Abonneer Log in
INTERVIEW

László Andor

‘Niemand spreekt over Orbáns falend sociaal beleid’

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 22 tot 27

László Andor kijkt bedroefd naar hoe Orbán van de pandemie misbruik maakt om meer macht naar zich toe te trekken. "Hongarijewatchers focussen meestal op de democratie en de rechtsstaat die onder druk staan, maar de groeiende ongelijkheid is minstens even belangrijk."

Orbán verbindt homoseksualiteit zelfs openlijk met pedofilie.

Orbán framet elke sociale eis als vijandig tegenover de Hongaarse belangen.

De zes oppositiepartijen bundelden in december de krachten.

De snelle toetreding tot de euro in sommige lidstaten was een vergissing.

Tussen 2010 en 2014 was László Andor Europees Commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie in de Commissie-Barroso II. Vandaag is hij secretaris-generaal van de Foundation for European Progressive Studies (FEPS), een sociaaldemocratische denktank in de buik van de EU. Andor woont en werkt al een tijdje in Brussel, maar blijft emotioneel sterk verbonden met Hongarije. Hij kijkt bedroefd naar de ontwikkelingen in zijn thuisland. Sinds Viktor Orbán er in 2010 met een absolute meerderheid aan de macht kwam, wordt stap voor stap de democratie uitgehold en de rechtsstaat ontmanteld, maar stijgt ook de ongelijkheid aan een sneltempo. "Dat laatste is misschien nog het grootste probleem," aldus Andor.

Daar komt nu de Covid-crisis bij. Hongarije doorstond de eerste golf in het voorjaar relatief goed, doordat het virus later kwam dan in West- en Zuid-Europa en door een snelle lockdown. Maar dit najaar kwam de tweede golf ook in Hongarije keihard neer. De coronacrisis was voor Orbán ook een zoveelste gelegenheid voor racisme en xenofobie. "Vooral in de beginperiode linkte Orbán het virus aan immigratie. Het circuleerde vooral onder buitenlanders, zo beweerde hij. Iraanse studenten werden het land uitgezet omdat ze de quarantaineregels niet zouden hebben gevolgd en hoestende Japanse toeristen werden op de straat opgepakt."

Noemde Orbán het ook een 'Chinees virus', zoals Trump?

"Dat weer niet. Daarvoor zijn de economische relaties met China net iets te belangrijk (lacht). Er zijn een aantal grote Chinese projecten, zoals de oprichting van een Hongaarse poot van de Fudan University en de treinverbinding tussen Budapest en Belgrado. Ook de toeristische ontwikkeling rond het Balatonmeer wordt gefinancierd met Chinees geld. Vaak zijn het schimmige deals gesloten in de entourage van Orbán. Die mogen niet in het gedrang komen."

In april gingen de alarmbellen af toen Orbán voor onbepaalde duur de noodtoestand afriep.

"Orbán laat geen kans liggen om meer macht naar zich toe te trekken, dus ook nu weer niet. Zo wordt de academische vrijheid al jaren sterk aan banden gelegd, maar was de pandemie het signaal om een versnelling hoger te schakelen. Vorige zomer kwam de Budapest University for Theatre and Film onder toezicht te staan van een Orbán-getrouwe. Vergeet niet dat eerder ook al de Central Europan University uit Budapest was gemanoeuvreerd, volgens de regering vooral een plek met 'activistische' professoren."

Ook inzake persvrijheid was Covid aanleiding om de grip op de media te versterken?

"Onder de noodtoestand is een wet goedgekeurd die het verspreiden van desinformatie, die de strijd van de autoriteiten tegen het Covid-19 virus zou ondermijnen, criminaliseert met stevige boetes en gevangenisstraffen tot vijf jaar. Het medialandschap is natuurlijk al een tijdje zorgwekkend. In de openbare media komen de oppositiepartijen nauwelijks aan bod. En ook de private media staan grotendeels onder controle van de regering."

Waarom zijn er zo weinig vrije mediastemmen in Hongarije?

"Na 2010 ging Orbán stap voor stap achter de kranten en de televisiezenders aan die hem niet gunstig gezind waren. Zo verhinderde hij een buitenlandse overname van één van de grootste dagbladen, Népszabadság, op grond van zogenaamde marktconcentratie, waarna de krant in 2016 uiteindelijk de boeken moest toedoen. Dat argument van marktconcentratie was in 2018 plots van geen tel meer toen de Central European Press and Media Foundation (KESMA) werd opgericht, waaronder een hele reeks nieuwsportalen vallen die pro-Fidesz zijn. Ook het populaire nieuwsportaal, origo.hu, zit daar onder en dat is nu zelfs pro-Trump."

Hoe is de relatie van Viktor Orbán met miljardair en investeerder George Soros, overigens ook een Hongaar?

"Gecompliceerd. Tot 2010 waren Orbán en Soros vrienden. Soros pompte zelfs een tijd lang geld in de Fidesz-beweging van de jonge Orbán. Vandaag is de relatie volledig verzuurd en bestaat er een echte lastercampagne tegen Soros. Langs de wegen hangen affiches met daarop: 'We moeten verhinderen dat Soros als laatste lacht'."

In december keurde het Hongaarse parlement een wet goed die adoptie door holebi's verbiedt. Een zoveelste aanval?

"Het was zeker de bedoeling om die gemeenschap te treffen. De retoriek is al jaren hatelijk tegenover holebi's; Orbán verbindt homoseksualiteit zelfs openlijk met pedofilie. Maar deze wet raakte in eerste instantie vooral de vele betrokken kinderen zelf in de instellingen. Aan hen wordt een kans op een familie ontzegd. Het is een schandalige maatregel. Tegelijk is het ook een afleidingsmanoeuvre. Hoe meer we over dit onderwerp spreken, hoe minder het gaat over de Covid-doden of de situatie in de ziekenhuizen."

Orbán verbindt homoseksualiteit zelfs openlijk met pedofilie.

Zijn er in Hongarije no-gozones voor holebi's, zoals in Polen?

"(denkt lang na) Ik hoop dat ik niet fout ben, maar naar mijn aanvoelen is de Hongaarse samenleving meer matuur dan de regering. Mensen kijken door dit soort propaganda heen. Uiteraard zullen er laakbare incidenten zijn op straat, maar ik durf te denken niet meer dan elders in Europa. Niet zoals in Polen alleszins."

Daar wilde premier Mateusz Morawiecki ook abortus verbieden, maar hij moest zijn plannen voorlopig opbergen na massale protesten.

"Polen gaan makkelijker de straat op dan Hongaren, dat is zeker. Inzake vrouwenrechten is Orbán sowieso voorzichtiger dan Morawiecki. Beiden hebben een sterke band met de kerken in hun land. Maar in Polen is de katholieke kerk dominant, terwijl het geloof in Hongarije meer divers is met ook veel protestantisme. De Hongaarse bevolking is ook minder religieus dan de Poolse. Orbán beseft dat het een gevaarlijk spel zou zijn om rond abortus een front te openen."

Niet alleen holebi's maar ook daklozen komen in het vizier. In 2018 nog 'verbood' de Hongaarse regering dakloosheid.

"Daarmee pretendeert Orbán het probleem te hebben opgelost. Onzin natuurlijk. Meer dan 15.000 mensen zijn dakloos, terwijl minstens 70.000 Hongaren dat gevaar lopen. Orbán bouwt geen sociale woningen. Wel steekt hij veel geld in eigendomsondersteuning voor de hogere middenklasse. Zo kwam Orbán tijdens de pandemie met een subsidie voor wie zijn zolder ombouwt tot woonruimte. Maar daarvoor moet je natuurlijk eerst een zolderruimte hebben, alsook de middelen om dat voor te financieren. Er is geen enkel sociaal beleid voor mensen die het moeilijk hebben, en al zeker niet voor daklozen.

Hongarijewatchers focussen meestal op de democratie en de rechtsstaat die onder druk staan, maar de groeiende ongelijkheid is minstens even belangrijk. Orbán framet elke sociale eis als vijandig tegenover de Hongaarse belangen en de competitiviteit van de Hongaarse economie."

Orbán framet elke sociale eis als vijandig tegenover de Hongaarse belangen.

Er is bij ons te weinig aandacht voor het harde sociaal beleid van Orbán?

"Niemand spreekt over Orbáns falend sociaal beleid. In Hongarije heb je als werkloze slechts 90 dagen recht op een uitkering. Je moet dus eender welke job aannemen. Het leidt tot een degradatie van de beroepsbevolking. En tot emigratie. Het voorbije decennium verlieten bijna 1 miljoen Hongaren hun land, vaak op zoek naar werk. Sinds 2010 zijn het kindergeld en het minimumpensioen niet verhoogd. Een verhoging van het minimumloon staat Orbán bij economische groei wel toe, maar niet voor iedereen. Wie in een zogenaamde 'openbare arbeidsregeling' werkt, ontvangt slechts twee derde van het minimumloon. Orbán verdeelt op die manier de arbeidsmarkt."

Hoe zou u de ideologie van Orbán omschrijven?

"Als neoconservatief. Orbán combineert neoliberaal economisch denken met sociaal conservatisme. Bij Orbán is alles extreem natuurlijk. Neoliberalen in West-Europa slagen er niet in een vlaktaks te introduceren die de hoge inkomens ten goede komt, Orbán wel. Sociaal-conservatieven durven niet zo expliciet het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving te definiëren, Orbán wel. Hij was nochtans niet altijd zo radicaal-rechts. Stap voor stap radicaliseerde Orbán. Net zoals Mussolini niet startte als een fascist."

In deze sociale context gaat een verhaal tegen migranten er makkelijk in.

"Absoluut. Demografie speelt daarbij een belangrijke rol. In Hongarije neemt de bevolking af, net zoals in de meeste nieuwe EU-lidstaten die in 2004 zijn toegetreden. In regio's waar de bevolking daalt zijn mensen meer vatbaar voor retoriek tegen migranten, omdat hun komst de samenstelling van de bevolking sneller verandert. In Hongarije bestaat een sterke tweedeling tussen stad en platteland. Er zijn regio's met pockets van echte onderontwikkeling. Landelijke getto's als het ware, met niet veel meer voorzieningen dan elektriciteit en televisie."

Daar stemt men overwegend voor Orbán?

"Na de verkiezingen van 2018 trok een aantal journalisten naar die landelijke getto's om te horen waarom mensen voor hem stemden. Hun antwoord: Orbán heeft de voorbije tien jaar niets voor ons gedaan, maar hij beschermt ons tenminste tegen de migranten."

Hongarije nam dan wellicht ook geen kinderen op uit het vluchtelingenkamp van Moria?

"Neen. Wel voert de regering een actief beleid om vervolgde christenen uit Syrië op te vangen. Daarmee wil de regering aantonen dat ze wel degelijk een hart heeft."

Waar is de Hongaarse oppositie?

"De winst van Orbán in 2010 was voor haar een dramatisch moment. De liberale partij werd weggevaagd uit het parlement, en centrumlinks leed een grote nederlaag en splitste een jaar later. De groenen deden het wel goed, maar ook zij splitsten niet veel later. De oppositie was volledig versplinterd. Dat werd pas echt een probleem toen Orbán eenzijdig het kiessysteem nog meer disproportioneel maakte om grote partijen te bevoordelen. Zo was het voor de oppositie onmogelijk om de verkiezingen van 2014 en 2018 te winnen, al was het bij die laatste nipt."

De zes oppositiepartijen bundelden in december de krachten.

Waarom slaat de oppositie niet de handen in elkaar?

"Dat gebeurt nu. Daar waar in 2018 de groene partij en de nieuw opgerichte liberale partij, Momentum, nog weigerden samen te werken, bundelden de zes oppositiepartijen in december de krachten. Er komt één kandidaat en één programma om Orbán te verslaan bij de verkiezingen van 2022. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Al gooit Covid misschien roet in het eten. Orbán kan de uitzonderlijke Covid-maatregelen verlengen tot eind 2021. Dat zal de organisatorische kant van de samenwerking tussen de zes oppositiepartijen bemoeilijken. Het zou een zoveelste vuile truc zijn van Orbán."

Europa heeft nu wel een sanctiemechanisme verbonden aan het EU herstelfonds maar staat tegen dit alles eigenlijk grotendeels machteloos.

"De verwachting was dat het EU-lidmaatschap de transitie in Hongarije, die in 1998 was ingezet, zou stabiliseren. Dat is jammerlijk gefaald. Het hele transitieproces is gekidnapt door Orbán. De meeste Hongaren beseffen dat landen zoals Oostenrijk en Finland niet langer modelstaten zijn. Alleen Orbán zelf citeert Oostenrijk nog altijd als te volgen voorbeeld. Een belachelijke claim. Want Oostenrijk is een democratisch land van sociale dialoog."

Zijn de Oost-Europese landen in 2004 te vroeg opgenomen in de EU?

"Dat is geen faire opmerking. Wel moeten we toegeven dat er onvoldoende aandacht was voor de sociale dimensie. Ook de snelle toetreding tot de euro in sommige lidstaten was een vergissing. Vooral in de Baltische landen vereiste dat enorme opofferingen. Een langere periode van monetaire autonomie was beter geweest. Het zijn lessen die we moeten meenemen naar de discussies met de westelijke Balkan-landen die nu aan de beurt zijn om toe te treden."

De snelle toetreding tot de euro in sommige lidstaten was een vergissing.

U was sociaaldemocratisch Commissaris in de eerder conservatieve Commissie-Barroso II (2010-2014) met weinig aandacht voor de sociale dimensie. De Commissie-Juncker (2014-2019) die erna kwam zei zelfs dat ze op dat vlak die van de 'laatste kans' was.

"(lacht) Over dat laatste doe ik liever geen uitspraken. Maar ik wil er aan herinneren dat de Commissie-Barroso II slechts 7 sociaaldemocratische Commissarissen op 28 had. Eerlijk, mijn frustratie was niet zozeer de samenstelling van de Commissie, maar de dominantie van rechts-conservatieven in de Raad. In die periode werden de meeste verkiezingen in Europa verloren door centrumlinks. Niet alleen in Hongarije, maar ook in het VK, Spanje en Duisland. De Europese Volkspartij was, met ook Herman Van Rompuy als eerste voorzitter van de Raad, zonder enige controle de baas."

Het oordeel over José-Manuel Barroso als Commissievoorzitter is niettemin veelal negatief.

"Uw lezers zullen het misschien niet geloven, maar ik wil hen verzekeren dat ook Barroso een goede balans voor ogen had tussen centrumrechts en centrumlinks. Inzake de bescherming van gedetacheerde werknemers slaagden we er in om in 2014 een Handhavingsrichtlijn af te leveren waarvan mijn opvolger, Marianne Thyssen, de vruchten kon plukken."

In uw periode als Commissaris had u ook af te rekenen met de nasleep van die andere grote crisis, de financiële crisis van 2008-2009.

"Die ervaring helpt ons nu in de aanpak van de Covid-crisis. De Versterkte Jongerengarantie van huidig Commissaris voor Jobs en Sociale Rechten Nicolas Schmit (die inhoudt dat jongeren onder 25 jaar recht hebben op een aanbod voor een baan, een nieuwe opleiding of stage, wv) bouwt verder op de Jongerengarantie die ik in 2013 lanceerde. Groot verschil met toen is dat de sociaaldemocraten in de Commissie nu een stuk sterker staan. Frans Timmermans, Nicolas Schmit en Paolo Gentiloni hebben in deze Commissie voldoende gewicht om het herstel groener en socialer uit te rollen."

Biedt de Covid-crisis een opportuniteit voor progressieven om zich terug in het spel te boksen?

"Die hoop koester ik wel. Kijk naar het Sociaal Pact van de Deense regering, naar de aanpak van de pandemie in New-Zeeland of Finland met jonge vrouwen aan het hoofd van de regering, naar hoe de Spaanse regering een ongeziene minimum inkomensbescherming uitvaardigde, … al die zaken stemmen me hoopvol."

Wie weet wordt 2021 het jaar van het herstel van de sociaaldemocratie?

"In sommige landen waar grote verliezen werden geleden, zagen we vorig jaar al voorzichtige tekenen van herstel. In Duitsland lijkt de val van de SPD gestopt en heeft de partij met Olaf Scholz een goede kandidaat-Bondskanselier voor het tijdperk na Merkel. In Frankrijk deden de socialisten het, net als de groenen, goed in de gemeenteraadsverkiezingen. Rood-groen is de toekomst. We moeten progressieve allianties vormen om de huidige uitdagingen aan te pakken."

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 22 tot 27