Abonneer Log in

Publieke ruimte wordt privé

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 72

Voor de horeca mochten er ineens wél parkeerplaatsen verdwijnen. De historische Vrijdagmarkt werd zowat helemaal door terrassen ingepalmd.

Het belangrijkste kenmerk van tijdelijke ingrepen in de publieke ruimte is dat ze zelden of nooit tijdelijk zijn. Die regel overleefde de onwezenlijke coronatijden. In het begin van de lockdown lagen alle getroffen steden er akelig doods bij. Er was nauwelijks beweging en wie zwak was werd zwakker. De stilte was oorverdovend. En ook: de lucht werd stilaan schoner. Er lagen dus ook kansen. Bijdehandse stadsbestuurders grepen de crisis aan om te korten op de ruimte van de auto. Voor auto's bestemde rijvakken kregen een andere bestemming, waar vooral fietsers hun voordeel mee deden. Dat was zo in onder meer Berlijn, Milaan, New York en zelfs in het Colombiaanse Bogotá – waarmee Antwerpen via de drugshandel verzusterd is. Brussel nam tijdelijke maatregelen, maar kwam dan ook met veel achterstand aan de start. De socialistische Parijse burgemeester Anne Hidalgo kende verkiezingssucces met haar project van de vijftienminutenstad.

In Antwerpen bleef de grootste partij N-VA ook in coronatijden het motto huldigen dat niet één parkeerplaats mocht sneuvelen voor andere weggebruikers. Daarzonder zou de economie ten onder gaan. Welk onheil zou er niet over de stad neerdalen mocht er ruimhartig plaats worden gemaakt voor fietsers en wandelaars, en mocht het openbaar vervoer sneller en comfortabeler worden dan voor de Tweede Wereldoorlog? Aan de boorden van de Schelde lieten ze zich niet tot zulke dwazernijen verleiden. Met enige blijdschap kon gaandeweg de crisis worden geconstateerd dat de files in en rond de stad weerkeerden. Beter bewijs van de opleving van de economie bestond niet.

Omdat elke gemiddeld begaafde politicus weet dat tijdelijke maatregelen in onze regio zelden tijdelijk zijn, mocht er in Antwerpen geen parkeerplaats of rijstrook worden ingeruild voor slimme weggebruikers. Vanuit diezelfde redenering werden de horecaterrassen wél massaal uitgebreid. Prima in barre tijden, steden mochten opnieuw levendig worden. Maar het leidde her en der tot geprivatiseerde publieke ruimte waar geen vierkante meter overbleef voor stedelingen of bezoekers die nu eens even niet wilden of konden consumeren. En ga er maar eens aan staan met kinderwagen of rolstoel. Zoek maar een doorgang tussen de terrassen en de obers. Nabij het gewezen Justitiepaleis maakte een brasserie zelfs de oorspronkelijk op het trottoir staande elektriciteitskast tot onderdeel van zijn terras.

En kijk: voor de horeca mochten er ineens wél parkeerplaatsen verdwijnen. De historische Vrijdagmarkt werd zowat helemaal door terrassen ingepalmd. Auto's waren niet langer welkom. De principes waren in coronatijd ook voor neoliberalen rekkelijk, als het resultaat maar niet ten goede van fietser of wandelaar kwam. De horeca daarentegen. Toch werden ook de fietsers niet vergeten. Over de hele lengte van het drukke woon-werkfietspad tussen Berchem Station en Centraal Station werden in coronatijden zowaar middenstrepen geschilderd. En geen halve vierkante meter autoruimte werd afgestaan. Want dat zou definitief zijn.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 8 (oktober), pagina 72