Abonneer Log in

Leve Team Burgemeester?

Waarom het Vlaams partijlandschap lokaliseert

Nu verschillende Vlaamse traditionele partijen in een ideologische knoop zitten, kan lokalisatie een aantrekkelijk alternatief bieden.

In een tijdperk van alsmaar diepere globalisering, transnationale samenwerking en steeds complexere politieke verhoudingen, groeit ook in de lokale democratie de kloof tussen burger en politiek. Met de belofte de macht opnieuw naar die burger te brengen, vullen populistische partijen die kloof reeds jaren in op nationaal vlak, terwijl de traditionele partijen naarstig vasthouden aan hun klassieke ledenstructuren en het sociaal overleg. Nu CD&V, Open VLD en sp.a op zoek gaan naar een nieuw verhaal lonkt men steeds meer naar populistische methoden. Een ideologisch evidenter antwoord is te vinden in de gemeentepolitiek, waar establishmentlijsten al jaren succesvol lokaliseren.

BEWEEGREDENEN VOOR LOKALISME

De gemeenteraadsverkiezingen van 2018 maakten opnieuw duidelijk hoe belangrijk nationale partijen het lokale niveau achten. Logisch ook, in de traditionele particratieën van West-Europa hebben lokale fracties van nationale partijen op gemeentelijk niveau decennialang een evidente brug tussen burger en partijpolitiek geslagen. Zulke fracties boden voor nationale partijen een houvast in de lokale democratie, maar garandeerden tegelijk ook een meer omvattende en dieper geïntegreerde invloed op de maatschappij. In een context van steeds verminderende partijtrouw en verdere ontzuiling werd die hegemonie elders in Europa vaak doorbroken door onafhankelijke lokale partijen; in Nederland wonnen zulke lokale lijsten zelfs officieus de gemeenteraadsverkiezingen van 2017.

In het stroeve en nog grotendeels ideologische Vlaanderen lijken zuiver lokale partijen minder prominent. Het zijn daarom nog steeds de traditionele partijen die zoals tijdens de 20e eeuw de lakens uitdelen. Onder de oppervlakte broeit het echter: steeds meer passen lokale fracties van nationale partijen zich aan aan lokale verzuchtingen via naamsverandering, verruiming van lijsten of experimenten met kartelvorming. Door zulke 'lokalisatie' kunnen deze partijen zich dissociëren van eventuele problemen van de moederpartij, maar zich tegelijk beroepen op haar voordelen omtrent mobilisatie en financiering. De zuiver lokale partij mag in Vlaanderen misschien een zeldzaamheid zijn, het type partijen tussen nationaal en puur lokaal is niet ongewoon. Wie lokalisatie op een schaal zet, ziet dan ook een sterke trend: het Vlaams lokale partijlandschap lokaliseert.1

De beweegredenen achter lokalisering zijn legio. In een ontzuild politiek systeem met laag vertrouwen in politici, wordt de politieke bovenlaag steeds aangezet tot hervorming, flexibilisering of zelfs gehele vernieuwing. Net lokale lijsten pretenderen vernieuwing te brengen in een volgens hen gedateerd systeem van op ideologie gebaseerde partijen, en beloven met trots hun gemeente te behoeden voor de verziekte nationale politiek. Wat veel traditionele partijen op lokaal vlak doen is in dat opzicht niet onlogisch: zich omscholen tot neutrale lijsten om daarmee een groter kiezerspotentieel te bereiken. Vlaanderen is in se zelfs niet eens zoveel minder gelokaliseerd dan een land als Nederland, het fenomeen uit zich enkel anders. Het bijzondere fenomeen wordt omschreven als 'interne lokalisatie', dat via omvorming vanuit reeds bestaande partijen vertrekt en tegenover 'externe lokalisatie' staat, waar lokale partijen uit de burgers zelf ontstaan en concurreren met puur nationale partijen.2

TEAM BURGEMEESTER IN KORTRIJK

Met lokalisatie wordt gedoeld op een bewust aanpassen van een partij naar een lokale context. Lijsten als Team Burgemeester in Kortrijk of de ter ziele gegane Stadslijst in Antwerpen proberen op deze wijze bewust te focussen op de lokale kiezer door zich te distantiëren van de nationale politiek en een programma aan te nemen dat op ideologisch vlak minder strikt wordt ingevuld. De afgelopen jaren werd in Vlaanderen veel ingezet op 'verruiming' van lijsten met onafhankelijke kandidaten. Een traditionelere vorm van lokalisering zijn dan weer de Lijsten van de Burgemeester of diverse en soms atypische kartelformules, uitingen van pragmatisme die een verbreed kiezerspubliek proberen te bereiken.

Dat het Vlaamse partijlandschap de afgelopen drie gemeenteraadsverkiezingen steeds verder is gelokaliseerd, is opmerkelijk aangezien statistisch bekeken lokalisering een negatief effect heeft op stempercentages.3 Dit negatieve effect moet wel genuanceerd worden; zo wordt het effect vertekend door de vele onsuccesvolle doch volledig gelokaliseerde lijsten die de gemeenteraad niet binnen raken.4 Bovendien zijn er enkele factoren die wijzen in de richting van een succesvollere toekomst: het negatieve effect van lokalisering verkleint bij iedere verkiezingiii en bovendien bestaat er een sterk verband tussen verankering (het aantal keren dat een partij opkomt) en het succes van een lokale partijv. Toekomstmuziek dus?

ANGST VOOR HET ONBEKENDE

Wanneer we enkel naar puur lokale partijen kijken, wordt het belang van verankering evident. Het verband tussen verankering en het uiteindelijke stempercentage van een lokale partij insinueert een zekere scepsis van de Vlaamse kiezer jegens lokale partijen. 46,9% van de lokale partijen haalt bij haar eerste verkiezing geen zetel. Lokale partijen die het systeem wel met succes kunnen binnentreden, worden dan weer beloond door de Vlaamse kiezer bij de volgende verkiezing. Het stempercentage van lokale partijen die een eerste keer opkomen is zo 9,60%, terwijl dat bij de tweede verkiezing reeds 20,32% is met een gemiddelde van 4,53 zetels.v De vestiging verloopt in Vlaanderen overigens makkelijker in kleinere gemeenten, waar er ondanks een hogere effectieve kiesdrempel, minder kosten verbonden zijn aan het bemachtigen van een zetel. Indien lokale partijen zich blijvend kunnen vestigen in de gemeenteraad, kan men vermoeden dat ze de komende jaren enkel aan macht gaan winnen in Vlaanderen. Een nationale partij, die zich na een periode steeds lokaler profileert hoeft deze nadelen niet te ondervinden omdat zij reeds sterk verankerd is.

De scepsis waarmee de Vlaamse kiezer de lokale partij beoordeelt, is ook zichtbaar bij de overige partijen in de coalitievorming. Een lokale partij wordt doorgaans minder vaak binnen een coalitie opgenomen dan een nationale fractie6, al is het vereiste stemmenpercentage niet groter dan bij nationale partijen; hetgeen in Nederland wel het geval is.7 Terwijl puur lokale lijsten de nadelen ervaren van gebrek aan bekendheid kan een nationale lijst die zich geleidelijk omvormt naar een lokale lijst wel volledig gebruikmaken van de voordelen die lokale partijen bezitten. Enerzijds heeft zij dan de voordelen van financiering en bekendheid bij de kiezer, terwijl ze net zo goed met een been uit het establishment staat. Lokalisering wordt daardoor een aantrekkelijk alternatief voor de gemeentelijke fracties van nationale partijen in crisis – lees: sp.a en CD&V.

NEDERLAND EN BELGIË VERGELEKEN

Er is bovendien een tweede valabele reden om lokalisering te overwegen. Uit Nederlands onderzoek blijkt immers dat lokale partijen in grote mate kiezers van populistische partijen aantrekken. Diverse auteursviii schrijven de opkomst van de grotere nationale rechts-populistische partijen ook expliciet toe aan de successen van lokale partijen voordien. Zo kwam 'Leefbaar Nederland', een partij die in 2002 tot 17% van de stemmen voor de verkiezingen van de Tweede Kamer wist te bemachtigen, voort uit twee lokale lijsten: 'Leefbaar Hilversum' en 'Leefbaar Utrecht', die lokaal een rechts-populistisch discours aanhielden. Het feit dat de rechts-populistische PVV zelden deelneemt aan de lokale verkiezingen wordt dan ook toegewezen aan de sterkte van deze lokale lijsten. Het lijkt niet ondenkbaar dat critici van de globalisering zich sneller thuis voelen bij een lokale dan bij een nationale partij en dat lokalisering daarmee een te overwegen strategie is om de populistische kiezer naar een gematigdere stem te brengen.

Hoewel bovenstaande hypothese, althans in Nederlandse context, steun vindt in de beschikbare data, is er in Vlaanderen geen relatie tussen de twee variabelen.ix Dit hoeft echter geen relatie uit te sluiten: in Vlaanderen doen populistische partijen Vlaams Belang en PVDA immers gewoon mee aan de gemeenteraadsverkiezingen, terwijl dit in Nederland bij SP en PVV zelden het geval is. De mogelijkheid bestaat daardoor dat een betere verankering van populistische partijen in de gemeentepolitiek de relatie vertroebelt. Een relatie tussen populisme en lokale partijen kan voorlopig niet voorspeld worden in Vlaanderen, maar het sterke verband in Nederland doet een gelijkaardige tendens vermoeden in Vlaanderen als ook daar lokale partijen frequenter zouden voorkomen. De lokale partij zou in dat geval een democratisch aanvaardbaarder alternatief bieden ten opzichte van haar populistische concurrenten.

'IN BELGIUM, ALL POLITICS IS LOCAL'

Dat lokale partijen in Vlaanderen minder frequent voorkomen dan in Nederland is dan ook vooral het gevolg van een gebrek aan verankering enerzijds en een grotere concurrentie van anti-establishmentpartijen anderzijds. Toch heeft lokalisering heel wat perspectieven voor de Vlaamse traditionele partijen; de kiezer lijkt immers wel oren te hebben naar de boodschap van dit type partij. Niet verwonderlijk dus dat steeds meer Vlaamse lijsten via interne lokalisering unieke projecten aanbieden per afzonderlijke gemeente. Nu verschillende Vlaamse traditionele partijen in een ideologische knoop zitten, kan lokalisatie een aantrekkelijk alternatief bieden. Daarbij kan worden gekeken naar thema's die lokale partijen vaak beter invullen: participatie, lossere ideologische houvast en pragmatisme.

Maar het verhaal rond lokalisatie zegt echter ook heel wat over nationale stemintenties. De Vlaamse kiezer kan duidelijk worden verleid door een nieuw en atypisch verhaal, maar heeft vooralsnog een groot wantrouwen voor het onbekende. Dat hoeft in feite niet te verbazen, aangezien de partijen in het Vlaams Parlement anno 2019 (afgezien van PVDA) dezelfde zijn als die uit 2000. Daarbij blijkt dat de meeste lokale of gelokaliseerde partijen uit Vlaanderen splinterlijsten zijn van politici die vroeger in een nationale lijst opkwamen, maar zich daarvan afsplitsten in een nieuwe lokale partij. Zulke bewegingen, samen met concepten als verruiming van lijsten en kartels houden het ideale midden tussen vertrouwdheid en vernieuwing en functioneren daarom het best in het conservatieve, doch partijvermoeide Vlaanderen. We kunnen in 2024 ons daarom best verwachten aan een verder gelokaliseerd lokaal partijlandschap.

VOETNOTEN

  1. De lokalisatie in Vlaanderen en Nederland werd gemeten op een schaal van nul tot vier op basis van naam, partijnummer, kandidatenlijsten en mandatarissen. Hoewel het Vlaamse partijlandschap lokaler wordt, is dat voor het Nederlandse, in tegenstelling tot wat vermoed kan worden, niet het geval. Verkiezing 1, 2 en 3 zijn voor Vlaanderen respectievelijk de gemeenteraadsverkiezingen van 2006, 2012 en 2018 en voor Nederland respectievelijk de gemeenteraadsverkiezingen van 2010, 2014 en 2018.
  2. Deze tekst is gebaseerd op mijn masterproef: Delespaul, D. (2019). 'In Belgium, all politics is local'. Het succes van lokale partijen in België en Nederland vergeleken. Leuven: KU Leuven. Faculteit Sociale Wetenschappen.
  3. OLS-Regressie: afhankelijke variabele: Percentage bij de gemeenteraadsverkiezingen; onafhankelijke variabele: (Constante), Lokalisatievariabele (dit is de gradatie van lokalisatie). Lokalisatie heeft een zwak negatief effect op stempercentages van een partij. Dit kan een vertekend beeld leveren aangezien de regressie enkel het verband onderzoekt tussen de score van lokaalheid en de kiesuitslag. Men zou dus net zo goed kunnen stellen dat lokale partijen minder hoge scores halen, niet onlogisch gezien veel lokale partijen bij hun eerste en enige verkiezing niet over de kiesdrempel geraken. Merk op dit lokalisatie in Nederland geen effect heeft op de kiesuitslag.
  4. 46,9% van de volledig lokale partijen kan geen zetel behalen bij haar eerste verkiezing.
  5. OLS-Regressie met enkel volledig gelokaliseerde partijen (=4): afhankelijke variabele: Percentage bij de gemeenteraadsverkiezingen; onafhankelijke variabele: (Constante), Verankering (aantal keren dat partij opkwam, 5 is de maximumwaarde). We zien dat Vlaamse lokale partijen moeilijker het systeem binnentreden dan de Nederlandse partijen. Desondanks zijn zij na een tweede verkiezing vaak wel meteen een sterke speler.
  6. De steekproef bevat enkel partijen met een minimaal zetelaantal van 1, andere partijen zijn logischerwijs uitgesloten van het coalitievormingsproces. Nationale partijen (lokalisatie=0) nemen sneller deel aan de verkiezingen dan puur lokale (lokalisatie=4). In de tweede tabel zien we een sterk negatief effect van lokalisatie op deelname tot coalitie: lokale partijen geraken minder in het bestuur. Logistische regressie: afhankelijke variabele: Deelname aan coalitie; onafhankelijke variabele: (Constante), Lokalisatie **. Significant met p < 0,05
  7. De steekproef bevat enkel partijen met een minimaal zetelaantal van 1, andere partijen zijn logischerwijs uitgesloten van het coalitievormingsproces. Lokale partijen hebben in Vlaanderen niet per se meer stemmen nodig om in het bestuur te raken dan nationale partijen. Dit biedt dus een kanttekening bij de tabellen uit voetnoot vi. In Nederland heeft de lokale partij gemiddeld wel een hogere score bij deelname aan de coalitie.
  8. Zie onder meer: Otjes, S. (2018). Pushed by national politics or pulled by localism? Voting for independent local parties in the Netherlands. Local Government Studies, 44(3), 305-328 en Lucardie, A. (2009). Rechts-extremisme, populisme of democratisch patriotisme? Opmerkingen over de politieke plaatsbepaling van de Partij voor de Vrijheid en Trots op Nederland. In G. Voerman (Red.), Jaarboek Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen 2007. Groningen: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. 176-190.
  9. OLS-regressie: afhankelijke variabele: Stemaandeel lokale partij(en); onafhankelijke variabele: (Constante), Stemaandeel populistische partij(en) (**. Significant met p < 0,05). Stemaandeel populistische partijen verwijst naar de kiesresultaten voor de populistische partijen bij nationale verkiezingen. We zien hier voor Nederland een erg sterk en significant verband tussen het stemaandeel van lokale partijen in een gemeente in de laatste lokale verkiezingen en het stemaandeel van populistische partijen in de laatste nationale verkiezingen.