Abonneer Log in

Het algemeen belang

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 88

In woord stellen politici reeds veelvuldig het algemeen belang voorop, maar volgt nu ook de daad?

Zal de wereld er beter uitzien na de coronacrisis? De vraag wordt vaak gesteld dezer dagen. Optimisten zullen er vanuit gaan dat dat het geval zal zijn. Door de ongeziene omvang van de crisis en de manier waarop deze crisis iedereen raakt, ontstaat een universeel gevoel van solidariteit en maken we, makkelijker dan anders, individuele offers in functie van het algemeen belang.

De vraag of de coronacrisis tot meer rechtvaardigheid zal leiden, kan ook gesteld worden op fiscaal vlak. Zullen de lasten van het gevoerde coronabeleid de komende jaren eerlijk verdeeld worden, en zal wie meer kan bijdragen ook aangesproken worden om meer bij te dragen?

Op sommige vlakken zijn er hoopvolle tekenen. Zo is de rek uit de idee dat belastingen sowieso slecht zijn, nu ieder van ons heeft kunnen vaststellen hoe cruciaal goed functionerende gezondheidszorg- en sociale beschermingssystemen zijn. De vaststelling dat iedereen hiertoe een eerlijke bijdrage moet leveren, wint aan populariteit. Dat uit zich in het sneuvelen van enkele heilige huisjes in de fiscaliteit. Zo wordt er steeds vaker geopperd om een crisisbelasting op vermogens te heffen om zo een deel van de crisiskosten te betalen.

Een crisisbelasting op grote vermogens zou een eerste stap vooruit zijn. Maar dan nog blijft de vraag of het algemeen belang, eens de grootste malaise voorbij is, zal blijven primeren. Om een meer fundamentele belastinghervorming te realiseren zullen bepaalde groepen in de maatschappij immers wel meer opofferingen moeten maken in functie van het algemeen belang. Deze keer niet omwille van uitzonderlijke omstandigheden, maar voor altijd. Een nieuw fiscaal systeem zal immers nooit gebouwd kunnen worden zolang er niet gesnoeid wordt in de wildgroei aan belastingverminderingen, die meestal hogere inkomensgroepen ten goede komen, en zonder de vermogensfiscaliteit te hervormen.

Deze laatste twee zaken zullen al een pak moeilijker te bereiken zijn. De macht van bepaalde belangengroepen en sommige ideologische drijfveren zijn soms dieper ingebed dan we denken. Een teken dat het absoluut niet makkelijk zal zijn, kwam in volle corona-tijd naar de oppervlakte met de publicatie van het rapport van de Hoge Raad van Financiën.

Voor dat rapport werden tien experten gevraagd om na te denken over het fiscaal systeem van de toekomst. Hoewel de verwachtingen hoog gespannen waren, werd het rapport een teleurstelling. De budgettaire impact van wijd gesteunde ideeën, zoals het afschaffen van belastingvoordelen om een verlaging van belastingen op arbeid te financieren, of het invoeren van een dual income tax, om bestaande hiaten in de vermogensfiscaliteit te dichten, werden door ideologische meningsverschillen tussen experten niet eens berekend.

Het falen van de Hoge Raad van Financiën doet het ergste vermoeden. Als het zelfs deze experten niet lukt om het algemeen belang te laten primeren op de belangen van enkele groepen, is het maar de vraag of politici sterk genoeg zullen zijn om het algemeen belang wél voorop te stellen. In woord doen ze dat reeds veelvuldig, maar volgt nu ook de daad?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 88