Log in

Pleidooi voor een solidair en trapsgewijs Europees mechanisme

Een gecontroleerd, maar menswaardig asiel- en migratiebeleid is mogelijk. Een solidair en trapsgewijs Europees mechanisme start bij een menswaardige bescherming in de regio zelf. Voor wie in aanmerking komt voor hervestiging van buiten de EU, neemt de EU haar verantwoordelijkheid. Wie toch de oversteek maakt naar Europa, krijgt aan de buitengrenzen snel duidelijkheid van een Europees asielagentschap. Bij erkenning volgt toewijzing aan een EU-lidstaat. Anders volgt terugkeer

ALTERNATIEVEN VOOR HET PRIKKELDRAADBELEID

Pleidooi voor een solidair en trapsgewijs Europees mechanisme
Kathleen Van Brempt en Monica De Coninck
Het timshel-plan: realistisch én menselijk
Wouter De Vriendt

Om verdrinkingsdoden te vermijden en mensensmokkelaars te ontmoedigen, kiezen we voor een beleid dat mensen wil overtuigen dat het niet nodig is - noch zin heeft - om de gevaarlijke oversteek te wagen. We geven hen een alternatief dat beter en menselijker is, dankzij een trapsgewijze aanpak:

  • Allereerst betekent dit een veilige en menswaardige opvang in de regio zelf.
  • Voor wie in aanmerking komt voor hervestiging van buiten de EU, neemt de EU haar verantwoordelijkheid door via een luchtbrug te zorgen voor een veilige route. Wie niet in aanmerking komt, wordt ter plaatse in zijn eigen regio afgewezen.
  • Wie toch de oversteek maakt naar Europa, krijgt snel duidelijkheid. Het Europese asiel- en migratiebeleid moet in staat zijn om asielaanvragen aan de buitengrenzen van de EU snel én kwalitatief te behandelen. Tegelijk zorgt de Unie voor een menswaardige opvang aan diezelfde buitengrenzen tijdens de behandeling van de asielaanvraag. Bij erkenning verzekert de EU van daaruit de onmiddellijke toewijzing aan een EU-lidstaat met het oog op een vlotte integratie. Irreguliere migratie daarentegen wordt afgeschrikt door snel duidelijk te maken dat wie niet aan de erkenningscriteria voldoet ook geen verblijfsrecht zal krijgen. In dat geval volgt onmiddellijke terugkeer. Tegelijkertijd wordt de strijd tegen mensensmokkel fors opgedreven. Dit alles gebeurt in volle transparantie, onder controle van een Europese waakhond voor de mensenrechten.

DE SOCIALE ZEKERHEID ONDERUIT HALEN?

Het infame opiniestuk dat N-VA-voorzitter Bart De Wever in januari publiceerde, bevestigde nogmaals het simplisme waarmee het Vlaams-nationalisme het migratievraagstuk tracht te framen: ofwel sluit je de grenzen, ofwel gaat het Europese sociale zekerheidsstelsel ten onder. Impliciet gaf De Wever te kennen dat daarmee ook de ondergang van de westerse beschaving zou worden ingezet. Het was niet de eerste keer dat De Wever dat stelde. Al in oktober 2015 zei hij exact hetzelfde. Kwestie van 'op dezelfde nagel te blijven kloppen'.

De Wever is een verstandig man en weet uiteraard wat het effect is van zijn uitspraken. Hij pampert er een uiterst rechtse aanhang mee, die hij heeft weggekaapt bij het Vlaams Belang én zaait twijfel bij grote delen van de bevolking die, terecht, gesteld zijn op hun sociale zekerheid. Om die laatste groep van zijn goede bedoelingen te overtuigen, buigt hij de geschiedenis om naar zijn persoonlijke wensen en verlangens door zich de uitbouw van de sociale zekerheid toe te eigenen: 'De sociale zekerheid die wij op deze basis hebben opgebouwd…' Let op het woordje 'wij'. Het Vlaams-nationalisme heeft uiteraard de sociale zekerheid niet opgebouwd. Dat was, na bijna een eeuw sociale strijd door de socialistische beweging, de verdienste van Achiel van Acker, minister van Arbeid en Sociale Voorzorg. Tot nader orde een socialist. Je moet wel van erg kwade wil getuigen om te beweren dat het de socialisten zijn die het grootste bouwwerk van het socialisme uit de 20e eeuw onderuit willen halen.

EEN LINKS VLUCHTELINGEN- EN MIGRATIEBELEID

In de echte wereld is het migratievraagstuk waarvan de vluchtelingenproblematiek deel uitmaakt een geopolitieke uitdaging, waar een staatssecretaris van een kleine Europese lidstaat nauwelijks greep op krijgt. Een links progressief antwoord op die uitdaging start met het erkennen van die realiteit. Burgers hebben het recht te weten dat er geen wonderoplossingen bestaan om gedwongen migraties een halt toe te roepen. Dat betekent echter geenszins dat er geen beleid mogelijk is om migratiestromen goed te beheren en op een waardige manier opvang te verlenen aan mensen wier leven door oorlog, conflict of onderdrukking op het spel staat. Europa heeft een belangrijke verantwoordelijkheid in het opvangen van vluchtelingen, net zoals andere landen dat ook hebben. Heel wat landen in het Zuiden nemen die verantwoordelijkheid trouwens op. Van de meer dan 60 miljoen vluchtelingen, ontheemden en staatlozen wereldwijd, vangt Afrika er zelf al meer dan 17 miljoen op.

Om die Europese verantwoordelijkheid ten volle te kunnen opnemen, moet er een draagvlak gecreëerd worden bij de bevolking. Dat kan pas als die bevolking ervaart dat migraties gecontroleerd verlopen, dat overheden de juiste maatregelen nemen om integratie zo vlot mogelijk te laten verlopen én dat er duidelijk én menswaardig opgetreden wordt tegen irreguliere migratie. Een gedegen asiel- en migratiebeleid moet zowel gecontroleerd als menselijk zijn, zowel met het hoofd als met het hart uitgevoerd worden.

In ons voorstel start zo'n beleid aan de buitengrenzen van Europa. In tegenstelling tot wat De Wever beweert, is 'links' géén voorstander van een opengrenzenbeleid. Grenzen bepalen sinds de Vrede van Westfalen (1648) het soevereine raamwerk waarbinnen de democratisch verkozen autoriteit zijn werk kan doen, het grondgebied en de bevolking kan beschermen en waar een zekere vorm van gedeelde identiteit ontstaat. Grenzen zijn echter ook een dynamisch gegeven en kunnen veranderen, denk maar aan de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie, die inmiddels verdwenen zijn, of aan het ontstaan van de zogenaamde buitengrenzen van de Europese Unie. De Unie heeft in de loop van haar geschiedenis haar grenzen ook al enkele keren verlegd. Vandaag kenmerken de Europese grenzen zich door hun 'gelaagdheid' die een nieuwe dimensie heeft gegeven aan het begrip grens. Europa kent immers 'poreuze' binnengrenzen en strikt afgebakende buitengrenzen.

Europa is er echter tot op vandaag niet in geslaagd die verschuiving van de betekenis van de Europese grenzen naar het niveau te tillen waar ze thuishoort, namelijk dat van de Unie zelf. De verantwoordelijkheid voor de bewaking van de buitengrenzen ligt nog steeds bij de grenslidstaten van de Unie. Het blijven oude natiestaten die verantwoordelijk zijn voor moderne Unie-grenzen. Niet alleen zijn de grenslidstaten er niet tuk op hun soevereiniteit af te staan aan de Unie, niet-grenslidstaten hebben evenmin zin om solidair te zijn bij de controle van die buitengrenzen. Willen we de migratie kunnen beheren, dan moeten onze Europese buitengrenzen volledig naar waarde worden geschat. Dat daarmee een stuk soevereiniteit overgeheveld wordt naar het Europese niveau is evident.

SOLIDAIR MET MENSEN IN CRISISGEBIEDEN

Om de oorzaken van gedwongen migratie aan te pakken, moet het de eerste keuze zijn om mensen buiten de grenzen van Europa een menswaardig leven te gunnen. Ook dat is een geopolitieke uitdaging waarin Europa een voorbeeldrol kan vervullen door een fair handelsbeleid te ontwikkelen dat Europese standaarden inzake arbeids- of milieubescherming uitdraagt, en haar ontwikkelingshulp in te zetten bij de uitbouw van een middenklasse door in te zetten op onderwijs, de uitbouw van pensioensystemen, toegankelijke gezondheidszorg, het beheersen van de klimaatverandering, steun bij de ontwikkeling van nieuwe steden, enzovoort. Dat zal niet lukken met de vinger op de knip. Ook dat moet eerlijk gecommuniceerd worden naar de bevolking. Welvaart creëert stabiliteit. Ons land investeert sinds 2014 niet méér, maar veel minder aan ontwikkelingshulp. In 2015 ging het om 0,42 procent van het bnp, in vergelijking tot 0,46 procent in 2014; veel lager dan pakweg Luxemburg met 0,93 procent, Noorwegen met 1,05 procent of Zweden met 1,4 procent van het bnp.

In 2016 steeg de Belgische bijdrage weer wat naar 0,49 procent, maar die stijging is vooral het gevolg van de kosten voor opvang van vluchtelingen in ons eigen land. Die worden meegerekend als ontwikkelingshulp. Er gaan niet meer middelen naar het Zuiden. Bovendien roomt ons land de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking af door grote delen ervan door te sluizen naar de strijd tegen klimaatverandering, terwijl afgesproken was dat daarvoor extra middelen zouden worden vrijgemaakt. Volgens 11.11.11 oogt het eindresultaat van de ontwikkelingssamenwerking tijdens deze legislatuur dan ook bedroevend en wordt er op vijf jaar tijd in totaal voor 1 miljard euro gesnoeid bovenop een systematische onderbenutting van jaarlijks ettelijke tientallen miljoenen.

DUBLIN-REGELING OP DE SCHOP

Vluchtelingen die in aanmerking komen voor hervestiging van buiten de EU zouden idealiter moeten worden gescreend in de regio waar ze vandaan komen, om te verhinderen dat ze de mensonwaardige overtocht over de Middellandse Zee moeten maken. Zo staat het ook in de resoluties van de sp.a-congresteksten van 2017. Wie toch de overtocht maakt en asiel wil aanvragen in de Unie zelf, moet dat kunnen doen aan de buitengrenzen en snel antwoord krijgen middels een vlotte en gedegen Europese asielprocedure die bij voorkeur gebeurt door een Europees asiel- en migratie-agentschap met eigen personeel. Bij erkenning moet de betrokkene toegewezen worden aan een Europese lidstaat. Wie echter geweigerd wordt, wordt meteen teruggestuurd. Het hele proces moet gebeuren onder het waakzame oog van een Europese waakhond voor de mensenrechten, zodat een kwaliteitsvolle en menswaardige opvang verzekerd is en asielzoekers volop het recht genieten op degelijke informatie en rechtsbijstand.

Vandaag is zo'n aanpak onmogelijk, mede door de hardnekkigheid van sommige lidstaten om de logica van de Dublin-verordening in stand te houden. Die legt een aantal criteria vast die bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eén van de belangrijkste criteria is het al dan niet hebben van familiebanden in een lidstaat. Een ander criterium, dat vaker genoemd wordt, is dat de lidstaat van eerste aankomst de registratie, opvang en asielaanvraag moet verwerken. In de praktijk zijn het vooral de grenslidstaten die het zwaarst belast worden, al heeft een land als Duitsland ook voor flink wat opvang gezorgd. Het principe dat asielzoekers zonder familiebanden in Europa kunnen worden teruggestuurd naar vooral Italië of Griekenland vinden heel wat andere lidstaten prima. Het is een hogere vorm van struisvogelpolitiek waarbij 'problemen' zich niet stellen als we asielzoekers terugsturen naar Italië. Ook N-VA wil, voor alle duidelijkheid, de kop in het zand steken en het basisprincipe van de Dublin-verordening behouden. In januari twitterde Theo Francken nog: 'Principe 'asiel in eerste Schengenland van binnenkomst' moet absoluut behouden blijven'. Zelfs een inter-Europese spreiding op het moment dat een lidstaat een te hoog aantal migranten moet ontvangen, zoals de Europese Commissie voorzag in de herziening van de Dublin-procedure, kan volgens de beleidsnota van Francken slechts als een 'ad-hocmechanisme voor uitzonderlijke crisissituaties'. België zet zich daarmee eerder op de nationalistische lijn van de Visegradlanden die een Europees solidair mechanisme willen vermijden en daarmee de chaos die tot voor kort heerste, in stand willen houden.

Het gevolg is immers dat lidstaten aan de buitengrenzen disproportioneel belast worden. Dit zorgt onder andere voor schrijnende wantoestanden op de Griekse eilanden waar nog steeds vele asielzoekers vastzitten in de meest erbarmelijke omstandigheden. Niet-begeleide minderjarigen zonder voogden, vrouwen die moeten bevallen in onhygiënische omstandigheden, een gebrek aan belangrijke basisvoorzieningen zoals medicijnen, maandverbanden, voedsel en kledij, en ga zo maar door. Er heerst wetteloosheid.

Een ander gevolg is dat lidstaten aan de EU-buitengrenzen onder druk gezet worden om akkoorden te sluiten die op langere termijn contraproductief dreigen te zijn. Zo valt te vrezen dat door oorlogvoerende milities in Libië financieel te steunen de instabiliteit ter plekke nog vergroot wordt. Recent telde Italië zo voor het eerst Libiërs onder de irreguliere aankomsten. Zonder eigen gedegen plan om de opvang en procedures voor vluchtelingen te regelen, hangen we af van dat soort afspraken. We zijn met andere woorden bijzonder kwetsbaar voor het spierballengerol aan de overkant van de Middellandse Zee. Het interne Europese asiel- en migratiebeleid moet daarom hoogdringend schokbestendig gemaakt worden.

INTERNE EUROPESE SOLIDARITEIT DOOR VERPLICHTE SPREIDING

De Europese Unie tracht al een tijdlang het vluchtelingenprobleem onder controle te krijgen. Er liggen verschillende voorstellen op tafel, zowel van de Europese Commissie als van het Europees parlement. Voor het Europees parlement moeten asielzoekers verplicht verspreid worden, zodat lidstaten de uitdaging solidair moeten aangaan. De lidstaten blijven echter zelf verantwoordelijk voor de asielprocedure. In een tweede piste, gelanceerd door de Europese Commissie, is er enkel sprake van verplichte spreiding op basis van een billijkheidsmechanisme. Dat treedt in werking als de betrokken lidstaat al een onevenredig aantal vluchtelingen te verwerken kreeg. In dat geval worden asielzoekers toegewezen aan lidstaten die onvoldoende opvang hebben geboden. Voor de rest blijft het oude Dublin-systeem behouden.

Daartegenover staat het sp.a-model, dat asielaanvragen aan de buitengrenzen verwerkt en vluchtelingen evenredig over de lidstaten verspreidt. Dit model tracht een aantal belangen met elkaar te verzoenen. Het sp.a-model is goed voor een land van aankomst zoals Italië: men zal daar bevoegd worden voor minder asielprocedures en voor minder vluchtelingen, ook na erkenning. Het komt meer tegemoet aan de vraag van kiezers die het moeilijk hebben met migratie: men zal alleen 'echte' vluchtelingen toegewezen krijgen. En bovendien is het goed voor de vluchtelingen zelf die door de toewijzing van een lidstaat op maat geen odyssee door Europa meer zullen moeten ondernemen. Zo'n beleid is het beste tegengif voor euroscepticisme en rechts populisme. Een win-win-win dus. Gecontroleerd en menselijk.

Bovendien maken we op die manier ook een eind aan de asielloterij, die een belangrijke drijfveer is voor transitmigratie. Asielaanvragen worden nu immers in alle lidstaten anders behandeld. De erkenningsgraad voor een Afghaanse asielzoeker in Italië ligt bijvoorbeeld op 97%, terwijl die in Bulgarije 1,5% bedraagt. Als de erkenningsprocedure volgens een Europees systeem aan de buitengrenzen gebeurt, gelden dezelfde regels voor alle lidstaten en voor alle asielzoekers.

De spreiding van vluchtelingen gebeurt in ons voorstel niet willekeurig. Er wordt gekeken naar de mogelijke band tussen de vluchteling en de betrokken lidstaat, bijvoorbeeld of hij of zij er familie heeft, gestudeerd heeft of er eerder gewoond heeft. Als die banden er niet zijn, krijgt de erkende vluchteling de keuze tussen vier lidstaten. Dat zal door rechts weggezet worden als een pamperbeleid, maar in werkelijkheid willen we de zogenaamde secundaire migraties maximaal tegengaan. Erkende vluchtelingen op een plek vestigen waar ze absoluut niet wensen te zijn, zorgt er immers voor dat die mensen zullen doorreizen naar een andere lidstaat.

Hardleerse lidstaten die blijven weigeren om erkende vluchtelingen te huisvesten, zullen in het sp.a-plan gesanctioneerd worden door inhouding van middelen uit de Europese Structuur- en Investeringsfondsen, een maatregel die ook het Europees parlement voorstelt. Wie de lusten van Schengen wil, moet de lasten mee helpen dragen.

HERVESTIGINGSPROGRAMMA'S EN TERUGNAME-AKKOORDEN

Voor hervestigingsprogramma's hanteert sp.a dezelfde aanpak. Bij hervestiging gaat het niet om vluchtelingen die de EU zelf bereiken, maar om mensen die buiten Europa bescherming zochten. Het gaat vaak om landen in de regio waar de conflicten zich afspelen, landen die kreunen onder de druk van vluchtelingen. Via hervestiging kunnen deze landen ontlast worden. Het Europese hervestigingsmechanisme staat nog in zijn kinderschoenen. Als het van sp.a afhangt, moet de EU de morele voortrekkersrol opnemen en tonen dat het mogelijk is om groepen vluchtelingen op een gecontroleerde manier een plaats te geven in onze samenleving. In september 2017 lanceerde de Europese Commissie het plan om de volgende twee jaar ten minste 50.000 kwetsbare personen die internationale bescherming zoeken, op te vangen. Dit plan staat of valt met de welwillendheid van de lidstaten: hoeveel plaatsen ze zullen beloven (momenteel zo'n 34.000) en hoeveel ze er ook effectief zullen invullen.

De bedoeling van de Commissie is om irreguliere migratie te ontmoedigen door legale migratiekanalen te openen voor vluchtelingen. Die zijn er nu immers haast niet. Vast staat dat haar voorstel veel te kleinschalig is om effect te hebben: van de 22,5 miljoen vluchtelingen wereldwijd, wordt momenteel minder dan 1% hervestigd.

In het sp.a-voorstel daarentegen wordt dezelfde verdeelsleutel en hetzelfde afdwingbare spreidingsplan gehanteerd voor hervestiging als voor de toewijzing van vluchtelingen die erkend worden aan de EU-buitengrenzen. Die toewijzing gebeurt bijgevolg eveneens door het Europees asiel- en migratieagentschap.

Het sp.a-voorstel voorziet ook een private regeling, ofwel 'hervestiging door burgers', waarbij burgers of organisaties binnen een vastgesteld quotum een hervestiging kunnen aanvragen via een humanitair visum. De burgers of organisaties nemen - onder monitoring van de overheid - de begeleiding van de hervestigde op zich en dragen er voor een bepaalde termijn de financiële verantwoordelijkheid voor.

Om irreguliere migratie te ontmoedigen, maakt het Europese asiel- en migratie-agentschap in het sp.a-model onmiddellijk werk van terugkeer wanneer de asielaanvraag geweigerd wordt. Omdat de behandeling van de asielaanvragen aan de EU-buitengrenzen gebeurt, kan de terugkeer ook efficiënter verlopen. Met landen waar afgewezen asielzoekers naar teruggestuurd worden, zullen in de toekomst ernstige terugname-akkoorden moeten worden gesloten. Vandaag probeert men dergelijke terugname-akkoorden af te dwingen met dreigementen en spierballengerol. Het voorbeeld is Bangladesh dat door de knieën ging voor de Europese dreiging dat er geen visa meer zouden worden uitgereikt. Ook Theo Francken is voorstander van de zogenaamde Bangladesh-aanpak. Maar duurzame betrekkingen bouw je niet uit door enkel te dreigen. In terugname-akkoorden moet daarom ook werk worden gemaakt van legale, gecontroleerde manieren om de EU te bereiken zoals studiebeurzen, visumversoepeling en gereguleerde arbeidsmigratie. Op die manier kan irreguliere migratie deels vervangen worden door reguliere migratie. Europese lidstaten kunnen aan de Commissie bijvoorbeeld laten weten wat de specifieke noden zijn voor hun arbeidsmarkt, zodat de Commissie die gegevens kan meenemen in de onderhandelingen over terugname-akkoorden met derde landen. De Unie kan zo op maat van elk land akkoorden uitwerken die ook het land zelf ten goede komen en die ter plaatse verdedigd kunnen worden door beleidsvoerders.

Wanneer het de bedoeling is asielzoekers terug te sturen naar een zogenaamd 'veilig derde land', dan is het voor sp.a van fundamenteel belang dat dit land ook effectief veilig ís. Er mag geen sprake zijn van juridische fictie. Het is dan ook onaanvaardbaar dat de standaarden voor 'veilige derde landen' zouden worden verlaagd. Om te verzekeren dat de bescherming ook effectief geboden wordt, moet ze volgens ons gemonitord worden door UNHCR. Asielzoekers met familie in de EU mogen bovendien onder geen beding worden teruggestuurd. Veilige derde landen moeten vervolgens ervaren dat het Europa menens is met een rechtvaardige mondiale spreiding van vluchtelingen. Dergelijke landen moeten daarom volgens ons een beroep kunnen doen op het Europese hervestigingsprogramma, waarbij via een luchtbrug reeds gescreende vluchtelingen naar de EU worden gebracht.

BELANGEN VERZOENEN

De voorstellen van sp.a lijken dus in de verste verte niet op de 'ideologische gestuurde opengrenzenpolitiek' die N-VA er zo graag van wil maken en waarmee ze vooral electoraal wil scoren. Het sp.a-model wil integendeel een aantal belangen met elkaar verzoenen.

Het voorstel is gunstig voor landen aan de buitengrenzen zoals Italië en Griekenland, die de druk structureel zullen zien afnemen. Het komt in zekere mate tegemoet aan sceptische landen zoals de Visegradlanden door enkel erkende vluchtelingen en niet alle asielzoekers te spreiden. Het is goed voor andere lidstaten waar minder mensen zonder wettige verblijfsvergunning zullen verblijven en waar transmigratie tot een minimum kan worden herleid. Deze lidstaten kunnen, in plaats van achter de feiten aan te hollen, meer inzetten op gecontroleerde hervestiging en legale arbeidsmigratie.

Voor de landen van herkomst biedt het sp.a-voorstel ook voordelen. Als ze, in ruil voor een terugname-akkoord, ook kunnen rekenen op legale arbeidsmigratie zal dat de zogenaamde remittances of persoonlijke financiële transfers naar de landen van herkomst veiligstellen en mogelijk doen toenemen. Vandaag al sturen migranten vaak kleine bedragen naar hun familie in het land van herkomst. Wereldwijd lopen die persoonlijke transfers in de honderden miljarden, een veelvoud van de globale ontwikkelingshulp. Als landen legale arbeidsmigranten naar de EU kunnen sturen, zullen die financiële transfers naar de thuislanden kunnen gebeuren vanuit een degelijk inkomen, waardoor meer geld naar familie gestuurd kan worden.

Ook voor vluchtelingen zelf zijn deze voorstellen een verbetering omdat de automatische toewijzing aan een lidstaat hun odyssee doorheen Europa overbodig zal maken. Ze zullen ook kunnen rekenen op gedegen informatie, juridische bijstand, kwaliteitsvolle opvang en een snelle beslissing over hun dossier. Wie daar recht op heeft, krijgt asiel of kan rekenen op hervestiging, meer mensen kunnen een beroep doen op legale routes naar Europa via arbeidsmigratie en wie irregulier de Unie binnenkomt, wordt snel, maar menswaardig uitgewezen.

Dergelijk antwoord op een uiterst complex probleem kan er voor zorgen dat we de migratie-uitdaging op een menselijke manier onder controle krijgen. Maar dat valt natuurlijk moeilijker uit te leggen in een tweet.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 11 tot 18