Abonneer Log in

Our Man. Richard Holbrooke and the End of the American Century

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 66 tot 68

Via Holbrooke geeft de getalenteerde Packer levendig inzicht in de regeringen-Carter, -Clinton en -Obama, en in de conflicten in Vietnam, Bosnië en Afghanistan.

Our Man

George Packer
Spectrum, Amsterdam, 2019

Schrijver en journalist George Packer beweert dat sterdiplomaat Richard Holbrooke (1941-2010) symbool staat voor de mengeling van idealisme en arrogantie die het Amerikaanse buitenlands beleid sinds Vietnam zou kenmerken, maar is dat ook zo? Nee, Holbrooke lijkt vanwege een gebrek aan idealisme verkeerd gecast. Packer verwart in deze biografie namelijk idealisme met ideeën. Ideeën had Holbrooke wel degelijk ontwikkeld in Vietnam en die zou hij heel zijn leven meedragen, maar zijn ambitie zou altijd voorrang krijgen.

Holbrooke's verhaal begint in Vietnam, het moeras dat een einde maakte aan het tijdperk van de Grote Amerikaanse Mannen die de wereld na de Tweede Wereldoorlog vormgaven. Packer staat lang stil bij Vietnam omdat het zo'n grote invloed had op Holbrooke en zijn generatie. Daar probeerde hij als piepjonge medewerker van Buitenlandse Zaken zes jaar om de harten en geesten van de Vietnamezen te veroveren, terwijl langzaam de ideeën rijpten over waarom dit niet lukte. Holbrooke vond dat er te weinig in de diepte werd gewerkt. De militairen hadden te veel macht, terwijl het echte veroveren van een land volgens hem door diplomaten moest gebeuren aan de hand van onder andere plattelandsontwikkeling en onderwijs. Holbrooke vond dat de Amerikaanse regering te weinig investeerde in het begrijpen van Vietnam om de Vietnamezen aan hun kant te kunnen krijgen. Het regime dat de Amerikanen ondersteunden was een corrupte dictatuur die de bevolking nooit voor zich kon winnen. Zo dacht Holbrooke toen, en zo dacht hij bijna een halve eeuw later als bijzonder gezant voor Afghanistan. Holbrooke had ideeën, maar geen idealen. Daarvoor zat zijn ambitie in de weg. Toen Edward Lansdale, expert in psychologische oorlogsvoering, naar Vietnam kwam, kreeg Holbrooke's territoriumdrift de overhand. Terwijl een idealist alle steun zou geven aan iemand die zijn ideeën over het belang van het overtuigen van de bevolking deelde, deed Holbrooke alles om deze potentiële concurrent in een slecht daglicht te stellen. Het zou niet de laatste keer zijn.

Concurrenten uitschakelen was deel van zijn plan om razendsnel op te klimmen. Holbrooke was te ongeduldig om gestaag promotie te maken in het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na enkele tussenstops wordt Holbrooke, 35 jaar oud, onder president Carter de jongste adjunct-minister van Buitenlandse Zaken. Packer kan verrassend weinig verwezenlijkingen van Holbrooke opnoemen, maar toont wel de pijnlijke hypocrisie van president Carter aan. Hij sprak over mensenrechten, maar harde machtspolitiek bepaalde zijn handelen. Holbrooke zette sterk in op normalisatie van de relaties met Vietnam, maar het Witte Huis vond de relaties met China, op dat moment een vijand van Vietnam, veel belangrijker. Daartoe kneep het Witte Huis een oogje dicht voor de genocide door de Rode Khmer, een bondgenoot van China. Holbrooke was één van de weinigen die wel de genocide van de Rode Khmer aankaartte, maar was dat uit idealisme of om zijn eigen agenda van normalisatie van de relaties met Vietnam vooruit te krijgen?

Na president Carter volgde een lange periode in de politieke wildernis waarbij hij zich opdrong aan elke democraat die enige kans op het presidentschap leek te maken, terwijl hij zijn status als voormalig adjunct-minister van Buitenlandse Zaken misbruikte door met zijn adresboekje en voor grof geld bepaalde bedrijven in het buitenland een streepje voor te geven. Hoewel hij niets van de financiële wereld kende, verkocht hij zijn lobbyfirma en werd directeur bij Lehman Brothers. Holbrooke blinkt dus niet uit in idealisme en ethiek.

Dat ethische deficit manifesteerde zich ook in zijn persoonlijk leven dat uitgebreid en onverbloemd aan bod komt. Die sappige beschrijvingen van Holbrooke's privéleven en het schrijftalent van Packer maken dat de biografie als een roman leest. Uiteraard was Holbrooke een 'afwezige echtgenoot en onverschillige vader' en natuurlijk zijn de liefjes jong en knap. Zo begint hij een relatie met televisiejournaliste Diane Sawyer die hem helpt op televisie te komen. Verder de ethische afgrond vinden we Holbrooke in een buitenechtelijke relatie met de vrouw van zijn beste vriend. Die beste vriend is Anthony Lake in wiens professionele voetsporen Holbrooke voortdurend trad. Anthony Lake was gewetensvoller en belangrijker dan Holbrooke. Zo nam hij vanwege gewetensbezwaren ontslag uit de Nixon-administratie waarna hij werd afgeluisterd door de FBI en bereikte hij onder president Clinton de cruciale positie van nationaal veiligheidsadviseur.

Nadat Bill Clinton president werd, werkte Holbrooke zich zodanig in de kijker dat de president hem benoemde als ambassadeur in Duitsland en vervolgens als adjunct-minister voor Europa, onder andere verantwoordelijk voor de oorlog in Bosnië. President Clinton was afkerig tegen buitenlandse interventies, maar na te zijn overtuigd door Anthony Lake, legde hij de Serviërs een dieet van sancties en bombardementen op. Holbrooke kon vervolgens door dit Amerikaans militair en economisch machtsvertoon het kleine Servië tot grote toegevingen dwingen. Daarmee blusten de Amerikanen opnieuw een grote brand aan Europa's voordeur waar de Europeanen vanuit het zolderraam enkel angstig en verlamd naar konden kijken. Het was Holbrooke's belangrijkste prestatie en één van de sterkste argumenten voor het liberaal interventionisme, de theorie volgens dewelke buitenlandse, met name Amerikaanse, interventies nodig zijn om erger te voorkomen. Holbrooke 'vond dat macht gepaard ging met bepaalde verantwoordelijkheden, dat de wereld slechter af zou zijn als we die niet aanvaardden, dat de problemen van anderen uiteindelijk de onze zouden worden en dat niemand iets zou doen als wij niets deden. Niet per se met geweld, maar door gebruik te maken van het volle gewicht van de Amerikaanse invloed.'

Daarna koos de zogenaamde idealist er, na een kort intermezzo als Amerikaans ambassadeur bij de VN, voor om opnieuw als lobbyist voor een ​investeringsbank te werken. Maar steeds aangetrokken tot de buitenlandse politiek zette hij in 2008 alles in op presidentskandidaat Hillary Clinton, waarna Barack Obama president werd. Aangezien Clinton minister van Buitenlandse Zaken werd, raakte Holbrooke toch benoemd tot speciaal vertegenwoordiger voor Afghanistan en Pakistan. Het leek alsof hij opnieuw in Vietnam was: het leger wilde steeds meer troepen, maar de Amerikaanse regering vergat de bevolking mee te krijgen. Daarenboven trof hij opnieuw een corrupte regering zonder enige legitimiteit aan. Holbrooke probeerde zich van ​de Afghaanse president Karzai te ontdoen, maar slaagde daar niet in waarmee hij zich in Afghanistan onmogelijk maakte. Hij focuste zijn inspanningen vervolgens op Pakistan, tot hij plots in het zadel stierf aan een hartslagaderbreuk.

Uiteindelijk heeft Holbrooke ondanks alle ambitie en grootspraak slechts een kleine rol gespeeld in het buitenlands beleid van de Verenigde Staten. Het Dayton akkoord is zijn enige verwezenlijking. En ook daar geeft Packer bereidwillig van toe dat het nationaal veiligheidsadviseur Anthony Lake was die Clinton overtuigde te interveniëren en de strategie uitzette waarbinnen Holbrooke enkele tactische keuzes kon maken. Daarenboven stelt Packer ook dat 'hoe verder de oorlog van ons af ligt, hoe minder Dayton nog als een grote doorbraak wordt beschouwd.' Ook de ideeën die Holbrooke aanhing, hebben slechts een beperkte invloed gehad. ​Het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten onder Trump wordt vandaag gekenmerkt door economische sancties en gerichte moorden, in plaats van humanitaire interventies en nation building.

Via Holbrooke geeft de getalenteerde Packer levendig inzicht in de regeringen-Carter, -Clinton en –Obama, en in de conflicten in Vietnam, Bosnië en Afghanistan. Zo toont Packer hoe politici beslissingen nemen op basis van doorheen de hiërarchie vervormde rapporten. Deze inzichten zijn naast de buitengewoon vlotte schrijfstijl van Packer de grootste sterkte van dit boek. Daarnaast schetst Packer via Holbrooke een ontluisterend beeld van de bovenlaag van onverkozen regeringsfunctionarissen: de ego's, het ellebogenwerk en de draaideur met het grootkapitaal. Toch ben ik niet overtuigd dat Holbrooke echt symbool staat voor het Amerikaans buitenlands beleid, noch voor degenen die het maakten.

Niels Morsink

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 66 tot 68