Abonneer Log in

Op safari naar Armoeland

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 69 tot 71

De verteller is Darren McGarvey, onder de naam ‘Loki’ ook bekend als rapper. Hij groeide op in een achtergestelde buurt in Glasgow.

Op safari naar Armoeland

Darren McGarvey
epo, Berchem, 2019

Op vrij korte tijd verschenen drie boeken die sterk verwant zijn: Didier Eribons Retour à Reims, Edouard Louis' Qui a tué mon père en Darren McGarvey's Poverty Safari. Alle drie mengen ze autobiografie met een analyse van de context waarin de auteurs opgroeiden: een context van achterstand, uitsluiting en armoede. Dat de drie boeken op korte tijd alle drie werden vertaald in het Nederlands (Terug naar Reims, Ze hebben mijn vader vermoord, Op safari naar Armoeland), mag een teken zijn van de alertheid die ook in de Lage Landen bestaat voor deze problematiek en van deze manier om een maatschappelijk verhaal te vertellen vanuit een ik-perspectief: denk ook aan 1942 van Herman Van Goethem en Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans. Ze vormen een erg relevante aanvulling op de wetenschappelijke analyses van armoede.

In Op safari naar Armoeland is de verteller Darren McGarvey, onder de naam 'Loki' ook bekend als rapper. Hij groeide op in een achtergestelde buurt in Glasgow, in een 'multiprobleem' gezin waarbij later problemen van verslaving en geestelijke gezondheid kwamen. Hij probeert dat allemaal te verwerken; hij gaat zijn eigen verantwoordelijkheid voor de toestand waarin hij terechtkwam niet uit de weg. Dat hij er zelf in slaagde om zich aan die diepe deprivatie te ontworstelen, verleidt hem soms tot veralgemeningen – als hij het kon, moet iedereen daar toch toe in staat zijn. McGarvey schrijft uitvoerig over zijn gewelddadige en drankverslaafde moeder, maar andere personen uit zijn directe omgeving (zijn vader en een tante die lid werd van het Schotse Parlement) die als positief rolmodel konden dienen en dat op termijn wellicht ook zijn geweest, blijven onderbelicht.

Darren McGarvey's schrijfstijl is die van een rapper. Vaak lukraak. Vanaf het begin geeft hij toe dat het boek geen duidelijke structuur heeft. De hoofdstukken hebben de vorm van korte anekdotes, ervaringen of tirades. Toch bestaat het boek grotendeels uit twee delen. Het eerste is een reeks van treurige autobiografische verhalen die de achtergrond vormen voor McGarvey's opgroeien en leven in armoede in Glasgow; het tweede deel is zijn commentaar op en analyse van de huidige stand van het armoedebeleid.

Je kan opgroeien in Glasgow niet zomaar vergelijken met opgroeien in een of andere stad in Vlaanderen – niet helemaal. De neoliberale vernietiging van de verzorgingsstaat en van de samenleving in haar geheel heeft in Groot-Brittannië veel harder toegeslagen dan hier. Toch zijn de aangekaarte fenomenen, in een meestal mildere vorm, ook voor ons herkenbaar. Ook hier moeten velen constant op hun hoede zijn voor geweld en dagelijks strijd leveren om te overleven. McGarvey's boek is veel meer dan een autobiografie. Hij schrijft ook als een ervaringsdeskundige over armoede en biedt waardevolle inzichten waarom armoede zo'n schijnbaar onhandelbaar probleem blijft. Hij heeft het over de redenen waarom zoveel initiatieven tegen armoede, zelfs de goedbedoelde, op weinig enthousiasme kunnen rekenen in de gemeenschappen waarin hij opgroeide. Zijn aanklacht tegen de 'armoede-industrie' zal op weinig bijval kunnen rekenen in de sociale sector. Hij rekent vrij genadeloos af met de universitair geschoolde en goedbedoelende progressieven uit de middenklasse, die meer tijd besteden aan het controleren van gedrag en taal van de 'lagere klassen', dan aan de maatschappelijke omgeving die hen beperkt in hun kansen. Tegelijk waarschuwt hij voor een vorm van omgekeerd snobisme, dat erin bestaat dat mensen zoals hij vijandig reageren op de goede bedoelingen, de taal en het gedrag van potentiële bondgenoten. Voor een deel is het boek daar een verontschuldiging voor. Vele lezers zullen deze ambivalentie herkennen.

Het laatste deel van Op safari naar Armoeland bevat dan ook een poging om twee polen te verzoenen. De erkenning dat veel van de problemen van armoede te maken hebben met de organisatie van de samenleving, waardoor ze niet vatbaar zijn voor individuele verandering (het 'maatschappelijke schuldmodel') gaat gepaard met de waarschuwing dat dit geen excuus mag zijn voor berusting en zelfvoldaanheid. Dat deze laatste waarschuwing voor een belangrijk deel is geïnspireerd door zijn verslavingsverleden, doorkruist een 'zuivere' analyse van de processen en toestanden van armoede. Zo blijven we op onze honger voor wat deze cruciale dimensie van armoede aangaat: de productieprocessen van de armoede. De rol van centrale maatschappelijke instituties (de arbeidsmarkt, de woonmarkt, het onderwijs, de gezondheidszorg, de financiële sector) en personen op cruciale posities daarin wordt toch wel onderbelicht.

Het boek werd geprezen door ronkende namen als regisseur Ken Loach, Trainspotting-schrijver Irvine Welsh en Harry Potter-auteur J.K. Rowling. In 2018 kreeg het dan ook de prestigieuze Britse Orwell Prize. Een prijs genoemd naar George Orwell die niet alleen 1984 en Animal Farm schreef maar zelf gelijkaardige ontdekkingstochten ondernam naar de rafelrand van de samenleving (Down and out in Paris and London, Aan de grond in Parijs en Londen; The road to Wigan Pier, De Weg naar Wigan). Het zijn boeken die, net zoals dit boek van Darren McGarvey, ook vandaag nog bijzonder lezenswaardig zijn.

Deze bespreking verscheen ook op www.dewereldmorgen.be

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 69 tot 71