Abonneer Log in

Wie niet horen wil, moet voelen

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 6 tot 11

In het Vlaams regeerakkoord van Jambon I komt het woord armoede nauwelijks voor. Het Akkoord leest als een verhaal van rechten en plichten, maar inzake werken en wonen – twee sleuteldomeinen om armoede aan te pakken – is het toch vooral een verhaal van gemiste kansen.

DE REGIONALE REGEERAKKOORDEN

Wie niet horen wil, moet voelen
Michelle Ginée
Hoe rood is paarsgroen?
Pierre Verjans
Is #iedereen­aanboord?
Didier Vanderslycke

Drie jaar geleden besloot ik mijn carrière een totaal andere wending te geven en ging ik als maatschappelijk werker aan de slag bij het OCMW. Ik was er vast van overtuigd dat ik met mijn enthousiasme mijn cliënten wel ging overtuigen om een job te zoeken en zo hun inkomen te verhogen. Want dat is wat je als buitenstaander denkt: 'Wie werkt, raakt uit de problemen.' Drie jaar later, en al heel wat illusies armer, weet ik uit praktijkervaring dat armoede veel dieper geworteld zit dan het al dan niet hebben van een job. Elke cliënt die bij ons over de vloer komt, is een uniek iemand met zijn eigen rugzak. De ene heeft geen inkomen, een andere krijgt een uitkering, en de laatste tijd zijn er ook steeds meer mensen met een job maar financiële problemen. Armoede is niet enkel een situatie waar mensen in zitten, is ook steeds meer een situatie waar mensen in dreigen te raken. En dat los je niet enkel op met een job, dat los je vooral op met een goed en uitgebalanceerd beleid dat luistert naar mensen in het werkveld en ook bereid is om hen handvatten aan te bieden.

Helaas stel ik in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord vast dat ook de regering-Jambon niet bereid is om te investeren in een duurzaam armoedebeleid. Voor haar blijft werken de sleutel om uit de armoede te raken. Het lijkt alsof er maar twee soorten mensen bestaan: zij die kunnen en zij die niet willen. Ik lees nergens ambities voor mensen die niet kunnen. De klemtoon van het akkoord ligt vooral op het 'voor-wat-hoort-wat-verhaal' en het sanctioneren van mensen die niet in de pas lopen; dat is de rode draad. Begrijp me niet verkeerd. Ik vind ook dat er rechten en plichten zijn. Alleen denk ik niet dat je het kan afdwingen met veelvuldig sanctioneren. Ik begrijp wel dat het als buitenstaander als muziek in de oren klinkt. Maar het haalt de armoedecijfers niet omlaag.

Daarom neem ik drie pijlers uit het akkoord onder de loep en leg er alternatieven naast. Voor mij gaat het concreet over werken, wonen en nieuwkomers. Het armoedebeleid reikt natuurlijk nog veel verder, maar in de praktijk zie ik dat vooral tewerkstelling en huisvesting het hardst doorwegen voor mijn cliënten.

TEWERKSTELLING

Dat werken belangrijk is voor de eigenwaarde en het inkomen van een mens, zal niemand ontkennen. Het lijkt me daarom redelijk evident dat de overheid er alles aan doet om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Ze voorziet dan ook meer dan 10 verschillende vormen van tewerkstellingsmaatregelen. De ene maatregel is bezoldigd, de andere niet. Sommige zijn dwingend van karakter en nog andere zijn toch iets meer vrijblijvend. Het hele systeem uit de doeken doen, zou ons te ver leiden. Er zijn veel maatregelen die werklozen en mensen met leefloon aan het werk moeten helpen.

Iedereen aan het werk?

Maar toch is er een groep mensen waarbij het niet lukt. Bijvoorbeeld een groep langdurig werklozen. Om die aan te porren, wil de Vlaamse regering nu het principe van verplichte gemeenschapsdienst in het leven roepen ('Wie binnen de twee jaar niet aan de slag geraakt, kan verplicht worden ingezet in gemeenschapsdienst. Daardoor halen we mensen uit hun maatschappelijk isolement en dat past steeds in een traject naar werk, waarbij de vaardigheden van de werkzoekende worden versterkt.'). Want, zo stellen ze, voor wat hoort wat. Concreet zou het gaan over het ruimen van zwerfvuil, straatvegen, het onderhouden van groenperkjes. Er is werk genoeg voor gemeenschapsdienst, maakt men zich sterk. Werk genoeg, maar geen intentie om daar volwaardige jobs van te maken dus?

Straffen leidt niet tot gedragsverandering

Ik geloof niet in het dwingend karakter van gemeenschapsdienst. Omdat straffen dient om mensen te leren dat ze iets niet mogen, niet om mensen te motiveren om het anders aan te pakken.
Dat bewijs wordt trouwens geleverd door langdurig werklozen. De werkloosheidsvergoedingen dalen in de tijd, maar toch is een grote groep mensen langdurig werkloos. Dat komt omdat die mensen kampen met fysieke en/of mentale problemen, omdat de minimumlonen te laag zijn en/of omdat ze gedemotiveerd zijn geraakt omdat ze bijvoorbeeld in hun vorige job georiënteerd werden in een knelpuntberoep dat totaal niet bij hun persoonlijkheid past. Want, surprise surprise, ook laaggeschoolde mensen kunnen energie halen uit hun job als zij in een job belanden die veel beter bij hun persoonlijkheid past.

Economische of maatschappelijke meerwaarde?

In plaats van geld te besteden aan de coördinatie en organisatie van verplichte gemeenschapsdienst, zou het beleid zich beter buigen over het op maat begeleiden van werklozen. Door maatschappelijk werkers en arbeidsbegeleiders, maar zeker door de werkvloeren. Zij kunnen de drempels verlagen zodat de doorstroomkansen verhogen. Daarom is het belangrijk dat de begeleiding niet enkel gericht is op economische meerwaarde creëren. Klinkt heel wollig, maar ik verduidelijk graag met een voorbeeld.
Stel je voor: een jonge vrouw met zware psychische problemen die niet nu en mogelijk nooit kan worden toegeleid naar reguliere arbeid. Zij doet daarom arbeidszorg (dat is een tewerkstellingsmaatregel waar mensen door middel van vrijwilligerswerk competenties opbouwen die nodig zijn om door te stromen naar reguliere tewerkstelling) en werkt vier halve dagen per week in een dienstencentrum waar ze helpt tijdens de maaltijd voor bejaarden. Ze ontvangt de bezoekers, helpt mee serveren, doet een praatje, ruimt af en helpt bij de afwas. Haar beloning is een vrijwilligersvergoeding van 5 euro per halve dag. Ik geef toe dat deze dame geen winsten genereert voor het dienstencentrum. Sterker zelfs: zij is strikt genomen overbodig om iedereen op tijd van een maaltijd te voorzien. Maar zij biedt wel een menselijke en maatschappelijke meerwaarde. In het dienstencentrum waar zij werkt, zullen bezoekers zich veel beter voelen dan een dienstencentrum waar men zich enkel toelegt op de kerntaak: een maaltijd aanbieden.

Van vrijwilligerswerk naar een volwaardige job

Waarom geven we deze vrouw geen loon naar werken? Waarom bieden we haar geen contract aan met een loon dat een stuk hoger ligt dan haar uitkering en sociale bescherming? Dit vrijwilligerswerk omzetten naar een volwaardige job met een goed inkomen, is een typevoorbeeld van mensen op maat helpen. We moeten naar een systeem waar we niet kijken hoe de werkloze past binnen het economisch model. Naar een systeem waar het model zich aanpast aan de werkloze. Zodat iedereen op zijn manier een steentje bijdraagt aan de maatschappij. Daar zie ik persoonlijk een grote taak voor de VDAB. De laatste jaren is deze dienst zich meer gaan richten op het controleren van werklozen dan op het begeleiden. Dat moet opnieuw anders. We moeten als overheid de regie van het activeren terug in handen nemen. Het is bovendien ook erg belangrijk dat er meer jobs worden gecreëerd in de sociale economie, en tewerkstellingsplaatsen in het middenveld en bij de overheid. Vijfduizend in totaal, want zo groot is de doelgroep die nooit via bestaande wegen aan de slag gaat geraken.

Het minimumloon moet omhoog

Het belonen van mensen betekent ook dat de minimumlonen omhoog moeten. De regering-Jambon heeft wel die ambitie door het bieden van een jobkorting voor de laagste lonen, maar daarmee krijgen we de sociale zekerheid op federaal niveau natuurlijk niet op orde. Het minimumloon voor een laaggeschoolde jongere ligt amper hoger dan het leefloon voor iemand met een kind ten laste. Dat is regelrechte waanzin. Het verhaal van rechten en plichten werkt wel van twee kanten.

HUISVESTING

In grote steden besteedt meer dan de helft van de inwoners meer dan een derde van zijn inkomen aan huisvesting. Voor mensen met de laagste inkomens gaat het om meer dan de helft van hun inkomen. De kostprijs van de huisvesting bepaalt vaak de grens tussen in het rood gaan op de bankrekening of net niet. Er werd vanuit de sociale sector dan ook hoopvol uitgekeken naar antwoorden op de heersende wooncrisis in het nieuwe regeerakkoord. Maar ook hier blijven we helaas op onze honger zitten.

Extra sociale woningen als impact op de vastgoedprijzen

Het regeerakkoord heeft zeer weinig ambitie om extra sociale woningen te bouwen. De toelages voor grote steden zijn veel te beperkt. Nochtans cruciaal om impact te krijgen op de vastgoedprijzen en op armoede. Als er niet voldoende woningen zijn voor mensen met een laag inkomen, blijven mensen op de wachtlijst mee zoeken op de private huurmarkt en dat drijft de prijzen nog meer de hoogte in.

Sneller recht op huurpremie met een goede begeleiding

Ook voor mensen die nu op de wachtlijst staan voor een sociale woning, komen er geen maatregelen. Zij moeten vier jaar wachten voor ze recht krijgen op een huurpremie (een compensatie van de overheid op de huurprijs). Het is veel zinvoller om de huurpremie meteen toe te kennen en te koppelen aan begeleiding door het OCMW. Zo kan makkelijker worden ingespeeld op andere noden van de cliënten en gewerkt naar een activering op maat. Ik stel helaas daarnaast ook vast dat het veel moeilijker wordt om in te schrijven voor een sociale woning.

Pak huisjesmelkers eindelijk aan

Bovendien zien we in dat segment van de huurmarkt veel vormen van misbruik. Verhuurders die woningen in zeer slechte staat verhuren aan veel te hoge prijzen en potentiële huurders onder druk zetten door de huurwaarborg toch cash te vragen. Als maatschappelijk assistent ga ik veel op huisbezoek bij cliënten. Ik zou een boek kunnen schrijven over de schrijnende situaties. Maar ook tegen deze vormen van huisjesmelkerij zal onze nieuwe regering geen stappen ondernemen.

Een kans laten liggen om mensen op maat te helpen.

De ambities van de nieuwe Vlaamse regering liggen in het aanleggen van een zwarte lijst voor sociale huurders die de huurachterstal op blijven bouwen of hun woning en de omgeving op stelten zetten of zo staat het toch iets zachter omschreven in het regeerakkoord: 'Als een sociaal huurcontract door een rechter is ontbonden door toedoen van de huurder, kan die zich gedurende drie jaar niet meer opnieuw inschrijven bij een andere sociale huisvestingsactor.' En ik begrijp de intentie. Het is natuurlijk ongehoord dat mensen hun door de overheid gesubsidieerde woning niet als een brave huisvader onderhouden. En jawel, ze bestaan. Mensen die veelvuldige wanbetalers blijken of de buurt regelmatig op stelten zetten. Maar ook hier geldt dat de grote meerderheid van deze mensen kampt met een multiproblematiek die een specifieke aanpak vereist. Mensen van de wachtlijst weren voor een bepaalde periode lost die problemen niet op. Ze verlegt ze enkel van de sociale naar de private huurmarkt. Het gedrag van mensen zegt vaak veel over de problematiek. De regering-Jambon laat veel kansen liggen om ervoor te zorgen dat mensen een kwalitatieve woning hebben. We zouden moeten vertrekken vanuit de situatie en de problematieken van de mensen.

Hulpverlening en woonvormen op maat van de cliënt

Als mensen hardnekkige wanbetalers zijn van hun huurgeld, is dat een teken aan de wand. Ofwel is de huurder niet in staat om zelf voor zijn financiën te zorgen, ofwel heeft de huurder geen of te weinig middelen om zijn huur te betalen. In beide situaties is het belangrijk dat we mensen begeleiden in plaats van op een zwarte lijst te plaatsen. Via budgetbeheer en andere vormen van ondersteuning krijgen hulpverleners zicht op het totale plaatje.
Niet elke mens kan aarden in een en dezelfde huisvestingssetting. Er is veel meer nood aan een breed palet van woonvormen afhankelijk van de situatie van de huurder. Er bestaat al heel wat organisaties die beschut wonen aanbieden, maar ook hier zijn de wachtlijsten lang. In Antwerpen heeft men een zorghotel voor daklozen met een dubbeldiagnose. In kleine stapjes leert men die mensen terug verantwoordelijkheden opnemen zonder dat ze voor onveilige situaties zorgen voor zichzelf of anderen. Dat zijn initiatieven waar de maatschappij veel harder op zou moeten inzetten, in plaats van mensen op een zwarte lijst plaatsen. Ik lees in het regeerakkoord wel dat er betere samenwerking moet zijn met gerechtsdeurwaarders. Maar ik probeer met deze passage uit te leggen hoe die samenwerking dan kan resulteren in hulpverlening.

Dakloosheid, een gedeelde verantwoordelijkheid

Ten slotte nog een punt waar ook deze Vlaamse regering geen initiatieven zal nemen. De aanpak van dakloosheid. En dat is echt jammer, want het aantal daklozen in Vlaanderen stijgt elk jaar fenomenaal. Iemand die dakloos wordt in een gemeente waar geen nachtopvang bestaat, verplaatst zich naar steden waar dit wel wordt ingericht. Veel steden geven aan de toevloed van daklozen niet aan te kunnen en stellen strenge regels op voor mensen die gebruik willen maken van de opvang. Wie geen aantoonbare binding heeft met de stad, krijgt geen bed. Dat wil letterlijk zeggen dat wie in Aartselaar dakloos werd, niet in Antwerpen opvang krijgt. De dakloze cliënten zwerven dus rond tot ze in een stad komen die wel een aanbod voor hen voorziet en daar worden ze tevens begeleid door het OCMW. Dat verhoogt de druk op het OCMW en op de woonmarkt van die stad terwijl andere steden de verantwoordelijkheid afwenden. Daarom een pleidooi voor de Vlaamse overheid om toch nog een kader dakloosheid te maken waar alle steden en gemeenten zich aan dienen te houden. Een kader waarbinnen alle gemeenten en steden zich dienen te houden zodat elke cliënt in die situatie recht heeft op dezelfde hulp en de druk en kosten van hulpverlening gespreid worden.

NIEUWKOMERS

In het OCMW zien we veel nieuwkomers. Voornamelijk mensen op de vlucht. Zij krijgen leefloon in ruil voor het volgen van integratiecursussen en taallessen. Deze afspraken zijn bindend. De cliënt kan worden geschorst als zonder geldige reden niet aan de afspraak voldaan wordt. Als de nieuwkomer in het land van herkomst een diploma heeft gehaald, wordt ondertussen gekeken of dit diploma kan worden gelijkgesteld met onze eigen diploma's. Dat sleept vaak zolang aan dat de cliënt in kwestie al geen moed meer heeft om nog extra studies te doen om zijn kennis afgestemd te krijgen met onze wensen. De ijdele hoop om aan deze lange weg van wachten en geduld iets te doen, is helaas niet terug te vinden in het regeerakkoord.

Werk de drempels voor nieuwkomers weg

Wat we wel lezen, is dat inburgeringscursussen en taallessen straks betaald zullen moeten worden door de nieuwkomer. Ik maak even een rekensommetje: een alleenstaande vluchteling krijgt 928 euro leefloon, betaalt gemiddeld 550 euro huishuur en 80 euro vaste kosten. Dan heeft hij nog 300 euro over om eten te kopen, zijn mutualiteit te betalen, verzekeringen enzovoorts. Als we die mensen gaan vragen om ook nog 360 euro te betalen voor lessen die ze nota bene nodig hebben om straks op onze arbeidsmarkt mee te betalen aan de vergrijzing, dan klinkt dat misschien wel goed in de oren voor een deel van de kiezers, maar in de praktijk verleggen we de financiering van het Vlaamse niveau naar het lokale. Want wat gaat er gebeuren? Ofwel start de nieuwkomer met extra schulden opgebouwd om zijn taallessen te kunnen volgen. Ofwel gaan OCMW's de taallessen ten laste nemen. Kortom, extra administratieve rompslomp voor maatschappelijk assistenten voor een groep mensen die straks een meerwaarde zal bieden aan onze maatschappij.
Ook over de drempel om vluchtelingen toe te laten kindergeld te krijgen, maak ik me zo boos. Welk gezin met kinderen kan in godsnaam overleven met 1.254 euro leefloon per maand en zonder toegang tot de arbeidsmarkt want nog volop bezig met taallessen en integratiecursussen?
Het regeerakkoord leest als een zekerheid dat nieuwkomers naar ons land komen om te profiteren van het systeem. Maar zelfs met het groeipakket van de Vlaamse overheid zitten deze gezinnen in het begin van hun integratie nog onder de Europese armoedegrens. Mensen vluchten weg uit hun land omwille van oorlog en ellende.
Het is echt zo teleurstellend te moeten vaststellen dat de Vlaamse regering de drempels voor nieuwkomers verhoogt in plaats van ze weg te werken. Migratie is een positief verhaal. We hebben veel knelpuntberoepen waar we deze mensen nodig hebben en met voldoende steun voor kunnen enthousiasmeren. Maar door ze natuurlijk vooraf al op te zadelen met schulden en armoede, wordt dat een heel ander verhaal.
Een lichtpuntje in het regeerakkoord is het feit dat er blijkbaar toch ambitie is om discriminatie op de arbeidsmarkt te verminderen. In de huisvestingsmarkt is die ambitie er niet, en wordt de toegang tot sociale huisvesting zelfs nog verstrengd voor nieuwkomers.

CONCLUSIE

Voor mij zijn tewerkstelling en huisvesting de twee sleuteldomeinen om te beginnen werken aan een echte aanpak van armoede. Daarom heb ik deze twee uitvoerig besproken. Maar ook de plannen voor nieuwkomers grepen me erg naar de keel. Voor mij mist het Vlaamse regeerakkoord echter ook op andere domeinen verschillende kansen. Doodeenvoudig omdat in de visie van deze regering geen rekening wordt gehouden met de situatie van elke burger. Niet iedereen komt met dezelfde skills aan de start. Sommige mensen hebben het moeilijker dan anderen, en daarom nood aan een andere ondersteuning en aanpak. We hebben echt nood aan visie die meer is dan enkel wat zichtbaar is voor de buitenstaander. Een visie die wordt gevormd door beleidsmakers en mensen uit het werkveld. Want alleen dan krijgen we het spook armoede echt klein.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 6 tot 11