Abonneer Log in

Collateral damage, my ass

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 8 tot 10

Terugplooien op je gezin klinkt aantrekkelijk zolang jouw thuis een veilige plek is.

Het zijn onwezenlijke tijden. Niets nieuws natuurlijk, de realiteit heeft de fictie al lang ingehaald en ondertussen een paar keer knock out geslagen. Voor wie niet hoestend naar adem hapt en zijn dagen tussen ziekenhuismuren slijt, wordt de wereld stiller en trager. Het klinkt heerlijk zen. Ik hoop dat u net als ik de voorbije weken zocht naar een trager en alternatief dagritme. Blokjes om wandelen, zwaaien naar vrienden achter glas. Uitslapen, koffies drinken en werken in je tot op de draad versleten favoriete jeansbroek. Een spoedcursus mindfulness en onthaasting waarbij je eindelijk de tijd neemt om die stapel stof vergarende boeken te lezen. Eindeloos te praten met je huisgenoten. Door al dat geklets maak je ruzie, je legt het bij en maakt opnieuw ruzie. Om het daarna weer bij te leggen. Je kijkt steeds vaker door het raam. Wat je vroeger zelden deed. Het weer is stralend en je gaat rennen in de zon. Je maakt veel te grote ovenschotels klaar en zet de overschot dag na dag op de stoep bij de buurvrouw, die jouw corona-kost uit beleefdheid niet durft te weigeren. Je alarm gaat 's avonds om klokslag acht uur af. Aan de voordeur doorbreek je de stilte in de straten met een applaus voor de zorg. Enkele vreemd opkijkende blikken laten je tot het besef komen dat je de enige bent die zo hard klapt.

Vertragen, terugplooien op jezelf en je gezin, leren vervelen en heel de hutsekluts. Het klinkt allemaal prima en aantrekkelijk, zolang jouw thuis een veilige plek is. Wat niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Wat als je de hele dag op de tippen van je tenen moet lopen, bang om jouw huisgenoten voor het hoofd te stoten? Wat als ruzies ontaarden in structureel geweld? Wat als je samenleeft met een ouder of partner die psychisch onstabiel is, met een verslaving kampt, geweld gebruikt, je verwaarloost, je fysiek misbruikt, je kleineert? Wat als de school of het leven buitenshuis jouw oase van rust was? En de oorlogsverklaring aan corona je doet beseffen dat die oase plots ongrijpbaar ver weg is.

Enkele dagen na het afroepen van de lockdown die geen lockdown genoemd mag worden, lieten jeugdrechters en zorginstellingen een eerste noodkreet horen. Corona zelf zorgt niet voor meer huishoudelijk geweld. Maar de quarantaine kan wél de druppel zijn, om een conflictueuze situatie te laten ontploffen. De reactie van onze Minister van Justitie? 'Zo'n crisis zorgt vaak voor collateral damage'. Koen Geens waande zich misschien even Roosevelt die het had over de landing in Normandië. Maar zelfs in oorlogstijden verdient het even aandacht om te kijken naar wat die 'collateral damage' precies inhoudt.

Partnergeweld is een complex fenomeen, aangifte doen vaak een grote stap. De officiële cijfers van de laatste jaren tonen gemiddeld jaarlijks 40.000 aangiften van intrafamiliaal fysiek, seksueel en psychisch geweld. Toch is dit geen realistische weergave van een grotere werkelijkheid waar geweld in een relatie binnensluipt. Dat een slachtoffer gemiddeld pas na 35 incidenten aangifte doet, ontnuchtert dan ook meteen. De gevolgen van partnergeweld laten zich voelen, ook op lange termijn. Niet alleen fysieke letsels laten littekens na, de impact op het sociale, seksuele en emotionele welzijn van het slachtoffer is groot.

Ook de cijfers over geweld op kinderen doen naar adem happen. De vertrouwenscentra Kindermishandeling – u weet wel, zij die van minister van Welzijn Wouter Beke onlangs nog een besparing van 92.000 euro te slikken kregen – ontvangen dagelijks gemiddeld 26 meldingen. Oftewel 130 kinderen en jongeren per week die fysiek, emotioneel of seksueel geweld ondergaan of verwaarloosd worden door een volwassene. Ook hier wijst het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK) erop dat dit maar om het topje van de ijsberg gaat. In 2018 ontving de hulplijn 1712 (een initiatief van de Centra voor Algemeen Welzijnswerk en de vertrouwenscentra kindermishandeling) vragen van meer dan 5.650 mensen die geweld in gezinscontext meemaakten.

Jeugdpsychiater Eva Kestens wees ons onlangs in het radioprogramma Interne Keuken op een ongemakkelijke waarheid. Een ontwikkelingstrauma op jonge leeftijd heeft een enorme impact op de levensverwachting. Het hoeft niet te verbazen dat wie in zijn kindertijd werd blootgesteld aan huiselijk geweld, seksueel misbruik, een vechtscheiding, verwaarlozing… veel meer kans heeft om als volwassene te lijden aan psychische gezondheidsproblemen (denk aan hechtingsissues, grotere angstreacties, minder impulscontrole). Maar ook de fysieke gezondheidsproblemen op lange termijn zijn niet van de poes. Denk aan een hoger risico op hart- en vaatziekten, alcoholisme, depressie, longkanker, leverziekte, obesitas, hormoonschommelingen… Vroeg traumatische ervaringen zorgen op die manier voor een levensverwachting van wel 20 jaar lager dan gemiddeld. Dat Amerikaanse onderzoekers al midden jaren 1990 met deze bevindingen naar buiten kwamen, maakt het des te pijnlijker. Hoe kan het dat we als samenleving zo onverschillig en verlamd reageren op deze naakte cijfers? Waarom hangen we collectief in de touwen, wanneer de correlatie tussen ontwikkelingstrauma's en gezondheid zo pijnlijk duidelijk is? Of nog erger, doen we slachtoffers af als 'collateral damage'? We hebben net nood aan een grotere alertheid over deze maatschappelijke problematiek. Dat ondertussen jeugdrechters, hulplijn 1712, psychiaters én ervaringsdeskundigen alarm sloegen tijdens de lockdown die geen lockdown genoemd mag worden, toont dat het geen loze aandachtskreet is.

Het vraagt alleen wat moed, beste beleidsmakers.
Om deze gezondheidscrisis even daadkrachtig aan te pakken als die andere gezondheidscrisis die ons sociale leven gijzelt.
Om naar de stem te luisteren van degene die niet zo luid roepen.
Om duurzaam te investeren in alle facetten van zorgverlening en onderwijs, nadat alle applaus is weggedeemsterd.
Om volop in te zetten op brugfiguren die signalen opvangen, verbinding maken met zij die niet zorgeloos kunnen cocoonen in een veilige thuis en op maat zoeken naar de juiste hulpverlening.
Om meer te investeren in begeleiding van slachtoffers en daders.
Om beter te zorgen voor wie kwetsbaar is, ook wanneer de ratrace zich weer op gang trekt.
Laat ons beginnen met die 92.000 euro besparingen voor de Onthaalcentra Kindermishandeling terug te schroeven? En artikel 19 van het UNICEF-Kinderrechtenverdrag in posterformaat boven het gezellige home-office van onze beleidsmakers te hangen. 'Regeringen moeten ervoor zorgen dat er goed voor kinderen wordt gezorgd en hen beschermen tegen geweld, misbruik en verwaarlozing door diegene die voor hen zorgt'. Ook, en misschien meer dan ooit in onwezenlijke tijden. Collateral damage, my ass.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 8 tot 10