Abonneer Log in

L’extrême centre ou le poison français

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 63 tot 65

De kern van Pierre Serna’s spijkerharde betoog is dat het macronisme helemaal geen nieuwe of vernieuwende beweging is.

L’extrême centre ou le poison français

Pierre Serna
Champ Vallon, Ceyzérieu, 2019

De gele hesjes-beweging heeft de Franse intellectuelen verrast. Het sociale ongenoegen uit zich immers niet via de politieke kanalen die dominant waren toen veel historici zelf politiek werden gesocialiseerd, tijdens de jaren 1960, 1970 en 1980. Pierre Serna gaat de wortels verder in de tijd zoeken: bij de ongemakken van het 'extreme centrum', dat in de titel provocatief 'het Franse vergif' wordt genoemd.

De auteur is een gerespecteerd specialist van de Franse Revolutie (1789-1795), een periode waarin links en rechts hun wortels vinden. Het huidige 'quinquennat' laat een andere klok luiden, zoals blijkt uit de vele allusies van Emmanuel Macron op de nood aan een 'monarch', zijn verering van de Vijfde Republiek of nog zijn goede betrekkingen met Stéphane Bern, presentator van populariserende historische programma's. Macron verleidde door dit appel aan de Franse traditie met succes de conservatieve burgerij en een groot deel van het gepensioneerde electoraat. Serna stelt zelfs dat de enscenering van de president, wanneer hij schijnbaar ontroerd een nachtelijk bezoek brengt aan Parijse daklozen, gelijkenissen vertoont met die van Lodewijk XVI.

De auteur gaat niet akkoord met deze selectieve lezing van de geschiedenis. Hij wijdt zijn uitgebreide pamflet aan de macht van de centrale Parijse elites, die hij in detail bestudeerde van Revolutie tot Restauratie. Edgar Faures uitspraak 'Ce n'est pas la girouette qui tourne, mais le vent' typeert volgens de auteur een recurrente neiging bij de politieke, administratieve, juridische en financiële top van de maatschappij om in turbulente tijden het huikje naar de wind te hangen. De gewone bevolking betaalt hiervan het gelag. Net als Gérard Noiriel onderlijnt Serna het recente verdwijnen van ambtenaren uit het parlement, ten gunste van hoger kaderpersoneel en bedrijfsleiders, die 90% van de kandidaten van La République en Marche uitmaken. Ook onder de Franse Revolutie verenigen centrumpolitici zich om 'les postes rémunérateurs' te bezetten, het debat te 'parasiteren' en het middenveld de pas af te snijden. Het ultieme doel van een centrumpoliticus is een einde maken aan de afwisseling van links en rechts ('alternance'), die de essentie van de democratie uitmaakt. De centrumpoliticus is met andere woorden de enige echte populist.

De harde repressie van de gele hesjes-beweging doet de auteur denken aan Robespierre, het Directoire en de uiteindelijke installatie van een cesaristische dictatuur onder Napoleon. Volgens Serna is het optreden van Napoleon onder het Directoire helemaal geïnspireerd op dat van Robespierre. Napoleon zou deze laatste bewonderd hebben, omdat hij zich boven de politiek wist te plaatsen. Omdat de terreur (de schrik) diende om de deugd van de republiek te bewaren, werden alle tegenstanders plots buiten het normale politieke speelveld geplaatst. Het extreme centrum verschijnt ten tonele in periodes van crisis, wanneer de normale politieke krachten de frustraties en aspiraties van de bevolking niet meer vertegenwoordigen. Links staat volgens de auteur voor 'filantropische idealen van het humanisme, gebaseerd op egalitaire principes, meritocratie en collectieve solidariteit'; rechts voor 'een elitair gedachtengoed, ter verdediging van het eigendomsrecht en het privé-initiatief'. Het extreme centrum gedraagt zich als een 'parasiet' van het politieke leven, door afwisselend maar onzichtbaar uit beide polen de substantie weg te zuigen. Het woord 'terrorist', rechtvaardiging voor de uitholling van de rechtsstaat, werd uitgevonden door de coupplegers van Thermidor (1794). De 'bijna dierlijke bruut, bloeddorstig, volks en vulgair' werd een symbool voor de lagere klassen van de maatschappij, die met hun eisen om rechtvaardigheid de vrije baan voor het kapitalisme dreigden te versperren.

Macrons drift om een rechtstreekse band met de burgers te etaleren en het middenveld te overstijgen zijn volgens Serna tekenen van een gevaarlijke evolutie voor de democratie. De president weet goed waarom hij het parlement wil kortwieken. Het 'extreme centrum' wil de burgers in slaap wiegen. Door hard op te treden tegen opposanten die worden voorgesteld als de vijand van de middenklasse, verliest diezelfde middenklasse haar fundamentele rechten en vrijheden. Het extreme centrum sust en flatteert sinds 1794 'les honnêtes gens', een zelf-uitgevonden categorie waardoor iedereen zich aangesproken kan voelen. In werkelijkheid zou de president als de dood zijn voor echte 'cahiers de doléance' of nog 'echte' referenda, zoals het revocatoire referendum (RIC) dat de gele hesjes voorstellen, en ook in de nooit uitgevoerde Grondwet van het jaar I voorkwam.

Waarom is het 'extreme centrum' populair, en doorziet de publieke opinie de façade niet? Serna hoedt er zich voor om terughoudend te zijn. De uitschakeling van de 'linkse' Franse revolutie door de staatsgreep van de Thermidoriens in 1794 was voor hem de triomf van de 'kleine burgerij', die probeerde om de sociale 'grendel naar onder' te sluiten. De kleinburger hoopt te kunnen opstijgen tot de hoogste klassen van de samenleving. Daarom moet de deur naar beneden dicht, en is trouw aan het extreme centrum een veilige optie. De marketingpraatjes van vandaag zouden maar een verbeterde versie vormen van de 'langue de bois' van 1794.

De kern van Serna's spijkerharde betoog is dat het macronisme helemaal geen nieuwe of vernieuwende beweging is. Meer nog, het verleden is een waarschuwing: de republiek van het extreme centrum is er één zonder democratie. De auteur wijst op het gevaar van de pretentie om alle deugden te verenigen in één politiek kamp. In werkelijkheid verandert er niets aan het dagelijkse sociale geweld dat grote groepen van de bevolking ondergaan. Het politieke personeel van de 'oude orde' wordt massaal overgenomen, en sommige trekken van vorige regimes worden verstevigd.

De overgrote meerderheid van Serna's bijna driehonderd pagina's zijn gewijd aan het verleden. De auteur demonstreert met grote passie en eruditie zijn feilloze beheersing van de subtiele evenwichten in de Franse samenleving en de impact van de Revolutie. Het boek is een ideale kennismaking met deze complexiteit, vanuit de nieuwe vragen die de politieke actualiteit ons stelt. Serna valt frontaal de these van François Furet aan, die revoluties koppelde aan totalitarisme. Niet de aspiraties van de onderdrukte bevolking, maar het glibberige gekonkel van de bezittende klassen vormen de grootste bedreiging voor de vrijheid. Le poison français kan worden gelezen als een alternatieve geschiedenis van de Franse Revolutie, mits men in het achterhoofd houdt dat het gaat om een zeer uitgesproken interpretatie. Het is minstens een eclatant voorbeeld van de emotionele geladenheid die het verleden blijft hebben in het Franse publieke debat. De kolkende verontwaardiging van de auteur illustreert de ergernis van veel academici tegenover de holle praatjes van Macrons 'nouveau monde'. De boodschap van het boek is dubbel: centrumpolitiek wordt gezien als een leugen, maar ook als even Frans als de traditionele links-rechts-tegenstelling. In de laatste paragraaf roept Serna op om in de geest van de Franse geschiedenis, 'une saine et longue colère contre toute forme d'arbitraire', de 'soumission' aan het 'extremistische' centrum te laten varen.

Het boek van Pierre Serna is één van de talrijke publicaties die halverwege het mandaat van president Macron proberen om hem te plaatsen in een logische continuïteit met de rest van de Franse geschiedenis. De magistrale Histoire populaire de la France van Gérard Noiriel (Agone, 2018) presenteert vanuit marxistisch en bourdieusiaans geïnspireerd perspectief de Franse geschiedenis van onderuit, sinds de 15e eeuw. Een vlammend laatste hoofdstuk (De quel avenir Emmanuel Macron est-il le nom?) nagelt de president aan het kruis als een dienaar van de dominante krachten in de Franse samenleving. Ook Napoleon III's combinatie van politiek autoritarisme en economisch liberalisme staat opnieuw in de aandacht (Eric Anceau, Napoléon III, Tallandier, 2018).

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 63 tot 65