Abonneer Log in

Een Maghrebijnse onderneemster in Thuis

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 16 tot 17

Vlaanderen laat te veel kansen liggen om het allochtoon ondernemerspotentieel te verzilveren.

In Vlaanderen zijn er vele allochtonen, maar het land allochtonië bestaat niet. Mensen met een migratieachtergrond vormen geen homogene groep, zoals de benaming doet vermoeden. Sommige mensen zijn als vluchteling naar hier gekomen, de ene door arbeidsmigratie, de ander volgde de liefde. Mensen hebben een diverse afkomst, een verschillende reden van migratie maar ook andere opleidingsniveaus en diploma's.

In het straatbeeld springen vooral de kruidenierswinkeltjes of kebabzaken in het oog. Deze traditionele ondernemers doen dit meestal uit noodzaak, omdat de gewone arbeidsmarkt hen de kansen niet biedt. We kunnen daar enkel respect voor opbrengen. Ze voorzien niet enkel in hun eigen onderhoud, maar dragen ook bij tot de maatschappij. Wat vaak niet geweten is, is dat het clichébeeld van de Turkse kebabzaak of de Marokkaanse barbier intussen ruimschoots werd overstegen. Niet elke migrant-entrepeneur beperkt zich tot dat soort etno-ondernemerschap.

Zeker de jongere generaties die al vaker gestudeerd hebben, breiden hun zelfstandige horizon uit. Onder hen zie je dokters, boekhouders, advocaten en vastgoedmakelaars. Maar het gaat nog verder. Deze jonge ondernemers spelen op verschillende manieren in op enkele belangrijke tendensen van onze economie. Ons economische model is immers volop in transitie. We staan als maatschappij voor gigantische uitdagingen, denk maar aan de klimaatverandering, de artificiële, technologische ontwikkelingen en de vergrijzing. Om die aardverschuivingen op te vangen, moeten zoveel mogelijk mensen aan het werk. Daarom kunnen we het ons niet veroorloven om talent te verwaarlozen.

Ondernemerschap is specifiek. Het is niet voor iedereen weggelegd. We willen ook niet dat elke nieuwe Vlaming die ons land binnenkomt een eigen zaak start. Het heeft weinig zin om mensen die geen 'geboren ondernemer' zijn, in die richting te duwen. Want dan begeleid je hen 'spreekwoordelijk' richting faillissement.

Desalniettemin zouden we meer inspanningen kunnen doen om het potentieel aan te boren.

Vlaanderen laat te veel kansen liggen om dat ondernemerspotentieel te verzilveren. Er is amper 6% van de Vlamingen met niet-EU roots zelfstandig aan de slag. Dat is beduidend minder dan het Vlaamse gemiddelde van 9%. Het zou een enorme sprong voorwaarts betekenen als we dat percentage op dezelfde hoogte krijgen.

De EU stelt dat 'ondernemerschap en zelfstandigheid' van kapitaal belang is om een duurzame en inclusieve economische groei te bewerkstelligen.

Het doel van inclusief ondernemen is dat alle mensen die het willen en kunnen, een kans krijgen om een onderneming op te richten. Ongeacht hun afkomst of persoonlijke situatie.

Beleidsmakers moeten daarom specifieker en gerichter focussen. Waarom stromen bepaalde groepen niet op dezelfde manier door naar de ondernemersmarkt? Hoe komt het dat deze groepen benadeeld of ondervertegenwoordigd zijn? En hierbij gaat het niet alleen over de Vlaming met andere roots, maar evengoed over vrouwen en mensen met een beperking.

Nochtans zijn de hindernissen die deze groepen ondervinden niet significant verschillend van de obstakels die een gemiddelde Vlaamse ondernemer moet trotseren. Soms is er wel een kennishiaat (management, juiste marktinformatie, netwerk en toegang tot financiering).

Er zijn genoeg studies die duidelijk maken wat er moet gebeuren om dat potentieel aan te boren, maar dat vraagt 'goodwill' van de beleidsmakers die ons belastinggeld inzetten.

Beeldvorming, bijvoorbeeld, kan veel beter. Ondernemers met een migratieachtergrond moeten evenwichtiger en prominenter in beeld worden gebracht. Waar blijft de eerste Maghrebijnse onderneemster in Thuis?

Wat ook kan helpen, is gericht actie ondernemen om meer ondernemers uit doelgroepen – of jonge starters in het algemeen – te bereiken, en hen te informeren over hoe ze overheidsopdrachten kunnen aantrekken.

Vandaag gebeurt dat te weinig. De ondernemers in kwestie hebben vaak niet de juiste netwerken, en kunnen wat 'expertise' gebruiken.

Verder kan worden ingezet op een gediversifieerde aanpak om ondernemersvaardigheden te versterken. Er kan een afzonderlijk totaalpakket worden aangeboden waarin kandidaat-ondernemers – middels een doorgedreven opleiding en mentoring – leren netwerken, een financieel dossier voor de bank voorbereiden, of de administratieve en juridische rompslomp trotseren. De ondernemer kan wel een eerste idee hebben, een goed beeld, maar zonder deze vaardigheden is het project gedoemd te mislukken.

Wie gaat dat betalen, vraagt u? Vandaag spendeert de overheid ongeveer 15 miljard euro per jaar aan subsidies ter ondersteuning van Belgische bedrijven. Dit bedrag vloeit nagenoeg volledig naar bedrijven die hun weg reeds vinden naar de subsidiepotten.

Is het geen tijd om die subsidies aan te wenden om een écht verschil te maken? Of als hefboom te laten fungeren om ondernemers uit doelgroepen, starters, kleine zelfstandigen in moeilijkheden, of groeiers te helpen? Mensen die het echt nodig hebben? Hoe meer we dat potentieel aanboren, hoe beter de resultaten voor onze Vlaams verankerde economie. Maar dan moet je wel durven om de huidige subsidie-industrie een halt toe te roepen. Wie voelt zich aangesproken? Wie staat op?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 16 tot 17