Abonneer Log in

'Scheiding van Kerk en Staat of Actief Pluralisme?'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 8 (oktober), pagina 59 tot 60

Scheiding van Kerk en Staat of Actief Pluralisme?

Paul De Hert en Karen Meerschaut (red.)
Intersentia, Antwerpen, 2007

Recent maakt een nieuwe term opgang in Vlaanderen: ‘het actief pluralisme’. Het is een concept dat alsnog vele ladingen blijkt te dekken. Politici en opiniemakers nemen het woord steeds vaker in de mond, maar het is niet steeds duidelijk wat men precies op het oog heeft. Zo wil de Universiteit Antwerpen zich sinds de fusie van UIA, RUCA en Ufsia (1 oktober 2003) actief pluralistisch profileren, maar het was niet meteen duidelijk wat dat precies zou moeten betekenen. Sinds 2005 wil ook het Gemeenschapsonderwijs (GO) meer actief pluralistisch zijn dan neutraal. De term wordt vermeld in de neutraliteitsverklaring en de gehechtheidsverklaring die alle leerkrachten van het GO moeten onderschrijven, maar er is bijzonder weinig informatie over de actief pluralistische invulling waar het GO voor wil staan. Wat lezen we in hun pedagogisch project: ‘Samen met de grondwetgever beschouwen wij die diversiteit niet als een ‘gegeven’ zonder meer; we willen er ook iets mee doen: de verscheidenheid willen we zien als een uitgangspunt, een hefboom én een meerwaarde van ons onderwijs. Wij noemen dit actief pluralisme’. Tegelijk werden in augustus 2006 twee Brusselse moslimleerkrachten ontslagen omdat ze weigerden les te geven zonder hoofddoek…

De term is dus goed gelanceerd, nu nog het inhoudelijke debat over de precieze betekenis(sen) en het specifieke van de actief pluralistische benadering. Wat is de mogelijke meerwaarde ten aanzien van andere modellen? Staat actief pluralisme tegenover passief pluralisme of bouwt het daar op verder? Hoe verhoudt het actief pluralisme zich ten aanzien van de verzuiling, de scheiding tussen kerk en staat en de Franse idee van Laïciteit?

Een eerste aanzet hiertoe kwam uit een ietwat onvoorziene hoek. De toenmalige sp.a-voorzitter Steve Stevaert gaf in 2005 (bij het Davidsfonds!) een boekje uit: Ander geloof. Naar een actief pluralisme in Vlaanderen. Hij wilde hiermee een signaal geven dat ingaat tegen de standaardvisie dat religie en levensbeschouwing private aangelegenheden zijn waarvoor geen plaats is op het publieke en politieke forum. Auteurs met verschillende achtergronden hebben hun steentje aan dit boek bijgedragen, waaronder ook Ludo Abicht die al in andere publicaties en interviews het actief pluralisme in de steigers had gezet.

Het voorliggende boek van Paul De Hert en Karen Meerschaut (dat voortvloeit uit een conferentie dat plaats vond aan de rechtsfaculteit van de VUB) wil de discussie over het actief pluralisme verderzetten en op een meer academisch niveau tillen. Laat u niet afschrikken, de bijdragen zijn zeer leesbaar en bevatten toegankelijke informatie en discussiemateriaal. Er komen voornamelijk juristen en rechtsfilosofen aan het woord, zowel uit Nederland (o.a. P. Cliteur, W. Van der Burg en M. Galenkamp) als uit België (M. Magits, E. Brems en P. Stouthuysen). Ludo Abicht zorgt voor een bijzonder kort nawoord. Het boek focust voornamelijk op de verhouding tussen levensbeschouwing en politieke overheid. Er is veel aandacht voor het Belgische model, maar de vergelijking met regelingen in andere landen wordt ook gemaakt.

Het boek is geen pleidooi voor actief pluralisme (sommigen verdedigen het, anderen verwerpen het) maar wil op zoek gaan naar de draagwijdte, de mogelijke consequenties en de eigenheid van het actief pluralistische perspectief. Hierbij valt echter op dat de verschillende auteurs die het woord gebruiken niet steeds hetzelfde op het oog hebben en dat maakt de discussie wat verwarrend. Ook de titel van het boek is in dat opzicht misleidend en zet aan tot verwarring. Het woordje ‘of’ suggereert een tegenstelling tussen de verdedigers van een scheiding van Kerk en Staat en aanhangers van het actief pluralisme. Niets is minder waar. De scheiding tussen Kerk en Staat is een verworven principe in West-Europa, alleen meent het actief pluralisme dat daarmee niet alles gezegd is. Er zijn immers verschillende mogelijkheden om die scheiding in de praktijk te implementeren. Hierbij kan een overheid zich totaal niets aantrekken van de aanwezige levensbeschouwingen, het kan in naam van de scheiding de levensbeschouwingen zoveel mogelijk uit de publieke ruimte bannen, of het kan binnen de krijtlijnen die de scheiding trekt op zoek gaan om op een actieve manier met de levensbeschouwelijke diversiteit aan de slag te gaan.

Het is trouwens interessant om op te merken dat het principe van de scheiding tussen Kerk en Staat theoretisch erg belangrijk geacht wordt, maar - anders dan de godsdienstvrijheid - niet in alle landen aanwezig is, laat staan in de (grond)wet is ingeschreven. Denemarken, Noorwegen en Groot-Brittannië bijvoorbeeld kennen geen scheiding tussen kerk en staat, maar ook in België is de scheiding tussen kerk en staat niet juridisch vastgelegd. Gezien de overheidssteun aan de erkende erediensten wordt soms ook wel gezegd dat België geen of eerder een zwakke vorm van scheiding tussen kerk en staat kent. In Frankrijk en de V.S. is het principe dan weer wel juridisch vastgelegd.
De relatie tussen levensbeschouwingen en de politieke overheid blijkt dus niet overal gelijk en voor eens en voor altijd geregeld. Verschillende nationale tradities, contexten, interpretaties zorgen er ook voor dat het principe van de scheiding tussen kerk en staat niet eenduidig en overal gelijk geïmplementeerd kan worden. Nieuwe inzichten en situaties dagen de huidige regelingen uit. De discussie hierover is nog volop aan de hang.

Hoe dan ook, het is een misverstand dat de scheiding tussen kerk en staat zou betekenen dat levensbeschouwingen en politiek niets meer met elkaar van doen zouden hebben. Ondanks de scheiding blijft er steeds een verhouding tussen levensbeschouwing en staat, of men dat nu graag heeft of niet. De fundamentele vraag voor de toekomst is hoe we die verhouding willen invullen. Doen we alsof die niet bestaat, proberen we die te minimaliseren of gaan we er actief mee aan de slag? Het boek is interessant voor iedereen die over deze vraagstelling mee wil nadenken. Hopelijk kan het een aanzet zijn voor andere publicaties en meer grondig debat over hoe politiek en overheid in een multiculturele en geseculariseerde context zoals de onze met levensbeschouwelijke diversiteit kunnen omgaan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 8 (oktober), pagina 59 tot 60