Log in

Gent: janusgezicht van de opgehipte stad

MIJN GEMEENTE, VK 14/10

Achter de façades van de hippe stad worden mensen gedwongen om creatief te zijn om te kunnen overleven.

'Gent heeft een mooi historisch centrum, maar beter nog: de stad is flink opgehipt. Musea, sterrenrestaurants, muziek en design, er zijn veel redenen om de Vlaamse stad te bezoeken', kopte het Nederlandse Financieel Dagblad onlangs. Gent is een aantrekkingspool geworden voor jonge gezinnen, studenten, toeristen, alsook voor innovatieve ondernemers en investeerders. Maar achter de façades van die hippe stad groeit de armoede. Een toenemend aantal gezinnen met kinderen heeft zelfs geen façade meer om de armoede te verbergen. Dat is het janusgezicht van de opgehipte stad.

De lokale overheid is niet alleen verantwoordelijk. De Vlaamse regering en de federale overheid wentelen verantwoordelijkheid af onder het mom van 'lokale autonomie'. Men desinvesteert in integratienoden (zie besparingen Agentschap Integratie en Inburgering) en werkomkadering (zie het afgeschafte EAD-beleid). Er zijn te weinig jobs vanuit de Vlaamse overheid voor de sociale economie (LDE-jobs). En de federale overheid verstrengt het systeem van het recht op een werkloosheidsuitkering, waardoor de kosten op OCMW's worden afgewenteld. Het Gentse OCMW verkoopt eigendommen om die stijgende leeflonen en investeringen te blijven betalen.

Toch zal elke partij die Gent wil besturen radicale keuzes moeten maken. 'Het recht op de stad' is er voor iedereen. Of de ongelijkheid zal de breuklijnen die de stad verdelen verharden. Dat vraagt naast een armoedebestrijdingsbeleid via het OCMW vooral een rechtvaardig woonbeleid om de wooncrisis te bestrijden.

Stadsvernieuwing doet de wijken bloeien

Sinds 2003 is een nieuwe ronde stadsvernieuwingsprojecten van start gegaan, waarvan de laatste deelprojecten nu 15 jaar later worden afgewerkt. Onlangs werd nog het gerenoveerde parkje 'het Luizengevecht' geopend in de Brugse Poort, als sluitstuk in wat 15 jaar eerder begon onder de noemer van het stadsvernieuwingsproject 'Zuurstof voor de Brugse Poort'. Op wijkniveau zijn stadsvernieuwingsprojecten vaak een trigger voor nieuwbouw of renovatie van de net iets betere woningen in de straten van de 19e eeuwse gordelwijken. Was het Rabot sinds jaar en dag één van de minst populaire wijken in de stad, dan is die wijk - en zeker de Tondelierwijk - een potentiële aantrekkingspool voor tweeverdieners en ondernemers. Hetzelfde met het trendy woonproject van ReViVe in de Brugse Poort, die sociale verdringing normaliseren en promoten. Vaak is het een mix van stedelijke renovatieprojecten en commerciële initiatieven die een wijk in enkele jaren tijd bijzonder populair maken. Vooral op maat, wens en noden van meer kapitaalkrachtige groepen die gezien worden als het subject van stedelijke renaissance. De participatieve en sociale dimensie, met het oog op het betrekken van alle wijkbewoners, ebt gestaag weg uit de Gentse stadsvernieuwing.

De stadsvernieuwing zorgde vooral voor een stijging van de woningprijzen. Zonder extra financiële steun van de ouders is een woning kopen zowat onmogelijk geworden voor tweeverdieners. Maar de situatie is des te erger voor huurders. In een stad met 50% huurders is dat dramatisch. De huurprijzen zijn bovengemiddeld hoog en het aanbod aan de onderkant staat onder druk. Bovendien is dit aanbod woningen in erg slechte staat, omdat 'het sociaal passief' van slechte woningen in Gent historisch nooit goed werd weggewerkt. OCMW Gent deed een onderzoek naar het beschikbare en te huur staande aantal woningen in Gent waarvoor mensen met een leefloon in aanmerking kwamen. Er was 0% aanbod waarbij leefloners 30% van hun inkomen zouden moeten betalen aan huurgelden. Slechts 4% van het aanbod bood leefloners de kans om te huren als zij 50% van hun leefloon aan huurgeld zouden besteden.

Investeren of brandjes blussen?

Het prioritaire alternatief voor de meeste kwetsbare huurders zijn sociale woningen via SHM's of het SVK. De stad streeft naar een quotum van 20% sociale woningen dat boven het vereiste quotum gaat van 12%. De nieuwe bestuurscoalitie realiseerde enkele honderden nieuwe sociale woningen, waar dat in vorige legislaturen quasi nihil was. Maar het aanbod huurwoningen is met 440 afgenomen tussen het begin van deze legislatuur en eind 2017, omdat er zoveel sociale woningen verdwijnen door het slopen ervan of renovatieoperaties. De vraag neemt gemiddeld per jaar toe met 330 mensen, terwijl het aanbod gemiddeld per jaar toeneemt met 65. De vraag groeit dus 5 keer sneller dan het aanbod. Niettemin, het aantal effectieve verhuringen gaat er dus ook op vooruit door effectieve renovaties.

Het stadsbestuur wou 20% sociale woningen voorzien in heel wat private projecten met 50 woningen via het grond- en pandenbeleid, maar de Raad van State floot de Stad Gent terug. Op eigen gronden van het Stadsbedrijf SoGent streeft men die 20% na, al werden kansen gemist in grote projecten zoals bij 'de EcoWijk' in Gentbrugge. Gent kreeg ook geld van de Vlaamse regering om 694 nieuwe sociale woningen bij te bouwen. Maar in dit tempo duurt het nog 160 jaar om de wachtlijst weg te werken. Men investeerde ook in 20% budgetwoningen, met 20% kortingen op de marktwaarde.

Om de wooncrisis te verzachten investeerde Gent de afgelopen legislatuur 15 miljoen euro eigen middelen in sociale woningen, waaronder 5 miljoen euro om de leegstand binnen de sociale huisvesting verder weg te werken. De frictieleegstand is sterk gedaald van 944 (6,2%) naar 591 (3,9%), maar de structurele leegstand is sterk gestegen van 369 (2,4%) naar 850 (5,6%). Toch blijven sociale huisvestingsmaatschappijen erg weigerachtig om een echt doorgedreven sociaal leegstandsbeleid te voeren met de quasi 2.000 leegstaande sociale woningen. Voor sommige maatschappijen is een privaat leegstandsbedrijf als Camelot en/of Lancelot zelfs te verkiezen op een gebruikersovereenkomst met Samenlevingsopbouw Gent of CAW Oost-Vlaanderen. Een bedrag van 271.200 euro werd op het budget van 2015 geheroriënteerd op urgente woonproblemen van kwetsbare gezinnen. Vanaf 2016 werd er daarnaast jaarlijks een bijkomend half miljoen euro uitgetrokken voor ondersteuning van het sociale verhuurkantoor van het OCMW, HuurIngent vzw, de begeleiding van herhuisvesting van sociale huurders en een versterking van de woonwinkels.

Ruimtelijke ongelijkheid verdiept stedelijke breuklijnen

Toch staat 'het recht op de stad' onder druk. Aan de voet van het hippe Dok Noord komen luxeappartementen van architectenbureau Bontinck. Aan de overkant mikken ook andere projectontwikkelaars op winst. 'Het Oude Dokken'-project pimpt de mogelijke winsten en stuwt speculatie de hoogte in. Ook aan het Stapelplein iets verderop zien we dezelfde 'dynamiek'. De huizen van het hele bouwblok Doornzelestraat en Stokerijstraat worden overgekocht en gerenoveerd. De zittende bewoners worden agressief verdrongen.

Waar sociale verdringing en dakloosheid tot voor kort eerder marginale fenomenen waren, vormen deze twee dynamieken nu een structureel probleem aan de Doornzelestraat en Stokerijstraat aan Dok Noord, waar een privéontwikkelaar twee straten ontruimt. Hij kocht het hele blok in een keer van een huisjesmelker die het hele bouwblok in handen had. Vele tientallen kwetsbare gezinnen die huurden, worden uitgezet uit overbewoonde panden. Vluchtelingen, intra-Europese migranten, autochtone armen, enzovoort. Niemand die echt weet om hoeveel mensen het gaat. De onzichtbaarheid van een groeiende schaduwstad is deel van het probleem. De recent gestemde antikraakwet maakt de situatie erger. Het recht op leegstand wegens speculatieve redenen krijgt nu vooral bescherming, in plaats van daklozen. Er zijn tientallen Gentse voorbeelden van dergelijke overbewoonde panden met gedwongen uitzetting.

De achterkant van 'de opgehipte stad'

De wooncrisis heeft een gezicht: dat van de 250 tot 300 dakloze kinderen die leven tussen de straat en de nachtopvang. En dat voor een stad die zich graag tooit met het label van 'de kindvriendelijke stad'. Daarnaast zijn er nog eens zovele honderden daklozen. Officieuze schattingen gaan ver boven de 1.000 uit. De dienst Wonen heeft een gedegen aanpak voor een officiële telling op tafel liggen. Waar wachten het stadsbestuur op?

Het stadsbestuur zette onmiskenbaar stappen in kortetermijnoplossingen om dakloosheid te bestrijden. Naast de procedures preventie van uithuiszetting via woonbemiddelaars van het OCMW, werden er 5 instapwoningen voor dakloze gezinnen uit intra-Europese migratie uit de grond gestampt. Men investeerde in het project 'Leegstand' in samenwerking met CAW waarbij een 40-tal leegstaande sociale woningen van WoninGent werden vrijgemaakt voor tijdelijke opvang en oriëntatie van dakloze burgers. Er werd ook 400.000 euro geïnvesteerd in trajectbegeleiding van IEM (Roma) groepen in Gent. De verlenging van dit succesvol project van VZW JONG is noodzakelijk. Maar het komt tien jaar te laat, voor de straat de geesten van kinderen en jongeren plaveide en brak.

En achter de façades van de hippe stad, worden mensen gedwongen om creatief te zijn om te kunnen overleven. Dat gaat over een amalgaam van kwetsbare groepen. In tien jaar tijd is het percentage geboorten in kansarme gezinnen in Gent verdubbeld: van 11,2% naar 22,6%. Een op vijf kinderen wordt geboren in een gezin dat kampt met kansarmoede.

Het recht op de stad

De stad is een laboratorium voor politieke, sociale en ruimtelijke vernieuwing. Maar het recht op de stad voor iedereen realiseren, zoals de Franse socioloog Henri Lefebvre stelt, dwingt tot radicale keuze wat het recht op wonen betreft.

Het 'én-én'-woon en-stadsontwikkelingsbeleid stoot duidelijk op grenzen. De wooncrisis die velen op het hoogtepunt inschatten, is nog maar begonnen. Het plaatje van het ideologisch geloof in sociale mix en het lichtzinnig regisseren van de onzichtbare hand op de woonmarkt, met het stadsbedrijf als quasi-private projectontwikkelaar, is na legislaturen grauw. De geesten rijpen om het stadsbedrijf SOGent te hervormen op meer participatieve en sociale leest.

Er is in de eerste plaats nood aan 'een infrastructuur van permanente tijdelijkheid' in de stad, waar men dakloze gezinnen via een 'housing first'-aanpak kan opvangen en aan toekomstoriëntatie kan doen. Noodopvang schiet schromelijk tekort. In de tweede plaats moet elke partij een structureel woonplan opstellen, waarbij de regie in handen van de lokale overheid komt. Het fundament van een rechtvaardig woonbeleid is gebaseerd op de grondpositie van de Stad Gent en het OCMW, waarbij publieke gronden ingezet worden om betaalbaar wonen te garanderen.

Er werd recent een 'Taskforce Wonen' opgericht die stappen vooruitzet. Maar de voornaamste kwestie is financieel. Het kartel sp.a-Groen deed al voorstellen om een woonbudget van 90 miljoen euro vrij te maken. Ook de PVDA vermeldt een bedrag van 180 miljoen euro en wil 9.000 betaalbare woningen. CD&V wil meer sociale woningen realiseren met eigen lokaal budget, alsook het aantal SVK woningen verdubbelen. En gronden van de Stad, OCMW en SOGent ter beschikking stellen aan sociale huisvestingsmaatschappijen in een erfpachtsysteem. Open VLD profileert zich echter op het verhinderen van meer sociale woningen. N-VA op 1.000 bijkomende betaalbare woningen, zonder verwijzing naar budgetten. Die laatste partijen willen vooral dat private investeerders sociale nieuwbouwwoningen kunnen bouwen en verhuren via SVK's.

Elke partij die Gent wil besturen met beloftes dat de stad van iedereen is, moet deze wooncrisis aan de onderkant van de samenleving prioritair oplossen. Omdat geen kind vanavond, morgen overdag of morgenavond op straat hoeft te leven. Omdat geen enkele burger in verkrotte woningen moet leven of bij huisjesmelkers onderdak moet zoeken. Het Gentse stadslogo verkoopt 'Zoveel Gent'. Tijd dat er 'Zoveel Gent' voor iedereen komt.

Deze bijdrage verscheen in de reeks Mijn Gemeente, VK 14/10