Log in

Van populisme tot techno-populisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 44 tot 45

Het populisme en de technocratie lijken als twee broers die regelmatig met elkaar op de vuist gaan maar toch een diepere bloedverwantschap delen.

In voorbije weken werd er in Britse debatten een bijzondere nieuwe term aan het politieke vocabularium toegevoegd: 'techno-populisme'. Het neologisme werd geijkt door twee Britse politicologen, Chris Bickerton en Carlo Invernizzi, die voordien al naam maakten met een artikel over de relatie tussen 'populisme' en 'technocratie'. Als 'techno-populisten' noemen de politicologen onder andere Thierry Baudet, Pablo Iglesias, Emmanuel Macron, Tony Blair, Pim Fortuyn en Beppe Grillo. Want inderdaad: 'populisme' en 'technocratie' lijken vandaag zelfs een bevreemdende complementariteit te bezitten, als twee broers die regelmatig met elkaar op de vuist gaan maar toch een diepere bloedverwantschap delen. Voorbeelden van techno-populistisch gedrag zijn er bij de vleet. Nadat de huidige Italiaanse regering beloofd had de staat weer aan het volk te geven, stelde ze een technocraat als minister van Economie voor. Thierry Baudet liet weten dat hij het 'partijkartel' graag zou vervangen door een zakenkabinet. De leider van de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, Beppe Grillo, bepleit dan weer de ene dag de oprichting van onlinereferenda terwijl hij de andere dag 'waardenvrij' beleid wil, uitgeschreven door specialisten.

Tweeledigheid betekent echter nog geen schizofrenie. De 'techno-populistische' combinatie is volgens Bickerton en Invernizzi in feite al wat ouder. Baudet en Grillo gelden vooral als een type politicus die tegen het eind van de vorige eeuw zijn opwachting maakte. Het typetje verwijst naar een vreemde cocktail van volksheid en zakelijkheid die ook bij Fortuyn en Blair al zichtbaar was en die zich in de voorbije twintig jaar alleen maar algemeen heeft laten gelden. Blairs vertoog was al doortrokken met een antipathie tegenover de bureaucratische verkalking – hij wilde de 'burger' weer centraal plaatsen in de politiek, en hoopte de staat in 'de handen van het volk' te leggen, los van vakbonden en arbeidersclubs. Terzelfdertijd combineerde Blair die populistische gevoeligheid met een diepe waardering voor technocratische beleidsvoering. In plaats van ideologische sturing hadden Britse bestuurders nood aan 'expertise' en 'efficiëntie', in tegenstelling tot de verhitte strijd om postjes van de jaren 1970. 'Wij willen waardenvrij beleid' scandeerde zijn goeroe Alasdair Campbell nog in 1998.

Populist en technocraat ontmoeten elkaar, volgens Bickerton en Invernizzi, vooral in een eenduidige visie op waarheidsvorming: zoals de volkswil van de populist de hele bevolking beslaat, geldt de waarheid van de technocraat voor iedereen. Dat geldt ook voor haar houding ten aanzien van de klassieke partijdemocratie. Technocraten zijn het constante ideologisch gehannes beu, en willen op basis van een consensus aan technisch beleid gaan doen. Populisten, daarentegen, vinden dat partijen een organisch verenigd volk verdelen in afzonderlijke groepen. Daarbij kennen partijen een specifiek spreekregime, waarbij de waarheidsclaims die ze poneren nimmer absoluut zijn – een partij staat voor een 'deel' en niet voor een geheel, en moet ervoor zorgen dat haar aanspraken een zekere flexibiliteit behouden. De filosofe Hannah Arendt drukte dit sentiment duidelijk uit wanneer ze stelde dat politiek in naam van 'waarheid' op den duur onhoudbaar is – het creëert een vorm van politieke welles-nietes waarbij bemiddeling onmogelijk wordt en politici ontiegelijk veel tijd verliezen met het vastpinnen van feiten in plaats van het vertolken van belangen.

Er loopt dus een diepere kloof tussen het populisme en de partijdemocratie die Europeanen vooral in de naoorlogse periode gekend hebben. Die partijen hielden zich immers bezig met een specifieke taak: belangenverdediging. Veel 'populisten' zijn daarentegen niet zo te vinden voor de taal van 'centen' en 'interesses', zoals Ewald Engelen in zijn laatste boek optekende. Velen van hen prefereren vandaag een ander codewoord: 'identiteit'. En aangezien 'identiteit', zoals we ook van vele linkse voorbeelden kunnen leren, fundamenteel gaat over wie je bent en niet over wat jebezit of beheert, is belangenbehartiging voor populisten een ontzettend moeilijke aangelegenheid.

In het dagelijkse mediabedrijf lijken rechts-populisten en links-identitairen natuurlijk gedoodverfde vijanden. Na wat onderzoek blijken ze echter ook wat cruciale kenmerken te delen: terwijl linkse activisten een identiteitspolitiek bedrijven die zich tot minderheidsgroepen beperkt, bedrijven populisten eerder een vorm van 'anti-particuliere' identiteitspolitiek die geen belaagde minderheden tracht te verdedigen maar de identiteit van een belaagde meerderheid. In plaats van minderheden als moslims, zwarten of LGBTQ als afzonderlijke pressiegroepen te mobiliseren, zoeken ze eerder naar een kruispunt waarbij al deze groepen hun eigenschappen terzijde schuiven en zich indompelen in een gezamenlijke identiteit (hier voorgesteld als het 'Volk'). De Franse filosoof Pierre Rosanvallon vatte dat onlangs elegant samen. 'Te midden van een algemene versnippering van identiteiten', stelde hij, 'tracht het populisme op basis van zijn eigen identiteit een nieuwe eenheid te stichten.' Populisme is een universalistische identiteitspolitiek voor het 'volk'.

Maar identiteitspolitiek in haar huidige vorm is ook verdacht vaak verenigbaar met technocratie. Door een eis tot erkenning te stellen aan de staat, vragen minderheidsgroepen dat hun status juridisch gereguleerd moet worden. Dat lijkt dus het eigenlijke klimaat waarin het woord 'techno-populisme' zo goed gedijt: in een wereld waar partijen verdwijnen en politici zich steeds dieper verschansen in de staat, allemaal terwijl politiek steeds meer gaat over wie mensen zijn en niet wat ze doen, vindt de 'techno-populist' zijn natuurlijke habitat. Afgaand op recente gebeurtenissen lijkt hem een lang leven beschoren.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 44 tot 45