Abonneer Log in

Is er nog tijd voor de patiënt?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 42 tot 47

Dat een goede gezondheidszorg ook empathie vereist, zal nog door weinigen betwist worden. De gezondheidszorg wordt menselijker naarmate er meer geïnvesteerd wordt in empathie. Daarvoor is, althans in theorie, het adagium van 'de patiënt centraal' reeds ingeburgerd in elk geschrift over gezondheidszorg. Een ander paar mouwen is hoe empathie in de praktijk ervaren wordt door zorgverstrekkers en patiënten, en of een gezondheidszorg waar geen ruimte is voor empathie niet zeer ver af staat van wat mensen of een samenleving écht belangrijk vinden.

EMPATHIE IS (NIET ALTIJD) FANTASTISCH

Goed doen is geen zaak van links alleen
Ignaas Devisch
Empathie kan een gevaarlijk wapen zijn
Bieke Verlinden
Hoe we grote instellingen zijn gaan wantrouwen
Evelien Tonkens
Begrip voor gast én gastsamenleving
Patrick Loobuyck
De ontmenselijking van de werkzoekende
Steven Genbrugge
Is er nog tijd voor de patiënt?
Rik Thys

Hoe het daadwerkelijk gesteld is met empathie in onze gezondheidszorg, en hoe het zit met de evolutie ervan, is niet zomaar te beantwoorden. Specifiek onderzoek daarover is ons niet bekend. Vandaar ook onze keuze om in dit kort bestek terug te vallen op een eerder indirecte benadering, met name onderzoek over hoe het gesteld is met de communicatie tussen zorgverleners en patiënten, en hoe patiënten dit als dusdanig ervaren en beoordelen. En dan begrijpen we communicatie als noodzakelijke maar zeker geen voldoende voorwaarde voor empathie. Voor de goede orde, empathie begrijpen we zoals het in de Van Dale omschreven wordt: 'het zich inleven in anderen, het zich kunnen verplaatsen in de gevoelens of gedachtegang van een ander'.

EMPATHIE IS BELANGRIJK EN NODIG

Een onderzoek van de Socialistische Mutualiteiten over patiëntenrechten1 bracht het manco aan communicatie en informatie scherp in beeld. Uit dit onderzoek concludeerden we o.a. dat 'de artsen een tandje moeten bijsteken in het informeren van hun patiënten. Eén op de vier patiënten werd door zijn dokter onvoldoende geïnformeerd over de ingreep of behandeling.'

Een ander onderzoek over therapeutische hardnekkigheid2 leerde eveneens dat een ruime meerderheid (69%) van Hoofdartsen (medisch directeurs) van alle Vlaamse ziekenhuizen ervan overtuigd was dat het goed zou zijn om voorafgaand aan zware ingrepen, meer tijd uit te trekken voor een gesprek met de patiënt. Dit om te praten over meerdere keuzemogelijkheden, dan wel over de mogelijke implicaties ervan.

In een bevraging, georganiseerd door de Koning Boudewijnstichting3, kwam 'levenskwaliteit' als meest prioritair criterium naar voor als doelstelling binnen de gezondheidszorg. Wat dit precies inhoudt, is niet te bepalen via een 'one size fits all'-benadering maar vergt per definitie een individuele communicatie, een gesprek en 'empathie' met de patiënt.

Ook vanuit het Vlaams Patiëntenplatform wordt begrijpelijkerwijs de nood onderstreept van spreken met de patiënt, wanneer het gaat over de concrete invulling van ieders zorgverlening: 'de plaats van de patiënt is niet in het middelpunt; hij moet mee aan tafel en daar een volwaardige stem krijgen als partner. Bovendien bestaat 'de' patiënt niet. Elke patiënt is een individu in een eigen context en met eigen noden, behoeften én invulling van levenskwaliteit'.4

Dat een vaardige communicatie ook steunt op empathie om deze 'noden, behoeften, levenskwaliteit' écht te detecteren op individuele wijze en vervolgens passend te vertalen naar een zorgaanbod, hoeft weinig betoog.

EMPATHIE WORDT OOK BELEIDSMATIG ERKEND

Wellicht hypothetisch maar voor wie toch abstractie zou willen maken van het belang en de waarde van empathie in de zorg, is er slecht nieuws. Zowel de wetgeving over de 'rechten van de patiënt' als het Vlaams Kwaliteitsdecreet bepalen zeer uitdrukkelijk dat er rekening moet worden gehouden met de patiënt, en dat niet op een passieve wijze maar op basis van een reële communicatie en gesprek.5

Voor de patiëntenwet kunnen we refereren naar volgende artikelen: artikel 5 die o.a. bepaalt dat de patiënt recht heeft op 'kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften' en artikel 7 §1 en §2 die bepalen dat de patiënt recht heeft op 'alle hem betreffende informatie die nodig is om inzicht te krijgen in zijn gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan' en deze communicatie moet geschieden 'in duidelijke taal'.

Het Vlaams Kwaliteitsdecreet bevestigt in zekere zin de filosofie van de patiëntenwetgeving, maar dan naar de voorzieningen toe. Zo lezen we in artikel 3 §2 van dit Decreet dat verantwoorde zorg o.a. ook 'gebruikersgerichtheid' moet zijn. Verder: 'Bij het verstrekken van die zorg zijn respect voor de menselijke waardigheid en diversiteit, de bejegening, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het zelfbeschikkingsrecht, de klachtenbemiddeling en -behandeling, de informatie aan en de inspraak van de gebruiker en iedere belanghebbende uit zijn leefomgeving gewaarborgd'. In de handleiding die bij dit Decreet hoort wordt ook nog zeer expliciet gesteld dat er moet worden gestreefd naar een 'actieve betrokkenheid' van de gebruikers van de zorg.

Voorgaande referenties naar de vernoemde wetgeving zijn relevant omdat ze toch minstens principes opleggen aan zorgverstrekkers én voorzieningen om rekening te houden met de noden van de patiënt, en dat ook vanuit zijn gezichtspunt dan wel door hem geformuleerd. Veronderstellen dat empathie hierbij kan helpen, of zelfs is vereist, is geen roekeloze conclusie.

GOEDE PRAKTIJKVOORBEELDEN

Hoe zit het met mogelijke initiatieven in de praktijk, die daadwerkelijk oog hebben voor de reële noden en de behoeften van de patiënt, en impliciet ook (uiteraard niet alleen) het empathisch karakter van onze gezondheidszorg versterken?

Naast ongetwijfeld andere voorbeelden of projecten die op kleinschaliger wijze meer empathie beogen, springen twee initiatieven in het oog, die zowel federaal als Vlaams gedragen worden door het beleid: enerzijds het project 'Geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid'6 en anderzijds de sector van de palliatieve zorg en in het bijzonder de richtlijnen m.b.t. de voorafgaande zorgplanning in de Woonzorgcentra.7

Het eerste, vanuit het RIZIV gestuurd, project rond geïntegreerde zorg presenteert zich in volgende bewoordingen, en we citeren de RIZIV-website: 'De patiënt staat centraal in deze benadering. Hij moet de mogelijkheid aangeboden krijgen om de controle zelf in handen te nemen (…) ondersteund door een multidisciplinair netwerk. De leden van het netwerk werken samen én met de patiënt. (…) Deze geïntegreerde aanpak veronderstelt een nieuwe kijk van de patiënt en zijn omgeving, de zorgen hulpverleners en de hulp van de volledige bevolking.' Einde citaat.

Als we er van uitgaan dat 'het aanbieden van controle aan de patiënt' en de 'samenwerking met de patiënt' geen holle woorden zijn maar daadwerkelijke doelstellingen van dit grootschalig innovatief project, dan is er voor empathie in deze vernieuwde zorg een belangrijke rol weggelegd. Voor alle duidelijkheid: dit project van geïntegreerde zorg is in volle opstartfase, wat maakt dat het nog veel te vroeg is voor een evaluatie.

Een andere sector waar empathie een centrale rol vervult in de zorg, en een gestage uitbreiding en verdieping kent, is de palliatieve sector. Nog mede op initiatief van toenmalig minister van Sociale Zaken en Pensioenen, Frank Vandenbroucke, beschikt ons land sinds 2002 over een wetgeving en een globaal plan inzake palliatieve zorg. Dat empathie een wezenskenmerk is van palliatieve zorg is een open deur intrappen. Palliatieve zorg omvat alle zorg die men kan aanbieden wanneer er geen genezing meer mogelijk is. Om deze zorg op een goede manier te kunnen aanbieden, is het cruciaal om de wensen, voorkeuren, waarden en opvattingen van de patiënt te kennen.

Een treffend voorbeeld van 'empathische communicatie' die wordt aangemoedigd binnen onze zorg is de voorafgaande zorgplanning die in de ouderenzorg, en meer bepaald de Vlaamse Woonzorgcentra, onderdeel vormt van de door de Vlaamse overheid nagestreefde kwaliteitszorg. Voorafgaande zorgplanning beoogt om nog vast te stellen wat de patiënt nog wil of niet wil inzake toekomstige zorg wanneer hij het zelf niet meer kan uiten. Deze voorafgaande zorgplanning vereist tijd; ze is niet tot één gesprek te reduceren. Goede communicatieve competenties zijn van essentieel belang om een voorafgaande zorgplanning te behandelen en te bespreken. Dat deze voorafgaande zorgplanning op actieve wijze wordt aangemoedigd binnen de Vlaamse Woonzorgcentra, is zeker een relevante vaststelling als men weet dat nog steeds 26% van de Vlaamse bevolking sterft in een woonzorgcentrum.

PRESTATIEGENEESKUNDE

Over de waarde en het belang van empathie in de gezondheidszorg, is er - zeker conceptueel - een redelijk tot grote consensus waar te nemen. Dit geldt voor de patiënten, het beleid en - naar we hopen - ook het merendeel van de artsen. Maar hoe groot deze consensus ook moge zijn, voor het toepassen van 'empathie in de zorg' is er ook op structureel vlak het een en ander nodig.

Of er ondertussen voldoende aandacht wordt besteed aan 'empathie in de zorg' in de diverse medische en paramedische opleidingen is ons niet onmiddellijk bekend, maar is uiteraard essentieel. Maar naast het aanleren van de vaardigheden is het even noodzakelijk om er voor te zorgen dat de betrokken zorgverleners ook daadwerkelijk in staat zijn om letterlijk tijd vrij te maken voor empathie. Het moge duidelijk zijn dat onze huidige prestatiegeneeskunde hier niet onmiddellijk in voorziet en nauwelijks of niet tijd voor empathie honoreert. Een financieringswijze die ook 'communicatie, gesprek, empathie' in de zorg faciliteert, of zelfs aanmoedigt, is hierbij aangewezen. Het zou goed zijn mocht minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block, deze wenselijke aanpassing ook meenemen in haar geplande en reeds lang aangekondigde hervorming van de ziekenhuisfinanciering. Een inspirerend voorbeeld in dit verband is het verhaal van het Nederlands ziekenhuis Bernhoven8 dat niet langer mikt op een 'volumegroei', maar eerder aanstuurt op 'minder behandelingen'. Deze 'inkrimping' van prestaties wordt gerealiseerd door meer tijd uit te trekken voor de patiënt en zijn verzuchtingen.

Hetzelfde geldt voor de meeste personeelsnormen in de residentiële zorg die, zeker in vergelijking met het buitenland, eerder aan de lage kant zijn. Het blijft een confronterend gegeven dat een Belgische verpleger/verpleegster in een ziekenhuis gemiddeld bijna 11 patiënten verzorgt terwijl dat in Nederland gaat over 7 patiënten en in Noorwegen zelfs 5 patiënten.9 Van het verzorgend personeel empathie verwachten is terecht, maar het moet gezien hun werkdruk ook mogelijk gemaakt worden. Uiteraard is empathie niet in alle onderdelen van de zorg – zoals in de spoed - even toepasbaar of nodig. Enige proportionaliteit in de toepassing ervan, spreekt voor zich. Toch is het wenselijk dat het uitgangspunt waar bijvoorbeeld het hoger vernoemde project van 'geïntegreerde zorg voor chronisch zieken' op steunt, ernstig wordt genomen. Het vooruitzicht van een forse stijging van het aantal chronisch zieken noopt onvermijdelijk tot een gezondheidszorg met meer aandacht voor de globale noden en behoeften van de patiënt. Dit afdoende detecteren vereist heel wat empathie van alle betrokkenen. Voor de realisatie van de meer structurele randvoorwaarden is het dan veelbelovend dat dit project rond geïntegreerde zorg zich richt op een andere zorgorganisatie (integratie, samenwerking) evenals op alternatieve betalingswijzen in de plaats van de gekende prestatievergoedingen.

Tot slot durven we hopen dat meer empathie in de zorg ook ingaat tegen de toenemende maatschappelijke trend om mensen voor hun eigen situatie en met name ook hun gezondheid compleet te responsabiliseren of zelfs te culpabiliseren. Mensen met een 'ongezonde' levensstijl kunnen op steeds minder solidariteit rekenen, zo blijkt reeds uit meerdere bevragingen. Vooral rokers zijn hier bij uitstek het typevoorbeeld van, maar deze benadering is uiteraard ook van toepassing op vele andere voorbeelden zoals mensen met een overgewicht, een alcoholverslaving of die een blessuregevoelige sport beoefenen zoals skiën of voetbal. Het principe om hen meer premie te doen betalen voor hun gezondheidszorg kan rekenen op toenemende steun bij heel wat mensen en sluit aan bij de voortschrijdende trend van individuele responsabilisering.

Dit is een verontrustende ontwikkeling. Want hoe we leven, wie we zijn en hoe het zit met onze gezondheid is vanzelfsprekend een resultaat van vele factoren die onze eigen verantwoordelijkheid ruim overstijgen. Maar zelfs in de veronderstelling dat we meer 'zelf verantwoordelijk' kunnen worden gesteld voor onze 'gezondheid' en 'gezondheidskeuzes', dan is het onze overtuiging dat onze gezondheidszorg nog steeds ten dienste staat van de patiënt. En dat vergt empathie, de nodige respectvolle bejegening en steeds de verzekering van de continuïteit van de zorg die het best aansluit bij de weloverwogen keuzes van de patiënt. Patiënten 'afrekenen' op hun gedrag of keuzes wanneer ze zorg nodig hebben botst op de ethische grens dat de gezondheidszorg er is voor de patiënt. Dit ethisch uitgangspunt in de praktijk brengen is ongetwijfeld niet eenvoudig. Het vergt meer dan alleen maar voldoende middelen, maar ook heel wat inzet van alle betrokken zorgverleners.

Noten

  1. Zie www.socmut.be, studies, Enquête Patiëntenrechten, 2008.
  2. Ibidem, Therapeutische Hardnekkigheid in Ziekenhuizen, 2016.
  3. Koning Boudewijnstichting, Burgers en gezondheidszorg, forum, 2016.
  4. Zie www.zorgcommunicatie.be – de patiënt centraal, is dat wel de ideale plaats?, 2015.
  5. Zie www.health.belgium.be/nl/patientenrechten en www.zorg-en-gezondheid.be/decreet-van-17-oktober-2003-betreffende-de-kwaliteit-van-de-gezondheids-en-welzijnsvoorzieningen.
  6. Zie www.integreo.be/nl.
  7. Zie www.zorg-en-gezondheid.be/vlaams-indicatorenproject-voor-woonzorgcentra-vip-wzc.
  8. NRC Handelsblad, 23 september 2017.
  9. 'Rol van de verpleegkundige in het ziekenhuis', Prof. W. Sermeus, KUL Leuven, 2015.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 42 tot 47