Abonneer Log in

Perceptie­oorlog

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 28 tot 29

Niet de aantallen, wel de frames vormen publieke opinies over asiel en migratie.

Met de regelmaat van de klok valt te horen dat de asielcrisis van 2015, die eigenlijk vooral een opvangcrisis was, tot een white backlash heeft geleid. Door de instroom van asielzoekers zouden Europese burgers steeds meer het gevoel krijgen dat hun materiële belangen, culturele waarden en zelfs fysieke integriteit onder druk staan. Politieke commentatoren verwijzen naar deze sterker wordende gevoelens van etnische dreiging om het recente succes van rechts-populistische politici, in Vlaanderen en daarbuiten, te verklaren. Die hierboven geschetste redenering beroept zich op de groepsconflict-theorie, die stelt dat de instroom van nieuwkomers competitie met zich meebrengt. Zeker in tijden van economische onzekerheid gaat de meerderheidsbevolking zich hierdoor bedreigd voelen, zo stelt de theorie. De omvang van migratiestromen zou met andere woorden publieke opinies ten aanzien van immigranten sturen.

Maar in hoeverre is de groepsconflict-theorie geschikt om het huidige opinieklimaat te begrijpen? Tonen attitudemetingen daadwerkelijk aan dat de bevolking negatiever is gaan denken over migratie sinds 2015? Gegevens van het European Social Survey (ESS) laten ons toe deze vragen te beantwoorden. Het ESS bevraagt sinds 2002 elke twee jaar steekproeven van toevallig geselecteerde burgers over tal van onderwerpen, en bevat ondertussen metingen van ruim een kwart miljoen Europese burgers.

Onze grondige analyse van data, verzameld tussen 2002 en 2016 in 26 landen, gaat lijnrecht in tegen de voorspellingen van groepsconflict-theorie. In de meeste landen voelt de gemiddelde burger zich in 2016 niet meer bedreigd dan voorheen. De perceptie dat immigranten een bedreiging vormen voor economie en cultuur is in de afgelopen 20 jaar niet sterker geworden, integendeel zelfs. De ervaren culturele en economische dreiging loopt in Vlaanderen en Franstalig België nagenoeg gelijk en is al bijna 20 jaar stabiel. In de meeste onderzochte landen waren burgers in 2016 lichtjes meer gewonnen voor een genereus asielbeleid dan in 2002. Dit is bijvoorbeeld ook het geval voor Duitsland, dat een comparatief groot aantal asielaanvragen heeft gekend.

Eén regio vormt een uitzondering op het patroon van het stabiele of zelfs positiever wordende opinieklimaat, namelijk Oost-Europa. Begin jaren 2000 werd Oost-Europa al gekenmerkt door een klimaat van negatieve opvattingen over migratie. Sinds 2014 hebben negatieve sentimenten, en dan vooral gevoelens van culturele dreiging, nog meer wind in de zeilen gekregen. Vanuit de theorie van groepsconflict is dit verrassend, aangezien Oost-Europa net de regio is die de kleinste instroom van migranten heeft gekend. In zowel Polen als Tsjechië – twee landen waar verhoudingsgewijs bijzonder weinig personen asiel hebben aangevraagd – is de bevolking restrictiever gaan denken over asielbeleid.

Uit deze attitudetrends valt heel wat te leren. De basisveronderstellingen van de groepsconflict-theorie kloppen niet. Ten eerste hoeft de instroom van nieuwkomers, of asielzoekers in het bijzonder, niet automatisch weerstand bij de bevolking op te roepen. Een vijandig opinieklimaat is geen noodlot voor diverse samenlevingen. Dat illustreren de sterke welvaartsstaten in Noord-Europa, waar een zekere mate van diversiteit gecombineerd wordt met de meest positieve houdingen t.a.v. migratie en asiel van heel Europa. Gevoelens van bedreiging kunnen ook ontstaan in afwezigheid van hoge immigratiecijfers, zo zien we in diverse Oost-Europese landen. Ten tweede is het duidelijk dat we de opkomst van populistisch rechts niet eenvoudigweg aan de toegenomen aantallen asielaanvragen toe kunnen schrijven – gevoelens van etnische dreiging zijn al bijna 20 jaar stabiel. De Belgische situatie levert hiervan een voorbeeld bij uitstek: Vlamingen en Franstaligen houden er, gemiddeld genomen, erg gelijkaardige houdingen op na. En toch scheert extreemrechts enkel in Vlaanderen hoge toppen.

Als migratiestromen op zich niet doorslaggevend zijn om het politieke klimaat te begrijpen, wat dan wel? Onze resultaten doen vermoeden dat niet reële migratiebewegingen, maar wel de beeldvorming die politieke actoren creëren gevoelens van bedreiging stimuleren dan wel temperen. Migratiebewegingen hebben an sich geen politieke werkzaamheid. Het zijn maatschappelijke actoren allerhande die deze demografische feiten, via processen van framing, proberen in te zetten voor electoraal succes. In Hongarije, bijvoorbeeld, zien we een grote stijging in ervaren culturele bedreiging nadat Orbán een agressieve overheidscampagne tegen asielzoekers en vluchtelingen voerde en zo doelbewust een moral panic creëerde. Dit staat in schril contrast met Duitsland, waar een meer dominante Willkommenskultur mee kan verklaren waarom houdingen niet negatiever zijn geworden in tijden van talrijke asielaanvragen. Hierin schuilen belangrijke lessen voor de politieke linkerzijde. Publieke opinies over migratie en asiel zijn niet negatiever dan ooit, en een aanzienlijk deel van de bevolking valt te mobiliseren vanuit humanitaire motieven. De beeldvorming rond migratie en asiel mag niet overgelaten worden aan zij die belang hebben bij gespannen intergroepsrelaties.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 2 (februari), pagina 28 tot 29