Log in

Blauwe hesjes en bruinhemden, één strijd

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 2 tot 3

Johan Van Overtveldt en Viktor Orbán hebben meer met elkaar gemeen dan op het eerste zicht lijkt.

'Wie drie generaties goed heeft gewerkt, geen zotte dingen heeft gedaan, en hier of daar een erfenis kreeg, komt snel aan een miljoen'. Aan het woord is een blauw hesje uit het parlement, Theo Francken (N-VA). Zijn partij profileert zich als de behoeder van de middenklasse en de partijwoordvoerder Joachim Pohlmann zelfs als een 'middenklassenrevolutionair': hoe meer middenklassers, hoe beter. De uitspraak van de burgemeester van Lubbeek is echter vooral wereldvreemd. Francken beschrijft een hogere middenklasse die het inderdaad nog steeds zeer goed heeft maar die – zo leert het onderzoek van Denktank Minerva in dit nummer – veel minder snel aangroeit dan de lage middenklasse, die van haar kant steeds minder beschermd is tegen armoederisico.

N-VA is dan ook niet de behoeder van de middenklasse. Juister verwoord is dat ze een pleitbezorger is van liefdadigheid, meer bepaald ten opzichte van de 10% zwaksten en de 10% rijksten. De eersten zijn diegenen die het 'echt' nodig hebben; ze worden 'niet achtergelaten' en kunnen rekenen op een 'vangnet'. Maar het zijn de tweeden die echt worden 'gepamperd'; getuige hoe Johan Van Overtveldt – ook altijd strak in pak, met gedetailleerd jasje in blauw fluweel – vlak voor de val van de regering-Michel als laatste ministerdaad nog vlug de enige belastingverlaging uit het zomerakkoord wettelijk vastlegde: een ondernemer die gratis in een woning van zijn vennootschap woont, wordt daarop in de toekomst minder zwaar belast.

Voor het overgrote deel van de middenklasse heeft N-VA geen oog. Er komen nochtans barsten in het beeld van België als land met een stabiele en welvarende middenklasse: de kernmiddenklasse staat onder druk en de lagere middenklasse glijdt af. In het artikel van Matthias Somers lezen we dat halfweg de jaren 1980 in België nog bijna vier op tien mensen tot de kernmiddenklasse behoorde en dat dit nu nog maar één op drie is. Lars Vande Keybus citeert in zijn stuk een nog te verschijnen OESO-rapport waaruit blijkt dat in België het aandeel van werknemers met een laag of gemiddeld vaardighedenpatroon in de middenklasse met meer dan 20% daalde op tien jaar tijd. De befaamde stabiliteit van de Belgische middenklasse lijkt steeds meer vals. Een nieuwe kwetswaarheid laat zich zien. Het onbehagen en de angst groeit met de dag.

Dit alles zou op 26 mei wel eens tot onvoorspelbare verkiezingen kunnen leiden. Opnieuw kijken we naar N-VA. In 2014 haalde de partij 32% van de stemmen. Ze werd een echte volkspartij, met veel kiezers die voor de eerste keer op haar stemden. Uit ISPO-verkiezingsonderzoek blijkt dat die 'nieuwe kiezer' minder communautair gericht is, in sterkere mate verkiest om de sociale zekerheid federaal te houden en meer milieubewust is dan de trouwe N-VA-kiezer. Het is afwachten hoe met name die 'nieuwe kiezer' op 26 mei zal stemmen. De kans bestaat dat die ontgoocheld is dat de Verandering niet is waargemaakt. Geconfronteerd met toenemende onzekerheid, zou die zelfs kunnen terugkeren naar het linkse kamp. Maar meer doorslaggevend is wellicht wat die 'nieuwe kiezer' vindt van de radicalisering van N-VA inzake migratie en diversiteit. Misschien is de partij voor haar te ranzig geworden? Of misschien net niet, en is het Overton-venster de voorbije jaren dermate verschoven dat die kiezer mee is geschoven?

(Het Overton-venster is, simpel gesteld, een zone waarbinnen politieke ideeën levensvatbaar zijn en waarbuiten niet. De signalen zijn op dat vlak niet bijster positief. Zo werd Dries Van Langenhove voor Het Laatste Nieuws één van de personen van het jaar 2018; een extreemrechtse demagoog maar vandaag volkomen mainstream en ondertussen politiek onderdak.)

Naast een radicalisering op cultureel vlak, mocht het voor N-VA de afgelopen 4,5 jaar gerust ook allemaal wat liberaler op sociaaleconomisch vlak. Eigenlijk wil de partij de sociale zekerheid op droog zaad zetten. Echt goed is dat niet gelukt, daarvoor zijn de tegenmachten nog te sterk, maar de ambitie 'to starve the beast' werd door verschillende partijtoppers openlijk uitgesproken. Zo gaf Bart De Wever toe dat de taks shift bewust was ondergefinancierd zodat men nadien 'zou worden gedwongen om verder te snijden in de sociale zekerheid'. Een strategie waarvan, opnieuw, vooral de lage en kernmiddenklasse het slachtoffer zou zijn. Het is een nog meer perfide strategie dan de bangmakerij over migratie.

Toch zijn beide strategieën niet los van elkaar te zien. Neem Hongarije. Daar werd in december de zogenaamde 'slavenwet' gestemd die werknemers kan dwingen om tot 400 uren over te werken. De liberalisering van de arbeidsmarkt is er een doelbewuste keuze. Want wie binnen de eigen gemeenschap geen solidariteit voelt, zal zeker geen solidariteit tonen met zij die van buiten komen. Viktor Orbán creëert er een perfecte storm.

Arbeidswetten zoals in Hongarije zijn hier niet ingevoerd en onze rechtsstaat staat niet onder druk. Maar geef N-VA de absolute meerderheid en ook onze arbeidsmarkt wordt verregaand gedereguleerd, en de privileges van ondernemers en multinationals fors uitgebreid. Dat zou het bestaande onbehagen van de lage middenklasse en angst van de kernmiddenklasse enkel doen toenemen. Johan Van Overtveldt, hoe stijfliberaal hij ook is, heeft meer gemeen met Viktor Orbán dan op het eerste zicht lijkt. Blauwe hesjes en bruinhemden, één strijd.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 2 tot 3