Abonneer Log in

Coronabeleid met kennis van zaken

Bij afwezigheid van een overheid die haar verantwoordelijkheid opneemt, bepalen virologen sinds maart ons bestaan en is Celeval verworden tot een platform voor lobbygroepen om hun particuliere belangen veilig te stellen.

De coronacrisis is een sprong in het duister. Het vraagt kennisproductie en beleidsplanning in fundamentele onzekerheid. Die onzekerheid leidt al vlug tot de overtuiging dat we vooral exacte wetenschap nodig hebben om een zekerder beleid te stutten. Echter, de samenleving is geen laboratorium. Dat vraagt ook kritische reflectie over de kennisproductie zelf, en over de politieke en sociale dimensies van het coronabeleid.

HOE KOMT KENNIS TOT STAND?

Dat het SARS-CoV-2 virus een wereldwijde medische, sociale en mentale crisis heeft teweeggebracht, staat buiten kijf. Dat deze crisis verre van voorbij is evenmin. Dit is geen 'seizoensgriepje' maar een maatschappelijk probleem dat, net zoals de klimaatproblematiek of de globale ongelijkheid, de fundamenten van onze samenleving in vraag stelt.

In deze bijdrage graven we dieper dan de zin of onzin van bepaalde maatregelen. We vragen ons af welke kennis nodig is om de maatschappelijke problemen op te lossen die door de pandemie worden veroorzaakt. Die problemen zijn van uiteenlopende aard: hoe dammen we de verspreiding van het virus in? Hoe zorgen we ervoor dat de pandemie bestaande ongelijkheden niet verder versterkt? Hoe beschermen we de kwetsbaren het best? Hoe vermijden we een escalatie van de psychosociale gevolgen van deze gezondheidscrisis? Hoe nemen we maatregelen die in proportie staan tot het gevaar dat een besmetting met zich meebrengt?

We argumenteren dat deze vragen niet afzonderlijk van elkaar beantwoord kunnen worden en dat deze problemen enkel kunnen worden aangepakt wanneer kennis op een geïntegreerde en niet-hiërarchische manier wordt geproduceerd. De selectie en appreciatie van kennisbronnen gaat voorbij eenvoudige 'fact checking', maar is door en door 'politiek': op basis van welke kennis komen we tot rechtvaardige oordelen en besluitvorming?

Vanuit deze vaststelling dringen zich een aantal andere vragen op: wie produceert kennis? Over welke kennis beschikken we? Hoe komt deze kennis tot stand? Welke kennis wordt als waar en relevant beschouwd – en wie bepaalt dit? Wie wordt als expert en autoriteit beschouwd? Wat houdt expertise in? Zijn er verschillende soorten expertise en hoe verhouden die zich tegenover elkaar? Welke politieke en economische belangen schragen en oriënteren kennisproductie? Hoe kunnen we de wetenschappelijke kennisproductie over corona kritisch onder de loep houden zonder deze te relativeren en ons handelen te verlammen? Kan de wetenschap van de natuur aan de natuur van de wetenschap ontsnappen?

WIENS CORONACRISIS?

Virologen, epidemiologen, vaccinologen, infectiologen, … lijken sinds maart ons bestaan te bepalen. Zij schijnen te beslissen of en hoe we mogen werken, bewegen, intiem zijn en plezier maken. Dit is natuurlijk een illusie. Zij adviseren in hun hoedanigheid als expert beleidsmakers die de beslissingen nemen en de eindverantwoordelijkheid voor concrete maatregelen dragen. Niettemin was en is hun autoriteit en invloed groot. Zeker in maart, toen de steile opgang van het virus beleidsmakers verraste. Maar evenzeer opnieuw in oktober, toen de door hen bekritiseerde versoepelingen tot een nieuwe golf aan besmettingen en hospitalisaties leidden.

Deze medische experts spreken zich uit over de natuur van het virus: wat is het, hoe verspreidt het zich, hoe groot is het besmettingsgevaar? De inzichten van microbiologen, virologen en epidemiologen zijn geen vaststaand gegeven. Door de gezamenlijke inspanning van experten wordt onze kennis over het virus en de medische effecten ervan voortdurend bijgesteld, en worden de adviezen bijgestuurd over de vraag hoe de medische gevolgen van de pandemie kunnen worden aangepakt.

Het virus beweegt zich echter niet enkel als studieobject in laboratoria, het circuleert in de maatschappij en noopt overheden tot het nemen van maatregelen die een diepgaand effect hebben op alle aspecten van ons leven. De maatregelen beïnvloeden dus niet alleen de dynamiek van pandemie, maar ook die van de samenleving zelf. Zo weten we ondertussen dat, in tegenstelling tot de oorspronkelijke retoriek over het virus als grote gelijkmaker – 'we zitten allemaal in dezelfde boot' –, dat de pandemie de bestaande ongelijkheden versterkt en een grotere ravage aanricht bij sociaaleconomisch zwakke groepen.1 De pandemie veroorzaakt dus niet alleen een gezondheidscrisis, maar ook een sociale crisis.

Kennis moet onze handelingsbekwaamheid vergroten om dergelijke crisissen op te lossen. Maar welke kennis hiervoor nodig is, is afhankelijk van wat er als probleem wordt gedefinieerd en hoe de probleemstelling wordt geformuleerd. Neem nu de socio-economische crisis. Is het kernprobleem dat de economie krimpt? Of dat grote groepen mensen hun beroepsinkomen drastisch zien dalen of zelfs verdwijnen? Afhankelijk van de vraagstelling dringen zich andere oplossingen op. In het eerste geval moeten bedrijven zo lang mogelijk op volle toeren kunnen draaien, zelfs als dat betekent dat sociale en culturele activiteiten (langer) in lockdown gaan. In het tweede geval moeten solidariteitsmechanismen worden versterkt die ervoor zorgen dat de zwaarste schouders de sterkste lasten dragen.

Afhankelijk van de formulering van het probleem zullen andere vormen van expertise en kennis nodig zijn. Voor wie de coronacrisis een crisis vormt, is in essentie een politieke en geen wetenschappelijke vraag.

DE PROBLEMATISCHE SAMENSTELLING VAN CELEVAL

Om de relatie tussen virus en samenleving te vatten, moeten we een beroep doen op kennisvelden die buiten de medische expertise vallen. De veranderende en uiteenlopende impact van het virus op diverse geledingen van de maatschappij vereist een kennisproductie die verschillende problematieken en stemmen incorporeert. Interdisciplinariteit en transdisciplinariteit zijn noodzakelijke wetenschappelijke strategieën om een 'totaalprobleem' als corona aan te pakken.2 De inzichten van bijvoorbeeld armoedebestrijding, pedagogie en (sociale) psychologie zijn noodzakelijk om de gevolgen van maatregelen op sociale en mentale 'risicogroepen' in kaart te brengen,3 te evalueren en in dialoog te brengen met medische bevindingen en aanbevelingen.

In zekere zin was dit de achterliggende gedachte voor de oprichting van het corona-adviesorgaan Celeval in september: de beperkte kring van medische experts van de GEES verrijken met experten uit andere domeinen en stemmen uit de samenleving. Op de samenstelling van Celeval kwamen onmiddellijk scherpe kritieken, onder andere omwille van de beperkte disciplinaire uitbreiding (enkel experts uit de gezondheidseconomie en de klinische psychologie werden toegevoegd) en de vertegenwoordiging van een aantal zeer specifieke belangen.4

Vooral dat laatste is problematisch. De 'economische belangen' van het patronaat zijn vertegenwoordigd, maar niet die van werknemers, zorgpersoneel, leerkrachten en kleine zelfstandigen. De evenementensector heeft een stem, maar het jeugdwerk of de sociaal-culturele sector niet. Net op het moment dat de samenleving begint af te haken bij de zware maatregelen, zitten belangrijke segmenten van die samenleving niet aan de beleidstafel. Een vertegenwoordiging van het middenveld in Celeval zou een goed begin van de noodzakelijke meerstemmigheid zijn.

ACADEMISCHE KENNIS ÉN PRAKTIJKERVARING

Daarenboven is Celeval een multidisciplinair, maar geen interdisciplinair adviserend platform. Het is multidisciplinair omdat het beroep doet op kennis vanuit verschillende kennisdomeinen, maar elk van deze kennisdomeinen blijft in haar kennisproductie gescheiden van de rest. Experts brengen dan stukjes kennis aan vanuit een vraagstelling die louter in termen van het relevante vakgebied is gesteld. Aangezien de maatschappelijke problematiek geen eenvoudige optelsom is van vragen uit verschillende vakgebieden, lijkt Celeval de complexiteit van de brede coronaproblematiek te miskennen. Interdisciplinariteit vereist dat men samen kennis produceert. Celeval blijft in multidisciplinariteit hangen.

Naast een bredere vertegenwoordiging van belangengroepen zou Celeval moeten steunen op een klankbordgroep van stemmen uit de maatschappelijke praktijk: jeugdwerkers, hulpverleners, onderwijzend personeel, zorgverstrekkers en andere maatschappelijke actoren die dicht bij de mensen staan en vanuit hun dagelijkse ervaring over andere vormen van kennis beschikken. Door deze actoren te betrekken bij de kennisproductie over corona zetten we de stap van interdisciplinaire naar transdisciplinaire kennis: het verstrengelen van academische kennis met concrete praktijkervaringen uit allerlei sectoren. Wie bijvoorbeeld wil weten hoe jongeren kennis en regels met betrekking tot corona opnemen en volgen, moet in gesprek met de jeugdsector treden. De 'experts' zijn immers niet enkel academici en ambtenaren. Kennisproductie is een gelaagde praktijk die de contouren van de academische wereld overstijgt.5 De onevenredige vertegenwoordiging binnen Celeval heeft een belangrijk effect op hoe de coronacrisis wordt begrepen, en op welke deelaspecten worden belicht en welke naar de achtergrond worden verschoven.

'DARK NUMBERS' IN TIJDEN VAN CORONA

De effecten van zowel het virus als de maatregelen tegen het virus op de samenleving veranderen voortdurend. Kritisch inzicht in deze dynamiek vergt een voortdurende onderlinge terugkoppeling van theoretische en praktische kennis. 'Praxis' als het ware, zoals menig kritisch pedagoog het zou noemen, met oog voor emergentie en evidence-based practice. Hierbij dienen academici zich te verbinden met een lerende gemeenschap van praktijkwerkers die hun voelsprieten hebben in de samenleving en gericht zijn op het systematisch ontwikkelen van hun praktijk in relatie tot terugkerende, gedeelde en complexe sociale problemen.6 Evidence-based practice betekent ook dat men openstaat voor verhalen en signalen uit de samenleving.

In toenemende mate valt de term 'dark numbers' tijdens de coronacrisis: cijfers die niet aan bod komen en waarover geen kennis wordt geproduceerd of gedeeld. Cijfers waarvan we het bestaan enkel vermoeden door individuele anekdotes en verhalen.

Een eerste voorbeeld is het – vermoedelijk – stijgend aantal jongeren in moeilijke thuissituaties. De chatlijn van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling kreeg tijdens de lentelockdown veel meer oproepen van jongeren, in april zelfs driemaal zoveel als vorig jaar.7 'Er is een 'dark number', maar internationaal en Nederlands onderzoek heeft het over één jongere per klas die lijdt onder emotioneel, fysiek of seksueel geweld. De cijfers zitten tussen de 3 en 10%,' stelt Ilse Van Campenhout als coördinator van de chatlijn 'Nu praat ik erover'.8

Een ander voorbeeld is de impact op kinderen uit kwetsbare gezinnen. Zo werd gezinspedagoog Michel Vandenbroeck de vraag gesteld hoeveel kinderen uit de meest precaire gezinnen helemaal niet meer naar buiten zijn gekomen.9 Of hoeveel kleuters men bij de heropening van de kleuterscholen in mei niet teruggezien heeft. Maar precieze antwoorden op deze vragen zijn onmogelijk, want systematisch onderzoek ontbreekt. We beschikken wel over praktijkprojecten van nabijheidswerkers en brugfiguren uit het onderwijs, die op systematische wijze contact opzochten met de ouders van kleuters die niet meer opdaagden. Daaruit weten we dat ouders hun kinderen vooral uit angst binnenhielden: 'De medische gegevens die continu verspreid werden, hebben hen echt afgeschrikt. Sommige ouders vertrokken zelfs naar hun thuisland. We weten niet hoelang ze precies zijn weggeweest. En of ze al terug zijn'.10

DE POLITIEK VAN KENNISPRODUCTIE

De praktijk inbrengen, als transdisciplinaire kennis, is geen technisch gegeven, maar een politieke daad. Het is een opportuniteit om te reflecteren over de waardengeladenheid van kennis die ontstaat en gemaakt wordt tijdens de coronacrisis. In principe vertegenwoordigt de overheid het algemeen belang. In die hoedanigheid zou zij het leiderschap over Celeval in handen moeten nemen, ervoor moeten zorgen dat de juiste kennis uit verschillende disciplines evenredig aanwezig is en de experten op gelijkwaardige en transparante wijze met elkaar in gesprek kunnen treden om tot een holistische visie te komen.

In de praktijk neemt de overheid die verantwoordelijkheid als spelverdeler niet op en staat zij zelfs toe dat Celeval een platform wordt voor lobbygroepen om hun particuliere belangen veilig te stellen – bijvoorbeeld het openhouden van bedrijven en scholen ongeacht de risico's voor de betrokken werknemers. Kennisproductie staat niet los van politieke en economische machtsrelaties. De samenstelling van Celeval vormt op zich reeds een interventie in de kennisproductie, waarbij de terechte eis tot verbreding en meerstemmigheid jammer genoeg werd misbruikt om bepaalde spelers en stemmen op de voorgrond te plaatsten en andere te marginaliseren. Aan het begin van de coronacrisis werd autoriteit nog afgemeten aan de hand van institutionele verankering en nauwe, medische expertise. In de zomer kregen andere actoren op basis van lobbywerk of hun recalcitrante aanwezigheid in de media de bovenhand. Wat in een samenleving als relevante kennis wordt beschouwd, komt dus voort uit politieke mediatie, een machtsstrijd zelfs, die geen directe vertaling is van de wetenschappelijke consensus en methode – zoals het debat rond klimaatverandering reeds overvloedig heeft aangetoond. Zoals hierboven werd aangegeven, bepaalt de formulering van de probleemstelling welke feiten, prioriteiten en experten relevant zijn. Zij maakt bepaalde soorten kennis zichtbaar en andere onzichtbaar en zij instrumentaliseert kennis hierdoor tot een wapen van maatschappelijke verandering of stagnatie.

EXACTE POLITIEK

Die politieke mediatie betreft ook de meest rigoureuze 'exacte' wetenschappen. Virologen formuleren hun kennis en aanbevelingen niet in een maatschappelijk vacuüm. Terwijl de coronacrisis '11 miljoen virologen heeft gekweekt' (om Marc Van Ranst te parafraseren), moeten virologen van hun kant plots de rol van politicoloog, socioloog en psycholoog op zich nemen. Welke aanbeveling doe je als viroloog als je weet dat mondmaskers in bepaalde situaties noodzakelijk zijn, maar er nog geen voorradig zijn? Pleit je voor een lockdown of sluiting van de scholen als je weet dat deze er komt zonder financiële steun voor gezinnen die het nodig hebben? Maak je jezelf als wetenschapper zo medeplichtig aan vormen van sociaal darwinisme waarbij de meest kwetsbare groepen dreigen te verliezen: medische groepen bij de onethische strategie van groepsimmuniteit;11 dan wel sociaal en psychologisch zwakke groepen bij lockdowns-zonder-compensatie en het terugdringen van intermenselijke contacten? De coronacrisis treft ons immers niet allemaal op dezelfde wijze: 'De buitenstaanders worden er als overtolligen afgereden: van de klasselozen naar de onderste klassen eerst, op basis van de waarde in een dominant systeem van productiviteitsbehoud'.12

Ten slotte is het ook een illusie dat 'ware' en 'objectieve' kennis, geproduceerd in 'onafhankelijke' academische instituten, pas bezoedeld wordt door politieke en economische belangen als zij het laboratorium verlaat. Het onderzoek dat in dat laboratorium gebeurt, wordt op bepaalde manieren gefinancierd, hetzij door overheidssubsidies via instanties zoals het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, hetzij door de private sector. Voorbij de paranoïde karikatuur van de schimmige 'Big Pharma' die door de monden van integere onderzoekers als Marc Van Ranst, Steven Van Gucht en Erica Vlieghe zou spreken, stellen we vast dat politieke en economische belangen en prioriteiten het onderzoek voorafgaan: via projectselectie worden bijvoorbeeld 'nuttige' van minder nuttige onderzoekspistes gescheiden. De directe invloed van de bedrijfswereld op projectfinanciering is dan ook groot.

De verstrengeling tussen wetenschap en kapitalisme is geen samenzwering van vileine CEO's, maar is het structurele resultaat van een lang historisch proces.13 In de 19e eeuw wees Marx er al op dat wetenschap een emancipatorische kracht is, maar dat zij in een kapitalistische samenleving geperverteerd wordt en aan de mensen verschijnt als de macht van het kapitaal, als een wetenschap die zich veruitwendigt in machines en technieken die het werkritme opdrijven, in dure geneesmiddelen, in vervuilende industrieën, in wapens van massavernietiging, enzovoort.14 Kortom, de realiteit van 'Big Pharma' relativeert de intrinsieke emancipatorische waarde van wetenschappelijke kennis en methode niet, maar maant ons aan kritisch te staan tegenover de manieren waarop wetenschap verstrengeld geraakt met politieke en economische belangen die haar emancipatorisch karakter kunnen belemmeren.

KAN EEN EMANCIPATORISCHE WETENSCHAP WEL 'NEUTRAAL' ZIJN?

Terwijl de Duitse socioloog Max Weber stelde dat wetenschap waardenvrij moet zijn, wordt nu algemeen aanvaard dat waardenvrije wetenschap mogelijk noch wenselijk is. Wetenschapsfilosofen zijn het erover eens dat eenzelfde aantal empirische feiten kan worden ingepast binnen verschillende, elkaar tegensprekende wetenschappelijke theorieën.15 De keuze tussen verschillende incompatibele theorieën is gebaseerd op niet-empirische gronden. 'Epistemische' waarden zoals eenvoud, voorspellingskracht, verklaringsbereik en consistentie zijn enkele belangrijke criteria bij het selecteren van theorieën en hypothesen. Over hoe deze verschillende epistemische waarden ten opzichte van elkaar moeten worden afgewogen bestaat er weliswaar onenigheid, maar dat deze waarden een belangrijke rol spelen staat buiten kijf. Bovendien zijn de meeste wetenschappers en wetenschapsfilosofen het erover eens dat 'niet-epistemische' waarden, bijvoorbeeld filosofische, ethische, politieke of religieuze gezichtspunten, verschillende aspecten van de wetenschap beïnvloeden. Naast de keuze van welke projecten prioritair zijn, bepalen dergelijke waarden ook de ethische beperkingen waaraan wetenschappelijke methodes moeten voldoen.16

Waardevolle wetenschap is letterlijk waarde-vol. Politieke en ethische bezorgdheden sturen wetenschappelijke kennisproductie en maken haar tot een emancipatorische kracht. Maar we moeten wel begrijpen welke waarden welke rol spelen, en in welke omstandigheden zij de wetenschapsbeoefening belemmeren of tot machtsinstrument mismaken.

De erkenning van directe en indirecte waarden bij de kennisproductie rond corona kan dienen als onderdeel van een interdisciplinair debat over wat 'goede kennis' en 'juiste informatie' is en hoe deze consistent en transparant kan gecommuniceerd worden naar de bevolking. Bovendien kan het richting geven aan een breder maatschappelijk debat over de noodzakelijke, wensbare en mogelijke maatregelen die de samenleving moet treffen om het virus te bekampen.

CONCLUSIE

Grote, globale maatschappelijke problemen zoals het klimaat, armoede en de huidige coronapandemie vergen wetenschappelijke samenwerking en kennisproductie om aan de hand van correcte feiten en gedeelde waarden tot juiste maatregelen te komen die het algemeen belang dienen en risicogroepen beschermen. Momenteel verloopt die kennisproductie niet zo. Hoewel wetenschappers wat meer stil mogen staan bij hun ideologische premissen, disciplinaire begrenzingen en institutionele omkadering, is het niet hun expertise of integriteit op zich die in vraag moet worden gesteld – zoals 'coronasceptici' ter linker- en rechterzijde plegen te doen. Het is de overheid die er niet in slaagt haar verantwoordelijkheid op te nemen en deze kennisproductie te faciliteren en cultiveren om een beleid te voeren dat effectief het algemeen belang dient. Niet alleen het interdisciplinair denken tussen diverse academische experts wordt gefnuikt, maar ook de representatie van en het overleg tussen verschillende belangengroepen in de samenleving laat te wensen over.

Bovendien wordt kennisproductie te nauw als een academische en technische activiteit opgevat. Dit leidt tot de uitsluiting van noodzakelijke praktijkstemmen die vanuit een doorleefde ervaring kunnen meedenken. Naast interdisciplinariteit tussen gevestigde domeinen is ook die transdisciplinaire kennisuitwisseling nodig om tot een totaalaanpak van de coronacrisis te komen.

In plaats van verschillende soorten expertise in Celeval tegenover elkaar te plaatsen (of zelfs gewoon te negeren) had de overheid van meet af aan een deliberatief model moeten bouwen: een kringloop tussen (1) 'exacte' wetenschappers zoals virologen, epidemiologen en biostatistici die kennis van het virus en diens verspreiding inbrengen; (2) interdisciplinaire expertise uit de humane en sociale wetenschappen over hoe mensen in verschillende levenssituaties en contexten omgaan met het virus en de maatregelen; (3) een klankbordgroep van praktijkwerkers in verschillende sectoren, die de academische bevindingen en aanbevelingen aan hun werkvelden toetsen, en op hun beurt de wetenschappers met op ervaring gebaseerde informatie voeden. De overheid functioneert in deze kringloop als een permeabele wand die deze verschillende kennisvelden productief met elkaar in contact brengt en onderlinge deliberatie en meningsverschil reguleert.

Tot slot mogen we ook geen publiek debat vrezen over de normatieve elementen van kennisproductie. Het blootleggen van de politieke en ethische premissen achter de wetenschappelijkheid van de coronamaatregelen maakt wetenschappers misschien kwetsbaarder voor kritiek, maar kan ook mensen actief betrekken bij een dergelijk ingrijpend beslissingsproces en hen juist mobiliseren om hun individueel gedrag aan te passen aan het algemeen belang. Dit geeft onmiddellijk inhoud aan abstracte oproepen tot 'burgerzin' die weinig of geen connectie hebben met mensen hun directe leefwereld. Wat die politieke en ethische premissen moeten ligt niet vast. Wij zijn alvast van mening dat individuele en collectieve solidariteit met medische, sociale en psychologische 'risicogroepen' het beginpunt moet zijn van een wetenschappelijk coronabeleid – een beleid waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.

Celeval krijgt binnenkort een nieuwe samenstelling. Beleidsmakers hebben een unieke kans om deze bezorgdheden mee te nemen bij de nieuwe samenstelling ervan. Coronacommissaris Pedro Facon geeft namelijk toe dat de dramatisch stijgende cijfers in oktober het gevolg zijn van beleidsfalen en dat er een betere samenwerking en integratie tussen de 'taskforces' moet komen. Hopelijk worden ook onze kanttekeningen in rekenschap genomen.17

VOETNOTEN

  1. https://corporate.devoorzorg-bondmoyson.be/pers-onderzoek/onderzoek/oversterfte-door-corona/.
  2. https://sustainabledevelopment.un.org/content/documents/612558-Inter-%20and%20Trans-disciplinary%20Research%20-%20A%20Critical%20Perspective.pdf?fbclid=IwAR2DdXeuJ3GO0nYCJtEop5YdEzL-ojHOIjoK8M_USzBnG8n8qKnFPIGWOHQ.
  3. Ik maak me zorgen om de groep 'vermiste' kleuters': professor Michel Vandenbroeck (UGent) https://www.demorgen.be/nieuws/ik-maak-me-zorgen-om-de-groep-vermiste-kleuters-professor-michel-vandenbroeck-ugent~b564be9a/.
  4. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/09/02/celeval-vernieuwd-samenstelling/.
  5. https://kb.osu.edu/bitstream/handle/1811/52138/1/fac_WainrightJ_CapitalismNatureSocialism_161_115-127.pdf.
  6. Mariël van Pelt , Giel Hutschemaekers , Peter Sleegers & Rudi Roose (2020): The relevance of practice development for professionalisation of social work, European Journal of Social Work.
  7. https://www.standaard.be/cnt/dmf20200920_97630695.
  8. https://www.nupraatikerover.be/.
  9. https://www.demorgen.be/nieuws/ik-maak-me-zorgen-om-de-groep-vermiste-kleuters-professor-michel-vandenbroeck-ugent~b564be9a/.
  10. https://www.demorgen.be/nieuws/ik-maak-me-zorgen-om-de-groep-vermiste-kleuters-professor-michel-vandenbroeck-ugent~b564be9a/.
  11. https://news.un.org/en/story/2020/10/1075232.
  12. https://sociaal.net/opinie/wie-solidariteit-meest-nodig-heeft-krijgt-het-minst/.
  13. Zie hiervoor het pionierswerk van marxistisch geïnspireerde historici zoals. E. Zilsel (The sociological roots of science, The American Journal of Sociology 47, pp. 544-562) en B. Hessen (The Social and Economic Roots of Newton's Principia in: N. Bukharin, Science at the Crossroads, London 1931).
  14. https://www.marxists.org/archive/marx/works/1864/economic/ch02b.htm.
  15. W.V.O. Quine, Two dogma's of empiricism, Philosophical Review 60, pp. 20-43.
  16. Er is een rijke wetenschapsfilosofische literatuur die betrekking heeft op de rol die waarden spelen in wetenschap. Voor een recent overzicht van de filosofische discussie zie P. Machamer & G. Wolters, eds. Science, values, and objectivity. University of Pittsburgh Press, 2004.
  17. Zie: https://www.demorgen.be/nieuws/de-samenstelling-van-celeval-zal-hertekend-worden-coronacommissaris-pedro-facon-over-het-beteugelen-van-de-tweede-golf~b055397c/