Abonneer Log in

The Socialist Manifesto / Kapitalisme voor beginners

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 78 tot 80

Beide boeken vullen elkaar aan en zijn vooral interessant om mensen de basisbeginselen van het marxisme bij te brengen.

Kapitalisme voor beginners

Vivek Chibber
epo, Berchem, 2019

The Socialist Manifesto

Bhaskar Sunkara
Verso, Londen, 2019

Dat we ons marxistische leesplezier uit de Verenigde Staten moeten halen, lijkt op het eerste gezicht wat vreemd. In het centrum van het mondiaal kapitalisme was er nooit een sterke socialistische of communistische partij zoals in de West- en Noord-Europese landen. De universiteiten zijn er niet meteen bastions van radicalisme. En 'socialist' was er decennialang een McCarthyistisch scheldwoord. Maar toch komt het leidende socialistische tijdschrift – naast SamPol natuurlijk – dezer dagen uit de Verenigde Staten: Jacobin magazine, dat ook op de website heel wat interessante (gratis) lectuur oplevert. De hoofdredacteur van dat magazine, Bhaskar Sunkara, schreef een boek met als titel The Socialist Manifesto, een vette knipoog naar het manifest van Karl Marx en Friedrich Engels uit 1848. In zijn dankwoord bedankt de auteur Vivek Chibber, professor sociologie aan New York University, voor hoe veel Sunkara door de jaren heen wel van Chibber geleerd heeft. Chibber schrijft ook af en toe bijdragen voor Jacobin. Hij bracht voor het blad een boek uit met als titel The ABCs of Capitalism.

Beide boeken worden hier dus niet alleen samen besproken vanwege de Jacobijnse link tussen de auteurs, maar ook omdat ze elkaar mooi aanvullen. Want wie het socialisme wil begrijpen, moet in de eerste plaats het kapitalisme begrijpen. Daarvoor dient het boekje van Vivek Chibber. De Engelstalige titel The ABCs of Capitalism werd door uitgeverij epo en het tijdschrift Lava vertaald in Kapitalisme voor beginners. Het had eigenlijk even goed 'Marxisme voor beginners' kunnen zijn, want dat is wat Chibber doet: in drie hoofdstukken legt hij de marxistische basistheorie en basispremissen uit.
Het eerste hoofdstuk gaat over het begrijpen van het kapitalisme. De auteur licht toe dat het kapitalisme een klassensysteem is, waarbij er een sterke tegenstelling is tussen kapitalisten enerzijds – een kleine minderheid die de productiemiddelen bezit – en de arbeidersklasse (of 'werkers') anderzijds – een grote meerderheid die in loondienst voor die kapitalisten moet werken om zijn brood te verdienen. Hij verklaart dat kapitalisten door de markt gedwongen worden om zo veel mogelijk winst te maken, en daardoor hun werknemers wel zo veel mogelijk moéten uitbuiten. De enige manier voor werknemers om dat tegen te gaan is door zich collectief te verenigen.
Het tweede hoofdstuk gaat over de 'staat', waarbij Chibber impliciet vertrekt vanuit de bekende zin uit het Communistisch Manifest: 'The executive of the modern state is nothing but a committee for managing the common affairs of the whole bourgeoisie.' Hij poneert dat de staat vooral de belangen van de kapitalisten in beleid omzet, al nuanceert hij dat daarna door te wijzen op de klassenstrijd als tegenmacht.
Die klassenstrijd is het onderwerp van het derde hoofdstuk. Chibber legt uit waarom marxisten zo sterk focussen op de arbeidersklasse en klassenstrijd, en wat die klassenstrijd kan verhinderen dan wel faciliteren.
In zijn missie – de basisbeginselen van het marxisme uitleggen aan leken – is het boek zeker geslaagd. Het is duidelijk, vrij eenvoudig en beknopt, en toch worden de belangrijkste marxistische concepten en theorieën uitgelegd. Doordat het boek eigenlijk een bundeling is van drie pamfletten, komen er wel wat herhalingen in voor, maar misschien is herhaling voor beginners niet slecht. Voor mij kwam het af en wat orthodox en ongenuanceerd over, maar ook dat is natuurlijk eigen aan pamfletten.
Het boek is dus perfect studiemateriaal voor de eerste activiteit van de studenten- of jongerenorganisaties van politieke bewegingen in het nieuwe academiejaar: inleiding tot het marxisme. Volgens mij zouden ook veel sociaaldemocraten die hun 'kameraden' aanspreken met 'matekes' of groenen er nog iets uit kunnen leren. Voor gevorderden of experts – mensen die zich al eens door iets als De economische theorie van het marxisme van Ernest Mandel of Het Kapitaal van the big man himself hebben geworsteld – is het boek enkel een aanwinst voor de boekenkast als ze nadenken over het uitleggen van die marxistische theorie aan hun kinderen, studenten of werknemers die nog niet tot de marxistische theorie geïntroduceerd zijn.

Want het kennen van de beginselen van het kapitalisme, is natuurlijk noodzakelijk om er een socialistisch antwoord op te bieden. Dat is dan weer wat Bhaskar Sunkara probeert in The Socialist Manifesto. In zijn inleiding schrijft Sunkara dat hij dit boek had willen schrijven wanneer hij 68 jaar oud zou zijn (hij is er nu 30). De feiten dwongen hem ertoe het nu te schrijven: de onverwachte revival van 'socialisme' in de Verenigde Staten dankzij presidentskandidaat Bernie Sanders en het New Yorkse parlementslid Alexandria Ocasio-Cortez. De Democratic Socialists of America (DSA), de organisatie waar Sunkara lid van is, groeide van zo'n 6.000 leden in 2015-2016 tot meer dan 55.000 in 2019.
Als manifest stelt het boek een beetje teleur, maar dat komt vooral omdat het eigenlijk geen manifest is. De auteur geeft in de eerste plaats een historisch overzicht van wat er met het marxistische gedachtegoed in de praktijk is aangevangen, om te eindigen met wat stellingen voor een socialistisch project vandaag.
Na een futuristisch gedachte-experiment met een rol voor onder meer Jon Bon Jovi, pastasaus en president Bruce Springsteen bij wijze van lokkertje, begint Sunkara in het tweede hoofdstuk aan het zwaardere werk over het ontstaan van het kapitalisme en bijgevolg ook van het marxistische gedachtegoed met Karl Marx en Friedrich Engels. Hoofstuk 3 beschrijft de Duitse socialistische partij SPD en alle interne tegenstellingen in het begin van de 20e eeuw. De titel The future we lost geeft aan dat Sunkara het uitblijven van een socialistische revolutie in Duitsland als een groot gemis beschouwt. Het land waar die revolutie er wel kwam, Rusland, is het onderwerp van hoofdstuk 4. De auteur bespreekt complexloos de verwezenlijkingen én grote tekortkomingen van de Sovjet-Unie, en wat volgens hem de oorzaken zijn van de autoritaire bocht na de Russische revolutie.
Hoofdstuk 5 gaat over hoe in West-Europa, voornamelijk in Zweden, de socialisten er na de Tweede Wereldoorlog bijna in slaagden om via geleidelijke hervormingen een socialistische, democratische maatschappij tot stand te brengen. Maar het gaat ook over hoe in de jaren 1970 de structuurhervormingen werden tegengehouden door de kapitalistische klasse, waarna in de volgende decennia tal van verwezenlijkingen van na de Tweede Wereldoorlog werden teruggeschroefd.
Het Chinese communisme wordt beschreven in hoofdstuk 6, en Sunkara doet dat al even complexloos als in het hoofdstuk over de Sovjet-Unie. De geschiedenis van het socialisme in de Verenigde Staten is het thema van hoofdstuk 7, en hoofdstuk 8 gaat over de 'terugkeer' van het socialisme met Bernie Sanders in de VS en Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk.
How we win is de titel van hoofdstuk 9, en dat kan beschouwd worden als het manifesthoofdstuk. Hij begint zijn 15 punten met een verdediging van 'klassenstrijd sociaaldemocratie'. Ook hier is dit interessant leesvoer voor groene en sociaaldemocratische politici die – in tegenstelling tot politici als Bernie Sanders, Jeremy Corbyn en Alexandria Ocasio-Cortez – de klassenstrijd vaak uit het oog verliezen, waardoor er van hun ecologisme of sociaaldemocratie niet veel terechtkomt. Ook de rest van zijn 15 punten kan een goede introductie vormen tot een debat over socialisme vandaag. Ik was het met weinig oneens, maar vond het ook wel weinig diepgaand en weinig vernieuwend.

Twee boeken die elkaar dus aanvullen en vooral interessant zijn om mensen de basisbeginselen van het marxisme bij te brengen. Die sterke ideologische onderbouw is broodnodig en ontbreekt nog al te veel bij linksvoelende mensen (zowel in sociaaldemocratische als in groene hoek), en vaak ook bij politici van iets meer gevorderde leeftijd die onderweg hun ideologische veren verloren zijn en bijgevolg poedelnaakt achterblijven.
Voor de meer gevorderde socialist, zou ondergetekende eerder People Get Ready! Preparing for a Corbyn Government aanbevelen, door zo'n gevorderde socialist besproken in het vorige nummer van SamPol.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 78 tot 80