Abonneer Log in

Klimaat en sociale rechtvaardigheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 81 tot 83

Dit boek onder de redactie van Sacha Dierckx heeft de geweldige verdienste dat het veel problemen duidelijk maakt en mogelijke alternatieven aangeeft.

Klimaat en sociale rechtvaardigheid

Sacha Dierckx (Red.)
Gompel & Svacina, Oud-Turnhout, 2019

De progressieve denktank Minerva gaf, onder redactie van Sacha Dierckx, een boek uit over Klimaat en sociale rechtvaardigheid. Niets te vroeg. Het werd een degelijk handboek waarin zowat alle grote sectoren aan bod komen die een rol kunnen spelen bij het aanpakken van het klimaatprobleem.

Oplossingen voor het klimaatprobleem liggen niet altijd goed in de markt. Denk aan de gele hesjes in Frankrijk die opkwamen tegen een CO₂-taks. En gelijk hadden ze. Het gebeurt maar al te vaak dat maatregelen worden voorgesteld met zware gevolgen voor gewone mensen die niet of nauwelijks schuld hebben aan de klimaatverandering. Terwijl zij die wel schuld hebben erg makkelijk met de voorgestelde belastingen of wat dan ook kunnen leven. Voor wie elke dag de auto moet nemen om naar het schaarse werk te gaan, ligt dat heel anders. Het probleem wordt nog schrijnender wanneer we kijken naar de noord-zuidverhoudingen. Waarom zou men in Afrika warmlopen voor het behoud van de bossen?

Vandaar dat al vrij lang gepleit wordt voor een evenwicht tussen klimaatregels en sociale rechtvaardigheid. Het boek van Minerva is er goed in geslaagd om een quasi volledig overzicht te geven van alle problemen en alternatieven. Het adagio: het volstaat niet langer om te spreken over de nachtmerrie, over de rampen die op ons afkomen, laat ons dringend kijken naar wat we er vandaag aan kunnen doen (p. 13).

Er zijn nog steeds klimlaatontkenners, ja. Het is een kleine maar machtige groep. Het zijn ondernemingen en denktanks die geruststellende informatie verspreiden, terwijl hun leiders ondertussen de gronden in Patagonië en Nieuw-Zeeland opkopen. Je weet maar nooit. Ze vergissen zich schromelijk. Niet enkel wat de feitelijke klimaatverandering betreft, maar ook wat hun eigen redding aangaat. Hoezeer de gevolgen van de komende rampen eerst de armsten zullen treffen, de lucht in Patagonië of Nieuw-Zeeland kan net zo giftig worden als in Delhi. Nee, we zitten niet allemaal in hetzelfde schuitje, maar geen enkel schuitje kan de storm overleven.

België en andere rijke landen lopen hopeloos achter met het beleid dat ze nochtans beloofd hebben in Parijs en elders. Lien Vandamme toont in haar hoofdstuk (p. 371) nog eens duidelijk aan dat het de rijke landen zijn die nu en in het verleden verantwoordelijk zijn/waren voor de meeste uitstoot. De uitstoot van de gemiddelde Chinees is nog steeds kleiner dan die van de gemiddelde Amerikaan en Belg. Binnen de diverse landen is het inkomen eveneens de belangrijkste indicator voor de veroorzaakte vervuiling.

Eén van de interessantse hoofdstukken in het boek is dat van Maïka De Keyzer en Tim Soens. Zij leggen uit hoe milieurampen vooral sociale fenomenen zijn, met praktische voorbeelden van hoe het de vroegkapitalistische structuren zijn geweest die in veel gevallen de bescherming die mensen zelf opbouwden, hebben weggeveegd. Tot vandaag is het dit blinde geloof in grootschaligheid, groei en markt dat stelt dat rampen niet voorkomen kunnen worden. Mensen moeten zich 'aanpassen' en daarvoor moeten ze 'resilient'/veerkrachtig worden. En als er zich een ramp voltrekt, dan pas moet de overheid klaar staan met hulp. Maar vroeger én nu worden veel preventiemaatregelen gewoon verboden. Vandaar het besluit dat ecologische rampen sociale constructies zijn.

Milieubeleid dat offers en verandering vraagt is erg moeilijk te verkopen aan mensen die zeer goed weten dat ze zelf geen verantwoordelijkheid dragen voor de vervuiling.

Het probleem is ook zichtbaar bij de vakbonden. Het kan niet anders of de grote transitie zal een gevolg hebben op de wereld van de arbeid. Maar hoe overtuig je werknemers? Internationaal heeft de vakbond de problemen aangepakt, maar dat neemt niet weg dat het niet eenvoudig wordt om oplossingen te vinden als miljoenen jobs, in de visserij bijvoorbeeld, gaan verdwijnen. Klimaat versus jobs is nochtans een foute aanname, stellen Yelter Bollen, Bert De Wel en Vanya Verschoore in hun hoofdstuk. Alles wijst er op dat efficiënte klimaatactie voor méér jobs zal zorgen en zelfs tot meer groei. Tegen 2030, zo stellen ze, zullen wereldwijd zowat 15 miljoen jobs moeten verschuiven naar een andere sector (p. 115). Zonder grondige voorbereiding en zonder echte sociale dialoog kan dat niet.

Het kan ook niet zonder massale nieuwe investeringen. Waar moet het geld vandaan komen? Yelter Bollen en Frank Vanaerschot hebben wel wat antwoorden op die vraag. Om de EU-doelstellingen te halen voor 2030, zou er tussen 2021 en 2030 jaarlijks 1.115 miljard aan mitigatie-investeringen nodig zijn (p.302). Maar 's werelds grootste banken, net zoals de Belgische, blijven geld pompen in fossiele energie (pp.304-305). Ze pleiten uiteindelijk voor een publieke klimaatbank die kan investeren zonder de begroting te belasten. Zo'n bank kan goed zijn voor sociaaleconomische democratie want kan rekening houden met sociale herverdeling.

Een tweede antwoord komt van Kris Bachus in zijn hoofdstuk over de klimaatshift (p.329). Hij bespreekt de diverse mogelijkheden van groene fiscaliteit en de problemen die kunnen voortvloeien uit bijvoorbeeld een CO₂-taks. Het draagvlak hiervoor moet centraal staan.

Ik blijf het moeilijk hebben met de redeneringen rond 'ont-groeien'. Als 'ont-groeien' niet betekent dat je minder of niet meer zal groeien, dat moet dringend een andere term gevonden worden. Als het dat wel betekent, dan verwacht ik dat wordt uitgelegd wat mag groeien en wat niet. Voortdurend willen sommige 'groenen' ons ervan overtuigen dat we naar een 'conviviale' samenleving moeten, dat ze met 'ont-groeien' vooral een culturele revolutie bedoelen en een 'de-westernisering' (p.136). Daar baal ik van. Niet enkel wegens het vertekenen van meningen, maar vooral wegens de sterk moraliserende grondtoon die een thans ontbrekende 'warme' samenleving vooronderstelt. Het materiële welzijn van mensen moet voorop blijven staan in elk beleid, zo denk ik, ook al hoeven daar geen citytrips in te zitten. Het kan niet worden vervangen door wollige 'verbondenheid', zomin als door een 'levenseconomie'. Steden kunnen heel erg veel betekenen voor een goed klimaatbeleid, maar ze kunnen niet zorgen voor alle 'gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, nutsvoorziening en voedselvoorziening', laat staan met deelcollectieven en LETS-groepen. Het zijn precies deze vaak spiritueel georiënteerde verhalen die veel mensen doen afhaken bij elk pleidooi voor milieubeleid. Dat het Bruto Binnenlands Product niet langer de enige indicator kan zijn of dat groei niet als enige doelstelling kan gelden, is één zaak, dat we daarom naar 'ubuntu' of 'buen vivir' moeten, hoe boeiend deze concepten ook zijn, is toch iets heel anders.

Ten slotte blijf ik met één vraag zitten. Het lijdt geen enkele twijfel dat klimaatbeleid slechts een draagvlak kan vinden en succes kan boeken wanneer het tegelijk instaat voor sociale rechtvaardigheid. Maar waarom dan niet het sociaal beleid zelf als hefboom gebruiken? Klimaatbeleid kan herverdelend zijn, zeer zeker, en heel eventjes wordt de rol van 'traditioneel sociaal beleid' besproken (p. 76). Het is doodjammer dat dit niet verder wordt uitgewerkt met praktische voorbeelden. Want op die manier zou het ongetwijfeld makkelijker zijn om mensen te overhalen, er zou hen materiële vooruitgang kunnen worden beloofd, samen met schonere lucht, minder verwarmingskosten, een betere gezondheid en preventieve geneeskunde. Mijns inziens kan het klimaatbeleid op die manier een echt transformatieve rol spelen en tegelijk de sociale bescherming vernieuwen.

Minerva heeft het laatste woord nog niet gezegd, zoveel lijkt zeker. Dit boek heeft de geweldige verdienste dat het heel veel problemen duidelijk maakt en mogelijke alternatieven aangeeft. En het heeft overschot van gelijk dat het, 75 jaar na het Sociaal Pact van 1944, pleit voor een nieuw sociaal-ecologisch pact' 'dat de nodige middelen mobiliseert voor de opbouw van een ecologische welvaartstaat en dat klimaatrechtvaardigheid centraal stelt' (p.15).

Francine Mestrum

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 10 (december), pagina 81 tot 83