Abonneer Log in

Het rode goud

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 82 tot 84

Jean-Baptiste Malet legt de vinger op de zieke plek van de mondiale economie.

Het rode goud

Jean-Baptiste Malet
epo, Berchem, 2019

Wie tomatenconcentraat in zijn pastasaus mengt, vraagt zich doorgaans niet af waar het vandaan komt. Hij vermoedt wellicht niet dat het uit China komt. Ze kweken er speciale, industriële tomaten. Ze bevatten veel minder vocht, hebben een dikkere schil en bewaren langer. De tomaat werd aangepast aan de machines. Het is een artificiële vrucht, bedacht door genetici voor een optimale industriële verwerking. Het is een universele koopwaar. Het concentraat dat eruit gemaakt wordt, is vooral bestemd voor de uitvoer naar de hele wereld. Chinezen consumeren er zelf niet veel van.

Het begon met het plan om het zogenaamde Chinese Wilde Westen te ontwikkelen. Een legerorganisatie, onder leiding van generaal Liu Yi, begon industriële tomaten te verbouwen en verwerkte de opbrengst tot een driedubbel concentraat. In de landen van bestemming wordt dit weer verwerkt tot gewone tomatenpuree. In die landen verdween de eigen kweek en natuurlijk ook heel veel tewerkstelling. In China worden lage lonen uitbetaald en zelfs kinderen ingeschakeld. Ook werkkampen leveren arbeiders.

En zo komt dat product op ons bord. Het wordt afgenomen door multinationals als Kraft Heinz, Unilever, Campbell Soup, enzovoort. Zij hebben doelbewust steun verleend om in China fabrieken op te richten. De misstanden nam men erbij. Het werd een ware prijzenslag, met overproductie tot gevolg. Een aantal fabrieken werd ondertussen weer gesloten. Maar de Chinezen kochten ook in Europa. In 2014 kocht het Chinese leger bijvoorbeeld de Provençaalse 'Le Cabanon'. Het was altijd een coöperatieve die eigen producten verwerkte. Nu wordt er enkel nog Chinees concentraat herwerkt en zijn de plaatselijke tomatenboeren gestopt. Het product wordt wel nog verkocht als 'Made in France'. De invoer uit China gebeurt vooral via de havens van Napels en Salerno. Een deel is bestemd voor de Europese markt, maar een groot deel wordt terug uitgevoerd. Het wordt eerst verdund en in conserven gestopt, en het is weer weg. Als je eerst Europa aandoet kan dat zonder invoerrechten. 'Regime van actieve veredeling', heet dit. Je kunt zelfs invoerrechten omzeilen, zelfs als je niet alles weer uitvoert. Men zoekt die havens op waar de controles het minst scherp zijn. In Salerno wordt alleen maar nagegaan of het product consumeerbaar is. En wanneer dat niet zo is wordt het teruggestuurd, niet vernietigd. Vanuit China wordt dan gewoon een nieuwe bestemming gekozen.

Jean-Baptiste Malet heeft het in Het rode goud uitgebreid over agromaffia en witwaspraktijken. Het blijft natuurlijk omslachtig om concentraat eerst naar Europa te brengen en daarna weer te exporteren. De Chinezen richtten zich op een bepaald moment ook rechtstreeks op Afrika. Italië verloor prompt een groot deel van die markt, maar het concentraat bleef hetzelfde. Het is overigens in de hele wereld nagenoeg identiek, ook al zal je een enorme verscheidenheid aan verpakkingen vinden. Dit geeft alleen maar een illusie van keuze. Maar in Afrika is de kans groot dat het product 'versneden' werd, dat er soja, zetmeel, kleurstof of andere dingen toegevoegd werden. Dat wordt nooit vermeld. Er wordt ook heel donker concentraat verwerkt, 'black ink'. Dat is gewoon bedorven.

De auteur gaat dieper in op Ghana, dat eerst een eigen tomatenproductie had waarvan een deel verwerkt werd in de enige conservenfabriek. De fabriek is dicht, de tomatenkwekers en arbeiders hebben geen werk meer. Het Ghanese product was gewoon te duur om te concurreren met Chinese dumpingprijzen. En de werkloze plukkers gaan op de vlucht. Jean-Baptiste Malet ontmoet in Italië een Senegalees die illegaal tomaten plukt. Hij kwam met een bootje toe via Lampedusa. Thuis moest hij ook hard werken tegen een karig loon, maar 'in Senegal werd ik ondanks alles, niet behandeld als een slaaf.'(p. 190)

In sommige gevallen begon het nochtans helemaal anders. Heinz Company deed het aanvankelijk op de manier van Henri Ford: paternalistisch dat wel, maar met hoge lonen en vooral een wetenschappelijk onderbouwde productiewijze. Het bedrijf voerde zelfs nog voor Ford de lopende band in. Het had een afdeling waar psychologische acties werden ontwikkeld. De werknemers werden gestimuleerd om deel te nemen aan een sociaal leven dat door het bedrijf georganiseerd werd (sport, bib, enzovoort) en waar puriteinse waarden werden doorgegeven. Op die manier konden conflicten worden vermeden. Een bedrijf als Campbell Soup probeerde een rationele productie uit te bouwen, zonder te letten op de arbeidsomstandigheden en had voortdurend conflicten. Maar op een bepaald moment stopte Heinz Company met de productie van grondstoffen. Onder meer met hulp van Henri Kissinger vond het de weg naar China. Het voerde concentraat in en verwerkte die in steeds grotere fabrieken, maar met steeds minder werknemers. Het betekende midden de jaren 1970 een sociaal bloedbad. Ik heb overigens wel de indruk dat Jean-Baptiste Malet het oorsprongsverhaal van Heinz een beetje romantiseert. Op een andere plaats in het boek schrijft hij dat Heinz tien jaar voor Ford onmenselijke arbeidsvoorwaarden oplegde, waar vooral vrouwen slachtoffer van werden. Er moest tot 60 uur per week worden gewerkt. Hoe dan ook, vandaag blijven alleen de allergrootste bedrijven over, met de meest efficiënte organisatie.

De ondertitel van het boek, De tomaat en het kapitalisme, geeft aan dat de auteur het mechanisme van de mondiale economie wil blootleggen. Het lukt hem behoorlijk. Alles begint met een universele koopwaar, een product dat eigenlijk nog weinig te maken heeft met de producten waar de mensen nood aan hebben. Het is bijna iets abstracts, dat geen andere functie heeft dan geld opbrengen voor de verkoper. En die wil steeds meer. De opbrengst is het grootst als de prijs van zowel de grondstoffen als de arbeid het laagst is. Je kan dumpingprijzen realiseren als de grondstoffen op de meest efficiënte manier in het productieproces verwerkt worden. Tomaten met zo weinig mogelijk water en een harde schil worden gewoon door genetici gecreëerd. Het zijn niet de machines die zich aanpassen aan de producten, integendeel. Je betaalt de werknemers natuurlijk liefst zo weinig mogelijk, desnoods laat je kinderen werken. En dan is het jammer dat een plaatselijke industrie daar niet tegen opgewassen is. Die moet maar verdwijnen. Fraude komt voor op grote schaal. Frauderen om heffingen te voorkomen, maar ook frauderen met het product zelf. Zeker in de derde wereldlanden, waar mensen concentraat soms per lepel kopen, steekt het niet zo nauw.

Dit mechanisme wordt natuurlijk niet voor het eerst getoond. In de confectie is ongeveer hetzelfde gebeurd. Zowat de hele Belgische sector is eerst naar Noord-Afrika verhuisd. Maar toen dat te duur werd, is ze weer verplaatst naar Vietnam en nog later naar China. De industrie trekt altijd naar het laagste punt, met de laagste lonen en de slechtste arbeidsomstandigheden. Het verschil is dat het kledingtransport naar Europa door westerse bedrijven georganiseerd werd. Dikwijls waren de fabrieken niet van hen, zodat ze zich op een hypocriete manier konden distantiëren van de arbeidsomstandigheden. Ze hoefden het zelfs niet te weten! De techniek van de actieve veredeling kenden ze ook al. Het tweede verschil is dat de slachtoffers in ons land konden terugvallen op de sociale zekerheid, in het bijzonder op brugpensioenen. Jean-Baptiste Malet legt hoe dan ook de vinger op de zieke plek van de mondiale economie. Het is een vorm van waanzin, een dolle rit zonder remmen. Universele koopwaar heeft nauwelijks iets te maken met reële behoeften. Zolang de economie zich daar niet mee bezig houdt, zullen mensen op de vlucht gaan. Waar de koopwaar er niet echt toe doet, wordt gesjoemeld en fraude gestimuleerd. Je kunt dit niet zomaar bijsturen. Er moet een ander mechanisme geïnstalleerd worden. Economie heeft gewoon alles met politiek te maken.

Luc Vanneste

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 1 (januari), pagina 82 tot 84