Abonneer Log in

Een pleidooi voor meer herverdeling

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 56 tot 57

Soms is een terugkeer naar het verleden al vooruitstrevend genoeg.

Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. De gevleugelde woorden van Willem Elsschot lijken ook op te gaan voor wie pleit voor een meer herverdelend beleid. Wie minder ongelijkheid nastreeft, wordt al snel aangewreven tegen onvermijdelijke natuurwetten op te botsen. Ongelijkheid is onvermijdelijk als je ook economische groei wil, luidt het dan. Of: miljardairs te zwaar belasten is slecht voor armoedebestrijding. En vooral: ongelijkheid is het onvermijdelijke gevolg van globalisering en technologische vooruitgang – dus tenzij je daartegen bent, valt er weinig aan te veranderen.

Een blik op het verleden kan al eens helpen tegen dergelijk gebrek aan verbeeldingskracht. Sinds de maatschappelijke aandacht voor ongelijkheid de laatste jaren toenam, zijn ook historici zich steeds meer in de historische ontwikkeling van verschillen tussen arm en rijk gaan verdiepen. De Italiaanse historici Guido Alfani en Matteo di Tullio toonden recent aan hoe over bijna heel Europa de inkomensverschillen tussen rijk en arm toenamen tussen de 16e en 19e eeuw. De voornaamste reden daarvoor was niet economische groei, globalisering of technologische vooruitgang – maar wel de toename van de belastingdruk die hoofdzakelijk op de lagere klassen zwaar drukte. Pas in de late 19e en 20e eeuw kwamen in heel wat landen progressieve fiscale systemen op: belastingen die op de rijken zwaarder drukten dan op de armen.

Precies die fiscale herverdeling werd sinds de jaren 1980 opnieuw geleidelijk aan uitgehold. De Franse economen Gabriel Zucman en Emmanuel Saez berekenden dat de rijkste 400 Amerikanen vandaag een lagere aanslagvoet op hun inkomen betalen dan de armste 50% van de bevolking. Dat is het onwaarschijnlijke resultaat van een decennialange afbraak van fiscale herverdeling in de VS: tussen 1962 en 2018 nam de belastingdruk voor 90% van de bevolking toe, terwijl ze enkel voor de top 10% daalde – en vooral dan voor de rijkste 0,01%. Ook in België verminderde overigens sinds de jaren 1980 de spanning tussen de belastingaanslagen voor de hoogste en laagste inkomens. De aanslagen voor de laagste inkomenstarieven werden opgetrokken, die voor de hoogste inkomens verlaagd. Bovendien werden ook de lasten op kapitaal – bijvoorbeeld via de erfenisbelasting – verminderd, en worden ze wereldwijd bovendien steeds vaker ontweken. Volgens schattingen van Zucman was in 1920 minder dan 2% van het totale vermogen in Europa ondergebracht in belastingparadijzen. Vandaag zou dat oplopen tot 10%.

Niet economische wetten of natuurlijke onvermijdelijkheden schrijven de geschiedenis van de ongelijkheid. Grote delen van de 20e eeuw werden gekenmerkt door zowel sterke economische groei als lage ongelijkheid. Periodes van stagnatie voor- en nadien werden dan weer vaak met stijgende ongelijkheid geconfronteerd. Streven naar groei én lage ongelijkheid tegelijk is dus niet onmogelijk, en al helemaal niet onderhevig aan onwrikbare natuurwetten. In de laatste plaats is ongelijkheid een sociale constructie: het resultaat van de politieke en sociale organisatie van een samenleving. Natuurwetten zijn er niet. Enkel grenzen aan het denken: zij bepalen wat als haalbaar of onhaalbaar wordt voorgesteld.

Dit historisch perspectief leidt op heel wat plaatsen tot een ommezwaai in het denken over fiscale herverdeling. In de VS draait de presidentiële campagne van Elizabeth Warren rond haar voorstel voor een jaarlijkse vermogensbelasting van 2% op vermogens boven de 50 miljoen dollar. In zijn recentste boek Capital et idéologie gaat Thomas Piketty nog een flinke stap verder en pleit hij voor een heffing tot 90% op de hoogste vermogensschijven.

In ons land botst ondertussen zelfs het voorstel tot een heffing van 0,15% op effecten reeds op weerstand. De Hoge Raad van Financiën werkte onlangs zes mogelijke blauwdrukken uit voor een fiscale hervorming in België. Verschillende van de scenario's op tafel zouden door het aannemen van een flat tax en het onbelast laten van kapitaal de progressiviteit van ons belastingsysteem verder uithollen. Laten we hopen dat het niet deze richting is die het zal halen. Volgens de schaarse beschikbare cijfers is België vooralsnog een zeldzaam eiland in een zee van toenemende ongelijkheid. Terwijl in de meeste westerse landen inkomens en vermogens sinds de jaren 1980 steeds ongelijker verdeeld raken, zien we daar voorlopig in ons land weinig teken van. Laat dat vooral geen aanleiding zijn om het intussen beproefde recept voor afnemende fiscale herverdeling uit het buitenland te volgen.

Geen wetten of praktische bezwaren staan een pleidooi voor meer herverdeling en minder ongelijkheid vandaag in de weg. Wel een gebrek aan historisch besef. Geschiedenis levert ons geen arsenaal aan onwrikbare wetten of onvermijdelijkheden. Het verleden kan daarentegen wel helpen de blik opnieuw te verruimen. Een progressievere verdeling van de belastingen is geen onwenselijke of schadelijke droom: het vormde geen enkele belemmering voor de sterke economische groei uit de naoorlogse periode. Evenmin is het een verre utopie. Het was tot voor kort een vanzelfsprekende realiteit. Soms is een terugkeer naar het verleden al vooruitstrevend genoeg.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 56 tot 57