Log in

'Paria's van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme'

Uitgelezen

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 5 (mei), pagina 86 tot 87

Paria's van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme

Loïc Wacquant
Uitgeverij epo, Berchem, 2012

Dit boek neemt de lezer mee naar wat Wacquant de ‘relegatiezones’ noemt in twee ontwikkelde landen, Frankrijk en de Verenigde Staten. Zijn hoofddoel is ingaan tegen de al te makkelijke en oppervlakkige analyses van wetenschappers en media die enkel zich opstapelende sociale problemen zien in ‘getto’s’ van geweld, losbandigheid en sociaal verval. Hij toont daarom aan dat de extreme marginaliteit in de zwarte getto’s van de VS economisch ondergedetermineerd en politiek overgedetermineerd zijn. In Frankrijk is een geheel andere institutionele logica aan de gang.

De getto’s in de VS zijn vooral een kwestie van politieke sociologie en niet van postindustriële economie. Ze zijn het resultaat van de geschiedenis en van de territoriale uitsluiting van zwarten. Daarbovenop is vanaf de jaren 1970 en 1980 een proces van desindustrialisering begonnen, met als gevolg een verpaupering en een leegloop van middenklassen. Daardoor is er nu zelfs geen volledig spectrum van klassen meer aanwezig. De etnoraciale uitsluiting heeft uiteindelijk geleid tot een concentratie van zwarte armoede. Dit heeft niets te maken met culturele affiniteit of etnische keuze, maar wel met een geschiedenis van uitsluiting en daarna economisch verval. Daarbovenop komt de terugtrekking van de staat, het verval van openbare dienstverlening en de afbouw van sociale rechten.

De in verval zijnde stadsrand in Frankrijk daarentegen wordt door een andere institutionele logica gecreëerd. Hier speelt vooral een klassenlogica die slechts gedeeltelijk wordt versterkt door een etno-nationale afkomst van de bewoners en ook gedeeltelijk wordt afgezwakt door overheidsmaatregelen. In Frankrijk zijn er geen etnische getto’s, de samenstelling is pluri-etnisch met nog een deel van Franse bewoners. Er is wel een hoge werkloosheid - hoewel minder dan in VS -, er zijn veel slechtbetaalde banen maar de meeste mensen nemen wel deel aan het sociaaleconomische leven. Spreken over ‘Franse getto’s’ is daarom sociologische onzin, zo stelt Wacquant.

Er is dus helemaal geen ‘transatlantische convergentie’ aan de gang en de studie bevestigt dat overheidsstructuren en -beleid wel degelijk een beslissende rol kunnen spelen.
Ook de studies over de ‘globale stad’ of de ‘duale stad’ vinden geen genade in Waquant’s ogen. Ze houden te weinig rekening met de processen van sociale fragmentatie aan de onderkant die complementair is met de processen van eenmaking aan de top. De armoede is steeds minder verbonden met de schommelingen van de nationale economie en wordt verergerd door de afbouw van de verzorgingsstaten. Relegatiebuurten en kapitalistische wereldeconomie ontwikkelen zich meer en meer los van elkaar.

Dit betekent niet dat er niet ook gemeenschappelijke kenmerken zijn in beide landen. De uitzichtloosheid, gebrek aan perspectief, vormen van geweld en ‘criminaliteit’ die leiden tot ‘onveiligheid’. Alle activiteiten waarmee arme mensen toch nog een inkomen kunnen verwerven, zijn gecriminaliseerd - drugshandel, prostitutie, enz. Echter, het geweld en de onveiligheid in Frankrijk zijn niet te vergelijken met die in de VS - de ‘eerste maatschappij van de moderne onveiligheid’. Moorden gebeuren er nauwelijks in Frankrijk, terwijl ze in de VS zelfs de media niet meer halen. Ook de stigmatisering en de invloed van de segregatie op de mentale structuren wegen zwaar door in beide landen, hoewel toch ook meer in Frankrijk waar nog een officiële ideologie van gelijkheid heerst en gedeeld wordt. Of de nieuwe marginaliteit in Europa ook leidt tot een ‘strafstaat’ zoals in de VS, valt nog af te wachten, aldus Wacquant. Er zijn tekenen die erop wijzen, maar het kan nog alle kanten uit.

Wacquant besluit dat de klassenanalyse moet worden herzien, omdat de dynamiek vandaag niet langer kan worden gezien in termen van beroepsstatus. De nieuwe marginaliteit is het gevolg van het wegvallen van loonarbeid als structurerende factor, ze is niet langer een bron van homogeniteit, solidariteit en zekerheid. Er ontstaat een ‘precariaat’ dat zijn subjectiviteit moet halen uit de objectiviteit door anderen en zich dus alleen kan waarmaken door zichzelf te ontbinden. Er is vandaag een grote differentiëring binnen de lagere klassen en daarom is het dringend nodig ook onderzoek te doen naar ‘burgerschap’ dat geen verworven of verleende status voor iedereen is, maar een controversieel en ongelijk geïnstitutionaliseerd proces. Het is voorwerp van voortdurende strijd.

Dit boek biedt erg interessante inzichten in de dynamiek van de nieuwe armoede in de steden. Het is wel onderzoek van twintig jaar geleden, en het is waarschijnlijk dat er vandaag ook andere trends af te lezen vallen. De nieuwe armoede op het platteland bijvoorbeeld, toont een heel andere dynamiek die o.m. tot uiting kwam in de stemmen voor het Front National tijdens de laatste presidentsverkiezingen in Frankrijk. Dit lijkt erop te wijzen dat de dualisering in onze maatschappijen een nieuwe impuls heeft gekregen en ook geografisch wordt bepaald.

Samenleving & Politiek, Jaargang 19, 2012, nr. 5 (mei), pagina 86 tot 87