Abonneer Log in

Onze maakindustrie is niet dood

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 6 tot 7

Hoe zal de Industrie 4.0 er in Vlaanderen uitzien?

De sociaal-economische impact van de coronacrisis is bijzonder groot. Ontelbare bedrijven en instellingen deden gelijktijdig onvoorziene, en vaak ook ongevraagde, aanpassingen aan de werkorganisatie. Dankzij het goed functioneren van de sociale zekerheid en dankzij – tijdelijke – sociale verbeteringen kon erger worden voorkomen. Enerzijds was een breed gedragen flexibiliteit en solidariteit merkbaar. Anderzijds werden vakbonden bijzonder veel aangesproken over misbruik in de toegestane deregulering (goedkopere overuren, verruimen terbeschikkingstelling, goedkopere studentenarbeid).

Overheidsmaatregelen waren er plots zeer specifiek op gericht om een aantal diensten en sectoren blijvend te laten draaien. Voeding, distributie, zorg, en ook een deel van de maakindustrie. Die laatste sector, de maakindustrie, is evenwel een bijzonder lange ketting. Ze start bij scholen en opleidingscentra, onderzoeksinstellingen, toeleveranciers, transport en mobiliteit, havens, en eindigt bij consumenten en andere bedrijven. Deze ketting werd kort van het tandwiel genomen en er voorzichtig weer opgelegd. Hebben we in de korte periode van stilstand iets geleerd? Is er iets veranderd? Met de coronacrisis zijn we alleszins weer een stap dichter bij de Industrie 4.0.

In de industrie zagen we een zeer plots stilvallen van de productiesites, maar eveneens – en nog voor het gemediatiseerd werd – een stapsgewijze hervatting. Een herstart waarbij het sociaal overleg zo goed als overal zijn actieve rol speelde. Volgens een enquête van werkgeversorganisatie Agoria viel de activiteitsgraad in april terug op 8% voor de automobiel, 45% in de machinebouw, 49% in fabricage metaalproducten, 78% in gieterijen en non-ferro. Wel, midden mei was dat opnieuw respectievelijk 67%, 75%, 60% en hetzelfde 78%. Onze maakindustrie is niet dood. Daarmee is niet gezegd dat de problemen voorbij zijn, verre van: bij 35% van de bedrijven vormt social distancing een knelpunt, 33% heeft een probleem van bevoorrading, 10% geeft aan op korte termijn het personeelsbestand te willen inkrimpen, en 37% van de technologiebedrijven voorziet in de nabije toekomst financiële problemen.

Groot was echter onze verbazing toen Marc Lambotte, CEO van Agoria, op hetzelfde moment in De Tijd stelde dat een land op economisch vlak perfect kan overleven zonder enige vorm van traditionele maakindustrie, zoals automobiel of busbouw. Mensen vinden elders wel werk. We snappen dit niet: dat is niet de wereld anders laten draaien, dat is de wereld op zijn kop zetten. De maakindustrie blijft een sector met niet alleen een grote tewerkstelling, maar eveneens een bron van tewerkstelling voor twee tot vijf keer zoveel toeleveranciers, onderaannemers en aanleunende jobs.

In de zogenaamde Industrie 4.0 van de toekomst zien we een duidelijke verhoogde integratie van informatietechnologie (big data, internet) en operationele technologie (robotica, automatisering van taken, 3D-printen). Met de integratie van 'slimme' machines die met het internet verbonden zijn. Bij vorige (industriële) revoluties ging deze omwenteling gepaard met speculatie, doemdenken of euforie. Vandaag lijkt de informatietechnologie een deel van de oplossing te zijn geworden om economische en dienstverlenende processen te laten draaien zonder al te veel fysieke verplaatsingen. In het debat over de impact van de digitalisering wordt eenzijdig gefocust op beroepen die geautomatiseerd dreigen te worden. Dit blijft, ook in het post-corona-tijdperk, eerder misleidend. Er zijn maar weinig beroepen die volledig kunnen worden geautomatiseerd. Beroepen bestaan uit verschillende taken, die wel gedeeltelijk en/of volledig geautomatiseerd kunnen worden. Maar het is niet omdat taken geautomatiseerd worden, dat beroepen zullen verdwijnen. Dit is een langetermijnproces dat moet worden begeleid. Het momentum is er alvast voor.

Een gestage daling in de tewerkstelling in de industrie in Vlaanderen doet het belang van een eigen maakindustrie niet verminderen. Ook niet na corona. De digitale transformatie zorgt (en zal zorgen) voor nieuwe manieren om een job uit te oefenen, via nieuwe vormen van arbeidsorganisatie en via nieuwe niet-conventionele werkplaatsen en -ritmes. De huidige tendens om steeds meer thuis te werken, wijzigt hier niets aan.

Een laatste punt. Internationale wetenschappelijke rapporten blijven wijzen op de grote uitdagingen die een geglobaliseerde wereld – met dito productie- en consumptiepatronen – met zich meebrengt. Los van de verwoestende gevolgen voor milieu en klimaat, raken energiebronnen en grondstoffen opgebruikt. De enige oplossing is een systematische, samenhangende en sociale kringloopeconomie. Energie moet komen van herbruikbare bronnen (zon, wind en water). Grondstofvoorraden mogen niet verder worden uitgeput, maar moeten opnieuw ingezet in het systeem. Industriële systemen en processen blijken vandaag nog steeds te weinig circulair, te weinig lokaal. Lokale productie, lokale consumptie, lokale tewerkstelling, creatieve ontwikkeling, de focus op kwaliteit, … hopelijk is dat de gezonde reflex, de coronatrigger die opnieuw leven kan wekken in de kleine bubbel.

De economische opportuniteiten van de omslag naar een circulaire economie zijn groot. Volgens voorzichtige ramingen kan materiaalbesparingen in 2025 tussen 3,1 en 3,7 miljard euro opleveren. Dat komt overeen met ongeveer 2% van het Vlaamse bbp en 10% van de bijdrage van de verwerkende nijverheid aan het Vlaamse bbp. De circulaire economie zou daarbij tot 26.573 nieuwe jobs creëren; dat zou een toename zijn van meer dan 1% van de totale Vlaamse werkgelegenheid. Inzetten op een circulaire economie is dus inzetten op tewerkstelling. Het is eveneens inzetten op nieuwe verdienmodellen: niet langer het bezit van het product staat centraal, maar wel de diensten die dit product levert. Je koopt geen wagen meer, wel mobiliteit; je koopt geen lampen meer, wel verlichting. Ook dat is maakindustrie. De maakindustrie van de toekomst.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 6 (juni), pagina 6 tot 7