Abonneer Log in

Holebi's in Polen: alle dagen hopen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 51 tot 59

Toen Eva Sowinska, de Poolse ombudsvrouw voor kinderen, doorkreeg dat Tinky Winky - de Teletubbie met de handtas - een jongen was, liet ze prompt enkele psychologen het kinderprogramma onderzoeken. Een Poolse openbare televisiezender zette de schaar in een aflevering van de Britse komische reeks Little Britain. Een scène waarin een homoseksuele pastoor zijn vriend kuste, kon écht niet door de beugel. Regelmatig duiken in de Belgische pers dergelijke berichten op over Polen. Ze tonen aan dat holebiseksualiteit erg moeilijk ligt in Polen en dat de emancipatiestrijd er nog lang niet gestreden is.

De situatie van de Poolse holebi’s verslechterde sterk na de parlementsverkiezingen van september 2005, die gewonnen werden door de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS - Prawo i Sprawiedliwosc). Die verkiezingen brachten eerst een minderheidsregering en later een coalitie van de partijen PiS, Zelfverdediging (Samoobrona) en Liga van Poolse Families (LPR - Liga Polskich Rodzin) aan de macht. De coalitie hield niet lang stand. In oktober 2007 werden de nieuwe parlementsverkiezingen gewonnen door het Burgerplatform (PO - Platforma Obywatelska).
In deze bijdrage wordt onder meer nagegaan welke consequenties de overwinning van het Burgerplatform kan hebben voor de Poolse holebi’s. Maar eerst wordt stilgestaan bij het Poolse ‘holebibeleid’ van de afgelopen jaren. Het maakt immers duidelijk wat een conservatief en rechts bewind kan betekenen op het vlak van de holebi-emancipatie.

Conservatief beleid

De partijen en politici die na 2005 een tijdje de dienst uitmaakten in Polen stonden niet bepaald bekend voor hun holebivriendelijkheid. Lech Kaczynski van de conservatieve PiS verbood, toen hij nog burgemeester van Warschau was, de holebi-optochten omdat die volgens hem ‘seksueel obsceen’ en ‘beledigend voor de religieuze gevoelens van de burgers’ waren. Diezelfde Lech Kaczynski werd in 2005 verkozen tot president. Zijn broer Jaroslaw Kaczynski, ook van de PiS, werd in 2006 premier.
De partij Zelfverdediging is een populistische beweging, ontstaan uit een radicale boerenorganisatie. Haar leider, Andrzej Lepper, noemde ooit Joseph Goebbels en Jean-Marie Le Pen zijn rolmodellen. Op verkiezingsbijeenkomsten van Zelfverdediging werden nazi-skinheads opgemerkt en verschillende lokale afdelingen werden geïnfiltreerd door neo-nazi’s.1
De Liga van Poolse Families, ten slotte, is een extreemrechtse politieke formatie die geleid werd door Roman Giertych. Haar jeugdafdeling, de Jeugd van Groot-Polen (MW - Mlodziez Wszechpolska), wil de Poolse jeugd opvoeden in een katholieke en patriottistische geest en telt heel wat nazi-skinheads onder haar leden. Op holebimanifestaties werden bij de tegenbetogers vaak leden van de Jeugd van Groot-Polen opgemerkt die homofobe slagzinnen scandeerden en holebi’s bekogelden met stenen, eieren, flessen en andere projectielen. Toen Lech Kaczynski de holebi-optocht in Warschau verbood, kreeg de Jeugd van Groot-Polen wel toestemming om een ‘optocht voor normaliteit’ te organiseren.

Een van de eerste beleidsdaden waarmee de nieuwe regering zich in november 2005 in de kijker werkte, was het afschaffen van de regeringsgevolmachtigde voor de gelijke status van mannen en vrouwen. Die stond in voor de controle op discriminaties (onder meer) op grond van de seksuele geaardheid. De taken van de regeringsgevolmachtigde werden toegewezen aan een nieuw departement voor vrouwen, gezin en tegen discriminatie, binnen het Ministerie van Arbeid. In de praktijk kwam dit er op neer dat de klemtoon volledig werd verlegd naar het bestrijden van discriminaties van vrouwen en de steun aan het (klassieke) gezin. Dat was nog maar het begin. In mei 2006 stuurde een parlementslid van de Liga van Poolse Families, Wojciech Wierzejski, bijvoorbeeld een brief naar enkele ministers met de vraag ‘om de legale en illegale financieringsbronnen van de Poolse holebi-organisaties na te gaan’. Hij beweerde dat de holebi-organisaties banden hadden met drugsdealers. Naar aanleiding van de brief startte het Poolse Openbare Ministerie effectief een onderzoek naar het criminele karakter van de holebi-organisaties. Wierzejski had ook een probaat middel tegen holebi-optochten: ‘Abnormalen die demonstreren, moet men met stokken slaan. Voor buitenlandse holebipolitici volstaan twee stokslagen op het hoofd opdat ze nooit meer zouden opdagen. Want elke homo is per definitie een lafaard’. Roman Giertych, vice-premier en Minister van Onderwijs in de regering-Kaczynski, beweerde in mei 2006 op de Poolse televisie dat holebi-organisaties transseksuelen naar Poolse peutertuinen stuurden om kinderen er toe aan te zetten om van geslacht te veranderen. Diezelfde Giertych ontsloeg ook Miroslaw Sielatycki, de directeur van het Centraal Bureau voor Onderwijs (CODN - Centralnego Osrodka Doskonalenia Nauczycieli), omdat die de publicatie had goedgekeurd van een tekst waarmee de minister niet akkoord kon gaan. In de tekst stond dat holebi’s het gemakkelijker hadden in grote Europese steden (met een goed ontwikkelde subcultuur, eigen cafés en organisaties) en relatief moeilijk in kleine steden en grote delen van Centraal-Europa (waar de standpunten over holebiseksualiteit slechts langzaam veranderden). De directeur werd vervangen door Teresa Lecka, een godsdienstlerares die de standpunten van Giertyck trouw vertolkte. Zo verklaarde ze dat het onderwijs jongeren duidelijk moest maken dat holebiseksualiteit onnatuurlijk was en leidde tot dramatische toestanden, leegheid en verderf.

Gevolgen

Doordat Poolse toppolitici en ministers aan de bevolking het signaal gaven dat homofobie legitiem was, ontstond een voedingsbodem voor een klimaat waarin het gerechtvaardigd leek om holebi’s te beschimpen en aan te vallen. In 2005 raakten in Katowice twee mannen gewond, nadat op hen geschoten werd vlak voor een homoclub. In Warschau werden twee homo’s in elkaar geslagen. Naar aanleiding van die gebeurtenissen lanceerde de Poolse holebibeweging een noodoproep.
Meer algemeen toonde een Pools onderzoek van eind 2006 aan dat 17,6% van de ondervraagde holebi’s het slachtoffer werd van één of andere vorm van fysisch geweld tussen januari 2005 en december 2006. In 85% van de gevallen werd geen aangifte gedaan bij de politie. Psychisch geweld, zoals beledigingen, werd ervaren door 51% van de ondervraagden. Daarvan werd in 96% van de gevallen geen aangifte gedaan. Holebi’s rapporteerden vaak discriminaties in het onderwijs, op de werkvloer en in contacten met de gezondheidszorg. ‘Toen een dermatoloog ontdekte dat ik homo was, zei hij mij dat ik maar een dierenarts moest raadplegen’, verklaarde een Poolse holebi. Het gevolg is dat heel wat Poolse holebi’s hun seksuele geaardheid verbergen: 84,6% op het werk, 79% op school en 62,2% tegenover hun buren of huisbaas.2

De politieke verhoudingen kleurden ook het hele overheidsbeleid ten aanzien van holebi’s. Holebi-organisaties konden geen aanspraak maken op overheidssubsidies. Toen de Campagne Tegen Homofobie, een Poolse holebi-organisatie, in het kader van een Europees uitwisselingsproject, een vrijwilliger naar Zweden wilde sturen, werd dat afgewezen. Volgens het selectiecomité liet het beleid van het ministerie niet toe om steun te geven aan het propageren van holebiseksualiteit bij jongeren en aan het samenwerken met holebi-organisaties. Poolse scholen mochten van Roman Giertych enkel boeken gebruiken die holebiseksualiteit als een afwijking bestempelden. Giertych was ook voorstander van een wet die homoseksuele propaganda - dit was het bespreekbaar maken van holebiseksualiteit - moest verbieden in scholen. Poolse leerkrachten die zich niet aan het verbod hielden, mochten hun ontslagbrief verwachten, stelde vice-Minister van Onderwijs Miroslaw Orzechowski van de Liga van Poolse Families. De Poolse ombudsvrouw voor kinderen, Eva Sowinska, pleitte voor het instellen van een beroepsverbod voor holebi’s die leerkracht, sporttrainer of kunstdocent waren. Holebi’s mochten in scholen absoluut geen omgang hebben met kinderen en jongeren. Ze wilde ook een lijst opstellen van functies die niet door holebi’s mochten worden uitgeoefend.
De linkse partijen, die bij de verkiezingen van 2005 een grote nederlaag leden, boden nauwelijks enig tegenwicht. Ze reageerden zelden op de homofobe uitspraken. Soms namen ze die zelfs over, in plaats van er een alternatief voor te bieden. De Poolse oppositie vreesde voor haar populariteit en wilde het daarom niet openlijk hebben over gelijke rechten voor holebi’s.

De Poolse holebibeweging

De Poolse holebibeweging liet zich niet onbetuigd. Ze kwam de laatste jaren vooral in het nieuws naar aanleiding van de holebi-optochten.3 In 2001 werd in Warschau voor het eerst een Poolse holebi-optocht georganiseerd. Die verliep, net zoals de optochten van 2002 en 2003, zonder incidenten. De problemen begonnen in 2004: in Warschau werd de optocht verboden en in Poznan en Krakau kregen de manifestanten te maken met agressieve tegenbetogers en een falende politiebescherming. De toetreding van Polen tot de Europese Unie was daar wellicht niet vreemd aan. Die toetreding versterkte de positie van de nationalistische partijen in Polen en bracht een tegenreactie op gang. Brussel - met zijn ‘liefde voor holebi’s’ - werd door hen gezien als hét symbool van decadentie en moreel verval en als een groot gevaar voor de modale, katholieke Pool. Anderzijds was de toetreding tot de Europese Unie een stimulans voor de Poolse holebi’s om nog militanter campagne te voeren en gelijke rechten op te eisen. Door het communistische verleden was er in Polen lange tijd geen holebibeweging. Pas na de instorting van het communisme begonnen de seksuele minderheden zich te manifesteren en werd het heteronormatieve kader, opgelegd door het communistische regime, in vraag gesteld.4 Holebi’s die eisen stelden, vormden een nieuw gegeven en de Poolse samenleving was niet gewend om daar mee om te gaan.

In het verkiezingsjaar 2005 werd de tegenstand nog heftiger. In Warschau, Torun en Poznan werden de holebi-optochten verboden. Toen in Poznan toch werd opgestapt, braken er hevige rellen uit met de tegenbetogers en de politie. Tientallen holebi’s werden gearresteerd. De holebibeweging ging echter in het verweer. Ze schakelde de Poolse rechtbanken in, die meermaals oordeelden dat het verbieden van vreedzame betogingen in strijd was met de wet. Ze mobiliseerde via e-mail, internet en andere informele netwerken. En ze zocht steun bij onder meer de Poolse feministische bewegingen en mensenrechtenbewegingen. Kort na het verbod in Poznan werden in zeven Poolse steden solidariteitsbetogingen georganiseerd. Het verbod op de holebi-optochten deed een maatschappelijk debat ontstaan en voor het eerst kwamen holebi’s zelf aan bod in de pers.5 De Poolse holebibeweging kreeg ook hulp van buitenlandse holebigroepen. De Europese holebi-organisatie ILGA-Europe maakte een handleiding voor het organiseren van holebi-optochten in een vijandige omgeving.6 Buitenlandse politici en leden van buitenlandse holebi-organisaties woonden de holebi-optochten in de Poolse steden bij, om druk uit te oefenen op de Poolse lokale overheden om de optochten te beschermen. Poznan vormde dan ook een keerpunt. In 2006 en 2007 werden nergens in Polen nog holebi-optochten verboden en de politie trad adequaat op tegen tegenbetogers.

Op 3 mei 2007 werd Polen overigens veroordeeld door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens voor het verbieden in 2005 van de holebi-optocht in Warschau. Het Hof oordeelde unaniem dat er onder meer een inbreuk was gepleegd op artikel 11 (over de vrijheid van vergadering en vereniging) van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.7 En het congres van lokale en regionale overheden van de Raad van Europa nam in maart 2007 een resolutie aan waarin het verbod op holebi-optochten en andere openbare manifestaties in bepaalde Europese steden sterk werd veroordeeld.

Katholicisme

Naast het heroplevende nationalisme (en het daarmee samenhangende succes van bepaalde politieke stromingen) en het communistische verleden, is ook het militant-conservatieve katholicisme een belangrijk element om de onverdraagzaamheid tegenover holebi’s in Polen te duiden.8 Zo’n 95% van de Polen is katholiek (het overgrote deel ook praktiserend). En ook al groeit er bij de Poolse jeugd steeds meer verzet tegen het conservatieve katholicisme, toch blijft de katholieke kerk een machtsfactor van belang in de Poolse samenleving. Ze steunt openlijk de morele standpunten van de conservatieve partijen, verhindert elke dialoog door holebiseksualiteit consequent te bestempelen als een afwijking en probeert de wetgeving te beïnvloeden. Toen in 1995 bijvoorbeeld werd voorgesteld om in de nieuwe Poolse grondwet een discriminatieverbod op grond van seksuele geaardheid op te nemen, werd dit voornemen geschrapt onder druk van de katholieke kerk.

Tijdens holebi-optochten werden onder de tegenbetogers, naast nazi-skinheads en leden van de Jeugd van Groot-Polen, vaak verontruste katholieke burgers opgemerkt. Katholieke organisaties steunen groepen die holebi’s van hun geaardheid willen afhelpen. Radio Maryja neemt in de Poolse samenleving een bijzondere plaats in. Dit katholieke radiostation werd opgericht door priester Tadeusz Rydzyk en heeft dagelijks meer dan een miljoen luisteraars, voornamelijk gepensioneerden. Inmiddels zijn ook een krant en een televisiestation met Radio Maryja verbonden. Het radiostation steunt conservatieve politici en krijgt zelf ook steun van hen. De Familie van Radio Maryja (Rodzina Radio Maryja), een organisatie die enkele honderdduizenden actieve leden telt (vooral oudere vrouwen), geeft de Familie de mogelijkheid om snel te mobiliseren en zijn homofobe gedachtegoed te verspreiden. Er is ook een rechtstreekse band met de Jeugd van Groot-Polen. De leden ervan worden regelmatig naar de studio’s gehaald en op het radiostation worden programma’s gemaakt met muziek die populair is bij nazi-skinheads.

Dat Hongarije, Tsjechië, Slovenië en Estland tot de meer liberale Oost- en Centraal-Europese landen behoren, zou overigens te maken kunnen hebben met de grote invloed van de protestantse kerk in die landen. In Hongarije deed de socialistische staatssecretaris Gabor Szetey zijn coming-out, Tsjechië en Slovenië hebben een regeling voor holebipartners en in Hongarije hebben holebisamenwonenden enkele minimale rechten. Toch zijn er ook nog heel wat problemen in die landen. De Nederlandse ambassadeur Hans Glaubitz verliet in 2006 Estland omdat zijn levenspartner, een zwarte Cubaan, te veel leed onder de homofobie en het racisme. En in de Hongaarse hoofdstad Boedapest werd in juni 2007 de holebi-optocht aangevallen. Landen zoals Litouwen, Letland en Roemenië - en in mindere mate ook Slowakije en Kroatië - zouden veeleer bij Polen aansluiten. In Rusland, Oekraïne, Bulgarije en Servië zou de situatie het ergst zijn omdat de oosters-orthodoxe kerk, die er nog conservatiever en militanter is dan de katholieke kerk, daar een erg kwalijke rol speelt.

De Europese Unie

Peilingen tonen aan dat de Oost- en Centraal-Europese landen niet tot de meest holebitolerante van de Europese Unie behoren, maar ook dat er onderling nogal wat verschillen zijn. Uit de Eurobarometerpeiling van september-oktober 2006 bleek dat slechts 17% van de Polen te vinden was voor de openstelling van het burgerlijke huwelijk in Europa (het gemiddelde van de - toenmalige - vijfentwintig lidstaten van de Europese Unie gaf 44% voorstanders). Tsjechië bevond zich boven het gemiddelde, met 52% voorstanders. Slovenië (31%), Estland (21%), Slowakije (19%), Hongarije (18%), Litouwen (17%) en Letland (12%) - naast Bulgarije (15%) en Roemenië (11%) - situeerden zich echter onder het gemiddelde. Slechts 7% van de Polen was voorstander van de openstelling van de adoptie voor holebi’s. Alle Oost- en Centraal-Europese landen bevonden zich hier onder het gemiddelde van de Europese Unie (32%).9

Meermaals zorgde de toetreding van Polen tot de Europese Unie voor gefrons. Zo kon Polen op de Europese top van juni 2007 bijvoorbeeld afdwingen dat het Handvest van de Grondrechten niet mag beletten dat Polen eigen wetten maakt op het gebied van de openbare zeden, het familierecht en de bescherming van de menselijke waardigheid en de lichamelijke en morele integriteit. Polen zou dus het Handvest kunnen negeren als de eigen normen dat vereisen. België heeft zich verzet tegen deze uitzondering, omdat gevreesd werd dat Polen daarmee de discriminatie van holebi’s zou kunnen verantwoorden.

Niettemin was de toetreding van Polen - en andere Oost- en Centraal-Europese landen - tot de Europese Unie erg belangrijk voor de emancipatie van de holebi’s in die landen. De kandidaat-lidstaten moeten immers de criteria van Kopenhagen respecteren, wat betekent dat ze moeten beschikken over stabiele instellingen die (onder meer) een garantie bieden voor de mensenrechten. Door toe te treden tot de Europese Unie werd Polen verplicht de antidiscriminatieregelgeving over te nemen. In het Poolse Arbeidswetboek en de Wet van 20 april 2004 op de bevordering van de werkgelegenheid en de instellingen van de arbeidsmarkt werden dan ook de bepalingen uit de Europese Kaderrichtlijn inzake de gelijke behandeling in arbeid en beroep (van 27 november 2000) opgenomen. Daardoor werd een verbod ingesteld op de discriminatie van werknemers op grond van hun seksuele geaardheid. Bovendien kregen de sociale organisaties, waaronder de holebi-organisaties, de mogelijkheid om in rechte op te treden tegen discriminaties.10

Het lidmaatschap van Polen biedt ook de mogelijkheid om de situatie van de Poolse holebi’s aan te klagen binnen de instellingen van de Europese Unie. Zo stuurde de Europese Commissie, kort na de verkiezing van Lech Kaczynski tot president, een officiële waarschuwing. Daarin stond dat Polen zijn stemrechten kon verliezen binnen de Europese Unie als het de rechten van holebi’s bleef schenden. Premier Jaroslaw Kaczynski werd bij een bezoek aan de Europese Commissie ondervraagd over de discriminatie van de Poolse holebi’s, waarna hij verklaarde dat het antisemitische en homofobe Polen een mythe was. Het Europese Parlement nam in 2006 en 2007 verschillende resoluties aan over homofobie in Europa, waarbij uitdrukkelijk naar Polen werd verwezen. Ook binnen de Raad van Europa werd het Poolse holebibeleid op de korrel genomen. In juni 2007 vroeg Thomas Hammarberg, de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa, in een memorandum aan het comité van ministers aandacht voor de Poolse holebi’s.

België

De toestand van de Poolse holebi’s wordt eveneens in België gevolgd. De Belgische holebibeweging - die goede contacten heeft met de Poolse holebibeweging - ondernam verschillende acties om de Poolse holebi’s te steunen. Zo trok het Antwerpse Roze Huis, samen met enkele Belgische politici, meermaals naar Krakau om er de holebi-optocht bij te wonen. De jongerengroep Wel Jong Niet Hetero voerde op 17 mei 2007 - de Internationale Dag tegen Homofobie - actie aan het Centraal Station in Antwerpen. Ook vanuit de politieke wereld kwam er steun voor de Poolse holebi’s. Jan Roegiers (Spirit), Johan Verstreken (CD&V), Bart Martens (sp.a), Margriet Hermans (Open Vld), Helga Stevens (N-VA) en Herman Schueremans (Open Vld) dienden in het Vlaamse Parlement een voorstel van resolutie in betreffende het veroordelen van homofobie in enkele EU-lidstaten. De resolutie werd op 10 juli 2007 goedgekeurd. Enkel het Vlaams Belang stemde tegen. De Poolse ambassade weigerde overigens om iemand naar de hoorzitting te sturen ‘omdat de rechten van seksuele minderheden ten volle gerespecteerd worden in Polen’. In haar 1 mei-toespraak van 2007 haalde vice-premier Freya Van den Bossche (sp.a) scherp uit naar Polen. Ze vroeg dat België, via diplomatieke weg, de situatie van de Poolse holebi’s zou aankaarten binnen de Europese Unie. De PS wilde nog een stap verder gaan en pleitte ervoor om het sanctiemechanisme uit het EU-Verdrag in werking te stellen. Hiervoor is echter een grote meerderheid nodig.
Meermaals werden ook parlementaire vragen gesteld over de situatie van de holebi’s in Polen en in de andere Oost- en Centraal-Europese landen. Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (Open Vld) stelde dat landen die geen vorm van holebihuwelijk hebben minder ver staan in hun evolutieproces en dat België een voortrekkersrol kan vervullen door aan te tonen welke verrijking kan uitgaan van tolerantie en eerbied voor de verschillen tussen individuen.

Resoluties, verklaringen en parlementaire vragen zijn een belangrijke - maar vaak ook symbolische en vrijblijvende - aanzet. In de praktijk kan er ongetwijfeld nog meer gebeuren. Nederland kan als voorbeeld dienen. Zo schreef de Amsterdamse burgemeester Job Cohen een brief naar de burgemeesters van Warschau, Riga, Vilnius en Tallinn waarin hij zijn bezorgdheid uitdrukte over de toenemende intolerantie tegenover holebi’s. Ook de burgemeester van Moskou kreeg van hem een brief naar aanleiding van het verbieden van een holebimanifestatie: ‘Hoe kleiner een groep mensen, hoe meer bescherming ze van de autoriteiten verdienen om in een veilige omgeving hun mening te uiten’. De Nederlandse overheid steunt de uitbouw van de holebibeweging in Oost- en Centraal-Europa.11 Zo werd de campagne ‘We mogen gezien worden’, waarmee de Poolse holebi’s in 2003 de internationale pers haalden, mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Nederlandse ambassade. De campagne, die onder meer bestond uit het ophangen van affiches van holebiparen en een begeleidende tentoonstelling, lokte heel wat protest uit in Polen. België zou, net zoals Nederland, financiële steun kunnen geven aan de holebibeweging in Oost- en Centraal-Europa en op de internationale fora consequent kunnen pleiten voor de gelijke behandeling van holebi’s. Dat is ook in het belang van de Belgische holebi’s. Enkel het op gang brengen van een volwaardig emancipatieproces in de Oost- en Centraal-Europese landen kan voorkomen dat, onder hun invloed, de klok wordt teruggedraaid in landen die al erg ver staan op het vlak van gelijke holebirechten en dat geen vooruitgang meer wordt geboekt in andere landen.

Toekomst

Of de parlementsverkiezingen van oktober 2007, en de overwinning van het Burgerplatform van Donald Tusk, zullen leiden tot een milder klimaat tegenover holebi’s in Polen is nog maar al te zeer de vraag. Het Burgerplatform behaalde in de laatste verkiezingen 209 (van de 460) zetels in het Poolse parlement, de Sejm (een winst van 76 zetels tegenover 2005). Ze wil regeren met de Poolse Boerenpartij (PSL - Polskie Stronnictwo Ludowe), ook wel Poolse Volkspartij genoemd die geleid wordt door Waldemar Pawlak. De PSL behaalde 31 zetels in de Sejm (een winst van 6 zetels tegenover 2005). De Partij voor Recht en Rechtvaardigheid behaalde in de laatste parlementsverkiezingen 166 zetels in de Sejm (een winst van 11 zetels tegenover 2005). Zelfverdediging en de Liga van Poolse Families haalden de kiesdrempel niet en verloren al hun zetels.
Het Burgerplatform is een conservatieve liberale partij. Coalitiepartner PSL heeft voornamelijk tot doel de belangen van de landbouwers te verdedigen. Op ethisch vlak nemen beide partijen christendemocratische standpunten in. In het Europese Parlement behoren ze beiden tot de Europese Volkspartij.

In het verleden heeft het Burgerplatform zich vaak op de vlakte gehouden op het gebied van holebiseksualiteit. Wellicht zat hier koele berekening achter. Door openlijk gematigde (of positieve) standpunten in te nemen over holebi’s zou Donald Tusk wellicht nooit een kans gemaakt hebben om de parlementsverkiezingen te winnen. Volgens de Poolse holebibeweging zouden de standpunten rond holebiseksualiteit van de leiders van het Burgerplatform niet erg verschillen van die van de leiders van partijen zoals PiS, Zelfverdediging en de Liga van Poolse Families.12 Partij-ideoloog van het Burgerplatform Stefan Niesiolowski staat bijvoorbeeld bekend voor zijn afkeer voor holebi’s. Hij liet onder meer weten dat holebi’s - volgens hem ‘gefrustreerden’ - niet welkom waren met hun eisen in een optocht van het Burgerplatform. Ook vice-voorzitter van het Burgerplatform Jan Maria Rokita verklaarde dat holebi’s weliswaar met respect behandeld moeten worden, maar dat het Burgerplatform nooit de spreekbuis zou worden van dergelijke marginale groepen. Zo is het Burgerplatform gekant tegen een geregistreerd partnerschap voor holebi’s.

In de komende jaren moet overigens nog rekening gehouden worden met een derde belangrijke speler in de Poolse politiek. Tot 2010 blijft Lech Kaczynski (PiS) president van Polen. De relatie tussen Donald Tusk en de gebroeders Kaczynski is erg verzuurd na de nederlaag van Tusk bij de vorige parlements- en presidentsverkiezingen en de toenmalige weigering van Jaroslaw Kaczynski om samen met hem een grote coalitie te vormen. Lech Kaczynski zou nog aardig wat roet in het eten kunnen gooien, want als president beschikt hij over een vetorecht dat enkel met een drievijfde meerderheid in het parlement kan worden doorbroken. Lech Kaczynski kondigde al aan dat hij moeilijk zal doen over de goedkeuring van het Europese Handvest van de Grondrechten.

Besluit

De Belgische ervaring leert dat een aantal factoren verenigd moeten zijn om gelijke rechten voor holebi’s te bekomen: holebi’s moeten zichtbaar worden en het gewone - in plaats van het problematische - van holebi’s moet worden beklemtoond zodat er een maatschappelijk draagvlak ontstaat; daarnaast moet de holebibeweging sterk staan en bereid zijn om actie te voeren en moet er een gunstige politieke constellatie zijn.13 Vooral dat laatste ligt erg moeilijk in Polen.

Tot 2004-2005 waren er in Polen nochtans een aantal positieve evoluties. Zo werd in 2003 een wetsvoorstel ingediend door Maria Szyskowska van het Verbond van Democratisch Links-Arbeidersunie (SLD-UP - Sojusz Lewicy Demokratycznej - Unia Pracy) om een geregistreerd partnerschap in te voeren. Hoewel het nooit behandeld werd, had het toch een grote symboolwaarde. Aan die positieve ontwikkelingen kwam abrupt een einde in 2005.
Wellicht valt er in de nabije toekomst van de coalitie van het Burgerplatform en de Poolse Boerenpartij geen drastisch holebivriendelijker klimaat te verwachten in Polen. Wel wordt verwacht dat de Europese richtlijnen - ook op het gebied van antidiscriminatie - beter nageleefd zullen worden. Donald Tusk stuurt immers aan op een EU-vriendelijk, liberaal economisch klimaat dat de uittocht van (vooral) hoogopgeleide Polen moet tegengaan. Steun vanuit de Europese Unie is uiteraard meegenomen maar belangrijke realisaties, zoals een partnerregeling, zullen toch in Polen zelf moeten gebeuren. Mogelijkerwijze zullen ook de scherpe kantjes van het beleid wat afgevijld worden en zullen expliciete homofobe uitspraken wat meer achterwege blijven. Op zich betekent dat ook al winst voor de Poolse holebi’s. Naar aanleiding van de rellen in Poznan in 2005 verklaarde Janusz Palikot van het Burgerplatform bijvoorbeeld dat zijn partij nooit zou toelaten dat holebiseksualiteit gepromoot werd, maar toch ook dat zijn partij niet akkoord kon gaan met het brutale politieoptreden. Het lijkt er dus op dat het voor de Poolse holebi’s voorlopig nog alle dagen hopen blijft op betere tijden.

Paul Borghs
Medewerker Cel Politiek van de Holebifederatie

Noten
1/ Pankowski R. en Kornak M., Poland, In: Mudde C. (ed.), Racist Extremism in Central and Eastern Europe, Londen, Routledge, 2005, pp. 160-161.
2/ Abramowicz M., Situation of bisexual and homosexual persons in Poland. Research, In: Abramowicz M. (ed.), Situation of bisexual and homosexual persons in Poland (2005 and 2006 report), Warschau, Campaign Against Homophobia, 2007, pp. 11-33. Zie ook ILGA-Europe, Meeting the challenge of accession. Surveys on sexual orientation discrimination in countries joining the European Union, Brussel, ILGA-Europe, 2004.
3/ ILGA-Europe, Lesbian, Gay, Bisexual and Transgender Rights. Freedom of Assembly.Diary of Events by Country, Brussel, ILGA-Europe, 2007.
4/ Carstocea S., Repères d’une identité clandestine: considérations historiques sur l’homosexualité en Roumanie, In: Revue d’histoire moderne & contemporaine, oktober-december 2006, p. 191.
5/ Pogodzinska P., Recognizing sexual orientation in Polish law, In: Weyembergh A. en Carstocea S. (ed.), The gays’ and lesbians’ rights in an enlarged European Union, Brussel, Editions de l’Université de Bruxelles, 2006, p. 182 en ILGA-Europe, Equality for lesbians and gay men. A relevant issue in the EU Accession Process, Brussel, ILGA-Europe, 2001, p. 52.
6/ ILGA-Europe, Prides against Prejudice. A toolkit for pride organising in a hostile environment, Brussel, ILGA-Europe, 2006.
7/ Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Baczkowksi e.a. tegen Polen (zaak 1543/06), Straatsburg, 3 mei 2007.
8/ Interview met Tomasz Kitlinski en Pawel Leszkowicz, In: Boersema W., De tirannie van de meerderheid. Homo’s in Polen, In: Trouw, 13 juli 2006, p. 6.
9/ European Commission, Eurobarometer 66 (Public Opinion in the European Union), Brussel, Directorate General Communication, december 2006.
10/ Waaldijk C. en Bonini-Baraldi M., Sexual orientation discrimination in the European Union: national laws and the employment equality directive, Den Haag, T. M.C. Asser Press, 2006, pp. 149-188.
11/ Van der Veur D., Homosexuality in South Eastern Europe, Amsterdam, COC Netherlands en Hivos, 2003.
12/ Biedron R., Politics, In: Abramowicz M. (ed.), Situation of bisexual and homosexual persons in Poland (2005 and 2006 report), Warschau, Campaign Against Homophobia, 2007, pp. 11-33.
13/ Borghs P., Holebi’s in België (1985-2004): krachtlijnen van een emancipatiestrijd, In: Spee S., Lodewyckx I., Motmans A. en Van Haegendoren M. (ed.), Wachten op gelijke kansen. Jaarboek 2, Antwerpen, Garant, 2004, pp. 93-116.

holebi - holebi-beweging - Polen

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 9 (november), pagina 51 tot 59