Abonneer Log in

Een heel stabiel genie

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 66 tot 68

Het boek van Rucker en Leonnig stopt aan het einde van het onderzoek van Mueller. Moesten ze zijn doorgegaan, was het boek makkelijk twee keer zo dik.

Een heel stabiel genie

Philip Rucker, Carol Leonnig
Atlas Contact, Amsterdam, 2020

Het boek is geschreven door twee journalisten van The Washington Post, één van de grote progressieve kranten in de VS. Hun relaas is een overzicht van een hoe president Trump zich gedraagt en hoe hij leidinggeeft. Het is geen scheldboek, het is een overzicht van gebeurtenissen die omschrijven wie deze 'very stable genius' eigenlijk is. Veel van hun bronnen zijn anoniem, iets waar ik meestal erg wantrouwend tegenover sta. Maar in dit geval worden de verhalen van de intimi die hun naam niet durven of willen geven, bevestigd door zoveel andere verhalen die Trump zelf tweette of die onder het oog van de vele camera's die hem dagelijks volgen gebeurden. De titel van het boek komt trouwens van president Trump zelf. In een kwade bui vanwege het boek Fire and Fury. Inside the Trump White House (2018) van Michael Wolff waarin Trumps mentale gezondheid in vraag wordt gesteld, tweette Trump dat hij de sterkste en beste president was die het land ooit had gehad en dat hij het van ZEER succesvol zakenman, over TV-bekendheid… tot president had geschopt. Trump gaat verder: 'Ik denk dat dit bewijst dat ik niet alleen slim ben, maar een genie… en een heel stabiel genie'. We zijn dan 5 januari 2018. Nog geen jaar later benoemde hij zichzelf opnieuw met de eretitel van stabiel genie.

Tijdens een interview in zijn eerste jaar in het Witte Huis beschreef hij zichzelf als een menselijk handgranaat die het politieke Washington met de grond zou gelijk maken. Het boek staat vol met voorbeelden over hoe onvoorwaardelijke trouw aan de president de enige leidraad is in dit Witte Huis. Zijn bekendste slachtoffer was zijn eerste minister van Justitie, Jeff Sessions. De man kreeg de belangrijke post omdat hij van bij het begin Trumps verkiezingscampagne actief steunde. Hij bleek een trouwe uitvoerder van Trumps bevelen. Tot er een onderzoek begon naar de banden tussen de Trumpcampagne en Rusland ging alles vlot. Maar Sessions deed wat hij moest doen, hij onttrok zich aan het onderzoek omdat hij een belangrijk onderdeel was geweest van de campagne. Vanaf dat moment begon de president zijn minister van Justitie aan te vallen. Niet alleen achter de schermen maar ook in tweets, tijdens interviews, noem maar op. Trump wilde de man meteen ontslaan. Alleen kon dat niet zomaar. Dat zou een duidelijk misbruik van zijn macht geweest zijn en een beïnvloeding van het onderzoek. Zoiets kon de president zich niet veroorloven. Maar Sessions werd door Trump meteen na de tussentijdse verkiezingen gedwongen tot ontslag nemen. Beide auteurs geven een leerrijk overzicht van hoe de president een belangrijke minister belachelijk maakte, uitschold en bekritiseerde in vergaderingen met anderen, om hem dan uren later om hulp te vragen. Sessions had zijn ontslagbrief al lang klaar. Toen hij uiteindelijk via via de boodschap kreeg dat hij best zelf meteen ontslag nam vooraleer de president hem in een tweet zou ontslaan, moest hij enkel nog de brief op het Witte Huis overhandigen aan stafchef Kelly.

Andere verhalen over hoe president Trump zijn ministers de grond onder de voeten weghaalt, zijn talrijk. Minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson, was al snel na zijn benoeming één van de slachtoffers. Een uur voor een belangrijke vergadering van Tillerson en zijn Mexicaanse ambtsgenoot in Mexico City verklaarde Trump in Washington aan journalisten dat hij een grote militaire operatie had opgezet aan de Mexicaanse grens om illegalen uit het land te houden. Tillerson was in Mexico om de regering daar te garanderen dat er géén militaire acties zouden komen. Tillerson was woedend en moest tijdens een geplande persconferentie in Mexico de schuld dan maar op de journalisten steken die de president niet goed zouden hebben begrepen. Later kwam Tillerson echt in botsing met de president toen Trump tijdens een vergadering met de top van het leger in de Situation Room in het Witte Huis voorstelde om stukken van het leger tegen betaling uit te besteden. De auteurs beschrijven op een aandoenlijke manier hoe de president zijn militairen schoffeerde, tot minister Tillerson er een einde aan maakte door de president erop te wijzen dat de militairen zich niet uit winstbejag inzetten voor het land en dat niemand, ook de president niet, hieruit geld kon slaan. Trump was woedend. Hij sloeg terug door Tillerson een paar maanden later in een tweet te ontslaan en hem de slechtste minister van Buitenlandse Zaken te noemen uit de geschiedenis.

De ene na de andere medewerker die ook maar enige vorm van kritiek had op wat de president deed of weigerde te doen, wordt nog steeds aan de deur gezet. Adviseurs, ministers, stafchefs, directeur van het FBI, noem maar op. Het boek zet er zovelen op een rij. Een opvallend en goed uitgewerkt verhaal is het ontslag van minister van Defensie, James Mattis. De auteurs beschrijven uitgebreid hoe Trump Mattis belachelijk maakt als die zich verzet tegen Trumps dreiging om uit de NAVO te stappen. Tijdens een persconferentie zegt hij 'Ik weet meer van de NAVO dan hij [Mattis]'. Ze beschrijven hoe Trump tijdens meetings met Mattis en zijn staff de militairen beschuldigde te weinig moed te hebben, 'pussies' te zijn. Het raakt Mattis bijzonder hard. Toen Trump tegen Mattis' advies in, de Amerikaanse troepen terugriep uit Syrië (zonder waarschuwing aan Mattis) trok die laatste zijn conclusie en diende zelf ontslag in.

Zelf heb ik de president in het Witte Huis op talloze persconferenties bezig gezien. Tijdens de periode van Mueller zag ik een president die op elke vraag hetzelfde mantra herhaalde: 'It is a hoax, no collusion'. Journalisten die durfden doorvragen, werden vaak rechtstreeks aangevallen. De president doet dat op zijn ondertussen geëigende manier. Hij recht zijn rug, kijkt de reporter aan, wijst met vinger en scheldt ze dan uit met woorden zoals 'Your newspaper is all about fake news. You are a bad, very bad reporter'.

Het boek van Rucker en Leonnig stopt aan het einde van het onderzoek van Mueller, iets minder dan een jaar geleden. Moesten ze zijn doorgegaan, was het boek makkelijk twee keer zo dik. Trump voelde zich na dat proces (hij werd niet in beschuldiging gesteld) nog meer gesterkt om iedereen die hem durfde tegenwerken of bekritiseren aan de kant te zetten. Na de Impeachment procedure die daarop volgde, rolden er nóg meer koppen. De dag nadat de senaat tegen impeachment stemde, werden twee van de topgetuigen meteen ontslagen: de Amerikaanse ambassadeur bij de EU, Gordon Sondland, en militaire adviseur van het National Security Council, Alexander Vindman. Vindmans tweelingbroer die in het Witte Huis werkte kreeg de dag later zijn ontslag, zonder opgave van reden. Daarna volgde ook nog de Amerikaanse topdiplomaat in Oekraïne, Bill Taylor. Ook hij had getuigd over het telefoontje van Trump met de Oekraïense president en mogelijk machtsmisbruik van de president.

Zelfs nu tijdens de coronacrisis zagen we de president voor de camera's al een paar keer door het lint gaan. Op 20 maart nog kreeg NBC-reporter Peter Alexander de woede van de president over zich omdat die durfde vragen 'Wat zegt u tegen de miljoenen Amerikanen die nu bang zijn?'. De president antwoordde met 'Dat is een vuile vraag. Jij bent een verschrikkelijk reporter'. Totaal onverdiend voor een weinig agressieve vraag. Maar in de minuten voordien was de president op zijn plaats gezet door dokter Fauci over het medicijn waarvan Trump zei dat iedereen dat maar snel moest gaan kopen. De dokter die op hetzelfde podium naast Trump stond kon niet anders dan te zeggen dat ze dat NIET moesten doen, want dat dit zelfs gevaarlijk kon zijn. Fauci overleeft tot op vandaag, omdat hij echt onmisbaar is in de Corona Task Force. Maar twee dagen later stond Fauci niet meer op datzelfde podium naast Trump voor de dagelijks coronabriefing… en de dag daarna evenmin.

Greet De Keyser

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 66 tot 68