Abonneer Log in

Hoe onze rechtsstaat in een coma belandde

Politiek in tijden van corona

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 40 tot 44

Om het recht op leven te kunnen waarborgen, kan het nodig zijn om andere mensenrechten in te perken, maar daarbij moet telkens gestreefd worden naar een zo groot mogelijk evenwicht. Dat is op dit moment allerminst het geval. Bij veel coronamaatregelen wordt te weinig rekening gehouden met het proportionaliteitsbeginsel en niet steeds gezocht naar een minder ingrijpende maatregel.

POLITIEK IN TIJDEN VAN CORONA

Hoe onze rechtsstaat in een coma belandde
Kati Verstrepen
Wie verdient de hulp van onze welvaarts­staat?
Tijs Laenen
Politiek op speed
Geert Mareels

COVID 19 houdt ons allemaal in de ban. Wereldwijd werden sinds de ontdekking van het virus al bijna 25 miljoen mensen positief getest. Meer dan 800.000 mensen zijn overleden, waarvan bijna 10.000 mensen in België.

Wie jonger is dan 75 jaar – en dus de Tweede Wereldoorlog niet heeft meegemaakt – heeft een dergelijke crisis nog nooit beleefd. Dat we er allemaal sterk door aangedaan zijn, is dan ook normaal. Dat de overheid meteen forse maatregelen nam om ons allen te beschermen vond zo goed als iedereen dan ook evident. Maar naarmate het besef komt dat we nog niet meteen van het virus verlost zijn en heel wat maatregelen voor langere tijd zullen gelden, stijgt het protest en zijn steeds minder mensen bereid zich aan de regels te houden.

Een verfijning van de maatregelen dringt zich op, waarbij telkens zal moeten nagegaan worden of er geen minder invasieve mogelijkheden zijn. Het proportionaliteitsbeginsel moet worden aangevuld met het subsidiariteitsbeginsel.

De verplichting van de overheid om op te treden ter bescherming van de gezondheid van de burgers volgt uit de artikelen 2 en 3 van het EVRM, uit artikel 11 het Europees Sociaal Handvest en uit artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten. De overheid moet maatregelen nemen om er voor te zorgen dat de burgers zo goed mogelijk beschermd worden tegen het virus én moet er voor zorgen dat mensen die toch besmet geraken de gepaste medische zorg krijgen.

Maar wat als die maatregelen de grondrechten van de burgers beknotten? Wat als die maatregelen een beperking inhouden van de bewegingsvrijheid, het recht op een privé- en gezinsleven, het recht op vrijheid van vergadering en vereniging, het recht op arbeid, het recht op onderwijs, het recht op vrijheid van eredienst, het recht op privacy, enzovoort?

MOGEN MENSENRECHTEN GESCHONDEN WORDEN OM HET RECHT OP LEVEN TE WAARBORGEN? HET ANTWOORD IS: JA, MAAR.

Om het recht op leven te kunnen waarborgen, kan het nodig zijn om andere mensenrechten in te perken, maar daarbij moet telkens gestreefd worden naar een zo groot mogelijk evenwicht. Bovendien moet telkens voldaan worden aan drie voorwaarden: de genomen maatregelen moeten een legitiem doel hebben, er moet een wettelijke basis zijn én ze moeten proportioneel zijn.

Voorwaarde 1: legitiem doel

Aan de eerste voorwaarde lijkt op het eerste zicht zeker voldaan. Een ziekte die op een dik half jaar tijd wereldwijd 800.000 mensen doodt, is ernstig. De bevolking mag dan ook van haar leiders verwachten dat ze maatregelen nemen die hen zo veel mogelijk beschermen én een gezondheidssysteem voorziet dat een efficiënte behandeling toelaat wanneer ze toch ziek worden.

Voorwaarde 2: wettelijke basis

De tweede voorwaarde ligt al iets lastiger, zeker in België waar we ruim 15 maanden na de verkiezingen nog steeds geen volwaardige regering hebben.

Mensenrechten kunnen alleen maar worden ingeperkt als daar een juridische basis voor is. Toen begin maart de omvang van de crisis duidelijk werd, werd in allerijl beslist om een minderheidsregering te vormen met steun van PS, sp.a, Groen, Ecolo, N-VA, cdH en Défi. Op 26 maart verleende het parlement aan deze regering bijzondere volmachten. Het is op basis van deze volmachtenwet dat heel wat besluiten genomen werden, zoals het verbod op niet-essentiële verplaatsingen, het sluiten van scholen, cafés en restaurants, het verbod op culturele events en grote bijeenkomsten, waaronder ook erediensten, en nog zoveel andere maatregelen.

Strikt juridisch gezien hebben de genomen maatregelen dus wel een wettelijke basis, toch is het feit dat deze beslissingen genomen werden zonder enig parlementair debat problematisch.

De genomen maatregelen hadden, zeker in de eerste fase van de algemene lockdown, een immense impact op ons leven. Zowat al onze fundamentele rechten werden ingeperkt. Het feit dat deze maatregelen opgelegd werden zonder dat daar een breed maatschappelijk debat aan voorafging zorgde onder andere voor een gebrek aan differentiatie, waardoor een heleboel mensen harder getroffen werden in hun grondrechten dan anderen. Zo had het gebod 'blijf in uw kot' een veel grotere impact op het leven van een kroostrijk gezin in een klein appartement zonder terras dan op dat van een bejaard echtpaar met een riante woning en dito tuin.

Het gebrek aan maatschappelijk debat leidt bovendien tot een gebrek aan transparantie. De beslissingen werden genomen in de veiligheidsraad die vergadert achter gesloten deuren. Welke argumenten aanleiding geven tot het nemen van bepaalde beslissingen is voor iedereen geheim. Het ontbreken van deze transparantie geeft aanleiding tot grote frustratie bij velen, wat zich uit in allerlei protesten. Zonder te weten welke argumenten er spelen, is het inderdaad onmogelijk te vatten waarom mensen wel met honderden tegelijk 'vertransporteerd' mogen worden in een vliegtuig, maar niet 'in vervoering' mogen gebracht worden in een theater- of concertzaal.

Dit gebrek aan transparantie leidt dan weer tot moeilijkheden bij de handhaving van de maatregelen. Zo was voor niemand 'het verbod om zich op de openbare weg en op openbare plaatsen te bevinden behalve in geval van noodzakelijkheid en omwille van dwingende redenen' zo vaag dat niemand wist hoe dit te interpreteren. Het gevolg was dat de verschillende politiediensten in ons land 'FAQ's' opstelden en op basis daarvan begonnen te verbaliseren, wat uiteraard niet kan.

Waar in een eerste fase het excuus kon worden gebruikt dat bijzonder snel moest worden gehandeld omdat we niet precies wisten wat er op ons afkwam en hoe erg het virus onze openbare gezondheid zou aantasten, geldt dit niet meer in deze tweede fase.

Dit is ook duidelijk merkbaar in de houding van de burgers. Waar de meesten in het voorjaar nog #tousensemble binnen bleven, is bij de meesten ondertussen de zin om de maatregelen na te leven verdwenen. Zo blijkt uit de studie van de Universiteit Gent dat nog slechts 1 op de 3 van de respondenten de maatregelen naleeft.

Dit gegeven is niet onbelangrijk. Als de virologen zeggen dat het noodzakelijk is om ons nog een tijdje aan bepaalde maatregelen te houden om er voor te zorgen dat zo weinig mogelijk mensen besmet geraken dan moet er een manier gevonden worden om er voor te zorgen dat mensen opnieuw de nood voelen om dat ook effectief te doen.

Transparantie bij de besluitvorming lijkt daarbij essentieel. Waarom zijn de vergaderingen van de nationale veiligheidsraad niet openbaar? Censuur is in deze situatie nefast. Een eerlijke en open communicatie zorgt ervoor dat de bevolking begrijpt waarom bepaalde maatregelen opgelegd worden en moeten worden gerespecteerd. Zonder een eerlijk en helder debat wordt uiteindelijk de afstand tussen de bestuurde en de bestuurder zo groot dat enkel repressie nog kan helpen om de naleving van de opgelegde regels te verzekeren. Dit is een dystopie waarin we beter niet terechtkomen. Uiteindelijk zullen immers ook de ordehandhavers zelf niet meer weten waarom ze het overtreden van bepaalde regels sanctioneren, wat er dan weer toe leidt dat zij hun natuurlijk gezag verliezen en er telkens meer geweld nodig is. De al dan niet opzettelijke aanrijding door de politie van de jonge Adil met dodelijke afloop tot gevolg mag zich niet herhalen.

Wil men beantwoorden aan de tweede voorwaarde om grondrechten te kunnen beperken, met name het wettigheidsbeginsel, dan is er nood aan een helder juridisch kader waarbij de burger weet waarom een bepaalde regel geldt en wat de gevolgen zijn van het niet naleven van die regel.

Voorwaarde 3: proportionaliteit en subsidiariteit

Een laatste voorwaarde waaraan een maatregel die de grondrechten beknot moet voldoen, is die van de proportionaliteit en de subsidiariteit.

Dat betekent dat maatregelen die genomen worden om ons allemaal gezond en veilig te houden onze grondrechten niet verder mogen inperken dan echt nodig is. Bovendien moet telkens worden nagegaan of er geen minder ingrijpende maatregel bestaat waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt.

Het zijn deze laatste voorwaarden die voor de meeste problemen gezorgd hebben. Heel wat van de getroffen maatregelen beperkten onze grondrechten meer dan nodig was en in vele gevallen werd niet gekozen voor minder ingrijpende maatregelen, ook al waren die voorhanden.

Het zou ons te ver leiden om van alle getroffen maatregelen na te gaan of ze de toets doorstaan, daarom geven we hier slechts enkele voorbeelden: woonzorgcentra, verzoeken om internationale bescherming en culturele events. Ik bespreek ze hieronder kort.

Woonzorgcentra

De meest flagrante schending deed, en doet zich jammer genoeg vandaag op bepaalde plaatsen nog steeds voor in de woonzorgcentra. Bewoners van deze centra werden volledig van de buitenwereld afgesloten met als argument dat ze bijzonder kwetsbaar zijn en dus nog meer bescherming nodig hebben dan andere bevolkingsgroepen. Aan legitimiteit geen gebrek, maar wat met de proportionaliteit en de subsidiariteit?
Ook al was de aanpak van de crisis niet in alle centra dezelfde, toch hebben vele bewoners van WZC's erg geleden onder de maatregelen. Mensen werden opgesloten in hun kamer en werden elk contact met de andere bewoners en de buitenwereld ontzegd. Koppels die op verschillende afdelingen verzorgd werden, mochten elkaar niet meer zien. Mensen stierven, alleen, zonder afscheid te kunnen nemen. Ondertussen bleven de personeelsleden doen wat ze konden, zonder enige bescherming, zonder opgeleid te zijn voor de zware taak die hen te beurt viel.
De proportionaliteit van deze maatregelen is ver te zoeken en onder geen beding kunnen ze gehandhaafd blijven. Het spreekt voor zich dat de gezondheid van onze bejaarden prioritair blijft, maar er moet ook ernstig rekening gehouden worden met hun psychisch welzijn. Er moet evenwicht worden gevonden tussen de impact van de maatregel op de persoon en het risico op besmetting en de gevolgen daarvan.

Verzoeken om internationale bescherming

Om hun personeelsleden te beschermen besliste de Dienst Vreemdelingenzaken het loket te sluiten waar mensen terechtkunnen om een asielaanvraag in te dienen. Het gevolg was dat deze mensen, waaronder heel wat kinderen en kwetsbaren, geen opvang kregen en hun toevlucht dienden te zoeken tot portieken en parken. Na lang aandringen werd uiteindelijk een digitaal loket geïnstalleerd om mensen toe te laten hun verzoek tot bescherming op die manier in te dienen. De praktijk wijst uit dat de drempel om op deze manier asiel te vragen erg groot is. Daardoor dienen heel wat mensen de aanvraag niet in en blijven ze alsnog verstoken van opvang.
Het spreekt voor zich dat de overheid er voor moet waken dat haar ambtenaren kunnen werken in een gezonde omgeving, maar kan iemand verklaren waarom een kassier in de supermarkt voldoende heeft aan een plexischerm om gedurende meerdere uren per dag in contact te staan met het publiek en de ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken niet? In plaats van het afschaffen van het fysieke loket zijn er andere, veel minder ingrijpende maatregelen denkbaar die de asielzoeker toelaten de aanvraag in te dienen én de veiligheid van de ambtenaar waarborgen.

Culturele events

Sinds het uitbreken van de crisis in maart tot op vandaag zijn indoor culturele events van meer dan 200 mensen verboden. Wie binnen een event wil organiseren, moet er voor zorgen dat mensen op één meter van elkaar zitten. Het is evident dat het naleven van deze maatregelen voor heel wat culturele centra niet voor de hand liggend is. Wetende dat mensen wel met meer dan 200 op minder dan enkele centimeters van elkaar in een vliegtuig mogen plaatsnemen, maakt het erg moeilijk de proportionaliteit van deze maatregelen voor de culturele sector te begrijpen.

ZOEKEN NAAR MINDER INGRIJPENDE MAATREGELEN

Zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. De rode draad in het verhaal is dat bij het nemen van de maatregelen te weinig rekening gehouden wordt met het proportionaliteitsbeginsel en niet steeds gezocht wordt naar een minder ingrijpende maatregel.

Het gevolg is dat heel wat maatregelen niet begrepen worden, waardoor de 'goesting' om ze na te leven alsmaar kleiner wordt en er steeds meer repressie nodig is om ze af te dwingen.

Deze vicieuze cirkel kan alleen doorbroken worden als over de maatregelen die genomen moeten worden op de lange termijn een open maatschappelijk debat gevoerd wordt, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren en er vervolgens duidelijk gecommuniceerd wordt. Zo wordt het weer #tousensemble en ontwaakt onze rechtstaat uit de coma, een coma die niet veroorzaakt werd door het virus maar wel door de maatregelen die genomen werden ter bestrijding van dat virus.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 40 tot 44