Log in

Tot uw dienst

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 83 tot 87

Tot uw dienst

Lode Vanoost
epo, Berchem 2019

Vijf jaar regering-Michel heeft bewezen dat dit beleid niet werkt, tenminste niet voor de gewone mens. Er moet terug worden geïnvesteerd in openbare dienstverlening, onderwijs, zorg, openbaar vervoer. Het potentieel van gemotiveerde mensen om die diensten te garanderen is enorm en verdient respect. Dat bewijzen 67 getuigenissen in het boek Tot uw dienst. De zeven zonden van de ambtenaar doorprikt van Lode Vanoost, journalist en redactielid van DeWereldMorgen. Het is een reisverhaal, figuurlijk en letterlijk. Met de trein trok Vanoost door het landschap van de openbare diensten en ontmoette 67 mensen die in publieke dienstverlening werken. Aan de hand van hun verhalen vergelijkt hij de clichés over de 'ambtenaren' met de alledaagse realiteit. Ook de historische ontstaansgeschiedenis van die diensten komt daarbij aan bod. Openbare diensten zijn immers de concrete implementatie van sociale rechten. Rechten waarvoor ooit hard werd gestreden, die nooit cadeau werden gegeven en nu beetje bij beetje worden uitgehold. Ook dat komt tussen de verhalen van deze 67 'ambtenaren' (mét aanhalingstekens) aan bod.

De term 'ambtenaar' gebruikt Vanoost in het boek niet in zijn enge juridische definitie van statutair benoemde overheidsfunctionarissen, maar in een veel ruimere maatschappelijke context, als generische verzamelnaam voor al wie een openbare taak vervult. Daar horen vuilnisophalers bij die voor een privébedrijf werken of verplegers in geprivatiseerde woonzorgcentra. Sommige gesprekspartners zagen het trouwens niet zitten om ook als 'ambtenaar' omschreven te worden. Het toont hoe diep de vooroordelen ingebakken zijn, zelfs de slachtoffers hebben ze dikwijls geïnternaliseerd. De clichés zijn bekend. Ambtenaren kiezen voor een rustig overheidsbaantje zonder ambitie waarbij ze zich ongemotiveerd en lui door hun werkdag slepen. Voor hun luttele werk worden ze te gul betaald en krijgen ze te veel betaald verlof bovenop. Ze mogen ten slotte te vroeg gaan genieten van een onbetaalbaar duur pensioen.Geen enkele getuige in het boek beweert dat al hun collega's 100 procent gemotiveerde en degelijke werkers zijn. Meerderen vertelden me hoe ze bij hun contacten met personen in de privésector konden vaststellen dat ook daar heel wat ernstige gewetensvolle medemensen aan het werk zijn, naast de even jammerlijke uitzonderingen. Echter, ook de privésector is verre van perfect. Er bestaat zelfs een organisatie die klachten over de dienstverlening in de privésector als corebusiness heeft. Test Aankoop heeft er zijn handen vol mee.

De regering-Michel doet nauwelijks iets nieuws, aldus Vanoost. Ze zet het beleid verder van alle regeringen van de voorbije veertig jaar, zij het met een veel grotere passie en hardnekkige gedrevenheid dan ooit tevoren. De huidige regeringscrisis voelt voor hem als een constant herspeelde plaat, één zonder mooie muziek dan wel. Vanoost werd vorig jaar 65. Voor zijn generatie was dat cijfer een evidentie, iets waar je niet bij stil stond. Zijn generatie heeft daarnaast vanaf haar eerste werkdag de eerste effecten gevoeld van wat toen nog niet neoliberalisme werd genoemd. De eerste aanzet van het besparingsbeleid kwam er al onder de regering-Tindemans (1974-1978), nog vóor Thatcher en Reagan. Toen begon het discours van 'wij leven boven onze stand', waarbij met 'wij' altijd alleen u en ik, de gewone werkende mens, werd bedoeld. Niet zij daarboven, die we nu de 1% noemen. Voor hen golden toen al 'de regels van de vrije markt'.

De daaropvolgende regeringen onder Wilfried Martens joegen de ene na de andere besparingsronde er door, dikwijls met volmachten die het parlement omzeilden. Telkens weer werd bij het einde van een zoveelste regeerperiode gedeclameerd dat 'de inspanningen nu niet mogen worden opgegeven', maar dat er toch vooruitzicht was op beterschap, want 'het einde van de tunnel is in zicht'. Veertig jaar later weten we dat het licht aan het einde van die tunnel een vooruitschuivend puntje is gebleven. Sinds 2008 is het zelfs niet meer zichtbaar en lonkt alleen nog de donkere leegte van een tunnel zonder einde.

Op de nieuwe politici met een meer assertieve mediatieke stijl na, gebruikt deze regering dezelfde retoriek als toen. 'Het werk is nog niet af.' Ook nu weer worden nét voor de verkiezingen uit zogenaamd neutrale bron – zoals de bazen van de Nationale Bank – berichten verspreid dat de economie zich herpakt en dat nu van koers veranderen absoluut uit den boze is 'want dan dreigen de geleverde inspanningen teniet gedaan te worden'. Na de verkiezingen volgt steevast weer 'een bijstelling van de prognoses', 'nieuwe vaststellingen', 'tegenvallende cijfers', 'verkeerde inschattingen'. 'Veranderde conjunctuur' is ook een blijver.

Een vast onderdeel van dit discours, aldus Vanoost, is de term 'hervormingen'. De loonlast, het pensioen, de arbeidswetgeving, de werkloosheidssteun, het moet allemaal worden 'hervormd'. Het moet allemaal ook 'efficiënter'. Vreemd genoeg is er in al die jaren nooit sprake geweest van één overheidsdienst die omwille van hervormingen of verbetering van de efficiëntie uitgebreid moest worden of meer personeel mocht aanwerven, omdat dat een betere dienstverlening zou garanderen. De reden is uiteraard dat het in werkelijkheid niet om betere diensten maar om sociale inlevering gaat. 'Hervormen' is een eufemisme voor lagere lonen, onzekere contracten en slechtere arbeidsomstandigheden. Het gaat steeds over 'wij', alsof de CEO van een multinational even hard zou lijden onder de crisis als een gewone NMBS-loketbediende. Clichés tegen het overheidspersoneel hebben altijd wel bestaan, maar het is vanaf de jaren 1970 dat de stigmatisering – want dat is het voor Vanoost – van iedereen in een openbare functie venijnig is geworden en in feite nooit meer gestopt is. Die hetze werd en wordt gevoed door een ideologie, die herverdeling wil in de andere richting van de sociale welvaartsstaat, terug naar boven toe.

De getuigenissen in Tot uw dienst tonen een andere, mooiere realiteit. Duizenden mensen blijven in de openbare diensten tegen dit beleid in gaan. Zij doen meer dan van hen wordt verwacht, gaan buiten hun taakomschrijving. Dat is meest merkbaar in het onderwijs, de zorg en het openbaar vervoer. Verplegers doen meer dan moet, blijven elke dag wat langer doorwerken uit overtuiging, zonder betaalde overuren. Leerkrachten geven elke dag het maximum van zichzelf. Een ongeziene toename van burn-outs en verloop is het gevolg.

Bovendien zien zij als eersten de echte, concrete gevolgen van dit afbraakbeleid. Een getuigenis die Vanoost bijblijft komt van een sociaal inspecteur. Hij spreekt tegen dat deze regering zou ijveren voor de kleine échte zelfstandigen, niet de toenemende groep van nepzelfstandigen die in werkelijkheid onderbetaalde werknemers van één bedrijf zijn zonder degelijk arbeidscontract: 'Kleine en beginnende zelfstandigen hebben het niet makkelijk door de strenge controle op sociale fraude. Elk document wordt tien keer omgedraaid. Het zijn bijna uitsluitend de kleintjes die worden gepakt. Grote bedrijven hebben mensen in dienst om sancties te voorkomen.' Toch blijven deze getuigen overtuigd. Een citaat dat Vanoost aanhaalt komt van een inspecteur bij de RVA: 'Ik werk niet VOOR de overheid, ik werk VOOR iedereen, voor u, BIJ de overheid'. Een OCMW-medewerkster legt uit hoe zij elke dag mensen te hulp schiet die hun sociale rechten niet kennen, geen woonkrediet hebben aangevraagd waar ze al jaren recht op hebben, omdat ze de weg niet kennen, de papiermolen niet snappen of beschaamd zijn om hulp te vragen. 'Ja, er is sociale fraude, maar wat ik zie is iets anders. Nog veel mensen krijgen hun rechten niet.'

Deze 67 verhalen in het boek van Vanoost tonen het zeer grote potentieel dat er nog altijd is aan medemensen voor wie solidariteit een reële betekenis heeft, niet het beeld dat je dagelijks in de media ziet. Daar lijkt het of 'ieder voor zich' de algemene trend is, een vanzelfsprekendheid. Verpleegsters en verplegers, leerkrachten, ouderenzorgers, treinbegeleiders, buschauffeurs, vuilnisophalers, reinigers van straten en pleinen, stations en openbare gebouwen doen hun werk graag en met overtuiging. Zij zijn fier op hun werk. Natuurlijk storen zij zich aan de clichés, maar net zo goed praten zij over de aangename reacties en dankbetuigingen die ze krijgen. Mensen kiezen voor een baan in openbare dienstverlening, in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en alle andere sectoren. Hun vaste benoeming is geen excuus om het er van te nemen. Integendeel, het verhoogt hun plichtbesef.

Rode draad doorheen het boek is het openbaar vervoer met de trein. Geen sector van de openbare diensten wordt de voorbije jaren meer gestigmatiseerd dan het personeel van de NMBS. Tussen de verhalen door passeert Vanoost langs stationsgebouwen, stationspleinen en stationscafetaria's en legt hij uit waarom die nog altijd stationsbuffet worden genoemd.

Tot uw dienst is géén academische analyse en al evenmin een syndicaal pamflet. De selectie van 67 mensen in dit boek is gebaseerd op het netwerk van personen die Vanoost leerde kennen tijdens zijn werk als journalist voor DeWereldMorgen. Iemand kende iemand anders in een ander functie en zo verder. Met een dertigtal getuigenissen op de teller halfweg, contacteerde Vanoost de vakbonden met de vraag of zij het project van dit boek hun steun wilden geven. Zo schreven ook Chris Reniers (ACOD/ABVV), Luc Hamelinck (ACV Openbare Diensten) en Bea Foubert (VSOA/ACLVB) elk een introductie. Zij vertegenwoordigen die andere 'openbare diensten' in andere sectoren, onderwijs, zorg, openbaar vervoer. Dit is een strijd waar zij unaniem achter staan. Zij behouden daarbij hun eigenheid, leggen eigen accenten, kiezen eigen strategieën, maar hun einddoel is hetzelfde: eerherstel voor een performante openbare dienstverlening ten bate van de hele bevolking.

Dit boek komt op een opportuun ogenblik. N-VA poogt al een tijdje de verkiezingscampagne te concentreren rond haar enige echte programmapunt, de migratieproblematiek. Klimaatacties hebben die strategie al deels doorkruist. Deze lange race richting 26 mei geeft ook het overheidspersoneel de kans zijn zaak te bepleiten bij de bevolking. Dit concept, 67 gesprekken met werkende mensen in boekvorm, is wellicht een première in het Nederlands taalgebied, maar het is geenszins een origineel idee. Die eer gaat naar de Amerikaanse publicist Studs Terkel (1912-2008). In Chicago had hij vijftig jaar een radioprogramma met gewone mensen, naast politici, kunstenaars en academici. Hij schreef meerdere boeken op basis van die gesprekken. Zijn meest bekende is Working: People Talk About What They Do All Day and How They Feel About What They Do. Het verscheen in 1974 en wordt nog steeds herdrukt. Aan hem draagt Vanoost dit boek op.

Met dit boek bepleit Vanoost een einde aan veertig jaar besparingen in de openbare diensten, respect en erkenning voor de tienduizenden die zich dagelijks inspannen om de sociale rechten van iedereen te garanderen en het kader scheppen waarin de economie kan functioneren. Meer concreet heeft Vanoost drie doelstellingen: een hart onder de riem van zij die elke dag het beste van zichzelf geven, een rondleiding voor de andere lezers om hen te tonen wat de overheid voor hen doet, en een waarschuwing dat naast de voortdurende inleveringen die de openbare diensten blijven bedreigen nog een groter gevaar opdoemt dat het huidige beleid dreigt te betonneren over alle verkiezingen heen: het nog relatief onbekende letterwoord TiSA, met kleine i.

TiSA staat voor Trade in Services Agreement. Eenmaal goedgekeurd zal deze 'moordende torpedo', in de woorden van Vanoost, een vernietigende aanval inzetten op de openbare dienstverlening en op de sociale welvaartsstaat. Vanoost trekt aan de alarmbel: overheidspersoneel en vakbonden moeten zich informeren over dit verdrag dat wordt onderhandeld door de 36 OESO-landen, waaronder alle EU-lidstaten, om alle (!) overheidsdiensten open te stellen voor privatisering. Je hoort er nog nergens over en daar hebben de onderhandelaars hun redenen voor. Dit verdrag kan nog worden verhinderd, stelt Vanoost. Maar elke actie begint met informatie. Lees daarom dit boek.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 83 tot 87