Abonneer Log in

Externe consultants: duurder dus beter?

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 14 tot 15

Het is een ideologische optie om minder overheidstaken zelf uit te voeren en er liever de privésector rijk mee te maken.

De ambtenaren krijgen ook hun deel van de aandacht in het Vlaamse regeerakkoord. 'De Vlaamse regering wenst in overleg met de vakorganisaties af te stappen van de eenzijdige benoeming en verder te evolueren naar één juridische vorm van tewerkstelling, namelijk deze op basis van een arbeidsovereenkomst'. Die problematiek van de ongelijke rechtsregels tussen statutaire en contractuelen is al een aandachtspunt van sinds de overheid begonnen is om personeel contractueel aan te werven. Er zijn flinke verschillen in ziekte, werkloosheid, pensioen tussen mensen die hetzelfde werk doen op dezelfde plek. Men had dat beter 20 jaar geleden al geregeld. Want vandaag is de ambitie, zoals te verwachten, om te nivelleren naar onderen toe.

De grootste verschillen voor de betrokkenen zijn de pensioenrechten en de ontslagmogelijkheden. Dat laatste is geen gemakkelijk probleem. Enerzijds komt het maar al te vaak voor dat vastbenoemde luiwammesen ongestoord blijven zitten omdat de procedure tot ontslag moeilijker is dan een assisenproces en met onbeperkte beroepsmogelijkheden. Er is formeel wel de regel dat twee onvoldoendes tot ontslag leiden maar weinig chefs beginnen er aan omdat in de beroepsprocedure het zij zelf zijn die binnen de kortste keren aangeklaagd worden. En met statutairen is het moeilijker inspelen op nieuwe noden. Maar anderzijds leerde het recente verleden ook dat die vaste benoeming wel degelijk een buffer is tegen ontslag uit politieke willekeur. Er sneuvelden zo al een diversiteitsambtenaar en een bouwmeester omdat ze politiek onaangename boodschappen brachten; en nu mogen de mensen van Unia zeker blij zijn dat ze geen Vlaams overheidspersoneel zijn.

Het regeerakkoord lijkt ook hier eerder voor de slogan te kiezen dan voor de feiten. En met een flink prijskaartje. De gemakkelijkste oplossing die al een tijd bewandeld wordt, is nog weinig of geen statutaire ambtenaren aan te werven en te kiezen voor contractuele. Dat is op zich al een duurdere optie omdat de socialezekerheidsbijdragen voor contractuelen hoger zijn dan voor statutairen. Net omdat statutairen zelden of niet ontslagen worden, dienen er geen werkloosheidsbijdragen betaald te worden. De werkgeversbijdrage voor ambtenaren is 17,82%, voor contractuele personeelsleden betaalt ze 24,82%.

Wanneer de overheid al z'n personeel contractueel zou tewerkstellen, moet ze dus 6% meer betalen op de loonmassa. Er zijn nu al 32% contractuelen op de 28.645 personeelsleden in de Vlaamse overheid. De totale loonkost van de Vlaamse overheid bedraagt rond de 2,5 miljard. De omzetting van statutairen naar contractuelen is dus goed voor 102 miljoen.

Nu valt zo'n 102 miljoen nog vlot te vinden door maar minder overheidspersoneel in dienst te houden. De regering-Jambon kondigt aan het met 1.440 ambtenaren minder te doen, wat 75 miljoen besparing moet opleveren. De jobs van gepensioneerden die vrijkomen zijn vaak functies die al 40 jaar nuttig waren. Het legertje experten, beleidsvoorbereiders, rapporteurs en secretarissen zijn nog lang niet aan hun pensioen toe. Men zegt expliciet te willen rationaliseren in het personeel dat van de federale diensten en de provincies komt. Dat is dan onder meer het justitieel welzijnswerk. Er is een bevolkingsgroep die het zeker zal toejuichen dat die enkelbanden nog minder worden gevolgd.

Zo'n afslanking gebeurde vroeger al met zeer stringente niet-vervanging van personeelsleden. Maar op zowat alle diensten werden de tekorten opgevangen door het inhuren van 'externe consultants'. Dat ging vlot want consultants kunnen worden aangerekend op werkingskredieten, en niet op de personeelskredieten. Iedereen gelukkig. Want men kon uitpakken met een daling van het aantal ambtenaren: van 28.730 in 2009 naar 26.065 in 2018, maar er kwamen er tegelijk wel 2.580 bij door de overheveling van ambtenaren met de nieuwe taken uit de staatshervorming.

Maar zo'n externe consultant is bijzonder duur. Om iemand hetzelfde inkomen te betalen moet je er al 21% btw bijtellen; een transfer van Vlaanderen naar federaal. In een 'prijslijst' voor experten kost de goedkoopste 80 euro per uur, de duurste 127 euro (zonder btw). Omgerekend is dat tussen de 13.000 en 21.000 euro voltijds per maand. Daar zitten een bedrijfswagen, extralegale voordelen, de winst van het bedrijf waar ze voor werken en nog een vergoeding voor de tussenpersoon die hen verhuurt in. En dat zijn meteen de grote winnaars. De goedkoopste expert zou voor dat geld (zelfs zonder de btw) als ambtenaar zowat de wedde van een topambtenaar verdienen, de duurste 8.000 euro netto. Wees gerust, dat krijgt er geen enkele in zijn loonzakje. Het verschil gaat naar hun makelaars. Het is een ideologische optie om minder overheidstaken zelf uit te voeren en er liever de privésector rijk mee te maken.

Die betaling van personeel op de werkingskredieten ging ten koste van het budget dat voorzien was voor de eigenlijke opdracht. Al zit daar ook nog wel wat vet aan het been, veel administraties kopen liefst zelf hun ICT eerder dan gebruik te maken van het gemeenschappelijk aanbod. Maar evengoed gaat het af van essentiële werkingsuitgaven omdat men er niets kan mee doen als men niet het volk heeft om die te gebruiken.

En dan is er nog het zinnetje: 'Om die grondige transformaties van de overheid te bewerkstelligen starten we een programma op dat de Vlaamse overheid fundamenteel herdenkt en hervormt'. Het huidige regeerakkoord schroeft flink wat van de vermaledijde BBB-hervormingen terug, maar de consultants verlekkeren zich nu al op een nieuwe opdracht. Hoe de vorige verliep kon u al in mijn stuk 'Yes Minister! Het politiek primaat tijdens en na Beter Bestuurlijk Beleid' in SamPol (juni 2006) lezen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 14 tot 15