Abonneer Log in

Leefbaar inkomen via waardig werk: wat wil het ABVV?

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 4 (april), pagina 35 tot 39

Met deze bijdrage wil het ABVV een lans breken voor de FOS-campagne ‘leefbaar inkomen via waardig werk’. Deze campagne start op 1 mei en gaat volgend jaar bij zowel de betrokken ngo’s als de vakbonden op volle kruissnelheid komen. Naast het schetsen van de huidige economische en sociale context, de oorzaken ervan en mogelijke oplossingen voor de problemen, worden de contouren van de campagne toegelicht. Daarna sluiten we af met de concrete eisen van de ABVV ter zake aan de toekomstige federale regering.

De internationale context

Het uitspelen van de concurrentiepositie van de bedrijven in een geglobaliseerde economie maakt dat werknemers overal ter wereld tot steeds meer flexibiliteit bereid moeten zijn en steeds minder werkzekerheid hebben. De dreiging van delokalisering naar landen en regio’s waar vakbonden minder sterk staan dan bij ons en waar de arbeidskrachten goedkoper zijn, is groot. Werkgevers stellen dat lonen gematigd moeten worden om competitief te blijven en dat langere werktijden voor hetzelde loon zonder meer aanvaard moeten worden. De eisen die de werkgevers in ons land op tafel legden, tijdens de onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord (IPA 2007-2008), illustreerden deze instelling. Meer flexibiliteit, geen stijging van de lonen boven de inflatie, geen bruto toename van het minimumloon.
Eén van de gevolgen is dat het aantal werkende armen toeneemt. De helft van de werkende wereldbevolking, 1,4 miljard mensen, verdient minder dan twee dollar per dag. Velen hebben niet één, maar meerdere jobs nodig om te kunnen overleven. Van een leefbaar inkomen dat volstaat voor de basisbehoeften van een gezin is in vele gevallen geen sprake. De scheidingslijn tussen beschermde jobs in de formele sector en onbeschermde informele jobs wordt steeds vager. De precarisering van het werk neemt toe. De grootste slachtoffers zijn jongeren en vrouwen. De recente studie over handel en werkgelegenheid van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de Wereldhandelorganisatie (WHO) toont aan dat één van de belangrijkste slachtoffers van de globalisering precies de werknemers uit de formele sector in beschermde industrietakken zijn.
De dreiging van sociale onrust neemt eveneens toe. Werknemers geraken steeds meer gefrustreerd omdat ze zien dat bedrijven monsterwinsten scoren, terwijl zij moeten inleveren. Deze monsterwinsten komen enkel ten goede aan de CEO’s en de aandeelhouders. De verschuiving van inkomen, weg van arbeid naar kapitaal, wordt wereldwijd gevoeld. Ook de loonongelijkheid binnen de groep van werknemers tussen geschoolde en ongeschoolde arbeiders neemt toe. We worden dus geconfronteerd met een grotere economische groei en productie van rijkdom, vergezeld van een steeds meer ongelijke verdeling van de koek.
Globaal gesteld kunnen we de oorzaak toeschrijven aan de technologische vooruitgang en een globalisering zonder wetgevend kader. Regeringen geven meer aandacht aan diegenen die hen vragen alle obstakels uit de weg te ruimen voor de vrijhandel, dan aan diegenen die hen vragen naar bescherming via een duidelijk wetgevend kader. Ze trekken zich als het ware terug om plaats te ruimen voor privé-actoren en beperken hun rol tot deze van ordehandhaver. Het bedrijfsleven heeft zich geïnternationaliseerd, terwijl de politiek dat veel minder heeft gedaan. Dit geeft multinationals de mogelijkheid om regeringen tegen elkaar uit te spelen en te profiteren van uiteenlopende nationale regelgeving.
Door de afwezigheid van afdwingbare internationale sociale, milieu- en fiscale regels kunnen kapitaal en ondernemingen vrij bewegen. Een gevolg daarvan is dat de krachtsverhoudingen tussen werknemers en werkgevers in collectieve onderhandelingen zijn veranderd in het nadeel van de werknemers. Omwille van de fiscale concurrentie hebben regeringen minder inkomsten uit vennootschapsbelasting, en dus minder middelen om een herverdelend beleid te voeren.
Er stelt zich een driedubbel probleem: een financieringsprobleem voor de overheden, een concurrentieprobleem tussen activiteiten die wel en niet aan belastingen onderworpen worden en een rechtvaardigheidsprobleem omdat de herverdelende werking van de fiscaliteit zwaar wordt aangetast. Dit laatste stelt zich in alle scherpte, aangezien er meer financiële middelen nodig zijn om een internationale solidariteit te organiseren (o.m. door het respecteren van de Millenniumdoelstellingen). Zonder extra middelen, zelfs als de landen 0.7% van hun BBP aan ontwikkelingshulp besteden, en zonder invoering van controlemiddelen, die het multinationals onmogelijk moet maken om het grootste deel van hun winsten die ze in de ontwikkelingslanden maken over te dragen naar de belastingsparadijzen, haalt men het niet. De voordelen van de globalisering (grotere efficiëntie) verzoenen met sociale vooruitgang kan enkel gebeuren via de promotie van waardig werk en een leefbaar inkomen!

Waardig werk en de Millenniumdoelstellingen

Maar wat is nu waardig werk? Het is werk dat productief en vrij gekozen is, met respect voor de werknemersrechten, met inbegrip van de fundamentele arbeidsrechten (vastgelegd door de IAO). Waardig werk staat daarnaast ook voor sociale bescherming, sociale dialoog én voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het is de enige duurzame weg om uit de armoede te geraken. Het is een fundamentele bouwsteen voor democratie en sociale cohesie.

Hoewel arbeid een uiterst belangrijk instrument is om mensen uit de armoede te halen, werd het vreemd genoeg niet opgenomen in de Millenniumverklaring van september 2000.1 Het is nochtans een essentiële factor in de strijd tegen armoede, en hét instrument bij uitstek om mensen te integreren in de maatschappij. Dat bevestigde ook Kofi Annan tijdens de VN-Millennium-top in september 2005, waarop de 8 Millenniumdoelstellingen (MDG’s) werden geëvalueerd na hun vijfjarig bestaan. Hij zei over de sociale dimensie van globalisering het volgende: ‘The best anti-poverty programme is employment and the best road to economic empowerment and social well-being lies in decent work’.
Inhoudelijk ijverde het ABVV in zijn acties rond de MDG’s voor meer aandacht voor kwaliteitsvol werk, én voor het belang en de betrokkenheid van vrouwen bij de Millenniumdoelstellingen. Concreet vroeg het een negende ontwikkelingsdoelstelling toe te voegen over kwaliteitsvol werk én dit aspect samen met gendergelijkheid te integreren in de overige acht doelstellingen. Het gezamenlijke lobbywerk van de vakbonden leverde een paragraaf op in het einddocument over tewerkstelling. Daarin wordt het belang van ‘kwaliteitsvol werk’, in het bijzonder voor vrouwen en jongeren, en een eerlijke globalisering benadrukt.
Het ABVV vond dat er te veel aan symptoombestrijding werd gedaan en te weinig gefocust werd op de oorzaken van de groeiende ongelijkheden en armoede. Waardig werk moet meer centraal staan in het mondiale partnerschap voor duurzame ontwikkeling. Gendergelijkwaardigheid is opgenomen als aparte doelstelling, wat op zich een erkenning is van de noodzaak van dit concept, maar tegelijk betreuren we dat het als een aparte doelstelling vermeld wordt. Net als arbeid moet gendergelijkwaardigheid in de andere Millenniumdoelstellingen geïntegreerd worden. Net als arbeid gaat het om een noodzakelijke voorwaarde voor de verwezenlijking van alle Millenniumdoelstellingen.

Internationale handel en economische groei alleen kunnen armoede niet uitroeien. In veel landen is en blijft de gecreëerde welvaart geconcentreerd in de handen van enkelen. Waardig werk is een sleutelmechanisme voor de herverdeling van welvaart en is een motor voor duurzame ontwikkeling. Het is een essentieel element om de sociale minimumbasis op wereldvlak te verhogen. Op die manier wordt het gevaar voor sociale dumping, die de ‘race to the bottom’ voedt, verminderd. Het garanderen van een leefbaar inkomen is een absolute prioriteit. De instelling van afdwingbare minimumlonen (zoals gevraagd in de FOS-campagne) is een eerste stap op weg naar een leefbaar inkomen. Ook al zijn de minimumlonen geen leefbare lonen, toch vormen ze een minimumvloer zodat er een einde komt aan de neerwaartse loonspiraal. Daarom alleen al is de uitbouw van syndicale rechten via mondiale syndicale samenwerking zo belangrijk.

De internationale campagne ‘decent work for a decent life’

In januari 2007 heeft een alliantie - bestaande uit het Global Progressive Forum, IVV, Social Alert en Solidar - op het Wereld Sociaal Forum (WSF) de campagne ‘decent work for a decent life’ gelanceerd. Daarin wordt gestreefd om:
- van waardig werk een thema te maken dat bediscussieerd en begrepen wordt
- waardig werk als een recht in de ontwikkelde en de ontwikkelingslanden te laten opnemen
- van waardig werk wereldwijd een opportuniteit te maken voor duurzame menselijke ontwikkeling
- de fundamentele arbeidsnormen van de IAO te doen respecteren in elk land
- mensen te doen inzien dat werknemersrechten beschouwd moeten worden als een hoeksteen voor ontwikkeling, en voor het economisch, financieel, handels- en sociaal beleid.

De internationale ‘decent work’-campagne focust op de promotie van waardig werk in het voetbal, naar aanleiding van de Wereldbeker in Zuid-Afrika (2010). De campagne zal daarbij o.a. de link leggen met waardig werk in de industrie die sportartikelen maakt. Op het WSF werd een memorandum overhandigd aan de FIFA, organisator van de Wereldbeker, waarin werd gevraagd om de rechten van de werknemers te respecteren in alle industrietakken die iets te maken hebben met voetbal. Iedere werknemer die bijdraagt aan het succes van de Wereldbeker moet dit kunnen doen onder waardige werkomstandigheden. Voetbalfans zullen wereldwijd aangezet worden om druk uit te oefenen op de FIFA, de Zuid-Afrikaanse regering en de bedrijven die gecontracteerd zijn om tien voetbalstadions te bouwen of te renoveren. Het is de bedoeling om er voor te zorgen dat de veiligheid en gezondheid op de werkplek gewaarborgd wordt, dat werknemers een waardig loon, een gepaste sociale bescherming en waardige werkvoorwaarden krijgen, en dat de fundamentele arbeidsnormen (inclusief het recht op vrije vereniging en collectief onderhandelen) gerespecteerd worden.
Waardig werk voor iedereen moet in het hart van het globaal beheer geplaatst worden, als een universele doelstelling doorheen het VN-systeem en andere internationale instellingen (WHO, IMF, Wereldbank). Daarom moet van waardig werk een prioriteit gemaakt worden door alle internationale instellingen en moeten ze coherent samenwerken om deze prioriteit te realiseren. De laatste jaren zijn we er toch min of meer in geslaagd waardig werk op de agenda van de multilaterale instellingen en in hun algemene prioriteiten te krijgen. Hoogtepunt was de krachtige referentie naar waardig werk voor allen in de verklaring van de VN-top van 2005, en de besluiten van de ECOSOC-sessie over waardig werk en productieve werkgelegenheid in 2006.
Maar verklaringen zijn één ding, alledaagse acties en het beleid van de meeste internationale instellingen iets anders. Dit beleid en de impact ervan op nationale beleidsvoering is wat echt telt. In de ogen van het IMF en de WB en van vele machtige lidstaten van de WHO is er geen incoherentie tussen het zich verbinden tot de promotie van waardig werk en verdergaan met hun gewone gang van zaken. Ze lijken daadwerkelijk te geloven dat hun beleid zal leiden tot meer economische groei en dat het stimuleren van marktmechanismen werkgelegenheid zal promoten. Velen denken dat werkgelegenheid die niet ‘decent’ is in het begin, dit wel zal worden naarmate de tijd vordert. Jammer genoeg leert de ervaring ons iets heel anders. Vaak creëert dit beleid nieuwe golven van werkloosheid, ondermijnt het de arbeidsnormen en -rechten en de mogelijkheden voor een goede sociale zekerheid. Dit beleid riskeert de sociale dialoog te ondergraven en een systeem te promoten dat het organiseren van werknemers ontmoedigt of zelfs verbiedt.

Onze concrete eisen aan de toekomstige federale regering

Op Europees niveau was er de voorbije jaren een belangrijke doorbraak. De mededeling van de Commissie van januari 2004 over de sociale dimensie van globalisering, de mededeling van mei 2006 over de promotie van kwaliteitsvol werk en de besluiten van de Raad over de promotie van kwaliteitsvol werk in december 2006 waren stappen in de goede richting. Zowel op Europees niveau als op nationaal niveau moet de opvolging van deze doorbraak van dichtbij opgevolgd worden.
Vandaar dat we in het ABVV-memorandum naar de nieuwe federale regering concrete eisen hebben opgenomen. De Belgische wet van 1999 op de internationale samenwerking legt de doelstellingen, criteria, prioriteiten en transversale thema’s van de Belgische ontwikkelingssamenwerking vast. Het doel is duurzame menselijke ontwikkeling. Dit doel wordt nagestreefd door de armoede te bestrijden, en de versterking van de democratie en de rechtsstaat te steunen. Toch behoort waardig werk niet tot de transversale thema’s (gelijke rechten voor mannen en vrouwen, zorg voor het milieu, sociale economie, de strijd tegen aids, kinderrechten). DGOS heeft geen beleid rond waardig werk!
Daarom vraagt het ABVV evaluaties over de impact van beleidsbeslissingen op waardig werk. Bovendien wordt gepleit voor het actief ondersteunen en de uitbreiding van de ‘decent work’-pilootprogramma’s van de IAO, die tot doel hebben waardig werk op nationaal niveau te implementeren Die agenda van de IAO streeft naar een rechtvaardige economische groei, via een coherente mix van sociale en economische doelen. De uitvoering van de ‘Waardig Werk Agenda’ wordt bereikt door de implementatie van vier strategische doelstellingen, met gendergelijkheid als overlappende doelstelling. De focus is in elk land anders, afhankelijk van de nationale prioriteiten en condities. Het proefproject vindt plaats in acht landen (Bahrein, Bangladesh, Denemarken, Ghana, Kazakhstan, Marokko, Panama en de Filippijnen). Over het algemeen is de ervaring van de pilootprogramma’s positief. Het programma heeft vijf doelstellingen: de nationale initiatieven ondersteunen die betrekking hebben tot waardig werk; het versterken van de nationale capaciteit om waardig werk te integreren in het nationaal beleid; het nut aantonen van een geïntegreerde visie in verschillende socio-economische contexten; methodes ontwikkelen voor effectieve landenprogramma’s en hun beleid; en het afdwingbaar maken van de OESO-richtlijnen voor multinationals.

Het ABVV:
- wil dat er gelet wordt op het feit dat de multilaterale instellingen zoals de Wereldbank, het IMF, de WHO en de VN kwaliteitsvol werk actief promoten
- pleit voor het spreken met één Europese stem in het IMF, de WB, de IAO
- pleit voor meer coherentie tussen het beleid van de verschillende internationale instellingen
- wil dat er toegezien wordt op het feit dat elk bilateraal handelsakkoord - onderhandeld door de Europese Commissie - een verbintenis van beide handelspartners bevat voor het nastreven van kwaliteitsvol werk, het volledig respecteren van de fundamentele werknemersrechten en het niet ondermijnen van deze sociale rechten
- wil dat er gelet wordt op de correcte toepassing van het Algemene preferentiestelsel, dat landen beloont met handelsvoordelen als ze een aantal fundamentele arbeidsnormen en milieunormen ratificeren en implementeren, én dat landen deze voordelen weer kan ontnemen als dit niet (meer) gebeurt
- wil de bevordering van de IAO als sociaal wetgever, in het kader van een democratische governance op wereldvlak, ondersteunen.

De uitvoering van het principe van waardig werk vereist in ons land de verbetering van de bescherming van de vakbondsafgevaardigden, de niet-inmenging van de burgerlijke rechtbanken in collectieve geschillen en de vertegenwoordiging van de werknemers in alle ondernemingen, ook in de kmo’s. We beseffen dat het een hele waslijst is geworden, maar een inhaalbeweging is noodzakelijk. Men heeft veel te lang veel te weinig gedaan. Daarom vraagt het ABVV ook dat de vakbondsexpertise ter zake zou worden gebruikt. Sinds 1999 worden de vakbonden erkend als indirecte actoren van de ontwikkelingssamenwerking. We vragen nu een legitieme autonomie in de uitwerking van onze internationale syndicale programma’s, gekoppeld aan een gewaarborgde structurele financiering. We hebben immers niet enkel expertise in ontwikkelingssamenwerking, maar ook op vlak van handelsbeleid en zeker ook op het vlak van de uitbouw van syndicale rechten en de controle daarop.

Eddy Van Lancker
Federaal Secretaris ABVV

Noten
1/ Daarin beloven 189 landen, in acht Millenniumdoelstellingen (MDG’s), om armoede en honger te bestrijden, en onderwijs, gezondheidszorg en de status van vrouwen en het milieu te verbeteren tegen 2015.

waardig werk - millenniumdoelstellingen - FOS

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 4 (april), pagina 35 tot 39