Abonneer Log in

Halen de sociale verkiezingen 2020?

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 71 tot 77

Van 9 mei tot 20 mei vinden opnieuw sociale verkiezingen plaats. De eerste sociale verkiezingen werden al in 1950 georganiseerd. De komma’s en punten van de wetgeving m.b.t. de organisatie ervan werden in de loop van de jaren aangepast, maar voor de volgende editie van 2020 is toch een fundamentele revisie vereist. Waar nu nog aparte lijsten voor arbeiders en bedienden bestaan, zal het verschil moeten worden weggewerkt. Deze oefening zal tot keuzes dwingen: gaan we nog steeds in aparte lijsten voorzien voor ‘jonge werknemers’ (i.e. werknemers jonger dan 25)? Wat doen we met de kaderleden? Is er nog voldoende reden om hen niet als ‘gewone’ bedienden te beschouwen? De vraag is evenwel of de volgende jaren de discussie niet diepgaander gevoerd zal (moeten) worden: halen de sociale verkiezingen überhaupt 2020 nog?

MAG HET IETS MEER ZIJN?

In mei 2015 gaven Vincent Van Quickenborne en Egbert Lachaert (beiden Open VLD) een schot voor de boeg. De kop boven hun opiniestuk in De Morgen was veelzeggend: ‘Het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen is ver zoek’.1 Recent mengden Jean-Marie Dedecker (LDD) en Marc De Vos (Itinera Instituut) zich in het debat. Voor hen zijn sociale verkiezingen respectievelijk niet meer dan ‘een ondergesneeuwde schijndemocratie van de traditionele vakbonden’2 en ‘een verplicht nummer waar enkel grote vakbonden de plak zwaaien’.3 Binnen de N-VA leeft dan weer het idee om het sociaal overleg aan te passen aan de 21ste eeuw.4 In combinatie met een minister van Werk met een UNIZO-achtergrond, Kris Peeters (CD&V), is de kans op een extreme makeover dus zeer reëel. Maar wat is er mis met de huidige regeling?

Hierna wordt kort ingegaan op een aantal (drog)redenen. De argumenten van haatpredikers voor wie het gros van de personeelsvertegenwoordigers luiaards zijn die zich beperken tot ‘het volgen van cursussen en seminaries als sociale bezigheidstherapie’ laten wij terzijde.5 Als amuse serveren wij vooraf enkele beschouwingen over een zaak die de aanleiding was voor allerhande opinie(tjes) over het nut van sociale verkiezingen.

ACCENT GRAVE

Midden februari stond uitzendconsulent Accent in het oog van een mediastorm. VTM Nieuws had de boodschap de wereld ingestuurd dat dit uitzendkantoor de sociale verkiezingen wou ‘afkopen’. Als er geen verkiezingen georganiseerd moesten worden, zou dit - dixit een woordvoerster van het bedrijf - worden geherinvesteerd in de werknemers: ‘Enerzijds doen we dat met een dag extra verlof en anders investeren we volop in onze digitale strategie, zoals een smartphone.’ Minister Kris Peeters stuurde er de inspectie op af. Na een bezoek ter plaatse concludeerden de ambtenaren dat er geen inbreuken waren gepleegd. Zaak gesloten?

Het gebeurt wel vaker dat werkgevers een loopje nemen met de vakbondsvrijheid. Dat gaat van koffiekoeken/champagne voor de werknemers die een algemene staking boycotten tot premies om stakingsbrekers-werkwilligen te motiveren. Over dergelijke praktijken heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uitgesproken in de zaak Wilson van 2 juli 2002.6 Een staat die werkgevers toelaat om werknemers financieel te belonen als ze afstand doen van hun vakbondsvrijheid schendt artikel 11 van het EVRM.

Een ander heikel punt is het feit dat het verboden is om ‘opdracht’ te geven om te discrimineren op grond van ‘syndicale overtuiging’. In de uitzendsector - waar de vakbonden niet zeer sterk staan - kan het verleiden met een smartphone misschien voldoende zijn om van potentiële kandidaten het mikpunt van pestgedrag te maken. Of hoe een duik in de boeken meer existentiële twijfels kan opleveren dan een plaatsbezoek door de inspectie.

DE GRIEVENTROMMEL

Op 24 februari was Pieter Timmermans te gast bij het radioprogramma Hautekiet. Onder het motto ‘Kafka bij bedrijven’ werd gedebatteerd over het gebrek aan klantgerichtheid, helpdesks die voor geen meter werken, enzovoort. De VBO-topman presteerde het om een klaagzang aan te heffen over… de sociale verkiezingen. Hij was er niet tegen, maar het moest sneller en goedkoper en daar moest de wetgever dan maar voor zorgen. Zo lijkt het alsof de ondernemingsraden (OR) en de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), inclusief de sociale verkiezingen, een uitvinding zijn van de vakbonden. De gedelegeerd bestuurder vergat even dat de sociale verkiezingen het resultaat zijn van een historisch compromis. Zonder deze structuurhervormingen hadden de vakbonden na de Tweede Wereldoorlog een veel onverzoenlijker houding aangenomen, met alle gevolgen van dien voor ’s lands economie en de politieke krachtsverhoudingen.

De meeste criticasters willen de ondernemingsraden (OR) en de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) evenwel niet afschaffen, maar… Een aantal kritieken komen telkens terug.

Eerste kritiek. In eerste instantie is er het verwijt dat uitsluitend de drie ‘representatieve’ vakbonden (ABVV, ACLVB, ACV) mogen deelnemen aan de sociale verkiezingen omdat alleen zij zetelen in de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Het staat eenieder echter vrij om een organisatie op te richten en 125.000 leden te sprokkelen waardoor men automatisch in deze organen zetelt. En het mag zelfs iets minder zijn. Kadervakbonden mogen al lijsten indienen als ze kunnen bewijzen dat ze 10.000 leden hebben; daarnaast kunnen individuele kaderleden ook nog huislijsten (zonder enige band met de werknemersorganisaties) indienen op voorwaarde dat een aantal collega’s hen steunt. Maar, we moeten niet flauw doen, alleen de vakbonden van de trojka zijn volwaardige spelers in het sociaal overleg.

De techniek om de sociale dialoog te beperken tot de meest representatieve organisaties is in 1919 geïntroduceerd door artikel 389 van het Verdrag van Versailles dat aan de basis lag van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Niets belet uiteraard dat de wetgever de lat lager/anders legt. Maar waarom? Nu steunt het sociaal overleg op slechts enkele organisaties met een zeer breed draagvlak. Als men met meer rond de tafel kan zitten, neemt de kans op conflicten exponentieel toe. Daarenboven zet men dan de deur open voor organisaties met een extreem gedachtegoed: van de nationalistische Vlaamse Solidaire Vakbond tot de anarcho-syndicalistische International Workers Association.

Tweede kritiek. Een andere veel gehoorde kritiek betreft het feit dat de kleurenvakbonden gelieerd zijn met politieke families, genre ‘het FGTB is de gewapende arm van de PS’. Laten we ons echter geen illusies maken. Bij het Franse Force Ouvrière (tussen de 300.000 à 500.000 leden) mogen de leden hun politieke overtuiging niet uiten, maar in vergelijking met sommige federaties van CGT-FO is - met enig gevoel voor overdrijving - de metaalcentrale van FGTB een bijbelklasje.

Derde kritiek. Het gebrek aan democratie. Egbert Lachaert en Vincent Van Quickenborne zien vooral graten in het feit dat de lijststem een (te) grote rol speelt en dat vrouwen op de lijsten ondervertegenwoordigd zijn.7 Toegegeven, de leden hebben geen inspraak in de lijstvorming. Zou men de kandidaten dan niet beter onderwerpen aan een poll?

Hiertegen zijn twee bezwaren. Een. Om te vermijden dat de werkgever kandidaten zou uitschakelen, worden dezen al beschermd in de ‘occulte’ periode, i.e. voor hun namen bekend zijn. Als iedereen zich kandidaat kan stellen (en er voorverkiezingen georganiseerd worden) zou iedereen ook beschermd moeten worden. Maar, twee, het belangrijkste bezwaar is dat appels met peren worden vergeleken. Een modale kiezer kan de geschiktheid van de kandidaat voor een mandaat in het parlement niet of slechts oppervlakkig beoordelen. Artikels in Dag Allemaal of optredens in De Slimste Mens ter Wereld bieden nu eenmaal weinig houvast. Het feit dat de selectie aan de vakbondssecretaris wordt toevertrouwd, garandeert dat - in de beste der werelden - die kandidaat op de lijst wordt gezet die zich in de voorbije periode het sterkst heeft geëngageerd, scholingen heeft gevolgd, enzovoort. Kortom, het garandeert dat de meest geschikte kandidaat de beste kansen krijgt om verkozen te worden. Een vakbondssecretaris die voor zijn organisatie stemmen wil halen, heeft er alle belang bij om goed te selecteren. De werknemers - ook degenen die niet bij een vakbond aangesloten zijn - hebben immers het laatste woord en ze kennen hun collega’s.

Vierde kritiek. Hét pijntje van de werkgevers is de bescherming van de personeelsvertegenwoordigers. Zodra er sociale verkiezingen georganiseerd worden, kan men volgens de Karel Van Eetvelts van deze wereld niemand meer ontslaan. Thank you Capitain Obvious!

Personen die zich verkiesbaar stellen of verkozen worden als lid van OR/CPBW kunnen alleen worden ontslagen om een dringende reden of een economisch-technische reden. In beide gevallen is het ontslag slechts mogelijk als er een bepaalde procedure wordt gevolgd. De essentie hiervan is dat de werkgever het ontslag voorlegt aan externen (o.a. de arbeidsgerechten) alvorens het uit te voeren. Werkgevers die zich niet houden aan de procedures of die een werknemersvertegenwoordiger ontslaan ondanks een verbod, moeten hem/haar een forfaitaire vergoeding betalen. Deze bedraagt 2, 3 of 4 jaar loon al naargelang de anciënniteit (als werknemer) minder dan 10 jaar, tussen de 10 en de 20 jaar of méér dan 20 jaar bedraagt. Als er om re-integratie wordt gevraagd en die vervolgens wordt geweigerd, wordt de vergoeding nog verhoogd met het equivalent van het gedeelte van het mandaat tot de volgende verkiezing. Een onrechtmatig ontslag onmiddellijk volgend op de sociale verkiezingen zou de werkgever dus maximum acht jaren loon kunnen kosten. Marc Leemans (ACV) heeft ooit een fles champagne beloofd als men iemand kon aanwijzen die het maximumbedrag had gecasht. Tot op heden werd de prijs nog niet afgehaald, wat doet vermoeden dat het uitgekeerde bedrag meestal lager ligt.

Het is ook maar de vraag of de Belgische wetgeving de vakbondsvrijheid niet schendt. Aangezien de vergoeding voor een deel uit een variabel bedrag bestaat, wordt hiermee vaak creatief omgesprongen. Zo kan de werkgever het moment berekenen waarop de vergoeding het laagst is. Deze periode ligt in de maanden voor de volgende sociale verkiezing. In milieus van advocaten wordt dit dan ook wel eens smalend ‘de solden’ genoemd. Komt daar bij dat de vergoeding niet mag worden gecumuleerd met de normale opzeggingsvergoeding. Dat impliceert dus dat voor sommige afgevaardigden het verschil met een ‘gewoon’ ontslag wel eens niet al te groot zou kunnen zijn. Het voornaamste bezwaar tegen de bestaande regeling is dat de werkgever de vakbondsvrijheid kan afkopen. Het volstaat om over veel geld te beschikken.

Volgens het Freedom of Association Committee van de IAO moet wetgeving echter voldoende afschrikwekkend zijn om schendingen van de vakbondsvrijheid te verhinderen.8 De huidige regelgeving doorstaat deze toets niet.

HET WONDERMIDDEL

De drie traditionele vakbonden zijn feitelijke verenigingen. Dit impliceert dat zij juridisch de som zijn van hun leden waardoor een aansprakelijkheidsvordering moeilijk wordt. Voor schade berokkend tijdens vakbondsbetogingen kan men dus niet aankloppen bij de bonden. Dit zou anders liggen als ze zich zouden omvormen tot vzw’s en dus rechtspersoonlijkheid zouden aannemen. Volgens een zeer recent voorstel van de kamerleden Lachaert-Van Quickenborne zouden werknemersorganisaties slechts mogen deelnemen aan sociale verkiezingen en cao’s sluiten als ze rechtspersoonlijkheid hebben.9

Los van het feit dat de toelichting bij het voorstel met spuug en plaktouw aan elkaar hangt, staan de indieners niet stil bij de gevolgen ervan. Zij gaan ervan uit dat de werknemersorganisaties overstag zullen gaan. Maar wat als ze dat niet doen? Als de ondernemingsraden (OR) en de comités voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) verdwijnen, verdwijnen ook overlegmomenten en neemt de kans op fricties toe.

Wil België internationale conventies naleven dan zal de wijze waarop de rechtspersoonlijkheid wordt georganiseerd sowieso aan strikte regels gebonden zijn. De droom om een putsch à la Thatcher te organiseren waarbij de rechtspersoonlijkheid tijdens de mijnwerkersstakingen van 1984-85 werd gebruikt om de vakbonden te liquideren, kan men dan ook wel opbergen. De grootste stommiteit zou er echter in kunnen bestaan het cao-overleg te torpederen. Collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) zijn als het ware een ‘vredesverdrag’. Zij gelden nu voor iedereen, ongeacht of werknemers mee hebben gestaakt of niet. Zal een wijziging in het denken over collectieve arbeidsovereenkomsten niet als gevolg hebben dat de voordelen in ondernemingscao’s (waarvoor geen beperkingen gelden want het zijn gewone overeenkomsten) worden beperkt tot diegenen die een actie hebben gesteund? Wie zal zich dan niet bij een vakbond aansluiten en niet mee staken?

SLOOP DE HEILIGE HUISJES

In De Tijd van 17 februari maakt Paul Soete (Agoria) onder de kop ‘Het verkeerde Accent in de sociale verkiezingen’ een aantal rake observaties.10 Het is een genoegen om met hem van mening te verschillen, maar hij heeft wel een punt wanneer hij zich beklaagt over de oubolligheid van de bestaande regeling van de sociale verkiezingen.

In de loop van de jaren is de wet steeds opnieuw aangepast waardoor er een juridische ‘koterij’ is ontstaan. Moet het hele systeem, de zogenaamde publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, echter niet worden herdacht?

Werkgevers moeten wel beseffen dat een soortement nieuw Sociaal Pact geen eenrichtingsverkeer kan zijn. Ook zij zullen dan toegevingen moeten doen. In 1948 verbond de Federatie der Katholieke Werkgevers bij monde van Léon Bekaert zich ertoe om ondernemingsraden op te laten richten in ondernemingen met minstens 50 werknemers.11 Bijna zeven decennia later is dat nog altijd niet gerealiseerd. Tijd dus om de belofte in te lossen.

Wie morrelt aan de bestaande regelgeving zal een aantal heilige huisjes moeten slopen. Waarom bijvoorbeeld zetelt UNIZO in de Nationale Arbeidsraad? De organisatie is vooral actief in ondernemingen waar de vakbonden buiten worden gehouden. En vertegenwoordigt de Boerenbond niet vooral de agro-industrie? Waarom zetelen ze dan nog apart in de Groep van 10?

Sommige partijen zullen zeker van de gelegenheid gebruik willen maken om de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen af te pakken van de vakorganisaties. Zij moeten zich wel realiseren dat er dan ook gesproken zal worden over de vakantiefondsen en de kinderbijslagfondsen die door werkgevers worden gedomineerd.

RECHTSE BOLSJEWIEKEN

Hierbij een tip voor diegenen die, net zoals Egbert Lachaert en Vincent Van Quickenborne, het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen willen versterken12 of, zoals ze het zelf verwoorden: ‘Het kan anders. Waarom laten we sociale verkiezingen niet organiseren van onderen uit, van op het niveau van het individueel bedrijf? Het moet daarbij mogelijk zijn een drempel in te stellen om te beletten dat elkeen een lijst zou indienen. Maar die drempel moet haalbaar zijn, zodat er nieuwe vertegenwoordigers met andere inzichten zich kandidaat kunnen stellen’.13

Voorstanders van rank-and-file unionism kunnen inspiratie zoeken in het wetsvoorstel houdende de oprichting van de Bedrijfscomités van 17 juli 1945.14 Daarin werd voorgesteld om alle werknemers met twee maanden anciënniteit de mogelijkheid te geven zich kandidaat te stellen voor zover zij gesteund werden door 10% van de stemgerechtigden. Leidinggevend personeel zou ook niet worden aangeduid door de werkgever (zoals nu het geval is), maar zich verkiesbaar moeten stellen. De agenda van de vergaderingen zou mede worden bepaald door de werknemers. Adviezen die door de werkgever worden genegeerd, zouden (zoals nu in Nederland) extern getoetst worden, enzovoort. Democratie alom. Het voorstel werd geschreven door Henri Glineur van… de Kommunistische Partij (KPB-PCB). Les extrêmes se touchent.

REVENONS Á NOS MOUTONS

Maar wat als de reactionairen hun zin niet krijgen? Hoe zullen de sociale verkiezingen er dan uitzien in 2020?

Het staat vast dat de verschillende kiescolleges voor arbeiders en bedienden zullen worden opgedoekt. Met het verbod op leeftijdsdiscriminatie in het achterhoofd, is de kans reëel dat ook ‘jonge werknemers’ niet langer een aparte stem zullen krijgen. Voor het overige zal alles waarschijnlijk bij het oude blijven. Een aanpassing van de procedure zal immers naar goede gewoonte rijkelijk laat op de agenda worden gezet. De discussie zal (te) snel moeten worden gevoerd en node beperkt blijven tot enkele bijeenkomsten van experten in een commissie van de Nationale Arbeidsraad. De uiteindelijke regeling zal een geknutseld compromis zijn waarbij iedereen pluimen verliest. Everybody has won and, all must have prizes.15

Patrick Humblet
Faculteit Rechten Universiteit Gent

Noten
1/ http://www.demorgen.be/opinie/het-democratische-gehalte-van-de-sociale-verkiezingen-is-ver-zoek-baf9abd3/ (12 mei 2015).
2/ http://www.knack.be/nieuws/belgie/de-sociale-verkiezingen-zijn-een-ondergesneeuwde-schijndemocratie-van-de-traditionele-vakbonden/article-opinion-667823.html (21 februari 2016).
3/ http://www.demorgen.be/opinie/sociale-verkiezingen-een-verplicht-nummer-waar-enkel-grote-vakbonden-de-plak-zwaaien-bde79cd5 (18 februari 2016).
4/ https://www.n-va.be/standpunten/sociaal-overleg.
5/ http://www.knack.be/nieuws/belgie/de-sociale-verkiezingen-zijn-een-ondergesneeuwde-schijndemocratie-van-de-traditionele-vakbonden/article-opinion-667823.html (21 februari 2016).
6/ EHRM 2 juli 2002, Wilson & the National Union of Journalists (and Others) v. the United Kingdom.
7/ Parl.St. Kamer 2015-2016, nr. 1498/1.
8/ Digest of decisions and principles of the Freedom of Association Committee of the Governing Body of the ILO, fifth edition, Genève, ILO, nr. 822.
9/ Parl.St. kamer 2015-2016, nr. 1641/1.
10/ http://www.tijd.be/opinie/algemeen/Het\_verkeerde\_Accent\_in\_de\_sociale\_verkiezingen.9733120-7765.art?ckc=1(17 februari 2016).
11/ Wouter Dambre, Geschiedenis van de ondernemingsraden in België, Antwerpen, Kluwer, 1985, 72.
12/ Voorstel van resolutie tot versterking van het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen, Parl.St. Kamer 2015-2016, nr. 1498/1.
13/ http://www.demorgen.be/opinie/het-democratische-gehalte-van-de-sociale-verkiezingen-is-ver-zoek-baf9abd3.
14/ Parl.St. Kamer 1944-45, nr. 143.
15/ Lewis Carroll, Alice’s Adventures in Wonderland, Hoofdstuk 3, ‘A Caucus-Race and a Long Tale’.

sociale verkiezingen - sociale dialoog - vakbond

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 4 (april), pagina 71 tot 77