Abonneer Log in

Over schietpartijtjes en zwembad­terroristen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 72

Over de massamoord werd bericht als een schietpartij – als je het woord nonchalant uitspreekt, klinkt het als een vrolijk verjaardagsfeestje met te enthousiaste confettikanonnen.

Op zaterdagmorgen 3 augustus 2019 dropte de 21-jarige Amerikaan Patrick Crucius een racistisch manifest op het onlineplatform 8chan. Twintig minuten later trok hij naar de plaatselijke Walmart en opende het vuur. Ik weet niet wanneer u uw boodschappen doet, maar als u ook al eens sakkerend in een winkelkarretjesfile op zaterdagmorgen belandde, dan weet u dat het geen willekeurig gekozen moment was. Er waren op dat moment 100 medewerkers en 3.000 klanten in de winkel. Hun grootste zorg op dat moment: of ze nu chili sìn of còn carne zouden klaarmaken. De dader werd afwisselend de El Paso-schutter, een 21-jarige jongeman, een boze blanke complotdenker, een racistische schutter die het gemunt had op Mexicanen, enzovoort enzoverder… genoemd. Een vage kennis noemde hem 'een schuchtere jongemandie nochtans altijd zo beleefd was'. Over de massamoord werd bericht als een schietpartij – als je het woord nonchalant uitspreekt, klinkt het als een vrolijk verjaardagsfeestje met te enthousiaste confettikanonnen. 'Mogelijk gaat het om een haatmisdrijf', liet de FBI later die dag weten. Dat gingen ze nog onderzoeken. Kwestie van niet te snel conclusies te trekken. De Morgen nam op 5 augustus als eerste het begrip racistische terreur in de mond. Oef. Dan toch.

Wat een schril contrast met het enthousiasme waarmee opiniemakers, politici en luide roepers allerhande elkaar afgelopen zomer voor de voeten vielen met stoere taal over ontspoorde jonge gasten die amok maakten en meisjes en vrouwen lastig vielen in zwembaden. Deze nieuw ontdekte mensensoort werd algauw de 'De Zwembadterrorist' genoemd. Een woord dat ook door kranten en journaals vlotjes werd overgenomen. Humo kopte met grote letters 'De Zomer van de Zwembadterroristen'. Kijk, seksueel geweld of intimidatie zijn nooit goed te praten. Laat dat duidelijk zijn. Maar woordkeuze en taalgebruik zijn niet onschuldig. Je kan niet alleen 'terroristen' gebruiken wanneer je iemands huidskleur of Noord-Afrikaanse achtergrond wil suggereren, en dat subtiel – bewust of onbewust – over het hoofd zien wanneer een witte man een aanslag pleegt met een uitgesproken racistisch motief. Als je ergens deze zomer aan terreur wil linken, doe het dan aan extreemrechtse terreur. Want de aanslag in de Walmart was geen alleenstaand geval. Cricius haalde zijn inspiratie bij de schutter van Christchurch, die amper enkele weken daarvoor twee moskeeën binnenviel en tekende voor de bloedigste aanslag in de geschiedenis van Nieuw-Zeeland. En in hetzelfde weekend als de Walmart-aanslag, opende een andere geradicaliseerde schutter het vuur in een bar in Dayton (Ohio), een bijzonder populaire uitgaansplek bij Afro-Amerikanen.

Net zomin als op rel schoppen in een zwembad geen kleur staat, zijn terroristische aanslagen niet voorbehouden voor moslims. En het klinkt weinig opzienbarends, het is geen breaking news, maar hé: hoe je iets benoemt, welke woorden je kiest, in welke metaforen of beeldspraak je jouw idee wil verpakken… het heet framing en het heeft impact.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 7 (september), pagina 72