Log in

Intellectueel of propagandist?

Wist Bart De Wever dat Hannah Arendt een vluchtelinge is geweest? Natuurlijk wel.

Links verslikte zich in zijn koffie toen Bart De Wever hen voor de keuze stelde: open grenzen of de welvaartsstaat. Ondertussen kon de linkerzijde zeggen dat ze niet voor open grenzen is. Alsof de aanstoker dat niet wist. Hij wilde gewoon het thema sociale zekerheid naar zich toehalen. Hij probeerde de taal van zijn tegenpartij te stelen, zou George Lakoff – geïnterviewd in het januarinummer van SamPol – zeggen. Het ging hem om het discours, om het frame of hoe je ook wil uitdrukken dat iemand valsspeelt om zijn gelijk te halen.

De Wever is kortgeleden door De Morgen uitgeroepen tot de meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen. Natuurlijk is hij heel intelligent en natuurlijk heeft hij wel een en ander gelezen. Maar mag men van een intellectueel niet verwachten dat hij minstens probeert zindelijk te denken? Hij hoeft geen wiskundige zekerheden te verkondigen, het mogen echt wel opinies zijn. Maar manifest de waarheid een wrong geven omdat men niet wil overtuigen maar binnenhalen? Manifest, want hij weet niet alleen dat hij dat doet, hij weet ook dat het zal worden opgemerkt.

Politiek is handelen op het publieke terrein. Het is opkomen voor een mening, opkomen voor een zaak, opkomen voor andere mensen. Politiek is spreken en schrijven. Maar is politiek ook manipuleren en valsspelen? Ik noem dat liever propaganda. In 1928 schreef Edward Bernays, een verwant van Sigmund Freud, wellicht één van de eerste werken over marketing. In zijn Propaganda heeft hij het over een onzichtbare regering die onze ideeën vormgeeft.

Politiek als handelen is een idee van Hannah Arendt. Handelen veronderstelt verscheidenheid en de vrijheid om iets nieuws te beginnen. Zij is voor mij één van de grootste filosofen van de vorige eeuw. Daarom verslikte ik mij twee keer in mijn koffie. Ik vond het onbehoorlijk om in dat opiniestuk een verwijzing te lezen naar haar boek over totalitarisme. De Wever put er het argument uit dat een natiestaat en grenzen noodzakelijk zijn. We hebben ze nodig om democratie, rechtsstaat en solidariteit te handhaven. Alleen binnen een natiestaat zijn mensenrechten denkbaar. Waarom hiervoor verwijzen naar Arendt?

Wist De Wever dat zij een vluchtelinge is geweest? Natuurlijk wel. Zij was joods en vluchtte in 1933 voor de nazi's. In Parijs hielp zij tot 1941 vluchtelingen om door te reizen, vooral naar Israël. Uiteindelijk kon ze in de Verenigde Staten een nieuw leven opbouwen. Daar kon zij, naar eigen zeggen, volwaardige burger worden, zonder haar Joodse identiteit op te geven. Zij hoefde zich niet te assimileren, ook al voelde zij zich heel vlug volledig thuis in dat nieuwe vaderland. Maar zij bleef zich tot haar dood joods en Duits voelen. En dat gaf juist geen probleem omdat de Verenigde Staten van toen daartoe uitnodigden.

Haar biografe Elisabeth Young-Bruehl noemde het lezen van haar Totalitarisme een museumbezoek met een enorme muurschildering van de 19e en 20e eeuw. Je kunt die Guernica van een historicus nooit helemaal in je opnemen, schrijft zij. En uitgerekend dat boek wordt gebruikt in een poging tot framing, tot diefstal van een discours dat je niet toebehoort? Want laten we wel wezen: het discours hoort De Wever niet toe, hij wil een minimalistische sociale zekerheid gebaseerd op de idee dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn (nood)lot.

Ik weet uiteraard niet hoe Arendt zou hebben gereageerd op de huidige Europese vluchtelingenproblematiek, maar dat zij geen humanitaire reflexen zou toelaten lijkt me uitgesloten. Of die vluchtelingen nu in een politieke gevarenzone zitten of in economisch onmogelijke omstandigheden, het zijn mensen die op een bepaald moment hun menselijkheid dreigen te verliezen of verloren hebben. Ook wie economisch op de vlucht gaat is eigenlijk op de vlucht voor ontmenselijking. Als de economische omstandigheden al te precair worden, wordt het (politiek) handelen onmogelijk, maar juist daar ligt de menselijkheid, ligt de zin van het leven, ligt de vrijheid. Wie daar onverschillig voor blijft – uit naam van abstracte principes – speelt een gevaarlijk spel.

Let wel, ik insinueer niet dat De Wever thuishoort in het totalitaire denken. Ik wil betogen dat hij in zijn poging om het discours van de linkerzijde te stelen wel heel ver, te ver, gaat door Hannah Arendt erbij te sleuren. Dat stelen is op zich een intellectueel onwaardig, maar het zal de auteur waarschijnlijk worst wezen. Hij is er toch maar in geslaagd ten minste tijdelijk zijn slag thuis te halen. Heel weinig commentaren of politici gaven hem gelijk. Maar dat hoeft voor hem ook niet. Hij wil geen intellectueel gelijk halen, hij wil veroveren, binnendringen in de taal van de ander. Hij wil dat allerbelangrijkste thema van links binnenhalen. Hij voert een propagandastrijd, dat is iets anders dan een intellectuele strijd.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 56 tot 57