Abonneer Log in

De armoede vervloeken

HALFWEG BOURGEOIS I

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 87 tot 89

Geachte viceminister-president en minister voor o.a. Armoedebestrijding,
Beste Mevrouw Homans,

Het is een zegen om minister voor Armoedebestrijding in Vlaanderen te mogen zijn. Iedereen weet dat het een taak is met veel verantwoordelijkheid, die directe impact heeft op het dagelijks leven van de Vlaming. U maakt het verschil. Maar wellicht ervaart u het soms ook als een vloek. De armoede laat zich moeilijk temmen.

Het helpt misschien dat de jongste jaren vele mensen mee hebben nagedacht over mogelijke acties om zo effectief mogelijk armoede in te dijken. Uw collega-ministers hebben binnen hun domein bekeken hoe ze hun steentje aan armoedebestrijding kunnen bijdragen. Armoedebestrijdende middenveldorganisaties en administraties puzzelden mee aan het Vlaamse Actieplan Armoedebestrijding. Onder meer de Studiedienst van de Vlaamse regering bracht belangrijke cijfers in kaart. Het Vlaams Armoedesteunpunt leverde beleidsrelevante onderzoeksresultaten op. Deze verschillende expertises maken het mogelijk om er een spreekwoordelijke lap op te geven, die nog ‘evidence based’ is ook.

Het is meer dan nodig, want de barometers geven al een tijdje slecht weer aan. Kinderarmoede neemt toe in plaats van te dalen. In alle bescheidenheid permitteer ik mij om vier cruciale acties te presenteren, die de slechte armoedecijfers uit het slop kunnen trekken. Ze kunnen van de vloek een zegen maken.

Een eerste actie: de schuldenlast aanpakken. Elke dag stapelen de schulden zich op. Er zijn meer Vlamingen die in de schulden geraken én de verschuldigde bedragen worden hoger. De Vlaamse regering betaalt schuldbemiddelaars, maar het zijn die schulden die we bij de wortel moeten aanpakken. Uiteraard knelt daar het schoentje. Elke politieke discussie over de manier waarop de inkomenssituatie van de armsten in Vlaanderen kan verhogen, stokt wanneer radicaal moet worden gekozen voor (meer) herverdeling. Maar het doel is toch dat elke Vlaming fatsoenlijk kan leven? Zet daarnaast de feiten: quasi alle sociale uitkeringen liggen onder de armoedegrens. Dat wil zeggen dat we mensen niet uit de armoede tillen door hen een werkloosheidsuitkering of leefloon uit te betalen. Verschillende focusgroepen van Vlamingen uit het onderzoek naar referentiebudgetten hebben de lat gelegd op wat iemand minimaal nodig heeft om van te leven. Blijkt dat het leefloon die naam niet waardig is: het is geen loon waarvan men kan leven, het is zelfs geen minimum om van te bestaan, zoals haar voorganger beloofde. Mevrouw de minister, we hebben eenmalig een koevoet nodig om de deur - waarvan iedereen weet dat ze open kan - los te wrikken. Hoe groot die koevoet moet zijn en wat die kost, hebben we tot in detail berekend. Het is perfect betaalbaar.

Een tweede actie: jobs moeten prioritair gaan naar gezinnen waar niemand werkt. Wat is het probleem? Onze arbeidsmarkt werkt in het voordeel van wie al werkt. Als bijkomende jobs naar gezinnen gaan, waar al voldoende loon wordt gestort, dan gaat de werkzaamheidsgraad wel omhoog, maar blijven de werkloze huishoudens in armoede leven. Het Europese sociale investeringsparadigma zou hier de leidraad moeten zijn. We moeten zorgen dat iedereen zichzelf kan ontwikkelen via opleidingen en jobs, zodat ze zichzelf kunnen wapenen tegen elk soort risico. Zo boeken we vooruitgang. Nu laten we een groeiende groep van ‘unhappy few’ achter. Steeds meer kinderen worden in Vlaamse gezinnen geboren waar niemand werkt. Ze lopen een achterstand op en zo creëren we de armen van morgen. Uiteraard is het wegwerken van de ongelijkheid in het onderwijs een fundament voor deze strategie. Tegelijk is een duurzaam aanbod voor laaggeschoolde arbeidskrachten nodig: deze groeiende groep geraakt niet aan de bak. Tijdelijke opleidingen of een taalbad doen hen even proeven van wat het zou kunnen zijn, maar een vervolg blijft uit. Velen onder hen raken ontmoedigd en gooien uiteindelijk de handdoek in de ring. Ons onderzoek bewijst dat dit nefast is voor het zelfvertrouwen en voor de aspiraties die onze jongeren voor zichzelf durven stellen. Het maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft een boost nodig.

Een derde actie: meer vrouwen van buitenlandse herkomst naar de arbeidsmarkt begeleiden. Een migratieachtergrond zorgt sowieso voor extra uitdagingen. Het culturele debat moeten we hier niet voeren; het sociaaleconomische is des te meer ‘een must’. Hooggeschoolde nieuwe Belgen geraken niet aan een job of werken ver beneden hun kunnen. Vrouwen van buitenlandse herkomst, ook al wonen ze hier al decennia, zijn sterk ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. De statistieken spreken voor zich: bij deze subgroepen spelen speciale uitsluitingsmechanismen die we apart moeten aanpakken. Ons onderzoek in en over het verenigingsleven in Vlaanderen duidt verder op de verborgen armoede. We hebben harde aanwijzingen dat in vele migrantenverenigingen mensen over de vloer komen met ernstige problemen. De vrijwilligers roepen om hulp: de armoedesituaties groeien hen boven het hoofd en de doorstroming naar hulpverleningsdiensten lukt niet. Uit onze netwerkanalyse blijkt dat hulpverleningsorganisaties, zoals de OCMW’s, zeer weinig contacten hebben met waar deze doelgroepen te vinden zijn. Met informatiebrochures gaan we dit pleit niet winnen.

Een vierde actie: administratieve vereenvoudiging op gezinsniveau. In Vlaanderen veroorzaakt de administratieve last voor gezinnen in moeilijkheden bijkomende problemen. Het is broodnodig om in samenwerking met quasi alle beleidssectoren naar automatische toekenning van rechten over te schakelen en de administratieve vereenvoudiging tot op gezinsniveau door te trekken. Dit speelt zich af in de sfeer van de arbeidsmarkt, het onderwijs, de gezondheidszorg, enzovoort. Nog een stap verder is de administratieve kunst die men aan de dag moet leggen om in een geliberaliseerde markt de meest voordelige deal te sluiten. Recente verontrustende cijfers over energiearmoede maken dat actie prangend is om consumenten bij te staan. Sociaal werkers uit verschillende diensten en organisaties geven ons het signaal dat zij te weinig ruimte hebben om mensen op een emancipatorische manier te ondersteunen. Het juiste kleine duwtje in de rug zou een duurzaam effect kunnen hebben, maar de doorgedreven rationalisering - met efficiëntie en effectiviteit als kompas - van het brede welzijnsveld verhindert een aanpak op maat. Het tekort aan zorgverleners en armoedebestrijders te velde is onbetwist. De toename aan burn-outs in de humane sectoren is een teken aan de wand.

Mevrouw de viceminister-president, de Vlaamse armoedebestrijding staat op een laag pitje. U wil zich op het einde van deze legislatuur laten afrekenen op een serieuze daling van de kinderarmoede. Ik vind dat goed, maar er rest niet veel tijd meer. Mij gaat het uiteraard niet om uw afrekening. Ik ben bezorgd over de inspanningen voor herverdeling, solidariteit en armoedebestrijding in Vlaanderen. Straks moeten ook elke stad en gemeente, zonder OCMW, boven een leeg blad beslissen hoe sociaal ze nog willen zijn. Voor vele lokale besturen gaat dat hun petje te boven, maar hun verantwoordelijkheid wordt groter en hun houvast kleiner. Hoe zal de gecoördineerde armoedestrategie er in Vlaanderen dan uitzien?

Mevrouw Homans, we moeten collectieve impact genereren; samen de armoede vervloeken. Uw kabinet, de Vlaamse administratie, onderzoeksteams, andere besturen, de markt en middenveldactoren moeten samenwerken en solidaire beslissingen durven nemen. We organiseren daarvoor geen dure recepties, maar huren wel een zaal. En laat ons dan die zaal vol spiegels zetten, zodat we onszelf - en met ons de armoedebestrijding - de rug niet langer kunnen toekeren (naar Henri Miller).

Danielle Dierckx
Onderzoeksleider Centrum OASeS (UA) en promotor-coördinator voormalig Vlaams Armoedesteunpunt

Brieven aan Bourgeois I - Vlaamse regering - armoede

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 87 tot 89