Abonneer Log in

'Pleidooi voor populisme'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 8 (oktober), pagina 54 tot 55

Pleidooi voor populisme

David Van Reybrouck
Querido, Amsterdam, 2008

Populist is een modern politiek scheldwoord. Waar is de oppositiepartij, die niet door haar regerende tegenstanders als populistisch is gedoodverfd, waar de oppositiepartij die niet de meer vooruitstrevende mannen van de oppositie, zowel als haar reactionaire tegenstanders het brandmerkende verwijt van het populisme voor de voeten heeft teruggeworpen?
Nogal wat tekenen wijzen er op dat bij de volgende verkiezingen de populisten ook nog wel eens vrij populair zullen blijken te zijn. Het is dan ook een uitstekende timing dat David Van Reybrouck dit fenomeen eens grondig bestudeerde. Bijzonder goed geargumenteerd, met verrassende argumentaties, en vooral met een open blik. Dit is geen geforceerd pamflet voor of tégen het populisme. Integendeel, het is vooral een pleidooi om ‘laaggeschoolden’ weer kansen te geven in ons politiek bestel.

Een kwart van de Belgische bevolking is hoog opgeleid (universitair of hoger onderwijs), maar in het parlement gaan ze met 93% van de zetels aan de haal. De universitairen zijn trouwens maar goed voor 8% van de bevolking, maar leveren wel 81% van de parlementairen. De huidige politieke klasse coöpteert de volgende generatie, nog los van het feit dat fervente republikeinen wel hun eigen kinderen als opvolger lanceren. Alhoewel een aantal politici nog graag over laaggeschoolden praten, blijken ze er nog zelden mee te willen praten. Of toch niet als hun gelijken in de vertegenwoordiging van het volk. De weinige laaggeschoolde kandidaten staan doorgaans op onverkiesbare plaatsen en hebben minder toegang tot de media. Opleiding betekent toegang tot de macht. En het parlement mist in z’n samenstelling een flink deel van de bevolking, met alle gevolgen op het vertrouwen van die groep in de politici. Van Reybrouck trekt overigens een niet onterechte parallel met de ondervertegenwoordiging van vrouwen. Populisme is geen ziekte maar een symptoom van de wanverhoudingen van de diplomademocratie. Maar het is niet meteen ook een therapie.

Meer laaggeschoolden in het parlement is een noodzakelijke, maar tevens onvoldoende voorwaarde om het duistere populisme te bestrijden. De populistische partijen maken er een punt van zich te profileren als de kant van de buitenstaanders tegen de heersende klasse. Dat die spreekbuis van de laaggeschoolden zelf wel hooggeschoold zijn, is ook geen nieuw fenomeen. Vandervelde en Anseele waren ook niet direct zelf leden van de arbeidersklasse. Maar in tegenstelling tot die eerste socialisten valt er m.i. niet veel ‘programma’ te ontdekken in het populistisch discours. Of toch niet veel dat het welzijn van hun eerste doelgroep drastisch zal verbeteren. Ook Van Reybrouck beschrijft de populistische leiders vooral als de ‘vaandeldragers van bestaand maatschappelijk ongenoegen’.

En hij beschrijft treffend de kloof tussen de wereld van de hooggeschoolden zoals U en ik, en de wereld van frigoboxtoeristen. ‘Laaggeschoolden zijn in de meerderheid, maar voelen zich oprecht een gediscrimineerde minderheid’. Een zin die eigenlijk ook op de Flamingante Vlamingen kon slaan.

Vergis U niet door de titel van het boekje. Pleidooi voor populisme vertrekt vanuit een stevig progressief wereldbeeld. Maar legt daarom net zo pijnlijk de vinger op de wonde dat de socialisten net vervreemdden van dat stuk van hun achterban dat hen het meest nodig heeft. De auteur stelt een vlijmscherpe diagnose, maar voelde zich duidelijk niet geroepen erg ver te gaan in de behandeling. In elk geval vind ik dit boekje verplichte literatuur voor iedereen die in het politieke bedrijf staat, en zeker diegene die zich moeten beraden over de toekomstige partijstrategieën. Als men al de ambitie heeft om de Lijst Dedecker te counteren dan vindt men hierin elementen die men mee in rekening moet brengen. Al had ik bij het lezen van z’n laatste bladzijden toch wat het gevoel: Steve, komt terug, alles is vergeten en vergeven! Eigenlijk was dat toch een tijd waarin de sp.a een linkse koers voer en die tegelijk vlot kon uitleggen en verkopen aan niet-gediplomeerden. Dus het is niet onmogelijk om links en populistisch te zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 8 (oktober), pagina 54 tot 55