Abonneer Log in

Laten we het in 2006 over een andere boeg gooien!

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 31 tot 33

Il faut que le ‘non’ existe
pour que le ‘oui’ l’emporte

J.P. Rafarin, voormalig eerste-minister van Frankrijk

Tussen kerst en nieuwjaar is het bij uitstek de periode om achterover gebogen de film van het voorbije jaar nog eens te laten afspelen. Maar nog belangrijker: het is hét moment om even bij het komende werkjaar stil te staan.
Het jaar 2005 begon met de afwijzing van het ontwerp-interprofessioneel akkoord 2005-2006: zijn de sociale gesprekspartners ‘gezakt’ in hun examen? Het eindigde met zware sociale onrust rond het generatiepact: zijn de sociale partners (vakbonden?) ‘gepakt’ door het generatiepact van de regering? In beide verhalen speelde het ABVV volgens sommigen een centrale rol, volgens anderen een minder fraaie rol.
De vraag die velen zich echter stellen is: hoe moet het nu verder? Laten we het in 2006 over een andere boeg gooien!

Van IPO over ontwerp-IPA naar NIPA

Na een periode van turbulent interprofessioneel overleg (IPO) in het najaar 2004 waren de sociale partners er in de nacht van 17 op 18 januari 2005 in geslaagd te komen tot een ontwerp van Interprofessioneel Akkoord (IPA) voor de jaren 2005 en 2006. Toen we op 18 januari 2005 ’s namiddags onze opwachting maakten bij de regering heerste er een positieve sfeer. Het akkoord was er. Het was voor elke sociale partner - werkgever of werknemer - en voor de regering echter geen eenvoudige zaak geweest. Toen we vervolgens vernamen dat de algemene raad van het ABVV op 7 februari geen mandaat gegeven had om het IPA formeel te ondertekenen, hoorden we het dan ook in Keulen donderen. En we waren niet alleen. Anderen hoorden het zelfs tot in Zuid-Amerika donderen. Plots spraken we niet meer over een IPA maar van een NIPA, een non-interprofessioneel akkoord. Ondanks het feit dat de regering het ontwerp-IPA integraal overnam, zou toch niets meer zijn als voordien. Dit njet van het ABVV zal tijdens het volledige jaar 2005 voortdurend als een dreigende onweerswolk boven het sociaal overleg blijven hangen. Er was iets gebroken. Ook de grimmige sfeer nadien tijdens de onderhandelingen op de sector- en bedrijfsniveaus heeft sporen nagelaten.

Sociale partners gezakt voor hun examen?

Veel belangrijker is echter de vraag: zijn de sociale partners gezakt voor hun examen? Niet als het op de inhoud aankomt. Wel omwille van de afkeuring door het ABVV.
Over de inhoud van het ontwerp-IPA kan lang gebakkeleid worden. Voor de enen te zwak, voor anderen realistisch omwille van de moeilijke socio-economische en politieke omstandigheden. Voor de enen een glas dat halfvol is, voor de anderen halfleeg. De grote big bang waarbij een aantal fundamentele hervormingen doorgevoerd zouden worden, is het niet geworden. Trouwens, is dit überhaupt mogelijk via een IPA?
Als een ontwerp-IPA uiteindelijk niet ondertekend kan worden door de onderhandelaars, is dit - hoe men het ook draait of keert - een mislukking. We zijn dus in zekere zin gezakt voor ons examen, en dit niettegenstaande het feit dat alle werkgeversorganisaties en driekwart van de werknemers achter dit ontwerp-IPA stonden. De gesprekken over ‘meer mensen langer aan de slag houden’ om zo op termijn onze welvaartsstaat en meer in het bijzonder de sociale zekerheid te vrijwaren konden dan ook onder geen slechter gesternte starten.

Gepakt door het Generatiepact?

Toen de regering in oktober ll. haar generatiepact aankondigde, steeg er een storm van protest op. In vakbondskringen hoorde men nogal eens de slogan ‘we zijn gepakt door het pact’. De regering zou onvoldoende geluisterd hebben naar de vakbonden. Is dit wel zo?
Ook hier is vanop enige afstand bekeken toch wat nuancering op zijn plaats. Er is nooit zoveel formeel als informeel overleg gepleegd als de voorbije twee jaren: iedereen was een en al luisterend oor voor de vakbonden. Maar blijkbaar was de vakbond potdoof voor eensluidende signalen dat een status-quo geen optie meer was. Het is begrijpelijk dat de ouder wordende werknemer vragen heeft bij het generatiepact. Maar de communicatie naar en de informatie van de vakbondsmilitant liet duidelijk te wensen over. Bovendien schrikte men er niet voor terug om informatie rond te sturen die niet altijd strookte met de waarheid. Hierdoor is er zeker en vast een gevoel ontstaan van ‘we zijn gepakt’.
Maar is men wel degelijk ‘gepakt’? Klopt dit gevoel met de werkelijkheid? Ik denk van niet. Als men naar de inhoud van het generatiepact kijkt, moet men in alle objectiviteit toegeven dat veelal de nadruk ligt op de fasering, de geleidelijkheid, de bijzondere aandacht voor zware beroepen, de gelijkschakeling van de loopbaanvereiste voor vrouwen met deze van mannen pas tegen 2024 (!), … Kortom, zoals ACV-studax Gilbert Deswert zo beeldrijk aangaf ‘geen bloedbad maar een schuimbad’. Een dergelijke benadering steekt bovendien schril af tegen de drastischere Nederlandse of Duitse aanpak. En misschien is dat nog wel de grootste verdienste van het pact: als we nu niets ondernemen, dan zouden de ingrepen vanaf 2010 nog veel drastischer moeten zijn en zal er op dat ogenblik van geleidelijkheid helemaal geen sprake meer kunnen zijn. Dan pas zou men de bevolking voor voldongen feiten plaatsen en zouden de mensen zich terecht gepakt voelen.
Meer algemeen is de uiting van ongenoegen ook een weerspiegeling van de toenemende ‘ik’-maatschappij. Het was mij opgevallen dat de straatinterviews ter gelegenheid van de vakbondsmanifestatie van 28 oktober 2005 steevast gevoerd werden in de ik-vorm en nooit in de wij-vorm. Het interview van de voorman van ABVV-metaal Herwig Jorissen verschenen in de krant De Tijd van 10 november 2005 onder de titel ‘Laat mijn generatie met rust’ ging in dezelfde richting. De welvaart van onze toekomstige generatie kwam haast nooit aan bod bij de betogers.

Wat nu? Een tweede zittijd?

Wat er ook van zij, de sociale partners hebben een deel van hun pluimen verloren. Het jaar 2005 was in zekere zin een annus horribilis. Degenen die aan de kar geduwd hebben met het maatschappelijk belang in het achterhoofd, worden in het nauw gedreven door de kracht van de (verkeerde) communicatie en de ‘ver-ik-ing’ van de maatschappij. Waarom nog een beleid gericht op de toekomst bepleiten, als het zoveel gemakkelijker is om overwinninkjes op korte termijn te verkopen? En degenen die desondanks toch vooruit willen, kunnen het niet omdat men steeds minstens met twee moet zijn om een akkoord te sluiten.
Maar een tweede zittijd dient zich misschien aan. Om hierin te slagen moeten er eerst echter een aantal randvoorwaarden vervuld zijn, zoals:
- de terugkeer van een sereen klimaat zonder stakingen en acties;
- de terugkeer van de overtuiging dat in the long run, sociale dialoog meer oplevert dan sociale onrust; staken of manifesteren maakt immers de dialoog onmogelijk;
- de erkenning van het probleem: het heeft geen zin te praten als één van beide partijen het licht niet wil zien;
- de overtuiging dat ‘altijd meer’ niet meer van deze tijd is; er zijn immers periodes van economische bloei waar men de broeksriem wat - maar ook niet teveel - kan vieren, maar er zijn evenzeer momenten van inleveren waar men als land enkele stappen moet kunnen terugzetten; de erkenning van deze op en neer gaande cyclus is fundamenteel voor een goed sociaal overleg;
- niemand heeft het monopolie van de eisenbundel: zowel werknemers als werkgevers hebben een verlanglijstje dat ze maximaal gerealiseerd willen zien.

Tijdens het jaar 2006 dienen er zich een aantal mooie gelegenheden aan om het gehavende blazoen op te poetsen. Een passend antwoord op de loonkostenontsporing aangegeven in het laatste rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) omtrent de werkgelegenheid, de loonkosten en de vorming is er een van. Het Interprofessioneel Overleg van einde 2006 is een andere opportuniteit. De verdere uitvoering van het Generatiepact biedt eveneens kansen.
Verder is er nog de heikele kwestie van de migratie van werknemers binnen de Europese Unie. Tegen 1 mei 2006 moet de Belgische regering beslissen of ze de overgangsperiode tijdens de welke er geen vrij verkeer van personen komende uit de 10 nieuwe lidstaten (Polen, Hongarije, ...) mogelijk is, gaat verlengen of niet. Deze beslissing is onlosmakelijk verbonden met de werking van onze arbeidsmarkt. De mismatch tussen vraag en aanbod (zowel kwalitatief, kwantitatief als geografisch) maakt dat er momenteel meer dan 50.000 vacatures zijn en misschien wel evenveel illegaal ingevulde arbeidsplaatsen, terwijl er langs de andere kant tienduizenden jongeren werkloos zijn. De al dan niet opening van de grenzen kan evenmin los gezien worden van het welig tierende zwartwerk en het oneigenlijk gebruik van de sociale zekerheid. Wat er ook van zij, het moet in mijn ogen steeds gaan om een ‘en-en’-verhaal en niet om een ‘of-of’-story. We moeten én de toegang tot onze arbeidsmarkt vergemakkelijken, én blijvend inspanningen doen om Belgische werklozen naar openstaande arbeidsplaatsen toe te leiden (in een optiek van rechten en plichten), aangevuld met een aangescherpt beleid t.a.v. zwartwerk en misbruiken in de sociale zekerheid.
De debatten zullen telkens moeilijk zijn. Ongetwijfeld. Maar niet onmogelijk. Bovendien is het nog maar de vraag of de regering in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 met kort daarop federale verkiezingen vóór de zomer van 2007 nog in staat zal zijn een helpende hand toe te steken. De sociale partners zelf hebben maar twee opties: slagen of mislukken. Niet slagen is de kelk doorgeven aan anderen. Of het dan beter zal zijn, is nog maar de vraag. Maar we moeten in dat geval wel onze onkunde durven toegeven. Slagen betekent mogelijks een nieuwe start, een doorstart. Om deze nieuwe start geloofwaardig te maken zullen de oplossingen echter niet een aura van business as usual mogen uitstralen.
De sociale partners hebben hun lot in eigen handen. We kunnen het lot evenwel niet blijven tarten. Laten we het in 2006 over een andere boeg gooien!

Pieter Timmermans1
Bestuurder - directeur-generaal van het VBO

Noot
1/ De volledige versie van dit korte essay (onder de titel ‘Van IPA tot generatiepact: sociale partners gezakt en gepakt? Laten we het in 2006 over een andere boeg gooien!’) kan u opvragen via de website van het VBO: www.vbo.be.

nieuwjaarsbrief - interprofessioneel overleg - arbeid - tewerkstelling

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 31 tot 33