Log in

Tijd voor een Internetionale

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 1 (januari), pagina 44 tot 48

Over netneutraliteit blijven we best niet neutraal. De afschaffing ervan brengt niet alleen de democratische toegang tot het internet in gedrang, maar bedreigt ook de werking ervan. Met het afschaffen van de netneutraliteit komt alle macht over de werking van het internet in handen van enkele grote concerns. Netneutraliteit wordt het best door de (internationale) overheid gewaarborgd, onder democratische en transparante controle van het parlement.

HET EINDE VAN DE VANZELFSPREKENDHEID

Ben jij afgelopen jaren ook verslingerd geraakt aan het aanbod van Netflix, beschouw jij YouTube als je beste partner in het levenslange leren, volg je de actualiteit via VRT NWS, ga je ook de wereld verbeteren via de talks van TedX, of heb je gewoon je cd-collectie op zolder opgeborgen omdat je toch over een Spotify-abonnement beschikt? Communiceer jij ook het liefst via Skype, WhatsApp, Facetime en Snapchat? Dit is sinds 14 december allemaal een stuk minder vanzelfsprekend geworden.

De dag voordien stuurde Tim Berners-Lee volgende alarmkreet via Twitter de wereld in:

'The @FCC's proposal to undermine #NetNeutrality would be a disaster for the internet, for consumers & for innovation. That's why I've joined internet pioneers calling for tomorrow's vote to be cancelled https://pioneersfornetneutrality.tumblr.com/'. Berners-Lee is niet de eerste de beste. Hij creëerde, samen met de Vlaming Robert Cailliau, het World Wide Web en wordt als één van de vaders van het moderne internet gezien.

Berners-Lee overdrijft niet: het wezen van het internet is immers in gevaar. Samen met 21 andere internet- en technologiepioniers stuurde hij een open brief naar Amerikaanse politici, in de hoop dat zij een cruciale stemming konden tegenhouden op 14 december over de afschaffing van de netneutraliteit door de FCC, de Amerikaanse telecomregulator. Hiermee wil de Trump-administratie de regels voor internetproviders terugdringen. De open brief viel op een koude steen.

Nochtans blijven grote technologiebedrijven, zoals Google en Netflix, maar ook mensenrechtenactivisten, wetenschappers en consumentenbonden voorstander van netneutraliteit. Deze beslissing komt niet zomaar uit de lucht vallen, internetneutraliteit is reeds meer dan 15 jaar het voorwerp van een bits debat tussen voor- en tegenstanders.

NEUTRALITEIT IS VOOR HEN DIE HET KUNNEN BETALEN

Wat is netneutraliteit? Dat is het principe dat alle internetverkeer op dezelfde manier behandeld moet worden door de internetproviders. Zo mag er geen extra vergoeding gevraagd worden voor bepaalde diensten (bijvoorbeeld: streamen of downloaden), voor een snellere toegang of mag er geen voorrang gegeven worden aan bepaalde websites.

Telenet mag bijvoorbeeld de websites van haar digitale televisie of van haar aandeelhouders niet bevoordelen tegenover het aanbod van haar concurrent Proximus of die van Netflix. Er mag dus geen discriminatie zijn tussen de toegang tot websites. Enkel in uitzonderlijke omstandigheden (zoals bij terreur, kinderporno, enzovoort) mogen internetproviders tussenkomen.

Technisch wil dat zeggen dat elk internetpakket dezelfde rechten krijgt op het netwerk. Dit heilige principe wordt voor het eerst aangetast en dan wel in het moederland van het internet. Dit lijkt het eerste schot dat uit de dam gehaald wordt, andere landen zullen waarschijnlijk volgen.

DE VALSE VRIJE MARKT

Die strenge regels voor netneutraliteit, die nu worden afgeschaft, werden in 2015 in de Verenigde Staten ingevoerd door de Obama-administratie. De rol van internetproviders werd toen beperkt tot het onvoorwaardelijk doorlaten van alle bits en bytes die doorgestuurd werden. Met de nieuwe soepele regels mag er wel onderscheid gemaakt worden tussen internetpakketten, indien dit duidelijk gecommuniceerd wordt aan de klanten. Op die manier zou - theoretisch althans - de klant tijdig een andere provider kunnen kiezen, die een beter aanbod heeft. Alles om de concurrentie tussen providers te bevorderen.

Helaas is er in het grootste deel van de Verenigde Staten (en de rest van de wereld) een quasi-monopolie van providers, die snel internet met voldoende bandbreedte (minstens 25, liefst 100 megabit per seconde) aanbieden.

In België is dat een oligopolie van enkele grote spelers, waarvan ook kleinere providers afhankelijk zijn. De grote spelers (Proximus en Telenet) beheersen de kabelinfrastructuur. Daardoor zal het afschaffen van netneutraliteit ook bij ons niet zorgen voor vrije concurrentie.

Voorstanders van deze vorm van vrije concurrentie tussen providers schermen met argumenten als een goedkoper internet, snellere innovatie, constante verbetering van het netwerk en het opdrijven van de capaciteit. Helaas blijken dit drogredenen.

Dat Netflix een grote voorstander is van netneutraliteit levert ook het tegenargument: het gigantische groeiende netwerkverkeer door streamingdiensten zorgt voor capaciteitsproblemen. Tegenstanders schermen met het vastlopen van het internet, maar daarmee gaat men voorbij aan de tijdsversnelling van de technologie, het zogenaamde accelerationisme, dat onder meer in de Wet van Moore beschreven staat.

Deze veranderingen zullen tot resultaat hebben dat contentleveranciers en streamingdiensten, zoals Netflix en YouTube, en klanten die een snel internet wensen, een pak meer zullen moeten betalen en dat de grote internetproviders veel rijker zullen worden. Vraag is dan natuurlijk wat die providers met deze winsten zullen doen: investeren in beter en sneller internet, of omzetten in dividenden?

In elk geval zullen weinig nieuwe spelers opduiken, start-ups zullen een pak minder kansen krijgen en alles zal onder de grote spelers verdeeld worden. Kleinere streamingbedrijfjes, zoals Vimeo en Deezer, zullen zich nog moeilijk kunnen handhaven. Het afschaffen van de netneutraliteit is dus ideaal om kleine en startende bedrijven te wurgen en de grote bedrijven het monopolie te bieden. Niet echt het concurrentiemodel dat men voor ogen heeft.

Het afschaffen van netneutraliteit zal in elk geval een grote impact hebben op onze economie, want het internet is immers uitgegroeid tot een grote én vanzelfsprekende facilitator voor ons bedrijfsleven en ons wetenschappelijk onderzoek.

DE DEMOCRATIE IN GEVAAR

Al deze economische beslommeringen staan nog los van de ethische en democratische discussie. Het opschorten van netneutraliteit zal resulteren in een snel internet voor de rijken en een traag en beperkt internet voor de gewone man. Bevriende websites van de providers kunnen worden bevoordeeld door zerorating (diensten die niet meetellen voor je datalimiet). Hiermee zouden bedrijven en overheden voor subtiele desinformatie van de bevolking kunnen zorgen. Providers zouden bijvoorbeeld een zerorating kunnen toekennen aan een bepaalde webwinkel, zodat er oneerlijke concurrentievoordelen zouden ontstaan.

Het gaat echter verder: door netneutraliteit af te schaffen worden commerciële bedrijven de gatekeepers tot de wereldwijde informatie. Momenteel is het in de Verenigde Staten zelfs niet denkbeeldig dat grote providers in verkiezingsperiodes de websites van hun politieke medestanders sneller gaan maken en die van hun tegenstanders trager, of zelfs laten wegfilteren. Dan is de Evil Corporation uit Mr. Robot (een aanrader trouwens!) niet meer zo veraf.

Ook onafhankelijke journalistiek komt in het gedrang. Alleen kapitaalkrachtige mediaconcerns zullen in staat zijn om de toeslagen voor hun streamingaanbod te betalen. Kleine niet-commerciële organisaties zullen naar het achterplan verbannen worden. Op die manier gaan kabelmaatschappijen bepalen welk nieuws tot bij de mensen zal raken.

Ook kleine dissidente actiegroepen zullen een pak minder zichtbaar zijn en niet meer kunnen optornen tegen de grote kapitaalkrachtige lobbygroepen. Kritische geluiden zullen veel makkelijker weggefilterd worden. Zelfs David Kaye, een mensenrechtenexpert van de Verenigde Naties, verklaarde dat netneutraliteit een zeer belangrijk principe is om iedereen toegang te bieden tot alle informatie en dat het afschaffen ervan de mensenrechten zou aantasten [Knack, 20/12/2017].

ALS HET DRUPPELT BIJ TRUMP, DAN DRUIPT HET IN EUROPA

In Europa zullen we de gevolgen van de FCC-beslissing voelen. Het grootste deel van de apps en de websites die we bezoeken, is afhankelijk van het dataverkeer in de Verenigde Staten. Dit is niet alleen jammer voor de Europese surfer, maar dit zal ook het machtsevenwicht tussen Europa en de Verenigde Staten doorkruisen. Amerikanen krijgen de controle over de internetdata, terwijl Europa dit vrij laat. Benieuwd of Europa voet bij stuk houdt en blijft vasthouden aan die neutraliteit.

Ook in ons land zien internetproviders immers brood in een meer variabel internet. De eerste die in België de knuppel in het hoenderhok smeet was Proximus-CEO Dominique Leroy: zij wil dat grootverbruikers als Netflix, Google en Facebook meebetalen aan de telecomoperatoren voor hun ongebreidelde datastromen.

Dit lijkt op een mooi David tegen Goliath-verhaal waarbij het kleine Proximus het geld uit de zakken van de 'big five' slaat, maar er zit een perfide kant aan deze vraag. Op die manier zou België de netneutraliteit helemaal op de helling zetten.

Gelukkig gaan onze telecomminister, Alexander De Croo, en de Europese Commissie voluit voor netneutraliteit in België en Europa. Europees Commissaris voor Digitale Markt, Andrus Ansip, verwijst hierbij naar het EU-recht waar het toegangsrecht tot een open internet zonder discriminatie of tussenkomst twee jaar geleden is ingeschreven. De netneutraliteit wordt ook verankerd door de werking van de Body of European Regulators of Electronic Communications (BEREC), die de Europese internetproviders controleert en mogelijk misbruik onderzoekt. Deze regelgeving is verre van perfect, maar is op dit moment onze beste garantie.

DE METAFOOR VAN TOL- EN SPOORWEGEN

Als we de vergelijking van de digitale naar de fysieke wereld doortrekken, zou dit voor ons wegennet betekenen dat bepaalde mensen tol zouden moeten betalen en andere niet, en dat bepaalde mensen zelfs geen toegang meer zouden krijgen op de snelweg. Die vergelijking is niet zo vergezocht aangezien Dominique Leroy dezelfde maakt: zij is immers van oordeel dat de zware vrachtwagens (Facebook, Google, Netflix) een kilometerheffing moeten betalen [Datanews, 22/12/2017].

Eigenlijk is het opheffen van de netneutraliteit het best te vergelijken met de privatisering van de Britse spoorwegen. Omdat er de facto kleine monopolies ontstonden en er geen keuze was voor de consument, werd het aanbod alleen maar duurder en slechter en viel uiteindelijk de infrastructuur in duigen. Sommige zaken worden nu eenmaal best niet geprivatiseerd.

Netneutraliteit is de beste garantie dat kabelmaatschappijen blijven innoveren in een steeds beter netwerk. De Grote Netwerf van Telenet en de uitbouw van het glasvezelnetwerk van Proximus zijn het mooiste bewijs van de innoverende kracht van de netneutraliteit.

Tot op heden is de toegang tot het internet een quasi-democratisch recht en in alle gelijkheid geregeld, de beslissing van de FCC is de eerste stap naar een onrechtvaardig systeem.

Tijd voor een progressieve internationale om die netneutraliteit te waarborgen, te beginnen in ons eigen land. Kabelinfrastructuur is te strategisch belangrijk om in handen te laten van private bedrijven, meestal met buitenlandse aandeelhouders. Netneutraliteit wordt het best door de overheid gewaarborgd, onder democratische controle.

Het lijkt kras voor een linkse rakker om in hetzelfde kamp te zitten als multinationals zoals Netflix, Facebook of Google, die door die netneutraliteit grote winsten kunnen maken. Echter het in vraag stellen van deze netneutraliteit, is zoals het in vraag stellen van de vrijheid van meningsuiting: er kunnen daar goede redenen voor zijn, maar het is een zeer gevaarlijk hellend vlak. Afblijven dus.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 1 (januari), pagina 44 tot 48