Abonneer Log in

Gele hesjes versus Bionade bourgeoisie

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 17 tot 21

Klimaatverandering is één van de belangrijkste uitdagingen van deze eeuw met grootschalige, wereldwijde, langdurige, persistente en cumulatieve gevolgen. Om de CO₂-uitstoot terug te dringen zijn verschillende maatregelen mogelijk, zoals de prijsstelling voor broeikasgasemissies, de promotie van hernieuwbare energie en milieuvriendelijke investeringen. Om ervoor te zorgen dat zulke maatregelen doelmatig zijn en de bestaande sociale ongelijkheden niet vergroten, stelt steeds meer literatuur1 dat niet alleen traditioneel sociaal beleid maar ook nieuw, eco-sociaal beleid nodig zal zijn. Deze zogenaamde 'rechtvaardige transitie' vereist ook de versterking van synergieën tussen sociaal en klimaatbeleid, waarbij tevens binnen het electoraat een draagvlak moet worden gecreëerd.

In recent onderzoek wordt daarom nagegaan hoe attitudes ten aanzien van klimaat- én sociaal beleid samenhangen2 en hoe deze attitudes sociaaleconomisch en ideologisch gestructureerd zijn in Europa.3 Deze bijdrage focust op de publieke steun voor een rechtvaardige transitie in België – een land dat in de toekomst fel zal moeten afrekenen met de gevolgen van klimaatverandering4 en waar voorlopig het beleid ter zake slechts met mondjesmaat of zelfs flauw ageert, laat staan een sociaal geflankeerd klimaatbeleid uitwerkt.

SOCIALE GEVOLGEN VAN KLIMAATBELEID

Gezien de versnelde opwarming van de aarde speelt beleid, gericht op hoe energie geproduceerd en geconsumeerd wordt en hoe CO₂-uitstoot kan worden verminderd, een cruciale rol. Naast het verstrekken van informatie en het investeren in openbare infrastructuur, onderscheiden we vier instrumenten: 1) belastingen, waarbij vaak wordt verwezen naar een koolstofbelasting; 2) een klimaattaxshift, wat een combinatie is van een verhoging van koolstofbelasting en een verlaging van andere belastingen, bijvoorbeeld op arbeid; 3) subsidies, waaronder directe financiële steun bij aankoop van energiebesparende producten en steun in de vorm van belastingkredieten; en 4) regulering, zoals het verbieden van de productie en/of consumptie van energie-intensieve of milieuschadelijke producten.

Hoewel bovenstaand beleid (in meer of mindere mate) het gebruik van fossiele brandstoffen en de CO₂-uitstoot kan verminderen5, kan het eveneens minder koopkrachtige huishoudens onevenredig benadelen en sociale onrechtvaardigheid vergroten.6 Zo heeft de zuivere koolstofbelasting regressieve effecten: ze legt een zwaardere last op huishoudens met een laag inkomen, tenzij een aantal compenserende of beschermende maatregelen worden genomen. Ook subsidies kunnen onrechtvaardig zijn. Onrechtvaardig op milieuvlak, omdat de financiering mee wordt gedragen door degenen die niet of veel minder vervuilen en uitstoten; maar ook onrechtvaardig op sociaal vlak, omdat lagere inkomensgroepen onevenredig meer bijdragen aan de subsidiëring van producten waar zij zelf misschien nooit toegang toe hebben of die ze zelf niet kunnen voorschieten (zoals zonnepanelen).7 Bovendien bestaat het risico dat lagere inkomensgroepen de inkomsten van meer welgestelde groepen ondersteunen die de gesubsidieerde producten ook zouden hebben gekocht zonder subsidie. Nog een negatief effect voor lagere inkomensgroepen is het waardeverlies van zogenaamde 'bruine' kapitaalgoederen. Mensen met lage inkomens bezitten vaker oude dieselwagens en wonen vaker in slecht geïsoleerde huizen. Ten slotte zijn lagere inkomensgroepen gevoeliger voor prijsveranderingen dan midden- en hoge inkomensgroepen. Bij hogere energieprijzen daalt het verbruik van huishoudens met lage inkomens relatief sterker vanwege een zwakkere prijselasticiteit, of besparen die huishoudens op andere goederen en diensten om de stijgende energieprijzen te kunnen betalen.

DE TRANSITIE KAN ALLEEN OP EEN RECHTVAARDIGE MANIER

Waarom moeten we ons zorgen maken over de sociaal regressieve effecten van klimaatbeleid? Kort gesteld, omdat de toenemende ongelijkheid, als uitloper van een ambitieus klimaatbeleid, niet duurzaam is. Niet vanuit sociaal oogpunt, maar ook niet vanuit ecologisch oogpunt. Bovendien zijn er verscheidene redenen om te stellen dat de overgang naar een koolstofarme samenleving op een rechtvaardige manier moet gebeuren, omdat het anders helemaal niet zál gebeuren.8

Ten eerste kan klimaatbeleid enkel doelmatig zijn als het massaal en grootschalig is. Klimaatbeleid loopt het risico te falen indien een aanzienlijk deel van de bevolking er niet kan aan deelnemen of de verandering niet kan betalen. Ten tweede wordt een doelmatige implementatie van het beleid bemoeilijkt wanneer ze als onrechtvaardig wordt beschouwd of indien ze bestaande ongelijkheden versterkt; dat bewijzen onder meer de gele hesjes in Frankrijk. Het risico is niet enkel publieke afkeuring, maar ook dat diegenen die geconfronteerd worden met of bang zijn voor de negatieve gevolgen van klimaatbeleid eender welke politieke klimaatambitie zullen afwijzen, ongeacht het ontwerp dat op tafel ligt. Ten derde zijn ongelijke samenlevingen meer vatbaar voor machtsconcentratie en -misbruik, en voor wantrouwen in politieke instellingen. Ook dit is een gevaar voor een effectief en duurzaam klimaatbeleid.

Om groeiende sociale ongelijkheden bij de overgang naar een koolstofarme samenleving te voorkomen, pleiten verschillende wetenschappers voor zowel traditioneel als nieuw, eco-sociaal beleid. Traditioneel sociaal beleid omvat de ondersteuning van huishoudens met een laag inkomen met sociale uitkeringen, progressieve inkomstenbelastingen en openbare sociale diensten. Eco-sociaal beleid is gericht op het combineren van sociale en ecologische doelstellingen. Het kan verschillende vormen aannemen: ondersteuning bij de energie-inefficiënte renovatie van woningen, CO₂-neutrale sociale woningen, ondersteuning van kleinschalige energiecoöperaties, sociale werkgelegenheid in de circulaire economie, hoogwaardige infrastructuur voor openbaar vervoer in buurten met lage inkomens, enzovoort.

STEUN VOOR ECO-SOCIAAL BELEID IN BELGIË?

Welke bevolkingsgroepen zijn in ons land het meest voor of tegen een verzoening van sociale en ecologische doelstellingen? Aan de hand van gegevens uit de achtste ronde van de European Social Survey in 2016/17, die vragen over beide doelstellingen bevat, kunnen we vier attitudegroepen onderscheiden: 'eco-sociale enthousiastelingen', 'eco-sociale sceptici', 'milieuliefhebbers' en 'welvaartsenthousiastelingen'. De groepen werden opgesteld op basis van hun houding ten opzichte van verschillende beleidsmaatregelen met betrekking tot sociaal beleid enerzijds en klimaatbeleid anderzijds. Voor België laten de resultaten het volgende zien: 15% van de bevolking is 'eco-sociaal enthousiast', nog eens 15% is 'welvaartsenthousiast', 36% is 'milieuliefhebber' en 35% is 'eco-sociale scepticus'. Er is dus een sterkere steun voor klimaatbeleid dan voor sociaal beleid. Maar eveneens opvallend is dat meer dan een derde van de bevolking erg sceptisch staat tegenover beide beleidsdomeinen: noch sociale, noch ecologische staatsinterventie is volgens deze groep gewenst.

Als we kijken naar de sociaaleconomische en ideologische kenmerken van de vier attitudegroepen, zijn de 'eco-sociale enthousiastelingen' gemiddeld hoger opgeleid. Ze maken zich meer zorgen over een rechtvaardige samenleving en zijn positief over de impact van uitkeringen op de economie. Ze vertrouwen politieke instellingen, zijn tevreden noch ontevreden over hun inkomen, tonen veel politieke interesse en situeren zich meestal links op het politieke spectrum. 'Eco-sociale sceptici' daarentegen zijn gemiddeld lager opgeleid, hebben geen vertrouwen in politieke instellingen, geven minder om verschillen in levensstandaard in een samenleving en denken dat uitkeringen een last zijn voor de economie. Ze hebben verder een lage politieke interesse en zijn vaak kiezers van conservatieve en liberale partijen.

Verder blijkt in België een sterke eco-sociale kloof te bestaan. In vergelijking met 'welvaartsenthousiastelingen' zijn 'milieuliefhebbers' gemiddeld jonger en hoger opgeleid. Ze zijn meer tevreden over hun inkomen, hebben een sterker vertrouwen politieke instellingen, zijn minder bezorgd over het grote verschil in levensstandaard in een samenleving, denken eerder dat uitkeringen een last zijn voor de economie. 'Milieuliefhebbers' stemmen bovendien eerder op groene en conservatieve partijen dan op sociaaldemocratische en socialistische partijen. Het beeld dat we krijgen is, ruwweg, dat van de gele hesjes uit de arbeidersklasse versus de Bionade bourgeoisie uit de postmaterialistische klasse.

BELGIË IN VERGELIJKING MET ANDERE LANDEN

In welke mate verschillen de attitudes in ons land met die elders in Europa? Als we naar onze buurlanden kijken, zien we dat de steun voor sociaal beleid in Nederland eerder laag is en dat er ook nauwelijks 'eco-sociale enthousiastelingen' zijn. De 'milieuliefhebbers' daarentegen maken 50% van de bevraagde populatie uit. In Duitsland, evenals in de Scandinavische landen, tonen de cijfers bovengemiddeld veel publieke steun voor eco-sociaal en klimaatbeleid, en is de groep van 'eco-sociale sceptici' bijzonder klein. Frankrijk daarentegen kent het grootste percentage 'eco-sociale sceptici' in Europa; er zijn weinig 'eco-sociale enthousiastelingen' en de twee groepen van 'milieuliefhebbers' en 'welvaartsenthousiastelingen' staan in vergelijkbare grootte tegenover elkaar. Dit zou kunnen betekenen dat het in de Franse context bijzonder moeilijk is om ecologisch en sociaal beleid met elkaar te verzoenen. Een ander beeld krijgen we als we kijken naar de minder ontwikkelde welvaartsstaten en naar landen met een sterke afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. In Polen, Tsjechië, Estland, Litouwen, maar ook in Italië, Portugal en Spanje is de steun voor sociaal beleid groter dan in andere Europese landen en is de steun voor klimaatbeleid relatief klein.

ECO-SOCIALE KLOOF DICHTEN

Hoewel België hard zal worden geraakt door de klimaatverandering, kwam de federale regering niet tot een ​nationale klimaatstrategie9, kent België één van de laagste milieubelastingen in Europa en voldoet het niet aan de opgelegde klimaatdoelstellingen. Dit gebrek aan ambitie is verrassend. Uit de studie die in deze bijdrage werd voorgesteld, blijkt namelijk dat ongeveer de helft van de bevolking positief staat tegenover klimaatbeleid.

De studie suggereert echter wel een kloof tussen 'milieuliefhebbers' en 'welvaartsenthousiastelingen'. Om de steun voor een duurzaam klimaatbeleid te vergroten, is het cruciaal om die kloof te dichten. 'Milieuliefhebbers' moeten erkennen dat voor een doelmatige aanpak van de klimaatverandering er best wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van de lagere inkomens en kwetsbare gezinnen. En om de 'welvaartsenthousiastelingen' achter een ambitieus klimaatbeleid te krijgen, lijkt het noodzakelijk dat klimaatmaatregelen worden geflankeerd door herverdelend beleid, en dat kwetsbare groepen worden betrokken én ondersteund bij de overgang naar een koolstofarme samenleving.

De noodzaak om met elkaar in gesprek te gaan en om synergieën tussen klimaat- en sociaal beleid te creëren, volgt ook uit andere studies. Een recent rapport van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting benadrukt dat de weg naar duurzaamheid een weg van dialoog en partnerschap moet zijn.10 Bovendien laat de steun voor een klimaattaxshift in België11 zien dat deze in hoge mate afhankelijk is van de sociale dimensie van dergelijk beleid. Het lijkt dus belangrijk om een vreedzame in plaats van een vijandige wisselwerking tussen sociaal, klimaat- en economisch beleid te scheppen.

VOETNOTEN

  1. Degryse, C., en Pochet, P. (2009). 'Paradigm shift: social justice as a prerequisite for sustainable development' (ETUI Working Papers Series No. 2009.2). Brussels: ETUI. Gough, I. (2017). 'Heat, greed and human need. Climate change, capitalism and sustainable wellbeing'. Cheltenham: Edward Elgar. Koch, M., en Mont, O. (red.) (2016). 'Sustainability and the political economy of welfare'. London and New York: Routledge.
  2. Fritz, M., en Koch, M. (2019). 'Public Support for Sustainable Welfare Compared: Links between Attitudes towards Climate and Welfare Policies'. Sustainability, 11(15), 4146.
  3. Otto, A., en Gugushvili, D. (2020). 'Eco-Social Divides in Europe: Public Attitudes towards Welfare and Climate Change Policies'. Sustainability, 12(1), 404.
  4. National Climate Commission (2017). 'Belgium's seventh national communication and third biennal report on climate change, Brussels. OECD (2011). 'Towards Green Growth: Monitoring Progress: OECD Indicators', OECD Publishing, p. 79. Kovats, R.S. et al. (2014). 'Europe', In: 'Climate Change 2014: Impacts, Adaptation, and Vulnerability. Part B: Regional Aspects'. Contribution of Working Group II to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change. Cambridge: Cambridge University Press, pp. 1267-1326.
  5. Bachus, K. (2019). 'Sociale rechtvaardigheid van een klimaatshift', in Dierckx, S. (red.) 'Klimaat en sociaal rechtvaardigheid', Oud-Turnhout/'s-Hertogenbosch: Gompel & Svacina, pp. 329-347.
  6. Büchs, M., Bardsley, N., & Duwe, S. (2011). 'Who bears the brunt? Distributional effects of climate change mitigation policies'. Critical Social Policy, 31(2), 285-307. Markkanen, S., & Anger-Kraavi, A. (2019). 'Social impacts of climate change mitigation policies and their implications for inequality'. Climate Policy, 1–18. Zachmann, G., Fredirksson, G., & Claeys, G. (2018). 'Distributional effects of climate policies' (Blueprint Series No. 28). Brussels: Bruegel.
  7. De Groote, O., Pepermans, G. en Verboven, F. (2016). 'Heterogeneity in the adoption of photovoltaic systems in Flanders', Energy economics, 59, 45-57. Verbeeck, G. (2016). Financiële steun voor investeringen in energie. Verdelingsanalyse van REG-premies en belastingvoordelen. Leuven: Steunpunt Wonen.
  8. Vanhille, J., Goedemé, T. en Verbist, G. (2019). 'Sociale ongelijkheid in het klimaatvraagstuk', in Dierckx, S. (red.) 'Klimaat en sociaal rechtvaardigheid', Oud-Turnhout/'s-Hertogenbosch: Gompel & Svacina, pp. 61-83.
  9. Winkelmans, W. (2020). 'Belgische klimaatstrategie voor 2050 gaat de mist in', De Standaard, 11/02/2020.
  10. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2020). 'Duurzaamheid en armoede. Een bijdrage aan politiek debat en politieke actie', Tweejaarlijkse verslag 2018-2019, Brussels.
  11. Bachus, K. (2017). The use of environmental taxation as a regulatory policy instrument (PhD). Leuven: KU Leuven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 17 tot 21