Abonneer Log in

De comeback van de staat?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 4 tot 5

De herwaardering van de publieke diensten en investeringen in onze publieke infrastructuur moeten deel uitmaken van een progressief relancebeleid.

De wereld is in de greep van een pandemie. Na een aarzelende start komen publieke autoriteiten doortastend uit de hoek om zowel de gezondheidsaspecten van de coronacrisis als haar economische en sociale dimensies te bestrijden. Landen tasten diep in de buidel en gaan nieuwe schulden aan om hun economieën te redden van de ondergang. Plots lijkt er een einde te komen aan het restrictieve begrotingsbeleid waar de publieke diensten zo zwaar onder gebukt gingen. Volgens verschillende commentatoren is de (natie)staat dan ook helemaal terug nadat ze decennialang voorrang moest geven aan mondiale productieketens en kapitaalstromen. Sommigen verklaren zelfs het neoliberalisme voor dood. Een bewering die ertoe aanzet om dieper in te gaan op de rol van de staat in de neoliberale theorie én praktijk.

Eerst een bloemlezing van overheidsmaatregelen in de VS en Duitsland, twee toonaangevende landen in de wereldeconomie. In de VS gingen verschillende deelstaten over tot een lockdown van het economische en maatschappelijke leven. President Trump uitte zijn ongenoegen ('America is not made to shut down') maar kon deze beslissingen grondwettelijk gezien niet opheffen. De federale overheid etaleert haar macht wel op andere manieren. Trump haalde een oorlogswet van onder het stof om multinationals zoals General Motors te verplichten tot de productie van beademingstoestellen. Eind maart kon Trump uitpakken met een noodplan voor de economie van 2.200 miljard dollar. De stimulus omvat betalingen aan werkloze Amerikanen, waarborgen voor bedrijven en/of sectoren, en leningen aan ziekenhuizen. 'We are taking care of our people', aldus de president.

Gelijkaardige taferelen in de Europese Unie. Tussen 12 en 17 maart trad de natiestaat manifest op de voorgrond toen lidstaten één voor één hun binnengrenzen sloten. Verschillende landen schroefden de economische activiteit op hun grondgebied in mindere of meerdere mate terug. Met een steunpakket van 750 miljard euro haalt Duitsland alles uit de kast om haar economie te beschermen. De fameuze Schuldenbremse is buiten werking gesteld waardoor het land voor het eerst sinds 2013 ook schulden zal aangaan. Minister van Justitie, Christine Lambrecht (SPD), verklaarde dat Duitsland desnoods bereid is om bedrijven te nationaliseren om ze uit buitenlandse handen te houden. De steunpakketten van Duitsland én vele andere lidstaten (zoals het Belgische garantieplan van 50 miljard euro) kregen groen licht van de Europese Commissie. De staatssteunregels zijn versoepeld en voor het eerst is ook de opschortingsclausule geactiveerd. Lidstaten hoeven zich daardoor tijdelijk geen zorgen te maken over de Europese begrotingsregels.

Het is verleidelijk om in dit doortastend optreden van de staat het einde van het neoliberalisme te zien. Het neoliberalisme is echter meer dan een politiek-economisch denkkader dat de superioriteit van de vrije markt bezingt ten koste van de vermaledijde staat. Het is een maatschappelijke orde waarin de belangen van het financieel kapitaal op de eerste plaats komen. De vrijmaking van de internationale handel, de mobiliteit van transnationale bedrijven en de deregulering van financiële markten zijn allemaal aspecten van de neoliberale globalisering. Hiermee gaat een compressie van ruimte en tijd gepaard die zeer zeker de territoriale (de nood om buitenlands kapitaal aan te trekken) en temporele (de nood om snel te beslissen) soevereiniteit van staten onder druk zet.

Tegelijkertijd is het zo dat staten – en met name de VS – hun macht ontplooiden om de globalisering en de global governance ervan vorm te geven. Ook de militaire component daarin mag niet worden onderschat. Met haar militaire dominantie kan de VS zwakkere regimes uitschakelen en hun activa openstellen voor het transnationale kapitaal. De EU combineert een transnationale economische ruimte met een multilevel regime van lidstaten die de gemeenschappelijke regels bepalen. Duitsland bekleedt een sleutelpositie. Het land is gespecialiseerd in hoogwaardige kapitaal- en consumptiegoederen en voert een neo-mercantilistische politiek ten bate van bedrijven met een mondiale actieradius. Sinds het Verdrag van Maastricht is de Europese koers er één van stelselmatige inschakeling in de globalisering. Een deflatoir beleid ter ondersteuning van de euro speelt daarin een hoofdrol.

Is de staat vandaag dan terug? Het is eerder zo dat de staat nooit is weggeweest. Economische reddingsoperaties verbazen niet langer. De financiële crisis van 2007 demonstreerde een eerste maal de kloof tussen de neoliberale theorie en de praktijk. De redding van de banken in 2007 toont aan hoe sterk het kapitalisme afhankelijk blijft van de staat. De financiële crisis gooide de wereldverhouding reeds grondig door elkaar. De opkomst van China (dankzij een staatsgeleide ontwikkelingsstrategie) zet de mondiale macht van de VS onder druk. Onder Trump geeft de VS voorrang aan een bilaterale strategie (inclusief handelsoorlogen) om het leiderschap over de wereldeconomie te verzekeren. De coronacrisis zal deze tendensen wellicht verdiepen. De Duitse bereidheid tot nationalisering van sleutelbedrijven (al komt het wellicht zover niet) is in dat opzicht een waarschuwing aan zowel de VS als China.

Het neoliberalisme is dus niet dood. De legitimiteit ervan is met de coronacrisis wel voor een tweede keer serieus aangetast. De herstructurering van de staat omvatte overal een privatisering van vele publieke diensten. De winstimperatief en de commercialisering van de zorg (ook in eigen land) ondermijnen ons vermogen om de gezondheidscrisis op de meest doeltreffende wijze aan te pakken. Schrijnend zichtbaar is dat in Spanje waar de staat zich genoodzaakt zag om de controle te nemen over alle private ziekenhuizen. Vandaag is het duidelijk dat de publieke diensten – de zorgsector, het onderwijs, de overheidsdiensten, het openbaar vervoer, de vuilnisdiensten, de energiesector, de telecomsector, de diplomatieke diensten, de postdiensten, de ordediensten, het gevangeniswezen, de openbare omroep, waterbedrijven, lokale overheden – de samenleving recht houden.

Hun vermelding op de Belgische lijst van essentiële diensten (samen met de logistiek, de warenhuizen en veel andere sectoren) is op zijn minst intellectuele genoegdoening na de jarenlange beschimpingen en besparingen. Daar kunnen we echter geen voldoening uit halen. Het roer moet worden omgegooid. De herwaardering van de publieke diensten en investeringen in onze publieke infrastructuur moeten deel uitmaken van een progressief relancebeleid met aandacht voor de lokale productie van strategische goederen (zoals mondmaskers). Een slagkrachtige overheid op alle bestuursniveaus moet het fundament leggen van een democratisch gestuurde economie die de draagkracht van mens en natuur niet overschrijdt. Het is de taak die socialisten, samen met andere progressieve krachten, op zich moeten nemen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 4 tot 5