Abonneer Log in

Waterfactuur tot aan de lippen

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 64 tot 65

Het recht op water staat ook in ons land onder druk.

Toen het interfederale Steunpunt tot bestrijding van armoede een diepgaand overlegproces over duurzaamheid en armoede organiseerde in functie van zijn tweejaarlijkse Verslag 2018-2019 (www.armoedebestrijding.be), kwam het thema 'water en sanitatie' prominent op tafel. Misschien tot verbazing van sommigen. Want uiteraard voorziet de Agenda 2030 van de Verenigde Naties met de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen ook de doelstelling rond 'schoon water en sanitair', maar speelt deze kwestie ook in België? Helaas wel. Ook in ons land worden mensen in armoede geconfronteerd met problemen rond water. Zo is de toegang tot water en sanitair voor dak- en thuislozen geen evidentie. In Brussel zijn er enkele drinkfonteinen en openbare toiletten, weliswaar onvoldoende en vaak niet toegankelijk in de winter. In andere steden en op het platteland zijn dergelijke voorzieningen dikwijls helemaal niet aanwezig. Drinkfonteinen en sanitair in elke gemeente en stad – het verwezenlijken van deze doelstelling zou het recht op water alvast concreet maken.

Heel wat gezinnen hebben het moeilijk om hun waterfactuur te betalen. In 2018 werden in Vlaanderen 62.646 afbetalingsplannen aangevraagd. Het voorbije decennium is de waterfactuur merkelijk gestegen in alle drie gewesten. In Vlaanderen steeg de waterfactuur voor een gemiddeld gezin (2,33 personen, 84 m3/jaar) van 201 euro per jaar in 2005 tot 408 euro in 2017 (+103%). In dezelfde periode steeg de gezondheidsindex slechts met 24%. De waterfactuur weegt het zwaarst door in het huishoudbudget van de armste gezinnen. Zij zagen het aandeel van de waterfactuur het sterkst stijgen.

Voor het milieu en je portemonnee is het interessant om je waterverbruik te verminderen. De mogelijkheden om in te grijpen op het waterverbruik zijn voor mensen in armoede echter beperkt. Dit terwijl het gebruik van regenwater enorme besparingsmogelijkheden biedt. Onderzoek van het Centrum voor Sociaal Beleid en CEBUD toont aan dat huishoudens met een regenwaterinstallatie hun waterbudget verminderen met 27% of 60 euro per jaar voor een alleenstaande, en met 45% of 216 euro voor een koppel met drie kinderen.Andere waterbesparende ingrepen en toestellen zoals waterzuinige wasmachine, spaardouchekop of toilet met spaarknop zorgen voor een daling van de waterfactuur met 44% of 96 euro voor een alleenstaande, en met 77% of 372 euro voor een koppel met kinderen. Maar de financiering van een regenwaterinstallatie of waterzuinige toestellen is quasi onmogelijk voor een huishouden met een laag inkomen. Voor huurders is de kans bovendien klein dat de private eigenaar of de sociale huisvestingsmaatschappij tot deze investering overgaat. Daarom is het onze aanbeveling dat de plaatsing van regenwaterinstallaties en besparende huishoudtoestellen, in het bijzonder voor private en sociale huurders, moet worden ondersteund. Dat laatste gebeurt al, op kleine schaal, in het Papillon-project van Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen waar energie- en waterbesparende toestellen verhuurd worden aan mensen met een laag inkomen, met garantie voor reparaties en een begeleiding.

Betalingsmoeilijkheden kunnen tot een beperking in de toegang tot water leiden, en zelfs tot een afsluiting. In 2018 ging het om 682 afsluitingen in Vlaanderen, 339 afsluitingen in Wallonië en 1.014 afsluitingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vanaf 1 januari 2020 heeft de Vlaamse overheid de mogelijkheid voorzien om bij betalingsmoeilijkheden een waterdebietbegrenzer te installeren. Deze beperkt de levering en het gebruik van het water tot een bepaald debiet, namelijk 50 liter per uur.

De invoering van de debietbegrenzer zou een afsluiting vermijden, het waterverbruik verminderen en de factuur beperken. In het overleg binnen het Steunpunt werd de debietbegrenzer echter vooral ervaren als een afsluiting. Het minimumdebiet, dat geen rekening houdt met de gezinssamenstelling, zorgt voor problemen in het dagelijks leven. We hoorden opmerkingen als 'Je moet constant gaan plannen, met een grote stress als gevolg' en 'Door zo'n debietbegrenzer kan je de was niet meer doen'. Betalingsmoeilijkheden aanpakken moet in de eerste plaats gebeuren via schuldbemiddeling en begeleiding. De OCMW's hebben een belangrijke begeleidingsrol, maar moeten daar voldoende middelen voor krijgen. Die zijn op dit moment onvoldoende.

In het Vlaamse Gewest werkte de regering-Bourgeois een sociaal tarief uit, waarbij een aantal groepen automatisch een korting van 80% op hun waterfactuur krijgen. Onderzoek toont aan dat deze sociale correctie erin slaagt om risico op betalingsmoeilijkheden onder de doelgroep sterk terug te dringen.In het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een Sociaal Fonds waarmee de OCMW's kunnen tussenkomen in waterfacturen en bij kleine technische ingrepen. Ideaal is de combinatie van beide.

In functie van een effectief recht op water en sanitatie is het belangrijk om het recht te versterken en op het terrein verder te concretiseren. Het Steunpunt tot bestrijding van armoede pleit ervoor om het recht in de Belgische Grondwet op te nemen. Ook op internationaal niveau moet worden gepleit voor een versterkt recht op water, en in het bijzonder voor het behoud van het publieke karakter van de waterlevering. In verschillende landen is er immers al sprake van een privatisering van de watersector. België kan een ondersteunende en stimulerende rol spelen op internationaal niveau om het publiek karakter van de levering van water te bewaken.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 3 (maart), pagina 64 tot 65