Abonneer Log in

De echte machthebbers: het bedrijfsleven

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 2 tot 4

Hoog tijd dat het bedrijfsleven verantwoording aflegt.

Of het nu de strijd tegen de klimaatopwarming is of het terugdringen van de grote inkomensongelijkheid, steeds wordt de politiek ter verantwoording geroepen. Terecht. Om de grote maatschappelijke problemen te lijf te gaan, is een sterke overheid broodnodig. Maar de oplossing ligt niet alleen bij de politiek, en de politiek is zeker niet alleen verantwoordelijk voor maatschappelijke mistoestanden. Dan komt het bedrijfsleven in beeld. Wie aan klimaatopwarming denkt, denkt aan ontginning, verhandelen en op grote schaal in gebruik nemen van fossiele brandstoffen. Spreken we over inkomensongelijkheid, dan kunnen we niet voorbij aan de grote primaire inkomensongelijkheid door een scheve verdeling van de toegevoegde waarde tussen arbeid en kapitaal. Wie ongelijke mondiale ontwikkeling zegt, zegt meteen ongelijke ruilverhoudingen, land- en grondstoffenroof, uitbuiting en slechte arbeidsvoorwaarden.

Het bedrijfsleven komt er vandaag al te gemakkelijk mee weg. Dat is merkwaardig als je ziet welk vermogen grote multinationale bedrijven soms beheren in vergelijking met kleine overheidsbudgetten. Er zit duidelijk wat scheef. Banken werden gered met overheidsgeld waardoor die overheden besparingen 'moesten' opleggen aan de gewone mensen. Wanneer bedrijven herstructureren en rationaliseren, schuiven ze de rekening vaak door naar werknemers en de overheid. Grote energieverbruikers verwerven goedkope emissierechten waardoor de kleine man een grotere energiefactuur in de bus krijgt. Niet alleen de factuur maar ook de maatschappelijke onvrede komt zo grotendeels terecht bij de overheden en de verkozenen des volks. De frustraties over een beleid van twee maten en twee gewichten worden uitsluitend geprojecteerd op de politiek. De politiek (met uitzondering van de populisten) betaalt het gelag. Het bedrijfsleven ontsnapt de dans.

Hoe komt het dat het bedrijfsleven zo makkelijk de dans ontspringt? Dat heeft veel te maken met de dominante opvatting over het bedrijfsleven als waardescheppers. Zoals Helmut Schmidt (SPD) placht te zeggen: de winsten van vandaag zijn de investeringen van morgen en de tewerkstelling van overmorgen. Als zelfs bepaalde sociaaldemocraten dit onderschrijven dan ligt het voor de hand dat velen het louter voortbrengen van winst als de belangrijkste maatschappelijke doelstelling zien van bedrijven en dat bedrijven zo ongehinderd als mogelijk winst moeten kunnen nastreven. Het sijpelt wel door tot op het niveau van de ganse samenleving. De hegemonie van dergelijke opvattingen komt mooi tot uiting in het woordgebruik. 'Ondernemen' is een werkwoord, dat inzet en creativiteit uitstraalt. 'Ondernemingszin' behoort ondertussen tot de transversale eindtermen in het onderwijs. De politiek kent met ondernemers en voormalig ondernemers een pak medestanders in hun rangen. Bekende ondernemers sponsoren dan nog eens natuur, sport en cultuur. Ze sponsoren denktanks als Itinera. En ze zijn ook niet vies van lobby richting politici. Hegemonie verwerven, dat moet je verdienen, elke dag.

De grote transities waarvoor we staan vergen nochtans een radicale shift in de bedrijfsvoering. Het bedrijfsleven moet zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Deels kan dat op vrij initiatief van de bedrijven zelf. Een aantal bedrijven maakt werk van ethische bedrijfsvoering, meer Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en een duurzamer aanpak. Sommige zijn het product van verlichte ondernemers en middenveldorganisaties die niet al hun eieren in de mand van overheidsinitiatief en -regulering willen leggen en het heft zelf in handen nemen via coöperatieven zoals Energent of NewB. Dat juichen we toe, maar het zal op zich het tij niet keren. Er zitten immers fouten in het systeem zelf. Het kapitaal is nu eenmaal zo gecodeerd dat bedrijven niet spontaan de omslag zullen maken van een verdienmodel gericht op het maximaliseren van aandeelhouderswaarde naar een verdienmodel gericht op het maximaliseren van maatschappelijke meerwaarde. De Amerikaanse econome Katharina Pistor brengt in The Code of Capital (2019) magistraal in kaart hoe de wetgevers een juridisch kader in het leven roepen dat de eigenaars van kapitaal op alle mogelijke manieren bevoordeelt en afschermt, via eigendomsrecht, vennootschapsrecht en andere codexen. De transitie naar een rechtvaardigere en duurzamere samenleving vergt een hercodering van het kapitaal, waarbij het kapitaal en het bedrijfsleven een grotere verantwoordelijkheid worden opgelegd. Hegemonie afgeven, dat doe je niet spontaan.

Dát moet het uitgangspunt zijn van politiek beleid. Ik geef een paar voorbeelden die in die richting gaan. Bedrijven verplichten om zich over hun klimaatinspanningen te verantwoorden. Banken dwingen om investeren in fossiele energie stop te zetten. De VN moet het kader afwerken waardoor bedrijven verplicht worden om toezicht uit te oefenen op het naleven van mensenrechten en werknemersrechten doorheen gans de productieketen. De federale regering moet het kader van loononderhandelingen herzien opdat lonen weer aansluiting vinden bij de productiviteitstoename en minimumlonen automatisch evolueren met de toename in welvaart.

Middenveld en vakbonden helpen daar graag aan mee. Heterodoxe economen en academici ook. De orthodoxe, neoklassieke stroming doet alvast haar uiterste best en krijgt daarbij een pak media-aandacht. Zo was de inkt van de eerste nota's van informateur Paul Magnette nog niet droog of Stijn Baert en Ive Marx schreeuwden al moord en brand. Ze declameerden bij hoog en laag dat de economie en het land naar de verdoemenis ging. Samen met het VBO. De bedrijven zijn zo verwend geweest de voorbije jaren dat de schrik voor verandering er diep in zit. Mogen we in het licht van de noodzakelijke transities ook wat meer inzet en verantwoordelijkheid vragen van de captains of industry?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 2 tot 4