Abonneer Log in

Als ie maar geen burger wordt

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 16 tot 17

Voor ondernemers zijn er louter steun en knuffels.

Hele boeken zijn er al over geschreven: taal is niet neutraal. Dat geldt bij uitstek voor politieke woordenschat. Spreken we over loonlast of loonkost, of misschien eerder verloning? Noemen we iemand werkloze of werkzoekende, uitkeringstrekker of uitkeringsgerechtigde? En ook: in welke context gebruiken we welke woorden? Bij het lezen van het Vlaamse regeerakkoord viel me op hoe verschillend de taal is die men hanteert naar burgers toe aan de ene kant en ondernemers/bedrijven toe aan de andere kant.

Die twee verschillende visies worden het duidelijkst samengevat in de twee onderstaande passages. Over burgers lezen we: 'Voor wat hoort wat. We verwachten van elke burger dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt en maximaal inspanningen levert om de kansen te grijpen die hen door de samenleving en de overheid geboden wordt. Zij die inspanningen leveren en bijdragen tot onze samenleving, ondersteunen we om stappen vooruit te zetten. Zij die hun best doen om bij te dragen, geven we de best mogelijke ondersteuning. Zij die tegenslag kennen, bieden we bescherming. Maar zij die niet bijdragen tot de samenleving en daar onvoldoende inspanningen voor leveren, hen wijzen we op hun verantwoordelijkheid.' Over ondernemers, echter, klinkt het: 'Een sterke economie is ook maar denkbaar met gemotiveerde ondernemers. We stimuleren meer dan ooit de ondernemerscultuur in Vlaanderen. We doen inspanningen om drempels die kmo's ondervinden verder weg te werken. Al wie de handen uit de mouwen wil steken en risico durft te nemen, krijgt onze steun. We helpen ze nog beter starten, innoveren, digitaliseren, exporteren en energiezuiniger worden, en dat allemaal met zo weinig mogelijk administratieve lasten'.

Deze zinnen zijn natuurlijk wat uit hun context gelicht. Daarom ben ik het woordgebruik in de gehele tekst van het Vlaamse regeerakkoord van naderbij gaan bekijken vanuit deze bril. Wat ik vond, ondersteunt wel degelijk dat eerste buikgevoel. Het woord 'verantwoordelijkheid' komt 31 keer voor in de tekst. Er wordt gesproken over de verantwoordelijkheid van leerkrachten, scholen, ouders, studenten, werknemers in de gezondheidszorgsector, jongeren (in het kader van het jeugddelinquentierecht), burgers in het algemeen, jagers, de overheid, Europa, Vlaanderen,… maar geen enkele keer gaat het over de verantwoordelijkheid van ondernemers of bedrijven. Nul keer. Het dichtste bij komt men nog wanneer men in het kader van het energiebeleid spreekt over de verantwoordelijkheid van 'alle sectoren', maar dat is wel bijzonder vaag en bovendien eenmalig. Zelfs daar waar er sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid volgt er telkens een opsomming waarin werkgevers, bedrijven of ondernemers geen enkele keer voorkomen. In welke context spreekt men dan wel van ondernemers? Wel, uitsluitend met gebruik van de volgende of aanverwante termen: steunen, ondersteunen, waarderen, uitdragen, stimuleren, versterken, ruimte geven, kansen geven, enzovoort.

Het woord ondernemer komt 100 keer voor in het regeerakkoord, het woord burger 90 keer (met uitzondering van 'inburgering'). Het begrip steunen of ondersteunen, komt slechts 2 keer voor in relatie tot burgers: daar waar een andere overheid, namelijk Europa, hen moet ondersteunen en daar waar ze geholpen moeten worden tegen 'taalwantoestanden in Brussel'. Zo'n 7 keer gaat het over rechten van burgers, 14 keer over verwachtingen ten aanzien van burgers. Expliciet over het beschermen van burgers gaat het slechts 2 keer: 1 keer in het kader van justitie en 1 keer in het kader van veiligheidsbeleid. In het algemeen komt het woord 'bescherming' 38 keer voor: 13 keer gaat dat over de beleidsterm 'Vlaamse sociale bescherming' als verzamelnaam voor een aantal maatregelen, 5 keer gaat het over een betekenis van sociale zekerheid of sociaal beleid, 20 keer gaat het over iets anders (bescherming van erfgoed, van verhuurders, van dieren, van gegevens, van de buitengrenzen).

Van burgers wordt er in dit regeerakkoord vooral van alles verwacht. Er ligt een grote nadruk op het evenwicht tussen geven en nemen, en op actief participeren en inspanningen doen. Dit niet alleen, zoals te verwachten viel gezien de retoriek, ten aanzien van nieuwkomers en inburgeraars, maar ten aanzien van de burger in het algemeen. Ten aanzien van ondernemers of bedrijven ontbreekt dit taalgebruik volledig. Daar wordt er vooral in termen van steunen en ondersteunen gesproken. Tenzij ze kermispony's verkopen, gaan ondernemers de volledige straffeloosheid tegemoet met dit regeerakkoord. Nergens wordt van hen iets verwacht, nergens worden ze van iets verdacht. Niets wordt hen opgelegd. Louter steun en knuffels. Dat onevenwicht stoot tegen de borst. Het legt een visie op de samenleving bloot die naar het individu steeds meer controlerend en eisend wordt, en die voor economische marktspelers de weg naar vrijheid blijheid opgaat.

Hoezeer we ons daar zorgen over moeten maken, wordt duidelijk wanneer we met enkele kleine ingrepen in de bovenstaande citaten in de tweede paragraaf van dit stuk de woorden 'burger' en 'ondernemer' van plaats wisselen. Doe zelf gerust de oefening. Dan krijg je de omgekeerde visie van Jambon I en dus waarvan we ons weg bewegen in het Vlaamse regeerakkoord.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 16 tot 17