Abonneer Log in

Fan van flinks

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 36 tot 37

Ik koester een lichte interesse in het flinkse discours van Conner Rousseau.

We zitten in het midden van een oorlog, maar wel een gezellige oorlog. Want iedereen mag meedoen, ook tante Trudy. Het is deze keer een oorlog zonder dooien. Of toch niemand die we echt goed kennen. De enige slachtoffers zijn wat gekwetste ego's en paar gekneusde gevoelens.

Ik heb het hier over de Cultuuroorlog. De enige oorlog die je wint door luidop te verklaren dat je aan het verliezen bent. Google eens 'Culture war' en je wordt zeeziek van het zwalpen tussen berichten over hoe deze week de progressieven het maatschappelijke debat hebben overgenomen (bijvoorbeeld als het over woke-waanzin gaat) of hoe de week daarop de conservatieven aan de winnende hand zijn (bijvoorbeeld als een zoveelste filmpje verschijnt over geweld tegen politie en iedereen zijn of haar veroordeling tweeten mag).

En het lijkt zo simpel, meedoen aan de cultuuroorlog, gewoon een kant kiezen en de overzijde uitschelden tot op het punt van ontmenselijking. Vanuit het sektarische idee dat de andere kant onmogelijk gelijk kan hebben, met als pijnlijke bijwerking dat je elke idioot en agressieve zot die wel aan jouw kant staat, vergoelijken moet. Dus als een journalist van DeWereldMorgen nu al de staatssecretaris Sammy Mahdi een nazi noemt, dicteert de regel van de cultuuroorlog die je als linkse gutmensch dit negeert en VB'er Sam van Rooy bestookt met voorbeelden van de ergste individuen aan zijn kant van het spectrum.

Maar ik weiger mij te scharen bij de goeie bedoelingen-brigade, beter bekend als de cultuursector die zo graag de braafste van klas toont en zich elke dag in een coma spuit met een overdosis tolerantie voor de intolerantie, zich zelfs als pro-censuur profileert na de onthoofding van de Franse leraar Samuel Paty.

Ik verwacht ook na lockdown light 7 een theatervoorstelling waar iedereen een hoofddoek draagt met daarop de tekst 'Sorry voor de kolonisatie en al die blanke K3 zangeressen en de smurfen want dat zijn gewoon kleine blanke micro-agressors die er blauw uitzien omdat ze godverdomme enkel een broek aanhebben in de winter'.

Maar ja, dat kreeg je niet op een hoofddoek geschreven, maar het zou een boerka moeten zijn. Al heeft links nog niet beslist of ze voor of tegen een boerka is. We weten wel dat Karl Marx ooit zei dat 'godsdienst opium voor het volk is', maar in een interview met De Morgen beweerde Peter Mertens dat Karl (want hij mag Karl zeggen) dat niet per se negatief bedoelde. Misschien is het nog een overblijfsel van hun samenwerking met Abou Jahjah, onder de noemer PVDA+, wanneer ze berichten verstuurden naar mogelijke kiezers in de moslimgemeenschap over hoe ze als enige partij het hoofddoekenverbod niet steunden. Later probeerde Jahjah het tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in Brussel, met de naam Be.One en samen met Hilde Sabbe die later overstapte naar One.Brussels, want daar meer kans op one zetel. Want Jahjah haalde niet genoeg stemmen. Ook al probeerde hij met tweets over de Gazastrook, want dat zijn hoekstenen van lokale verkiezingen: mobiliteit, netheid en de staat Israël.

Extra pijnlijk is het als je beseft wie wel genoeg stemmen heeft gehaald, namelijk Cellou Diallo (PS) die zijn kiezers opjutte tegen een school in het Schaarbeek waar zogezegd kinderen werden misbruikt, iets wat zonder enig bewijs werd beweerd en daarna ook door het parket bevestigd werd. Maar PS durfde hem niet eens tegen te spreken, met het flauw excuus dat hij niet als politicus maar als vader te keer ging, ook al postte hij elke valse beschuldiging op Facebook met als profielfoto zijn eigen verkiezingsaffiche.

Maar helemaal cynisch over politiek ben ik nog niet. Zo koester ik een lichte interesse in het recente flinkse discours van Conner Rousseau. Niet zijn gladde mediaoptredens maar zijn weigering om de kiezer te berispen, zorgen ervoor dat ik hem niet onderschat.

En zo letterlijk meen ik het, hij zegt niet dat de burger fout bezig is. Wat voor een linkse partij een revolutionaire evolutie is. Omdat hij zich losweken wil van het vastgeroeste imago van foei-roepers (zelfs professor Vandenbroucke houdt zich in).

Daarom werpt hij zich bewust in het midden van deze cultuuroorlog met uitspraken over talenkennis van nieuwkomers en hoofddoeken. Weldoordachte statements, waarvan hij wist dat kritiek zou komen. Maar kritiek uit de voorspelbare hoek, waar geen stemmen meer te rapen te vallen. Zij die hem verketteren, zijn klavieractivisten en tweetbetweters. Plus zij die beweren dat zij de enige zijn met recht tot spreken over ras, religie en klasse.

Rousseau beseft maar al te goed dat het heilig verklaren van minderheden hem steeds de meerderheid zal kosten. Hij beseft dat hij het nooit zal halen van PVDA in het cateren van de islamitische stem zonder massaal veel stemmen te verliezen.

Hij weet maar al te goed dat deze cultuurstrijd niet draait om zijn potentiële kiezers te kleineren, te vernederen en aan te tonen hoe hun ideeën over identiteit fout zijn, dat krijgen ze al genoeg te horen op sociale media en tijdens straatprotesten. Maar dat hij hen lokken kan door de burger te behandelen als handlanger in het idee van iets beters te verwezenlijken. Of anders gezegd: 'Jij bent oké, maar jouw situatie niet'.

Misschien beseft hij eindelijk hoe fokking rebels en progressief ideeën als vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw en homorechten wel zijn en weigert hij deze te schenken in de gretige handen van rechts die beweert dat deze dreigen te verdwijnen om gekwetste gevoelens te vermijden.

Misschien.

Lees hier het recht van antwoord van Christophe Callewaert, journalist bij DeWereldMorgen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 10 (december), pagina 36 tot 37