans geen fataliteit te zijn. Het sterke dynamisme dat de democratische socialisten in Cuba aan de dag leggen, en hun groeiende invloed, bewijzen dat ‘democratisch links mogelijk is, ook in Cuba’, zoals Manuel Cuesta zijn bijdrage besluit.
In het vorige nummer1 van Samenleving en politiek beschreef Manuel Cuesta Morúa de situatie in zijn land. In deze bijdrage heeft hij het over de politieke prioriteiten van de Corriente Socialista voor een democratisering van het land, zonder afbreuk te doen aan de sociale verwezenlijkingen van de voorbije periode.

Dirk Van den Broeck

|

De sociaaldemocratische voorstellen van de Cubaanse Socialistische Democratische Stroming (CSDC) strekken zich uit over verschillende vlakken die met elkaar verbonden zijn vanuit een evidente bijzonderheid: Cuba is een land in overgang binnen een geblokkeerd politiek regime. Anders dan in de democratische samenlevingen veranderen de dingen hier niet als gevolg van een uitwisseling tussen alternatieven binnen een institutioneel spel, maar als resultaat van het laisser faire van de overheid t.a.v. een realiteit die de mogelijkheden van de staatsstructuren en de politieke wil van regering en communistische partij te boven gaan. De dollarisering van de economie in 1993 b.v. was het gevolg van het politieke overlevingsinstinct van de regering en niet van het besef dat structurele hervormingen nodig waren om het land aan de nieuwe realiteit na 1989 aan te passen. De Cubanen werden in 1993 verrast door de politieke beslissing dat de dollar vanaf dan als tweede officiële munt van het land zou gaan circuleren. Veel eerder al was de dollar de zwarte munt van Cuba. Het ging dus om een economische realiteit. Het erkennen van deze realiteit had een sociaal debat kunnen teweeg brengen waarin de regering het pluralisme van de ideeën aanvaardde. Een discussie had ook aanleiding kunnen geven tot de verwerping van de dollarisering door verschillende sectoren. Dat is trouwens wat de CSDC zou hebben gedaan. Maar dat hadden twee politieke precedenten kunnen vormen die de Cubaanse regering onmogelijk kon en kan aanvaarden.
Maar waarom dit voorbeeld? Omdat de oude politieke praktijk volgens dewelke regeringen hun opposanten monddood maken door hun agenda over te nemen, in Cuba als volgt kan worden vertaald. De Cubaanse regering probeert het bestaan van een oppositie te vermijden door het openbare verkeer van ideeën te verhinderen. Dit brengt ons bij een nieuwe dimensie van de repressie in de samenleving. Het gaat niet enkel om rechtstreekse repressie tegen diegenen die hun denkbeelden kenbaar willen maken (en dat ook doen). Het gaat bovendien om iets heel subtiels: een indirecte repressie door de onmogelijkheid een institutionele discussie te voeren over de publieke bezorgdheden. Dit wil zeggen dat voor de regering en voor de communistische partij de sociale bezorgdheden nooit bestaan en geen bestaansrecht hebben in de samenleving; ze bestaan enkel, en hebben enkel bestaansrecht binnen de Staat. Met het vorige probeer ik een beter inzicht te geven in wat ik de staat van politieke schizofrenie van het huidige Cuba zou noemen.
In ons land doen zich ingrijpende veranderingen voor in vier van de vijf basisdimensies van de maatschappij. In de economische, sociale, ideologische en culturele dimensie kan Cuba in 2002 de vergelijking met iedere andere Latijns-Amerikaanse samenleving - uiteraard met de logische gradatieverschillen - gemakkelijk doorstaan. Maar op politiek vlak is Cuba blijven stilstaan in 1960. De spanning tussen de vier veranderende dimensies enerzijds, en de politieke dimensie anderzijds, brengt diepe onevenwichtigheden teweeg en vertekent het beeld dat men van Cuba krijgt. Voor een buitenlandse waarnemer die ons van buitenaf bekijkt en die royaal omspringt met de utopieën van de Derde Wereld, kan en moet het eiland zijn wat het officiële discours en de propaganda beweren. Voor eender welke persoon die een minimale tijd in het land doorbrengt, is Cuba een normaal land met de moeilijkheden, de problemen, de deugden en de natuurlijke verschillen tussen samenlevingen, maar een land dat zichzelf niet aanvaardt. Vandaar de schizofrenie. Daarom is ieder oppositie-alternatief onmogelijk zonder de legitimering van het feit dat de samenleving en haar diverse sectoren bezorgdheden en visies kunnen hebben die verschillen van die van de Staat. En de mogelijkheid moet bestaan om die bezorgdheden en visies, ook via juridische en institutionele middelen, openlijk te uiten - voor ons is het uitgesloten openlijk propaganda te voeren van welke aard ook. Indien aan dit element niet voldaan is, verliest de agenda van een politieke oppositiepartij haar leefbaarheid.

Welke zijn onze politieke prioriteiten als sociaaldemocraten?

Indien men rekening houdt met het voorgaande is het makkelijk te begrijpen welke de politieke prioriteiten van de CSDC zijn. Voor ons komt het erop aan een project uit te werken voor een democratische opening van de Staat, als weerspiegeling van de democratiseringsimpuls van de samenleving. Dit project begint met de legitimering als voorafgaande fase. Dit houdt in dat een meerpartijensysteem en een politiek pluralisme van onder- en van bovenuit erkend worden. Dat komt neer op de maatsschappelijke normalisering van de politieke verscheidenheid. Dat wil zeggen dat de overheid de oppositie tolereert en dat de repressie waaraan we worden onderworpen ook ophoudt. Onze leden en sympathisanten moeten kunnen functioneren zonder dat ze moeten vrezen aan de deur te worden gezet op hun werk, zoals met sommigen van ons gebeurd is omdat ze voor hun politieke identiteit uitkwamen.
Het politieke werk van de CSDC gaat daarom twee richtingen uit: versterking van de organisatie en versterking van de inplanting in de samenleving. Concrete voorbeelden van het feit dat we een beduidende sociale erkenning binnen de Cubaanse bevolking krijgen, zien we in de brede beweging van mensen die zich met onze voorstellen identificeren in de voornaamste steden van Cuba en in het bereik van het bulletin van de CSDC, Nueva Izquierda (‘Nieuw Links’) dat door een groeiend aantal Cubanen gelezen wordt. Er is ook de toenadering van jongelui tot de Movimiento Juvenil Socialista Democrático (Democratische Socialistische Jeugdbeweging), vooral in het oosten van het land en de contacten en relaties met groepen van intellectuelen nemen gestadig toe.
De tweede prioriteit is het bepalen van onze identiteit. Dit impliceert de ideologische en politieke definiëring van de CSDC, waaraan we van bij het ontstaan van de organisatie gewerkt hebben. Dit is dubbel belangrijk. In Cuba is het puur politiek-ideologische debat - iets dat meestal moeilijk te vatten is - een deel van eender welk concreet voorstel voor verandering. De fiscaliteit, de werkloosheid, de woningproblematiek, de migraties, of welk ander thema ook, die in democratische naties normale onderwerpen van discussie zijn, zijn voor ons geen onmiddellijk prioritaire thema’s. Vooraleer over die dingen te kunnen meepraten, willen we via onze werking streven naar erkenning als politieke gesprekspartner. Daarom hebben we ons geconcentreerd op de definiëring van een duidelijk politiek en ideologisch programma, dat ons tot een alternatieve referentie maakt. We leven in een land waar men zich de idee van alternatieve ideologieën niet kan inbeelden. Daarom is voor ons de vraag wíe de voorstellen formuleert zo belangrijk. De socialistische idee in Cuba is lange tijd het monopolie geweest van de communistische partij. De sociaaldemocratische weg naar het democratisch socialisme werd bij ons voortdurend geblokkeerd - dat is nu niet meer het geval - door de communistische weg naar het socialisme.
Het is een vitale politieke prioriteit voor ons, nu en in de toekomst, om zeer scherp aan te duiden wát de socialistische idee betekent, en wát het inhoudt sociaaldemocraat te zijn. De CSDC heeft dit van bij haar ontstaan begrepen en ook duidelijk geformuleerd in het minimumprogramma voor politieke en economische veranderingen van 1992 en de Cuadernos del Socialismo Democrático (Schriften2 voor het Democratische Socialisme) vanaf 1997. Andere initiatieven waren de oprichting in 1998 van het Centro de Estudios del Socialismo Democrático ‘Diego Vicente Tejera’ (Studiecentrum voor het Democratisch Socialisme Diego Vicente Tejera) - een instelling voor sociaaldemocratische gedachten, die, via seminaries en via het tijdschrift Nueva frontera (Nieuwe Grens) onze ideeën verspreidt, de Cuadernos del 2002 (Schriften van 2002), waarover we zullen discussiëren op onze Eerste Nationale Conferentie in januari 2003 om ons programma nader te preciseren, en Nueva Izquierda (Nieuw Links), het informatieorgaan van de CSDC. Daarbij mag men niet vergeten dat we met tal van moeilijkheden te maken hebben. We hebben immers altijd te kampen met een gebrek aan faxtoestellen, computers, telefoonverbindingen en diverse kantoorbenodigdheden. Het is bijna onmogelijk om internetverbinding te krijgen en we beschikken niet over voldoende financiële middelen om de communicatie en het vervoer te garanderen die nodig zijn voor een partij met duidelijke perspectieven en positieve politieke ambities.
De dialoog is onze derde prioritaire doelstelling. Zonder een voorafgaande dialoog met de politieke overheden om de diverse belangen aan te kaarten, het nodige vertrouwensklimaat te creëren en een geleidelijke politieke inpassing te voorzien, zullen er geen gunstige voorwaarden zijn voor de democratisering van de Cubaanse samenleving en de politiek. In de CSDC leggen we de nadruk op het belang van deze institutionele dialoog om de bruggen te bouwen voor onze erkenning als legitieme gesprekspartners. Het recente voorstel van de Bezinningstafel van de Gematigde Oppositie (la Mesa de Reflexión de la Oposición Moderada - MROM), overlegorgaan waarin wij actief betrokken zijn - behelst een voorontwerp van Verklaring van de basisrechten en plichten van de Cubanen.3 Het wil een platform creëren van waarden die in de samenleving leven en die de overheid zou moeten aanvaarden. Het gaat om een fundamenteel initiatief, omdat het zorgt voor de noodzakelijke kristallisering van het debat over de mensenrechten. Het is bovendien een eerste uitoefening van de participatieve democratie, waarbij elke Cubaan over de mogelijkheid beschikt om zijn eigen waarden te definiëren. Er werden zo’n 160 Casas de Consulta de la Carta (Huizen voor de raadpleging van de charter) ingericht waar de burgers kunnen gaan discussiëren over de tekst van het voorontwerp. Er zijn ook honderden mensen actief om het voorontwerp bekend te maken en de mening van het publiek te registreren.
De erkenning, onze vierde prioriteit, zou het gevolg moeten zijn van onze drie eerste politieke prioriteiten. Om ons groeiend politiek bereik efficiënt te kunnen ontplooien hebben we een wettelijke en een buitenlandse erkenning nodig. En het spreekt vanzelf dat de buitenlandse erkenning, waaraan we met beduidend succes gewerkt hebben4, onze mogelijkheden tot legale erkenning door de overheid sterk verhoogt. Onze voortdurende toenadering tot partijen en organisaties van de Socialistische Internationale, vooral uit Europa en uit Latijns-Amerika en de Caraïben is daarin cruciaal. In deze laatste regio was de uitwisseling minder significant, omdat het gewicht van de Cubaanse mythe en de weerstand tegen de Noord-Amerikaanse appetijt er groter zijn. Maar we zijn er vooral in geslaagd steun te krijgen van enkele Europese partijen: de Partij van Democratisch Links (PDS) uit Italië, de Parti Socialiste Français, de Zweedse sociaaldemocratische partij en haar jeugdafdeling, en de Spaanse socialisten van de PSOE. We hopen ook te kunnen rekenen op de groeiende steun en solidariteit van de Vlaamse sociaaldemocraten. De participatie en de verwezenlijking van onze agenda vormen de vijfde en zesde prioriteit. Ze vereisen geen bijkomende uitleg op zich. Ze behoren tot de ambitie van elke politieke partij.

Welke sociaaldemocratische prioriteiten stellen wij als politici?

Het is niet eenvoudig om de hierboven geschetste prioriteiten te realiseren. De politieke voorwaarden evolueren niet vlug genoeg, en de logica van de macht verspert elke keer opnieuw de weg van de toegeeflijkheid bij de regering. Bij elke eis tot verandering antwoordt ze ontkennend of hult ze zich in stilzwijgen. De gunstige omstandigheden worden niet aangegrepen om grotere armslag te geven aan de samenleving, en de ongunstige omstandigheden worden gebruikt om paal en perk te stellen aan haar groeiende beweeglijkheid.
De antwoorden die de maatschappij hierop geeft zijn erg verscheiden. De maatschappelijke ruimte wordt niet benut om het individuele en familiale welzijn te verwezenlijken, de natie wordt verworpen als ruimte voor het samenleven, en politiek wordt beschouwd als het gemakkelijkste mechanisme om tot de bronnen van de macht te geraken: politieke, economische, mediatieke en culturele macht. In die omstandigheden is er vooral een neiging om de gebeurtenissen gewoon te ondergaan, en elk maatschappelijk engagement te schuwen. Vooral in een land waarin neoliberale beleidsmaatregelen ingang vinden en de ongelijkheden gerechtvaardigd worden als verdedigingsmiddelen van het ‘socialisme’ tegenover het neoliberalisme. Die houding effent ook de weg voor een restauratiepolitiek waarop sommige Cubanen in het buitenland zitten te wachten. Ze wijzen op de noodzaak van een tabula rasa met de huidige toestand en meteen dus ook met de positieve verworvenheden van de laatste 40 jaren.
Onze sociaaldemocratische agenda ziet een veelzijdige uitdaging in deze werkelijkheid. We hebben steeds de verwezenlijkingen verdedigd die op sociaal vlak bereikt werden, al kan natuurlijk worden gediscussieerd over de aard en de kwaliteit ervan. Er bestaat een ruime consensus in ons land over het feit dat ze aan hervorming toe zijn. Maar de ervaringen van andere veranderingsprocessen leren ons dat duizelingwekkende en totale omvormingen contraproductieve effecten nalaten voor de minst bevoordeelde sectoren. De Cubaanse revolutie is daar zelf een voorbeeld van, in die zin dat ze door haar radicale projectie het perspectief kwijt raakte van de positieve hervormingen en van een zekere staat van welzijn die reeds voor de revolutie heerste. Daarom ook is er een scherpe scheiding tussen ons project en elk idee van revolutie.5 Wij spreken niet over een revolutie tegen de huidige, noch over een revolutie voor de beste mogelijke democratie. Onze methode is die van de politieke dialoog en van de geleidelijke veranderingen.
Wij hebben het dus over een geleidelijke en onderhandelde overgang naar de democratie. Niet zomaar naar een formele democratie van partijen en periodieke verkiezingen, maar naar meer politieke participatie van de burger en democratisering van de samenleving. Wij streven naar een Staat die zich democratiseert door toegankelijk te worden voor de partijen, de burgers en de sociale bewegingen, terwijl hijzelf de samenleving bevrijdt door die toe te staan zelf beslissingen te nemen over haar eigen zaken. Deze dubbele democratisering impliceert geen zwakke Staat zoals bij de ultraliberalen. Integendeel, wij geloven in een sterke Staat die een sociale agenda voert. En niet in een Staat die scheidsrechter en nachtwaker speelt, zoals de ultraliberalen dat voorstellen. We willen dus een Staat die mechanismen aanreikt voor sociale en persoonlijke zelfrealisatie, eerder dan volle voorraadmagazijnen.
In Cuba is de samenleving terrein aan het winnen op de Staat. Men moet maar kijken naar de verschillende manieren waarop de samenleving zichzelf organiseert voor de herverdeling van rijkdom of armoede, kennis en informatie, cultuur en levensstijlen. Zo zijn er de groeiende inspanningen om onafhankelijke landbouwcooperatieven te vormen, waarbij de verhandeling van de producten gebeurt in de marge van de Staat, en de vele onafhankelijke bibliotheken voor de vrije uitwisseling van verboden informatie. In een posttotalitaire Staat worden de horizontale communicatie- en beslissingsnetwerken altijd versperd door de sociale inertie en de nabijheid van de repressieve organen. Maar een blik op de samenleving volstaat om te begrijpen dat een belangrijk deel van de basisbeslissingen los staan van de orders van de Staat. Een en ander draagt in Cuba een negatieve connotatie: het gaat vaak over zaken die in de marge van de wet en van de instellingen gebeuren. Toch verwijzen ze naar twee elementen die essentieel zijn voor de CSDC: de onafhankelijkheid en autonomie van het middenveld, en de autonomie van de individuen. Enkel vanuit deze autonomie kan de CSDC de sociale burger en de politieke burger terug een plaats geven. Dat zijn twee van onze objectieven, die ook verband houden met de mogelijkheid om autonome vakbonden op te richten, die van fundamenteel belang zijn voor de sociaaldemocraten.
In de politieke ruimte wil de CSDC de beslissingsmacht van de burger herstellen. Deze moet niet enkel kunnen bepalen wie regeert, maar ook hoe en op welke basis. Voor de CSDC is de liberale basis van de democratie een noodzaak. Maar deze basis alleen volstaat niet want de burger moet kunnen beslissen over cruciale zaken in de politieke vormgeving, nationaal en internationaal. Op economisch vlak heeft Cuba mensen nodig die in staat zijn eigen bedrijven op te richten en soepel kunnen inspelen op de vereisten van de nieuwe economie, op basis van productieve investeringen en risico’s, informatisering en managementscapaciteiten, niet-materiële dienstverlening en ecologie. Binnen welke structuren? Binnen een economie beheerst door KMO’s, en waarin diverse eigendomsvormen mogelijk zijn. De ideologische discussie over de rol van het privé- en staatseigendom is voor de CSDC irrelevant. De efficiëntie, de rentabiliteit en de productiviteit, dat zijn de concepten die tellen als het om het scheppen van rijkdom gaat. De Staat is de belangrijkste actor wanneer het over herverdeling gaat. De vraag die zich stelt is wat we in eerste plaats herverdelen om tot meer gelijkheid en billijkheid te komen: creatieve mogelijkheden of goederen om te consumeren?
De echte uitdaging voor globaliserende economieën ligt in het bepalen van een aangepast kader opdat alle processen een menselijk doel zouden hebben. En het kader dat wij voorstaan is uiteraard een sociaal kader. De sociale markteconomie is een politieke verworvenheid die vermijdt dat de markt de samenleving regeert. Dat is ook wat onze houding tegenover de globalisering bepaalt. Als de markt de samenleving niet mag regeren, dan moet de globalisering door de politiek gestuurd worden. Gestuurd, maar niet ondergeschikt gemaakt aan de politiek. En de mondialisering - een term die beter de lading dekt van de huidige processen - heeft voor- en nadelen. Voor de CSDC zijn de voordelen niet groot genoeg om ons in te beelden dat we in een droomwereld leven. Afrika en een groot deel van Latijns-Amerika zijn daar om dat tegen te spreken. Maar evenmin zijn de nadelen groot genoeg om te geloven dat we in de slechtste aller werelden leven. Door te streven naar globaal overleg, tussen mannen en vrouwen die hun rol opeisen in de geglobaliseerde samenleving, zullen we het marginaliserend effect van een ongecontroleerde globalisering op beduidende wijze verminderen.
Ook naar de cultuur gaat de aandacht van de CSDC. De idee dat de cultuur bepalend is voor de kwaliteit van het leven van een samenleving, behoort tot het erfgoed van democratisch links. Drie doelstellingen versterken de noodzaak om op dat vlak werkzaam te zijn: tolerantie, diversiteit en vrijheid. Ze maken de basis uit van een authentiek democratisch politiek proces. Van bij het begin heeft de CSDC de waarde en de rol van de minderheden verdedigd. De vrijheid binnen een maatschappij wordt gewoonlijk gemeten aan het respect voor de individuele autonomie. Maar een samenleving kan respectvol zijn t.a.v. de individuele vrijheid, en onverdraagzaam t.a.v. de minderheden. Dat is dan geen echte vrije samenleving. De opheffing van de spanning tussen wat een individu kan doen, en wat een minderheid kan kiezen en uitdrukken, is onontbeerlijk om de vrijheid op een samenhangende wijze te beleven. Het bestaan van minderheden brengt niet alleen sociale en culturele verrijking mee, maar bepaalt ook de positieve grenzen van de rechtstaat. Onze vereenzelviging met de minderheden beantwoordt op consequente wijze aan onze situatie van politieke minderheid. Het gaat hier trouwens over een van de elementen die aan de basis liggen van het democratisch socialisme: elke vorm van uitsluiting tegengaan door openlijk de rechten van de minderheden te verdedigen.
De CSDC streeft naar een verandering van de natuur van de macht. Voor ons komt het er nu niet op aan de macht uit te oefenen. Men moet kunnen regeren om concrete maatregelen te nemen. Maar vanuit de oppositie kan men wel de stimulansen geven voor een bepaalde politiek. De uitdaging bestaat erin de weg te ontdekken om een bepaalde politiek effectief ingang te doen vinden. Dat hangt vaak af van de thema’s die wij ter debat voorleggen. En we kunnen dan meteen beginnen met één van de specifieke dilemma’s van de politiek: hoe kan je de macht best uitoefenen? De CSDC moet een einde maken aan de notie dat de wreedheid een wezenlijk bestanddeel is van een efficiënte uitoefening van de macht. De vastberadenheid van de opvattingen en de versterking van de leiderschappen vereisen daarom nog geen onverdraagzaamheid en gebrek aan edelmoedigheid, die zo typisch lijken in de politiek. Een levendige discussie over dit thema zou een keerpunt kunnen zijn voor de manier waarop de overheid zich bij de burgers aandient, en zou tot een openbare consensus kunnen leiden over de democratie die we moeten en kunnen opbouwen.
De hechte band tussen de machtsuitoefening en de noodzaak van een nieuwe politieke stijl sluit aan bij onze democratische socialistische visie. De gematigdheid als politieke projectie en de zoektocht naar een consensus om de democratische wil op te bouwen, zijn de dringende premissen die we nodig hebben om de politiek haar waarde en waardigheid terug te geven. Dit duidt ook op het belang dat de CSDC hecht aan een politieke overlegplatform zoals dat van de Bezinningstafel van de Gematigde Oppositie. De arrogante ideologieën, de gesloten elites en de notie van een burger die enkel maar zijn stem uitbrengt sluiten de mogelijkheid uit van een vrij gekozen deelname en van de wederopbouw van het democratische politieke proces. Na de zware en erg frustrerende ervaringen van de 20ste eeuw zal het niet mogelijk zijn de sociale ontgoocheling in Cuba op te lossen door alleen maar de publieke ruimte open te stellen, zonder de vertrekpunten van de politiek te veranderen. Daartoe is de terugkeer van de ethiek noodzakelijk.
Een van onze objectieven op korte termijn is dan ook de communautaire opbouw van de democratie. Het is eerst en vooral in een kleinschalige gemeenschap dat men over de democratie van de toekomst zal beslissen. Daar zal men een oordeel vellen over onze capaciteiten om de samenleving uit te bouwen en over de nieuwe vormen van politieke benadering die we voorstellen. Het is in die ruimte dat de burger terug vertrouwen kan winnen in het openbaar debat en in de grote politiek.
Dat is ook de beste wijze om een van de grootste uitdagingen te concretiseren: een natie uitbouwen die niemand uitsluit. Om dit voorstel aan te kondigen en te bespoedigen stelt de CSDC voor om een Progressieve Regenboog te vormen met de sociaaldemocratisch gezinde organisaties in ballingschap en in Cuba zelf. De CSDC werkt al samen met de Sociaaldemocratische Coördinatie in Miami - een groep Cubaanse mannen en vrouwen die zich identificeren met het democratische socialisme - en, in de schoot van de Bezinningstafel van de Gematigde Oppositie, met de Cubaanse Sociaal-Revolutionaire Partij in ballingschap. Dat zijn aanmoedigende stappen om ons doel te bereiken.
Het project voor de uitbouw van deze natie kan echter niet los gezien worden van de twee volgende principes. Het eerste is de onafhankelijkheid en de nationale soevereiniteit van het land om alle pogingen tot buitenlandse inmenging tegen te gaan: vandaar ook onze duidelijke tegenkanting tegen het VS-embargo en -beleid ten aanzien van Cuba. En ten tweede het respect voor de politieke diversiteit, die aan de basis van onze natie ligt.
Welke aspecten zullen het traject van de CSDC bepalen? Er is het politieke aspect: de CSDC is in staat om te bewijzen dat de politiek ethisch en concreet kan zijn. Er is de sociale dimensie waarin we via de democratie tot sociale rechtvaardigheid willen komen. Als er niet naar de burgers wordt geluisterd en hun rechten ook niet worden gerespecteerd, is sociale rechtvaardigheid niet mogelijk. Op cultureel vlak zal de CSDC opkomen voor diversiteit. Voor wat het ecologische aspect betreft, volstaat het niet om maatregelen te nemen die de vervuiling kunnen wegwerken. Het is nodig om het ecosysteem fundamenteel te beschermen via een aangepast economisch beleid. De CSDC wil ten slotte ook appelleren aan de nationale gevoeligheid: als we er niet in slagen een gemeenschappelijke ruimte te creëren waarin verschillende identiteiten en belangen een geciviliseerde samenleving vormen, zal het niet mogelijk zijn om ons samenlevinsgproject te vernieuwen.
Om onze objectieven te kunnen realiseren, hebben we concrete steun nodig. Deze steun kan komen van de Socialistische Internationale, van basismilitanten die onze ideeën delen, van solidaire groepen die kunnen begrijpen dat Cuba zijn soevereiniteit moet kunnen vrijwaren en die inzien dat het nodig is om van Cuba een democratisch land te maken. We moeten bovendien onze internationale contacten versterken, en niet alleen met mannen en vrouwen uit de politiek, maar ook met de vakbonden en andere sociale en jongerenbewegingen die geloven dat democratisch links mogelijk is, ook in Cuba.

Inleiding en vertaling door Dirk Van den Broeck , economist, actief lid sp.a

Noten
1. Samenleving en politiek, jg.9, nr7.
Erratum bij vorig artikel, blz. 32: ’De Staat stelt privé-klinieken en medicamenten ter beschikking tegen dollars, in principe voor buitenlanders.’ Het zijn geen privé-klinieken, maar wel ‘exclusieve’ klinieken, waar niet iedereen zomaar terecht kan.
2. De naam Cuadernos (Schriften) wilde in de verf zetten dat we als Cubaanse sociaaldemocraten ons programma zien als een tekst waarin we op democratische manier onze voorstellen en doelstellingen kunnen neerschrijven en herschrijven. We wilden de idee meegeven dat binnen de sociaaldemocratie alles in beweging is, en dat niets definitief is, behalve onze inzet voor sociale rechtvaardigheid en voor democratie.
3. Het voorontwerp van Verklaring van de basisrechten en plichten van de Cubanen is een initiatief van de Bezinningstafel van de gematigde oppositie (Mesa de Reflexión de la Oposición Moderada). Dit overlegorgaan verenigt vooral sociaaldemocraten, liberalen en christendemocraten. De tekst wordt onderworpen aan een nationale raadpleging opdat de Cubaanse burgers hun normen, meningen, amendementen en suggesties zouden aanbrengen, en om achteraf tot een definitief project te komen dat geschreven is op basis van de meningen van de burgers. Het gaat om een mensenrechteninitiatief waaraan mensen met verschillende ideologieën samenwerken. De Spaanse en de Engelse tekst vindt men o.m. op de website van de CSDC, www.corriente.org.
4. Vanaf 2000 werd de CSDC uitgenodigd om als organisatie deel te nemen aan de belangrijkste gebeurtenissen van de Socialistische Internationale (S.I.). Tijdens de recente vergadering van het CISALC (Comité van de Socialistische Internationale voor Latijns-Amerika en de Caraïben (SICLAC in het Engels) werd op aandringen van onze vertegenwoordiger, Voorzitter van de Coordinadora Socialdemócrata van de bannelingen in Miami, Eduardo Ojeda, en op voorstel van de Secretaris-Generaal van de SI, Luis Ayala, beslist de zitting van de volgende vergadering van de SICLAC in Havana te houden. Dit betekent een duidelijke steun voor ons werk en voor onze inspanningen. Tegelijkertijd heeft de CSDC banden aangeknoopt met diverse partijen van de socialistische wereldfamilie.
5. In de politiek dekt de term revolutie vele ladingen. Twee van de meest courante betekenissen die men er in Latijns-Amerika aan geeft zijn die van de totale verandering en van het geweld om politieke en sociale veranderingen door te voeren. Die hebben voor ons hun waarde verloren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 34 tot 42