Log in

Hoe representatief waren de gemeenteraadsverkiezingen van 2018?

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 brachten meer dan 1 miljoen ingeschreven kiezers geen stem uit, en dat geldt voor bijna 2 miljoen stemgerechtigde kiezers (dus ook niet-Belgen die zich niet inschreven). Als de gehele bevolking op stemgerechtigde leeftijd wordt bekeken (dus ook personen zonder stemrecht) is dat nog meer: dan gaat het om 23% van de volwassen bevolking. Dat is het hoogste cijfer in de laatste 30 jaar. Op gewestelijk en zeker op gemeentelijk niveau kunnen de cijfers nog veel hoger zijn, vooral in stedelijke gebieden: tot meer dan een derde van de ingeschreven kiezers en meer dan de helft van de stemgerechtigde bevolking.

(Dit is een losse bijdrage, die niet is verschenen in het magazine)

De niet-deelname bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 was historisch hoog, zo bleek uit een vorige bijdrage in SamPol2. Meer dan een miljoen ingeschreven kiezers brachten toen geen geldige stem uit, goed voor bijna 15%. Dat werd meer dan 20% wanneer alle stemgerechtigden werden meegerekend, dus ook de stemgerechtigde niet-Belgen die zich niet inschreven. Dat werd nog meer wanneer ook de niet-stemgerechtigde volwassen bevolking werd meegenomen.

In deze bijdrage gaan we na hoe representatief de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 waren. Hoeveel ingeschreven kiezers brachten deze keer geen (geldige) stem uit en bepaalden dus niet mee welke partijen aan de macht kwamen? Hoeveel mensen konden zich wel inschrijven voor de gemeenteraadsverkiezingen maar deden dat niet? En is het aandeel van de volwassen bevolking dat geen stem uitbracht toegenomen? We maken de vergelijking met de vorige gemeenteraadsverkiezingen én met de gemeenteraadsverkiezingen in de laatste 30 jaar. Ten slotte bekijken we ook de ruimtelijke verschillen tot op het niveau van de gemeenten. De verschillen tussen gemeenten zijn immers bijzonder groot.

BIJNA ÉÉN OP ZEVEN INGESCHREVEN KIEZERS BRENGT GEEN STEM UIT

1.150.387 ingeschreven kiezers brachten geen geldige stem uit, hetzij omdat ze blanco of ongeldig stemden, hetzij omdat ze niet kwamen opdagen aan het stemhokje (de niet-uitgebrachte stemmen in tabel 13). Het gaat om 14,1% van de ingeschreven kiezers. Een derde daarvan stemt blanco of ongeldig, de rest komt niet opdagen. De percentages zijn het laagst in Vlaanderen en het hoogst in Brussel, waar het meer dan een vijfde bedraagt. In absolute cijfers is de niet-deelname wel het grootst in het Vlaams Gewest en het kleinst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Tabel 1: Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen: aantal en % van de ingeschreven kiezers, 2018

Kaart 1 geeft het aandeel blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen per gemeente. De verschillen zijn heel groot: van 3,2% in Mesen in West-Vlaanderen tot 36,0% in Burg-Reuland in de Oostkantons. Er is een duidelijk verschil merkbaar tussen het Vlaams Gewest en de andere gewesten, –––maar we zien ook de invloed van de verstedelijkingsgraad. Zo zijn er ook hoge waarden in de Vlaamse gemeenten die grenzen aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, evenals in de centrale Antwerpse districten. Omgekeerd zijn er heel wat lage waarden in landelijke delen van de provincie Luxemburg. Toch zien we dat de niet-deelname groter is in het Waals Gewest dan in het Vlaams Gewest voor elk verstedelijkingsniveau: in de centrale steden is dat bijna dubbel zo hoog: 23,9% tegenover 12,4%, in ruraal gebied is dat ongeveer de helft meer: 15,9% tegenover 10,2%.4 Het is dus opvallend dat de verstedelijkingsgraad meer speelt in Wallonië dan in Vlaanderen: in Wallonië ligt de niet-deelname in de centrale steden 1,5 keer hoger dan in de rurale gebieden, terwijl dat in Vlaanderen slechts 1,2 is.

Het feit dat de hoogste waarde wordt opgetekend in de Oostkantons is niet verrassend. De hoge mate van niet-deelname in de Oostkantons is een traditioneel gegeven in de Belgische electorale geografie. Zo heeft niet alleen Burg-Reuland een hoge waarde, maar ook in Büllingen brengt meer dan een kwart van de ingeschreven kiezers geen stem uit, net als in Charleroi, Luik en Sint-Joost-ten-Node. Alle gemeenten met een waarde boven 20% liggen in de Oostkantons, in de (voormalige) Waalse industrie-as, in en rond Brussel of in het uiterste zuiden van het land, in de (voormalige) industriële grensregio. In landelijke gebieden zijn de cijfers het laagst. Daar is het aandeel blanco stemmen wel het hoogst (5,2%), terwijl dat in de centrale steden net het laagst is (4,4%). Dit zien we niet in de totale niet-deelname omdat de niet-uitgebrachte stemmen meer doorwegen, en die zijn juist het minst groot in landelijke gebieden (7% tegenover 12% in de centrale steden). Ook dat is een traditioneel gegeven in de Belgische electorale geografie: omwille van de grotere sociale controle brengt men in ruraal gebied meer 'in het geheim' geen stem uit.

Kaart 1: Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen: % van de ingeschreven kiezers, 2018

De niet-deelname is minder groot dan bij de verkiezingen van 2012 (er is wel een stijging van het aantal en aandeel blanco- en ongeldige stemmen, maar een sterkere daling van het aantal en aandeel niet-uitgebrachte stemmen). Wanneer we de evolutie bekijken over de laatste 30 jaar5 blijft het wel het op één na hoogste aandeel (figuur 1). In Wallonië is het zelfs hoger dan in 2012 (omgekeerd is het in Brussel lager dan in 2012 én in 2000). Het is opvallend dat het verkiezingsjaar 2006 een opvallend lage niet-deelname kende in alle gewesten.

Figuur 1: Blanco/ongeldige en niet-uitgebrachte stemmen: % van de ingeschreven kiezers, 1988-2018

BIJNA TWEE MILJOEN STEMGERECHTIGDE KIEZERS BRENGEN GEEN STEM UIT

Bij de gemeenteraadsverkiezingen hebben ook EU-burgers (sinds 2000) en niet-EU-burgers die al vijf jaar onafgebroken in ons land wonen (sinds 2006) stemrecht. Zij moeten zich wel inschrijven en voor hen geldt dan de stemplicht. Wanneer we bij bovenstaande cijfers van de niet-deelname ook de niet-Belgen rekenen die wel stemrecht hebben, maar zich niet inschreven, dan stijgt de niet-deelname tot 1.933.095 stemgerechtigden, of 21,7% van de stemgerechtigde bevolking (tabel 2). Opnieuw zien we de hoogste aandelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de laagste in het Vlaams Gewest (maar in absolute cijfers blijft de niet-deelname in het Vlaams Gewest het grootst).

Tabel 2: Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen en niet-ingeschreven kiezers: aantal en % van de stemgerechtigde kiezers, 2018

In Brussel schreef 27,1% van de stemgerechtigde kiezers (waaronder ook de stemplichtige Belgen) zich niet in, waardoor de totale niet-deelname er 42,3% bedraagt. De reden voor dit hoge aandeel van 27,1% is niet de lage inschrijvingsgraad van niet-Belgen -die is immers hoger dan in Vlaanderen, maar wel het hoge aandeel niet-Belgen: één op drie stemgerechtigden is er niet-Belg, terwijl dat in Vlaanderen slechts 7% bedraagt, en in Wallonië 10%. Tabel 3 geeft het aandeel ingeschreven niet-Belgen ten opzichte van het potentiele aantal in de verschillende gewesten, opgesplitst naar EU of niet-EU. Dit is telkens het hoogst in het Waals Gewest en het laagst in het Vlaams Gewest. Het ligt wat hoger voor EU-burgers dan voor niet-EU-burgers, maar niet in Brussel. Algemeen gaat het om lage aandelen: net geen kwart in Wallonië en slechts een goede 11% in het Vlaams Gewest.

Tabel 3: Aantal niet-Belgen ingeschreven voor de verkiezingen, aantal en % van de stemgerechtigde niet-Belgen, 2018

De redenen voor die lage inschrijvingsgraad zijn divers. Een ervan is ongetwijfeld de stemplicht die met een inschrijving gepaard gaat en de daarmee verbonden dreiging van ambtelijke straffen, maar ook het verstrekken van informatie door gemeenten en gewesten speelt een rol.6 Zo werd bij de laatste verkiezingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest elke stemgerechtigde niet-Belg individueel aangeschreven, wat in Vlaanderen niet het geval was. Het is dan ook opvallend dat het aandeel niet-Belgen dat zich inschreef overal lager ligt dan in 2006 (wanneer het stemrecht voor niet-EU-burgers werd ingevoerd), maar niet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dat geldt zowel voor EU-burgers als niet-EU-burgers. Overigens ging het absoluut aantal inschrijvingen er wel op vooruit in alle gewesten.7

Kaart 2 geeft de gemeentelijke cijfers van de niet-deelname wanneer we de niet-ingeschreven stemgerechtigden meetellen. Het gaat om meer dan de helft van de stemgerechtigden in grensgemeente Raeren in de Oostkantons, in Elsene en Sint-Gillis. Meer dan een derde van de stemgerechtigden stemden niet in de meeste andere Brusselse gemeenten en in een aantal aangrenzende gemeenten in Vlaanderen, in heel wat gemeenten van de (voormalige) Waalse industrie-as, in een aantal andere gemeenten van de Oostkantons, maar ook langs de Nederlandse en Franse grens. Globaal stijgen deze cijfers sinds 2006 in alle gewesten. Dat geldt ook in Brussel: hoewel de inschrijvingsgraad er steeg, was er een grotere toename van het aandeel niet-Belgen.

Kaart 2: Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen en niet-ingeschreven kiezers: % van de stemgerechtigde kiezers, 2018

DE REPRESENTATIVITEIT VAN HET VERKIEZINGSRESULTAAT

Met bijna twee miljoen stemgerechtigde kiezers die geen (geldige) stem uitbrengen, kunnen we ons vragen stellen bij de representativiteit van het verkiezingsresultaat. Er is echter nog een andere groep die geen stem uitbrengt, namelijk de bevolking op stemgerechtigde leeftijd zonder stemrecht. In vergelijking met de andere verkiezingsniveaus is dat bij de gemeenteraadsverkiezingen relatief beperkt8, maar wanneer we spreken over de representativiteit van het verkiezingsresultaat, moeten we ook deze groep bekijken. Wanneer we de officiële volwassen bevolking als referentie nemen9, en dus niet alleen de stemgerechtigden, komen we uit op meer dan 2 miljoen personen die geen stem uitbrengen, of 23% van de volwassen bevolking (tabel 4). In het Vlaams en Waals Gewest is het aandeel zonder stemrecht klein (ongeveer 1%), maar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat meer dan vijf procent, waardoor bijna om één op twee inwoners op stemgerechtigde leeftijd er geen stem uitbracht (45,6%).

Tabel 4: Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen, niet-ingeschreven kiezers en niet-stemgerechtigde kiezers: aantal en % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd, 2018

Kaart 3 geeft dit weer op gemeentelijk niveau. Meer dan de helft van de volwassenen stemt niet in de Brusselse gemeenten Elsene, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node en Etterbeek. Hetzelfde geldt voor de grensgemeente Raeren in de Oostkantons. Het gaat om meer dan een derde in alle andere Brusselse gemeenten (op Watermaal-Bosvoorde na) en in de aangrenzende gemeenten Drogenbos en Kraainem. Dit geldt ook voor een aantal andere gemeenten van de Oostkantons (Kelmis, Burg-Reuland en Lontzen), Luik en buurgemeente Saint-Nicolas, Charleroi en buurgemeenten Châtelet en Farciennes, een aantal gemeenten aan de Nederlandse grens (Hamont-Achel, Baarle-Hertog, Ravels), het district Antwerpen, een aantal gemeenten aan de Franse grens bij Lille (Estaimpuis, Moeskroen, Komen-Waasten) en de gemeente Aubange aan de Luxemburgse grens bij de stad Luxemburg.

Kaart 3: Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen, niet-ingeschreven kiezers en niet-stemgerechtigde kiezers: % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd, 2018

Figuur 2 geeft het aandeel volwassenen dat niet stemde bij de gemeenteraadsverkiezingen in de voorbije 30 jaar. Hier gaat het wel om het hoogste cijfer in de laatste 30 jaar, ook al is het stemrecht in de loop van de jaren uitgebreid (in 2000 naar de EU-burgers en in 2006 naar de niet-EU-burgers). De inschrijvingsgraad onder hen is immers laag, en het aantal niet-Belgen stijgt. Bovendien toonden we eerder aan dat er ten opzichte van de meeste jaren ook een stijgende niet-deelname is bij de ingeschreven kiezers. De enige uitzondering op de figuur is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar de niet-deelname (net) iets lager ligt dan bij de vorige verkiezingen, omdat het aandeel inschrijvingen onder de niet-Belgen er beduidend hoger was dan in de voorgaande jaren, en er relatief ook de grootste stijging was van de participatie onder de ingeschreven kiezers.

Figuur 2: Blanco/ongeldige stemmen, niet-uitgebrachte stemmen, niet-ingeschreven kiezers en niet-stemgerechtigde kiezers: aantal en % van de bevolking op stemgerechtigde leeftijd, 1988-2018

Toch blijft de niet-participatie er met 45,6% bijzonder hoog, en in een aantal gemeenten is dat zelfs meer dan de helft. Ook wanneer we enkel de stemgerechtigde bevolking bekijken gaat het nog om 42,3%. Hoge cijfers zijn ook niet beperkt tot Brussel: in een aantal aan Brussel grenzende gemeenten, in het district Antwerpen, in de voormalige Waalse industrie-as, in de Oostkantons en in heel wat grensgemeenten liggen de aandelen ruim boven een derde.

In mei zijn er Vlaamse, Federale en Europese verkiezingen, en dan dreigt de representativiteit van het verkiezingsresultaat nog problematischer te worden. Bij deze verkiezingen is de niet-participatie doorgaans hoger dan bij de gemeenteraadsverkiezingen én hebben heel wat minder mensen stemrecht. De vastgestelde ruimtelijke verschillen maken bovendien dat bepaalde gebieden het verkiezingsresultaat minder zullen bepalen dan andere, tenminste in verhouding tot hun aantal potentiele kiezers. De participatie is vooral laag in de stedelijke gebieden, en zij dreigen dus minder gewicht in de schaal te leggen.

Voetnoten

  1. Filip De Maesschalck is doctor in de geografie en publiceerde eerder een reeks bijdragen op het gebied van stadsgeografie en/of politieke geografie, onder meer in SamPol. Hij is werkzaam bij het Steunpunt Data & Analyse van de provincie Vlaams-Brabant.
  2. De Maesschalck F. (2013), De niet gemaakte keuze, SamPol, 2013/8, p. 38-49.https://www.sampol.be/2013/10/de-niet-gemaakte-keuze
  3. De gemeente Zuienkerke, waar geen verkiezingen werden gehouden omdat er maar één lijst werd ingediend, is niet vervat in deze cijfers.
  4. Deze indeling is gebaseerd op de studie van Luyten & Van Hecke (2007): De Belgische stadsgewesten 2001, Statistics Belgium Working Paper, 81 p. De term centrale steden is uit deze studie afkomstig, het ruraal gebied wordt gevormd door de gemeenten die er buiten de stedelijke leefcomplexen vallen, maar zonder de kleine steden. Die werden afgebakend op basis van de studie van Van Hecke (1998): Actualisering van de stedelijke hiërarchie in België, Tijdschrift van het gemeentekrediet, 53(3), p. 45-76.
  5. Vanaf 1988 zijn er gemeentelijke gegevens beschikbaar over het aantal ingeschreven kiezers. Voor eerdere verkiezingen is het dus niet mogelijk deze cijfers te berekenen.
  6. Zie hierover de bijdrage van Dirk Jacobs: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2018/08/22/opinie-dirk-jacobs/
  7. In absolute termen daalde het aantal inschrijvingen voor EU-burgers wel licht in Wallonië, zowel in 2012 als in 2018, maar de stijging van de niet-EU-burgers was er groter. In relatieve termen was er in 2012 een algemene daling in alle gewesten, zowel voor EU-burgers als niet-EU-burgers. Die zet zich in 2018 door in Vlaanderen, maar dus niet in Brussel en slechts gedeeltelijk in Wallonië, waar het cijfer voor de niet-EU-burgers nu hoger ligt dan in 2012, maar lager dan in 2006. Hetzelfde geldt voor heel België.
  8. Zie De Maesschalck F. (2014), Hoe representatief is Michel I?, SamPol, 2014/10, p. 54-67. www.sampol.be/2014/12/hoe-representatief-is-michel-i
  9. Het gaat telkens om de officiële bevolking op volwassen leeftijd op 1 januari van het verkiezingsjaar. Alleen voor de verkiezingen van 1988 gaat het om de bevolking op 1 januari van het jaar erop. 1989 is immers het eerste jaar waarin er gemeentelijke gegevens beschikbaar zijn van het aantal 18-plussers, omdat vanaf dan het rijksregister in voege was. De bevolkingscijfers over de Antwerpse districten zijn afkomstig van de databank van de stad Antwerpen: https://stadincijfers.antwerpen.be/databank/.