Log in

Suggesties voor een regeerakkoord

redactioneel

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 2

Zowat elke organisatie op het middenveld heeft de afgelopen periode een memorandum opgemaakt. Daarin schetst men de verwachtingen ten aanzien van de komende federale regering. Ook de vakbonden hebben hun blauwdruk voor het sociaaleconomische luik van een nieuw regeerprogramma. Het ABVV-memorandum focust op volgende prioriteiten: meer en beter werk, versterken van de solidariteit ten gunste van niet-actieven, uitbouw van publieke (basis)dienstverlening en meer inspraak van werknemers, ook in kleine ondernemingen.

Van de nieuwe regeringsploeg verwachten we dat hij deze voorstellen ernstig neemt. Memoranda zijn instrumenten van democratie. Aanvullend op de individuele keuze van de kiezer bieden ze een collectieve uitdrukking van beleidsvoorkeuren. Wil men de politieke rol van het middenveld in ere herstellen dan moet men in elk geval rekening houden met deze verlanglijstjes. Bovendien spelen onze voorstellen in op de prioritaire verzuchtingen van burgers. Het hebben en houden van werk bijvoorbeeld. Nu de werkloosheid opnieuw de kaap van de 400.000 overschrijdt is het zonneklaar dat werk de topprioriteit moet worden. En een fatsoenlijk inkomen, ook als men werkloos of ziek wordt. Als je weet dat een doorsnee werkloosheidsvergoeding slechts 28% bedraagt van het gemiddelde loon of een invaliditeitsuitkering amper 33%, dan wordt het misschien wel duidelijk waarom vakbonders eisen dat de sociale uitkeringen welvaartsvast gemaakt worden zodat ze niet steeds verder achterop geraken bij de ontwikkeling van de lonen.
Burgers zijn mondiger geworden. Ze wensen inspraak in de politiek, in de school van hun kinderen, in buurtcomités… maar ook in hun bedrijf, ook als dit toevallig een kleine onderneming is. En ze willen waar voor hun belastingsgeld. Onder de vorm van kwaliteitsvolle openbare diensten. De toekomstige regering moet hier rond een geloofwaardig en samenhangend verhaal opbouwen. En vooral de beperkte budgettaire ruimte prioritair inzetten voor bovenstaande eisen. Of dit beleid nog de titel ‘actieve welvaartstaat’ moet dragen is daarbij secundair. Het komt mij voor dat dit concept nog niet uitgeteld is. Zeker in tijden van zwakke economische groei blijft het een aanstekelijk begrip omdat het de beleidsvoerders blijft confronteren met de belofte om werk en welvaart te garanderen.
Anderzijds verwachten we van de regering dat ze haar kruit niet verschiet op valse problemen. Wij zijn alvast geen vragende partij voor een nieuwe ronde staatshervorming. Niet omdat we belgicisten zouden zijn. Maar wel omdat er op dit moment hogere prioriteiten zijn die alle aandacht verdienen zoals de werkgelegenheid. En de ervaring leert dat wanneer je eet er minder zuurstof naar de hersenen trekt. Ook omdat sommige partijen en belangenorganisaties uitdrukkelijk de solidariteitsmechanismen op het oog hebben. Uittredend VEV-voorzitter Jef Roos heeft het in een krantenartikel nog eens onverbloemd toegegeven: minder transfers richting Wallonië betekent meer ruimte voor Vlaamse lastenverlaging. Zolang niet eens en voor altijd duidelijk wordt afgesproken wat we koste wat kost gemeenschappelijk willen houden, draagt elke stap in de richting van verdere overdracht van middelen en bevoegdheden naar de regio’s reeds de kiemen in zich van een volgende stap.
Het is natuurlijk raadzaam dat de nieuwe federale ploeg snel van start gaat. Maar de Vlaamse ploeg mag in geen geval ophouden met fietsen. De sociaaleconomische situatie staat dit geenszins toe. De kans dat we delen van ons programma in het regeerakkoord zullen terugvinden is groter met linkse partijen in de coalitie en met de sp.a in het bijzonder. Een vergelijking tussen ons memorandum en de verkiezingsprogramma’s bewijst dit. Maar … the proof of the cake is in the eating. Het is al becijferd dat de beloften van alle partijen ruimer zijn dan de budgettaire ruimte voor de komende legislatuur. Dat is wellicht eigen aan verkiezingen. Je moet uiteraard realistisch blijven, maar als je te veel de staatsman uithangt wek je weinig enthousiasme op. Schrappen zal dus de boodschap zijn.

Indien de sp.a in de regering zit, zal ze evenzeer gedwongen zijn tot keuzes. En dit is altijd moeilijker wanneer je bredere bevolkingsgroepen wil aanspreken. Andere volkspartijen kunnen daarvan getuigen. Op zich is er niets mis mee om niet alleen de belangen van de kleine man te willen verdedigen, maar ook die van de gewone man. En er kan evenmin iets ingebracht worden tegen een strategie waarbij minder klassieke terreinen worden ontgonnen zoals belastingsverlaging. En wanneer je dit allemaal nog goed kunt verpakken is dit pure winst. Maar volgende punten blijven toch prioritair.

  • De welvaartskoppeling van de sociale uitkeringen moet voorrang krijgen op de pure belastingsverlagingen zoals een lager BTW-tarief voor de horeca.
  • Niet alleen de KMO-werkgevers moeten op hun wenken worden bediend, maar ook de KMO-werknemers moeten recht krijgen op alle voordelen van andere werknemers en eindelijk ook op een syndicale vertegenwoordiging in de eigen onderneming.
  • De belastingsverlagingen moeten aan nieuwe inkomsten worden gekoppeld - bestrijding van fiscale fraude zal heus niet volstaan - zodat er echt sprake kan zijn van een operatie ‘wisselgeld’.
  • De lastenverlaging voor de ondernemingen moet worden gekoppeld aan afspraken tussen sociale partners rond werk, opleiding en innovatie. Voor zo een beleid willen we tekenen.

Jean-Marie De Baene
Directeur studiedienst Vlaams ABVV

edito - tewerkstelling - vakbond - sociale bescherming - middenveld

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 5 (mei), pagina 1 tot 2